Aan de maaltijd

De meeste mensen willen graag goed zijn voor het milieu. Maar vaak blijft het bij mooie voornemens. Velen vinden biologisch eten een prima idee....

WANNEER een Russische kerncentrale ontploft, wordt overal ter wereld kernenergie afgezworen. Zodra er meer dan één fles Exota uit elkaar spat, is dat het einde van de limonadefabriek. Maar de voedingsindustrie overleeft, zonder zichtbare schade, pestschandaal na dioxinecrisis. En dat in een tijdperk waarin de consument kritischer heet te zijn dan ooit.

Dat is merkwaardig. Maar het wordt nog vreemder wanneer we de consument vragen naar zijn mening over de alternatieve, biologische voeding. De gemiddelde Nederlander vindt die biologische sector een uitstekend idee. Zijn vertrouwen in biologische producten is groot, blijkt al jaren uit enquêtes. Hoogstens vindt hij de spullen aan de dure kant en relatief slecht verkrijgbaar, maar bijna de helft van de consumenten koopt naar eigen zeggen weleens iets met een biologisch EKO-keurmerk.

Gevraagd naar de reden noemt hij twee belangrijke argumenten: dat het gezonder is (53 procent) en dat het beter smaakt (43 procent). Er is dus een overweldigende steun voor een sympathiek alternatief.

Maar hier begint het gezond verstand te knagen. Want hoe kan het dat de consument iets dolgraag wil en er toch vrijwel geen belangstelling voor heeft? Dat laatste blijkt namelijk eveneens al jaren uit de cijfers.

Er zijn veel meer biologische voedingswinkels dan bibliotheken in Nederland. Wie aan biologische producten wil komen, hoeft daarvoor zelden veel moeite te doen. Toch is het marktaandeel belachelijk klein. Ruwweg gaat het om 1 procent van de groente en de zuivel en 1,5 procent van het vlees. De biologische sector mag de laatste jaren dan flink zijn gegroeid, in oppervlakte land- en tuinbouwareaal stelt ze nog bijna niets voor.

Het afgelopen jaar telde Nederland 1277 biologische ondernemingen: 1,2 procent van alle landbouwbedrijven. Ze bewerken 24 duizend hectare grond: 1,2 procent van de landbouwoppervlakte. Wanneer dat aandeel verdubbelt of verviervoudigt, is de sector zelf heel tevreden. Maar tegelijkertijd blijft biologische productie een marginaal verschijnsel.

Wat is hier aan de hand? Consumenten en producenten praten kennelijk langs elkaar heen, want de biologische landbouw heeft op het gebied van gezondheid en smaak juist weinig extra te bieden. Hij is gebaseerd op de filosofie van een gezonde bodem. Hij propageert een systeem dat zichzelf op een natuurlijke manier in stand houdt. Er worden daarom geen synthetische bestrijdingsmiddelen of kunstmest gebruikt. Dieren moeten zich bij de biologische boer dierlijk kunnen gedragen en gevrijwaard zijn van stress. De gewone varkensboer kan dat allemaal veel minder schelen. Beesten behoren bij hem lichamelijk gezond te zijn en zich koest te houden; daar is de moderne stal op ingericht.

In de reguliere land- en tuinbouw wordt jaarlijks twaalf miljoen kilo bestrijdingsmiddelen gebruikt. Daarvan verwaait maar liefst drie miljoen kilo (pesticiden, herbiciden, insecticiden, ontbladeringsmiddelen en groeiregulatoren) al direct naar de omgeving. Een ander deel verdwijnt in het grondwater.

De helft van de Nederlandse drinkwaterbronnen uit oppervlaktewater is hierdoor verontreinigd. Om dat water weer drinkbaar te maken, moet het voor veel geld op kosten van de gemeenschap worden gereinigd. Volgens het Centrum voor Energiebesparing en Schone Technologie in Delft bedraagt de totale, vaak verborgen milieuschade van de landbouw vier tot zeven miljard gulden per jaar.

Maar die boodschap is ingewikkeld. De consument denkt bij biologische producten aan de argumenten gezondheid en smaak, terwijl die in werkelijkheid nauwelijks aan de orde zijn. Erger nog: biologische producten zijn niet gezonder en evenmin is aangetoond dat de mensen ze lekkerder vinden.

Het alternatieve voedingsinstituut Dúnamis uit Driebergen en Wageningen Universiteit vergeleken in 1998 bijna duizend voedingsonderzoeken en kwamen tot de conclusie dat er geen enkel bewijs is dat biologische voeding gezonder is dan de reguliere. Zelfs de (zeer) kleine hoeveelheden groeihormonen, antibiotica of gewasbeschermingsmiddelen die soms in vlees, fruit en groente worden gevonden, hebben geen aantoonbaar effect op de gezondheid van mensen.

Er is één mogelijke uitzondering: baby's die biologisch worden gevoed, lijken minder last te hebben van eczeem en allergische uitslag. De zeer strenge norm voor babyvoedsel (0,01 milligram bestrijdingsmiddel per kilo product) kan in reguliere voeding worden overschreden. Gewone potjes babyvoedsel en verse producten uit de biologische teelt zijn uitstekend.

Voor de rest is reguliere voedsel echter even gezond als het ecologische. Het weinige onderzoek naar de smaak van ecologische voedingswaren laat zien dat het daarmee net zo gesteld is als met ander voedsel. Zogauw de proever weet dat hij iets speciaals in zijn mond heeft, vindt hij het lekkerder.

Topkoks en eetgoeroes zweren bij scharrelvlees. Maar vlees van scharrelvarkens, stelde het onderzoeksinstituut ID-DLO in Lelystad na smaakonderzoek in 1998, wordt door een geblindeerd proefpanel niet anders gewaardeerd dan gewoon varkensvlees. Totdat er een biologisch vlaggetje in wordt gestoken. Dan begint tweederde te kreunen van genot. Smaak zit tussen de oren, vaak net als gezondheid. Op die manier maakt biologisch eten, op de tong en in de geest, toch nog wat verschil.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden