Aan de nationale schandpaal

De belangrijkste politiek verantwoordelijken in het onderwijsdrama verdienen een verbod om nog ooit openbare functies uit te oefenen, vindt Frank Ankersmit....

Hoe weet de kiezer of de regering er iets van bakt? Vroeger was dat makkelijk genoeg. Daar had je ideologie en partijprogramma’s voor. Zat de PvdA in de regering en kwamen er aantrekkelijke sociale voorzieningen bij, dan was dat een mooi succes voor die partij. Slaagde de VVD erin misbruik van sociale voorzieningen tegen te gaan, dan had die partij gedaan wat ze haar kiezers altijd beloofde. Bleef alles zoals het ongeveer was, dan had het CDA bereikt waar het de CDA-stemmers om ging. De ideologie was de meetlat voor succes en falen in de politiek. Maar nu ideologie een lelijk woord is geworden en partijprogramma’s steeds meer op elkaar lijken, weet je als kiezer niet meer waar je succes van regering en politieke partijen aan af moet meten.

Om het dramatisch te formuleren: we weten gewoon niet meer of de regering het goed of slecht doet. Dat is simpelweg niet meer vast te stellen. Vandaar dat de presentatie van regeringsbeleid en de rol van de media zoveel belangijker werden dan vroeger. Schijn won het van werkelijkheid. Vandaar ook dat politieke schandalen nu zo prominent in beeld komen. Het mag best wezen dat die totaal onbelangrijk zijn, maar je hebt dan tenminste even iets waarvan we weten wat we ervan moeten vinden.

Aan de ene kant is dit vervelend voor politici. Doordat kiezers niet meer kunnen vaststellen of ze het goed of slecht doen, heeft hun beleid geen herkenbare resonans meer bij het electoraat. Ze werken daarom voortdurend in een dikke electorale mist. Maar het heeft ook een voordeel. De bewegingsruimte van politici werd er namelijk sterk door vergroot. Er zijn nu geen kiezers meer die de politici hinderlijk op de vingers kijken.

Kortom, de dood van de ideologie leidde tot de fossilisering van bestaande verantwoordingsmechanismen en tot een oligarchisering van het openbaar bestuur. Er zit nu meer despotisme en willekeur in het openbaar bestuur dan ooit sinds WO II. Je ziet die tendens trouwens overal. Die doet zich voor in alle westerse democratieën, bij alle besluitvorming en zelfs in het bedrijfsleven. Autocratie is universeel in de mode.

Het rapport–Dijsselbloem illustreert dat alles. Bij alle onderwijsvernieuwingen sinds Van Kemenade stond de kiezer steeds voor nul op de balans. Hem werd nooit iets uitgelegd, gevraagd of toegezegd. Van het afleggen van verantwoording was ook geen sprake meer. Wanneer Van Kemenade, Wallage of Netelenbos iets bedacht hadden, werd dat er doorgejast. Dat ging trouwens verrassend makkelijk. Er was zo weinig oppositie, dat veel mensen nu beweren dat iedereen eigenlijk achter die vernieuwingen stond en dat daarom iedereen ook medeschuldig is aan de ravage.

Maar dat is toch een verkeerde voorstelling van zaken. Het is bijvoorbeeld onzin om te zeggen dat Tweede Kamer, Onderwijsraad, leraren et cetera unisono het studiehuis al wilden, voordat Wallage op dat zo onzalige idee kwam door zijn contacten met Clan Visser ‘t Hooft. Het initiatief lag hier wel degelijk bij de politiek verantwoordelijke top. Vergeet je dat, dan blijf je ook blind voor dat element van willekeur en despotisme dat gaandeweg in ons politiek systeem ingeslopen is. En je hoeft de passage over Netelenbos maar na te lezen om de bruine geur van despotisme te ruiken die overal uit het rapport opstijgt. Niks Nederland-polderland; dit is eerder het l’état c’est moi van Lodewijk XIV.

Natuurlijk gaat het rapport-Dijsselbloem over het onderwijs. Maar het gaat ook over ons openbaar bestuur en over de verkeerde nieuwe zeden die daar zijn ontstaan. Laat de Tweede Kamer dat vooral niet vergeten! Vooral omdat Balkenende onlangs aankondigde dat men tussen nu en 2025 korte metten gaat maken met de constitutionele en juridische obstakels die bestuurders tot hun ergernis zo vaak op hun weg aantreffen. Laat men hem – en zijn opvolgers – hierin zijn gang gaan, dan kun je de democratie wel opdoeken.

Het is de democratische plicht van de volksvertegenwoordiging iedere tendens richting willekeur en despotisme meteen de lelijke kop in te drukken. Dat betekent dat de Tweede Kamer bij de behandeling vandaag van het rapport-Dijsselbloem er niet omheen draait, maar het kind bij de naam noemt. Er is daarom geen enkele ruimte voor coulantie voor de belangrijkste politiek verantwoordelijken in het onderwijsdrama. Die verdienen de nationale schandpaal, bijvoorbeeld een verbod om nog ooit openbare functies uit te oefenen.

Niet als een soort van publieke wraakneming. Dat zou primitief zijn. Maar wel als een niet mis te verstaan signaal aan onze zittende en toekomstige bestuurders dat dit absoluut niet voor herhaling in aanmerking komt. Toekomstige politici zullen dat signaal dan internaliseren – mogen we hopen! – en dat mag hen ervan weerhouden de samenleving opnieuw bloot te stellen aan ondoordachte experimenten en borreltafelplannetjes.

Weet de Tweede Kamer dat te bereiken, dan kan er toch nog iets moois en goeds voortkomen uit deze zo treurige geschiedenis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden