Aan de overkant van ’t IJ ligt een verguisd stuk Amsterdam

..

‘De jongelui willen geen roest meer bikken’, mijmert de 41-jarige René van Boekel, eigenaar van de Marietta, een oude Groningse kustvaarder van Duitse makelij die ligt afgemeerd in wat ooit de Museumhaven van Amsterdam had moeten worden.

Zijn historische schip – er zijn er nog vier van in Europa – doet dienst als drijvende bed & breakfast voor toeristen die een primitieve overnachting op zo’n bonkige schuit nog op waarde weten te schatten en tegelijkertijd genieten van het uitzicht over een van de fraaiste locaties aan ’t IJ. De machinekamer van de Marietta, bouwjaar 1950, is nog intact.

Een plek met historie, waar ooit de enorme loodsen en kranen waren gevestigd van de Nederlandsche Dok- en Scheepsbouwmaatschappij, de in de jaren tachtig van de vorige eeuw definitief verdwenen NDSM. Ook de afsplitsingen van de reuzenwerf, de ASM en de NSM, behoren tot het verleden. Hier en daar is weer sprake van maritieme bedrijvigheid, zij het op veel kleinere schaal dan voorheen.

Het is Van Boekel zwaar te moede. Terwijl er toch alle reden tot feest is: Amsterdam-Noord, een provinciestad met bijna 90 duizend inwoners bestaat deze maand 25 jaar als stadsdeel van de hoofdstad. Een kwart eeuw geleden kreeg Noord, in werkelijkheid een verzameling van dorpen met schilderachtige namen, waarvan een groot aantal speciaal is aangelegd voor de behuizing van havenwerkers, een eigen lokaal bestuur. Samen met het stadsdeel Osdorp, een westelijke tuinstad, mocht Noord als eerste experimenteren met een nieuwe bestuursvorm. Inmiddels kent Amsterdam zestien stadsdelen.

Precies in deze jubileummaand kreeg Van Boekel van de lokale wethouders te verstaan dat hij binnen twee weken met zijn Marietta moet wegwezen. Hij zou voor overlast zorgen en verzuimen z’n schip goed te onderhouden. Een smoes, lijkt het.

Op zijn plek dreigt iets veel luxueuzers te komen, een soort drijvend monstrum van veertien meter hoog en 110 tien meter lang. In totaal 1540 vierkante meter, dat nu nog nabij het Centraal Station aan de andere kant van ’t IJ is gelegen. Vanavond komt de jubilerende stadsdeelraad bijeen, waarin Van Boekel als inspreker nog eenmaal zal trachten uit te leggen waarom Noord op zo’n historische plek als de haven voor het NSDM-terrein behoefte heeft aan iemand als hij, inclusief zijn oude Marietta.

Iemand die nog bereid is zelf het varend erfgoed boven water te houden. Hetgeen betekent: roest bikken, om de drie jaar de schuit op het droge voor het aanbrengen van een nieuwe anti-aangroeilaag en overige onderhoudwerkzaamheden, continu. ‘De jongelui van tegenwoordig houden daar niet van’, zegt Van Boekel nog maar eens.

Vlak bij de antieke coaster van Boekel ligt de Sirius, het oude actieschip van Greenpeace, dat al jaren wordt gebruikt voor educatieve doeleinden. Er ligt een tot restaurant omgebouwde schuit, maar ook een afgedankte patrouilleboot van de Duitse douane, waarmee drugssmokkelaars in de Oostzee werden opgejaagd. Met zijn tweemaal 1700 pk is de boot volgens Van Boekel nog steeds tweemaal zo snel als de vleugelboot die dagelijks van Amsterdam naar IJmuiden snelt. Hij heeft wel eens een wedstrijdje over ’t IJ voorgesteld.

