Aan de Avenue Théo Verbeecklaan 2, Bruxelles/Brussel

OP EEN terras in Brussel vraagt een collega van Canal + wie de beste zes voetballers zijn uit de geschiedenis van Anderlecht....

Paul Onkenhout

Nadat we aarzelend en lukraak een aantal vedetten van weleer hebben genoemd (Van Himst, Jurion, Vercauteren, Rensenbrink, Vandenbergh, Coeck, Mulder, Scifo) blijft één naam door mijn hoofd zeuren, of beter gezegd: een vage klank die maar geen naam wil worden.

Op onze beurt stellen wij de collega van Canal + de vraag welke zes voetballers bij een auto-ongeluk om het leven zijn gekomen. (Je moet toch wat doen, op zo'n terras in de zon.)

Samen komen we tot vier spelers: Ludo Coeck, Tommy Krommendijk, de Italiaan Gaetano Scirea en Tonny van Leeuwen. Over het lot van de Pool Kazimierz Deyna twijfelen we, maar we besluiten hem mee te tellen. Weer daagt mij iets, zonder dat mij de naam of zelfs de nationaliteit te binnen schiet.

Enfin, we eten ons bord leeg en gaan naar het stadion waar PSV zich blameert en Anderlecht ruimhartig de zege in de schoot krijgt geworpen. Boven het verslag van de wedstrijd wordt Anderlecht de volgende dag in deze krant een 'Vlaamse partner' van PSV genoemd.

Vlaamse! Ik hoop dat ze het mij in Brussel niet kwalijk zullen nemen. En wat zal Jan Mulder hier van denken?

Anderlecht is Vlaams noch Waals. Anderlecht is Brussels, gespleten en elegant. Twee talen slingeren zich door elkaar in het Constant Vanden Stock-stadion/Stade Constant Vanden Stock waar vertegenwoordigers van de Brusselse chic elkaar plegen te ontmoeten.

In het officieel orgaan/organe officiël van/du Royal Sporting Club Anderlecht wordt bijna elke zin in twee talen afgedrukt, zelfs in advertenties. Taverne/restaurant RSCA (Chez/Bij Alain) beveelt zichzelf als volgt aan: 'U kunt er ook lekker eten voor de match mits reservatie... tof!' En: 'Commander par téléphone un excellent repas pour avant le match... pratique!'

Het Frans geeft Anderlecht een chique tint. Soms smelten de twee talen samen, met merkwaardige gevolgen: het stadion is gevestigd aan de Avenue Théo Verbeecklaan 2. Nu ik het programmablad beter bestudeer zie ik dat in het stadion een restaurant, Saint Guidon, is gevestigd met een Michelin-ster.

Een restaurant met een Michelin-ster, eentje maar toch, dat kan alleen bij Anderlecht. (In de Amsterdam Arena heeft McDonald's een vestiging en bij FC Twente verkopen ze broodjes shoarma.)

Voor de wedstrijd heb ik dinsdag bij de hoofdingang/entrée principale een paar minuten het publiek gadegeslagen dat het stadion binnenkwam. Die pakken! Die verfijnde jurkjes en die onbetaalbare, maar nimmer ordinaire mantels! Die hooghartige blikken!

Bij niet één andere club vormt de geur van frites en bier én parfum zo'n onweerstaanbare combinatie. Tegenover de hoofdingang/entrée principale liggen twee cafés.

Bierdrinkende supporters met paars-witte sjaaltjes staren onaangedaan naar degenen die het voorrecht hebben op een avond als deze de hoofdingang te gebruiken, ongeveer zoals de arme sloebers kijken die de sterren opwachten bij de uitreiking van de Oscars.

Anderlecht is geen leuke club en al helemaal geen vriendelijke club. Anderlecht is een intrigerende, zelfs wat mysterieuze club, een club met één ster die niet in het veld staat maar op een restaurant is geplakt.

Thuis neem ik Opmars der Strafschopgebieden weer eens ter hand, om de stukken te herlezen die Jan Mulder schreef over zijn jaren in Brussel. Op de achterkant van het boek is een foto van Mulder in een shirt van Anderlecht afgedrukt.

Uit het verhaal 'Het Bureau van Claude': 'Nog steeds heb ik een lichte spijt van mijn vertrek, vier jaar geleden. Daar komt bij dat je steeds weer dezelfde mensen om je nek wilt zien vallen als tien jaar geleden, in de tijd van Jurion en Hanon, rode duivels van groot kaliber. Maar dat valt tegen.'

De eerste twee zinnen: 'Stade Emile Versé, Avenue Théo Verbeeck, Parc Astrid. De weemoed, bij het horen van deze woorden, komt mij toe.' Zelfs de naam van het stadion is veranderd.

Ik blader door en Scirea, Krommendijk, Van Leeuwen, Deyna en Coeck krijgen gezelschap, dankzij het verhaal 'Zo klaar als Pompwater.' De zesde speler die dodelijk verongelukte is Laurent Verbiest, een beroemde verdediger van Anderlecht in de jaren zestig.

'Hij was een speler, die op zijn eigen doellijn graag een tegenstander de bal door de benen tikte. In voetbalklasse is hij te vergelijken met Cor van der Hart en zijn borst kon wel drie Vlaamse westenwinden tegelijk aan.'

Op weg van Brussel naar Oostende kwam Verbiest in februari 1966 om het leven toen zijn auto in een slip terechtkwam. 'Zijn vrouw had een gescheurde kous en Verbiest was op slag dood.'

In het boek De Top 100 van het Belgisch voetbal van Jan Wauters en Walter Pauli staat Laurent Verbiest op de zesde plaats. Op 1 staat Jef 'le Bombardier' Mermans, een aanvaller die in de jaren veertig en vijftig Anderlecht naar zeven landstitels leidde.

'Jef Mermans, een ware grootheid. Altijd rechtop, een imponerende verschijning, op en naast het veld. (...). Hij stond voor de perfecte degelijkheid. Schieten en scoren. De betere Jan Mulder.'

En zo zijn, een paar dagen na onze overpeinzingen op het terras in de Brusselse wijk Anderlecht, de vage klanken toch nog namen geworden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden