Reportage

Aan de Overdiepse Polder ging 15 jaar gesteggel vooraf

Brabantse terpen

Prachtig, die nieuwe Overdiepse Polder. Maar achter het sprookje van de Brabantse terpen zit een weerbarstige werkelijkheid van 15 jaar duwen en trekken. Een les voor de overheid, hopelijk.

Moderne boerderij op een terp in de heringerichte Overdiepse Polder bij Waalwijk. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het wordt al het nieuwe icoon van Neerlands strijd tegen het wassende water genoemd. Het paradepaardje van het overheidsprogramma Ruimte voor de Rivier, proeftuin van het waterbeleid in de 21ste eeuw. 'Haute cuisine', noemt Rijkswaterstaat-manager Hans Brouwer het. 'Bakermat voor burgerparticipatie', aldus dijkgraaf Carla Moonen van waterschap Brabantse Delta

Woensdag opent minister Melanie Schultz van Infrastructuur en Milieu de heringerichte Overdiepse Polder bij Waalwijk. In 2000 werd de polder bestemd als overloopgebied voor de Maas, waarbij het land bij hoogwater kan overstromen. De boeren kwamen vervolgens zelf met het plan om hun boerderijen op terpen te bouwen, zodat mens en dier droge voeten houden. De overheid vond het een prima idee en ging samen met de bewoners aan de slag.

Voor de nieuwe terpen in Brabant - afgeleid van de kunstmatige heuvels waarmee de Friezen en Groningers zichzelf eeuwen geleden al beschermden tegen het water - was veel nationale en internationale belangstelling. Bijna elke week kwam er wel een delegatie kijken in de Brabantse polder. Zelfs de Amerikaanse president Obama zou erover zijn geïnformeerd, via de watergezant van de minister.

Overheidsparticipatie

'Het klinkt als een sprookje, zo dicht bij de Efteling', zegt Peter van Rooy. 'Het is ook een prachtig project. Maar achter het sprookje gaat een weerbarstige werkelijkheid schuil. Voor de bewoners was het vijftien jaar lang stress en onzekerheid. Boeren zijn ondernemers, die willen snel duidelijkheid en dóór met hun bedrijf. Ze werden soms wanhopig van de procedures, de onderzoeksverplichtingen, de bureaucratie. Het ging bij de overheid echt veel te traag en omslachtig.'

Van Rooy, tegenwoordig directeur van het innovatieplatform NederlandBovenWater, was intermediair tussen bewoners en overheid. Hij schreef een boek over zijn ervaringen, dat woensdag wordt aangeboden aan minister Schultz. De titel is ietwat provocerend: Overdiepse Polder - vijftien jaar overheidsparticipatie.

Tijdens een rondrit door de polder zegt hij: 'Iedereen heeft de mond vol over burgerparticipatie. Maar het is vooral de overheid die beter moet participeren. Die meer zijn best moet doen, sneller moet opereren en beter moet luisteren naar de burgers. In deze polder van 550 hectare zijn acht boerderijen op acht terpen aangelegd. Als ik de mensen vraag: hoe lang zou zo'n project moeten duren, dan zeggen ze: twee of drie jaar. Het heeft 15 jaar geduurd! Dat moet zeker de helft korter kunnen.'

'Levensvatbare kwaliteitsbedrijven'

Midden jaren zeventig werd dit gebied tussen de Bergsche Maas en het Oude Maasje ingepolderd. Vijftien jaar geleden woonden er achttien boeren (met gezinnen), bijna allemaal melkveehouders. Toen het onheilsnieuws kwam dat de overheid de polder opnieuw (bij hoogwater) onder water wilde zetten, overwogen ze eerst een jurist in te schakelen om het onheil te keren. Want dit betekende bijna onvermijdelijk het einde voor hun bedrijven.

Maar tegen de overheid vechten is vechten tegen de bierkaai, beseften ze ook. Toen ontstond het eeuwenoude idee van de terpen, tijdens overleg tussen vier bewoners onder de oude kastanjeboom van een van de boerderijen. Ze hielden een enquête, waaruit bleek dat zes boeren daarnaar wel oren hadden, zes wilden vertrekken uit de polder en zes twijfelden. Uiteindelijk zijn acht boeren gebleven. De anderen zijn gestopt of hebben elders een bedrijf opgezet, van het Brabantse Biezenmortel tot Canada. Het voordeel van die uitdunning is dat de overblijvers in de polder meer ruimte kregen voor 'levensvatbare kwaliteitsbedrijven'.

Het resultaat mag er zijn, gebaart Van Rooy, terwijl we langs de acht boerderijen aan de Overdiepsekade rijden. Het zijn grote, moderne stallen,voornamelijk melkveehouderijen, met nieuwe huizen op zes meter hoge heuvels. 'Laat het water nu maar komen', zegt hij. Dat zal naar schatting eens in de 25 jaar gebeuren.

Gebakkelei

Maar het heeft heel wat 'moeizaam gepolder in de polder' gekost, vervolgt hij. Over de grondkwaliteit en de nieuwe verdeling van de grond over de boeren. Over bomen en fietspaden. Zelfs over de lengte van het gras is gebakkeleid. Dat mocht niet langer zijn dan 20 centimeter, anders zou de polder bij een overstroming niet genoeg water kunnen bergen.

Of over compensatie aan de boeren na een overstroming. Want daardoor zou het grasland worden vervuild en de melk van de koeien een jaar onverkoopbaar zijn. Zelfs over de energie die het de koeien vergt om bij hoogwater op de terpen te klimmen - daardoor hebben ze meer voer nodig, wat ook weer moest worden gecompenseerd.

Over bijna alles werd onderhandeld, alles moest worden onderzocht, elke maatregel moest langs diverse instanties. De bureaucratische molens van rijk, provincie, gemeente en waterschap draaiden traag. Maar het proces ging ook moeizaam omdat de boeren hun huid zo duur mogelijk wilden verkopen.

Er was voortdurend wantrouwen tussen overheid en boeren. Twee voorzitters van de belangenvereniging van boeren kregen ernstige hartproblemen door de stress. 'We zijn banger voor de overheid dan voor het water', verzuchtte een van hen eens tegenover intermediair Van Rooy.

Volgens hem waren er ook spanningen tussen de boeren onderling. De blijvers probeerden de beste gronden en het grootste bouwblok te krijgen, de wijkers onderhandelden over compensatie. 'Iedereen ging voor zijn eigen belang', aldus Van Rooy. 'Er waren verwijten naar elkaar. Vergaderingen verliepen vaak emotioneel. Het heeft de sfeer in de polder er niet beter op gemaakt.'

Meer regionaal maatwerk

Het project heeft een slordige 80 miljoen euro gekost, inclusief de compensatie voor gestopte en vertrokken boeren. 'Dat lijkt veel per hectare of overgebleven boerderij', aldus Van Rooy. 'Maar het is het waard als je beseft dat hierdoor een stad als Den Bosch droog kan blijven.'

De Overdiepse Polder was een proeftuin voor hedendaags waterbeheer, meent hij. 'Wat we hier hebben gedaan, wordt straks waarschijnlijk ook uitgevoerd in tal van projecten van het Deltaprogramma 2015-2050. Maar de overheden moeten hieruit ook lessen trekken. Ze moeten dienstbaar aan de samenleving zijn en meer regionaal maatwerk leveren in plaats van zich te verschuilen achter strikte beleidsregels.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.