Met de achterzijde half onder water heeft ook een Russische onderzeeër er zijn laatste rustplaats. Een oude mijnenveger van de Koninklijke Marine wordt door enthousiaste vrijwilligers, onder wie gepensioneerd marinepersoneel, onderhouden. Ook aan de pier, tijdelijk, de Stubnitz, ooit onderdeel van de vissersvloot van de DDR, thans varend onderkomen voor ‘inspirerende kunst’. De exploitanten uit Rostock hebben rondom het terrein bordjes geoplaatst: No pissing, shouting or littering on the pier and the surrounding ships.

Op zo’n zonnige zaterdag, gratis met de pont tot voor de deur, lijkt Noord een idylle. Prachtig, die boten. Geweldig, dat uitzicht over ’t IJ en de haven. Op korte afstand is tevens te zien hoe het veelbesproken asbestschip Sandrien bij de firma Shipdock wordt ontmanteld. Hier wordt weer gewerkt.

Maar Noord is meer. Noord, dat zijn: Volewijck, Vogelbuurt, Tuindorp Nieuwendam, Tuindorp Buiksloot, Nieuwendammerdijk/Buikersloterdijk, Tuindorp Oostzaan, Oostzanerwerf, Kadoelen, Nieuwendam-Noord, Buikslotermeer, Banne Buiksloot, Buiksloterham, Nieuwedammerham en, ten slotte Waterland. Namen die niet alleen menig Amsterdammer aan de zuidzijde (‘de goede kant’) van ’t IJ weinig vertrouwd in de oren klinken.

Op de gemiddelde toeristenkaart staat het gebied niet eens vermeld en verdwijnt Amsterdam-Noord in een wazige plek waar weiland wordt gesuggereerd. Dat is gek maar niet onbegrijpelijk, omdat het stadsdeel al snel na het verrijzen van de eerste woningen ten behoeve van de scheepsbouwers in het begin van de vorige eeuw een stedebouwkundige vergissing werd genoemd.

De dorpen worden doorsneden door een kanaal en een brede snelweg, zodat het alleen al fysiek onmogelijk is er een geheel van te maken. Volgens veel Amsterdammers hoort Noord er als kunstmatig samenraapsel nog steeds niet helemaal bij. Er zijn ‘Mokummers’ die beweren dat er geen water, maar een grote muur achter het CS had moet worden opgetrokken om heel Noord aan het zicht te onttrekken. Er zouden ‘alleen maar asocialen’ wonen.

Zelfs bij de aanleg van de nieuwe metro, de Noord-Zuidlijn, die Noord in het volgende decennium ook ondergronds aansluit op de rest van Amsterdam, wordt het stadsdeel afgescheept met twee metrostations waardoor het voor de reizigers eenvoudiger zal zijn als vanouds de bus, fiets of auto te nemen.

Rob Post (z’n vader werkte bij NDSM) is de stadsdeelvoorzitter, de burgemeester van Noord. Over de Noord-Zuidlijn verklaarde hij onlangs dat de lijn ‘de planologische misser die de autosnel tussen IJ-tunnel en de ringweg A10 is, alleen maar versterkt’. Amsterdam-Noord, het blijft behelpen.

De journalist Jan Donkers (zelf geboren in ‘het Siberië van Amsterdam’) schreef er tien jaar geleden een boek over, Zo dicht bij Amsterdam, waarin hij vaststelt dat zijn geboortegrond niet alleen op veel landkaarten ontbreekt, maar dat ook in de officiële geschiedschrijving van de hoofdstad het noordelijke deel er zeer bekaaid afkomt. Was Donkers aanvankelijk ook zo’n Amsterdammer die niet veel ophad met Noord, door de stelselmatig stiefmoederlijke behandeling van het stadsdeel is hij er toch van gaan houden.

Al haalt zijn liefde voor Noord niet de warme gevoelens die Simon Vinkenoog voor het stadsdeel ondervindt. Of het al bekend is, dat er een puik nieuw restaurant in Amsterdam is bijgekomen, De Goudfazant, met een driegangenmenu voor 27,50 euro. ‘Niet van gehoord zeker, want het ligt in Noord, terra incognita’, zegt Vinkenoog. Zodra de zon schijnt, ontvluchten Vinkenoog en echtgenote de binnenstad en nemen zij hun intrek in hun zomerresidentie op landgoed Buitenzorg, waarachter in werkelijkheid een volkstuintjescomplex schuil gaat aan de rand van het Vliegenbos, het oudste stadsbos van Amsterdam. Een paradijs, meent de schrijver/dichter.

Het bos heette aanvankelijk IJ-bosch, maar werd in 1950 officieel vernoemd naar Willem Vliegen, raadslid en mede-oprichter van de SDAP, de voorloper van de PvdA. Vliegen was de initiatiefnemer van de drooglegging en aanleg van een natuurgebied om ‘natuurrecreatie dichter bij de stad en de arbeider te brengen’. Vinkenoog verwierf het tuinhuis in 1991 voor tweeduizend gulden, waarvan de helft subsidie. ‘Over mijn rendement hoef ik dus niet te klagen.’

Hij schreef er een gedicht over: Ode aan Buitenzorg. ‘O Buitenzorg, Bogor, klein stukje aarde en grond, deel van de werkelijkheid: geëerd, bedankt, gebenedijd!’, aldus de tweede strofe. Temidden van zijn tuindersvrienden noemt Vinkenoog zich ‘spiritual gardener’. ‘Mijn tuindersvrienden. Met ieder zijn verhaal, belevenissen, ervaringen en ontdekkingen. Het leven een avontuur, elk seizoen, elke dag. Leve de mensen die begrotingen kunnen opstellen, leve de mensen die begrotingen kunnen goedkeuren. Small is beautiful en ik zou wel eens iemand willen horen, die mij tegenspreekt.’

Dat klinkt heel wat anders dan Ik verveel me zo in Amsterdam-Noord de eerste hit van Harry Slinger en Drukwerk. Op de melodie van Bob Dylans A hard rain’s Agonna fall bezingt Slinger, oud-jeugdwerker in Noord, louter misère die hij om zich heen ziet.

Vinkenoog (1928) leefde tot z’n 6de jaar in Noord, totdat hij met zijn moeder naar de Jordaan verhuisde. ‘Het was hier natuurlijk wel ruig volk, met opstootjes tussen communisten, sociaal-democraten, NSB en noem maar op. Je had het Blauwe Zand, waar asocialen werden gedropt. Vandaar misschien ook wel dat slechte imago. Maar ik leid een gelukkig leven in Amsterdam-Noord, gemiddeld vijf maanden per jaar. Thans wacht ik op het rijpen van de druiven. Ik zie hopbelletjes en balsamine, en ik heb zojuist heerlijk gepoedeld onder de tuinslang.’

Spreekt het jubileum aan, in Noord? ‘Helemaal niet’, zegt Bert Bommels (68). Bommels, langjarig politiereporter van Het Parool en weekblad Elsevier begon op 18-jarige leeftijd als verslaggever bij de allang geliquideerde Noord-Amsterdammer, een driemaal in de week verschijnend nieuwsblad. Hij liep onlangs Theo Fransman tegen het lijf, de eerste stadsdeelvoorzitter, van wie hij hoorde dat er allemaal festiviteiten zijn, niet alleen deze maand, maar tot in januari. ‘Het stelt allemaal niet zo veel voor, is mijn indruk.’

Het oudste stadsdeel van de hoofdstad is volgens hem ‘naar binnen gekeerd’. Bommels: ‘Het zijn allemaal losse stukjes, er zit absoluut geen eenheid in.’ De ontwikkelingen aan de IJ-oever, nabij het NDSM-terrein, waar ondermeer MTV zich zal vestigen, noemt hij ‘wel aardig’. Feit blijft, aldus Bommels, dat in heel Amsterdam-Noord, met z’n bijna 90 duizend inwoners nog steeds niet één bioscoop is gevestigd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden