AAF BRANDT CORSTIUS

Elke dag een mening of belevenis in de krant, NRC Next. Dat maakt nieuwsgierig naar wie daarachter schuilgaat. Een ontmoeting met AAF BRANDT CORSTIUS (32)....

Hoera: Aaf Brandt Corstius heeft sinds kort een nieuwe woning betrokken. Helemaal zelfstandig gekocht en financieel afgehandeld bovendien. Een ‘grote-mensenhuis’, geen duiventil meer. Geen onderkomen waar je tussen al je vliegreizen door je koffers zet, maar een huis voor de menens. Het moet daarom iets gezelligs krijgen, iets warms. Ze is ditmaal dan ook erg serieus waar het de inrichting en aankleding ervan betreft. Zo denkt ze aan degelijke meubelen die tegen de tijdgeest en de slijtage zijn bestand. Voorts heeft ze een flink bedrag over voor het schilderwerk. En, hou je vast, er komt dus ook een echte werkkamer in. Je hebt op je 32ste nou eenmaal een bloeiend eenmans columnistenbedrijf of je hebt het niet. En het nieuwe huis wordt mooi, móói.

Mán, wat is ze veranderd. Wat is er een hoop met haar gebeurd. En wat voelt ze zich gelukkig met haar werk en met haar vaste verkering sinds anderhalf jaar, Gijs. ‘Dit leven is zo anders dan ik me tot voor kort had voorgesteld. Waanzinnig leuk.’ Hier dan, nog maar een voorbeeldje:

Met Kerstmis heeft ze gegourmet. Voor het eerst van haar leven. Met Gijs, een goede vriendin, haar kinderen en een hond gezamenlijk om de tafel – dát plaatje, begrijp je? ‘Wij zijn alle drie zó niet opgevoed met dat idee’, verduidelijkt Aaf Brandt Corstius boven een grote kop groene muntthee in grand café Dauphine in Amsterdam, haar woonplaats. ‘En we waren ook zó blij en verrast dat het er nu eindelijk van was gekomen; we kregen er gewoon de slappe lach van.’

En dan hebben ze nota bene ook nog in zo’n wezensvreemde setting zitten bakken en braden. Want dat hele concept van Kerstmis en de bijbehorende knusheid, dat is dertig jaar lang sowieso volledig aan Aaf Brandt Corstius voorbijgegaan. Sterretjes? Niet in haar leven! Kerstdiners? Dito! Daar deed haar vader Hugo, de nog beroemdere columnist, dus echt absoluut niet aan.

‘Een superdwarse, scherpe man? Ja, dat is-ie nog steeds. Hij is echt niet iemand die iedereen de hele dag voor Eichmann aan het uitschelden is. Maar hij is wel temperamentvol, ja. Zoals in zijn columns, zo is-ie ook in het echt. Een pittig tiepje. En hij is dus ook nogal kluizenaarachtig. Hij leeft totaal in zijn eigen wereld. Met z’n allen gezellig om de tafel? Ha, dat was nooit zijn ding.’

Maar ho even, vertelt ze nu eigenlijk al niet te veel? Het zal namelijk niet de eerste keer zijn dat ze zichzelf erop betrapt dat ze te gemakkelijk praat in aanwezigheid van een interviewer. Dus mag ze dit verhaal vooraf lezen? En wil de verslaggever er alvast op voorhand mee akkoord gaan dat ze hem niets gaat vertellen over haar tragische liefdesgeschiedenis met Arnon Grunberg alias Meneertje Knipperlicht? Ze heeft bepaalde kwesties uit het verleden nou eenmaal voor zichzelf en voor de openbaarheid afgesloten. Al was het maar omdat ze er geen zin meer in heeft een nieuwe literaire slachtpartij van de heer Knipperlicht over zich af te roepen, zoals in 2002 gebeurde in zijn ‘Lieve Aap’-brief, gepubliceerd in Humo, Het Parool en in het boek Omdat ik u begeer.

Zeker, klopt: toen Aaf Brandt Corstius een paar jaar geleden in het universiteitsblad Folia aan haar eigen openbare bestaan als publicist begon, konden de lezers en lezeressen van haar bijdragen nog volop meehuilen en vooral ook lachen met haar tragikomische avonturen met de gevierde schrijver.

Zoals er in haar teksten trouwens ook van genoeg andere autobiografische slapstick viel te genieten. Maar na de bundeling van die verhalen in Het jaar dat ik 30 werd (Arena, 2006) is dat altijd maar hunkerende en stuntelende alter ego van de columnist wat meer naar de achtergrond verdrongen.

‘Ik vind het niet erg om dingen over mezelf te schrijven, hoor. Maar feit is nou eenmaal dat mijn leven sterk is verweven met dat van anderen die het minder leuk vinden om in mijn stukjes over zichzelf terug te lezen. Ik wil die mensen niet tentoonstellen, dat vind ik niet netjes. De liefde – ik ben er heel gelukkig mee, maar het is toch proiets van ons tweeën. Ziekte en dood in je omgeving – een beetje cheap om dat met al je lezertjes te gaan bespreken. Ik ben best gesloten. Ik schrijf meer op een leuk, gemakkelijk niveau.’

Daarbij: ‘Het is helemaal niet zo dat het per se de beste columns oplevert als je zo intiem mogelijk over jezelf schrijft. Het kan larmoyant en navelstaarderig uitpakken. Zo van: o, o, o, wat is mijn bestaan toch zwaar. Dat is zo koket en onzinnig. En wat moeten mijn lezers ermee?’

Wat willen jouw lezers wel van je, vermoed je? ‘Ik denk dat ze vooral verwachten dat het grappig is, luchtig. Dat ze een vrolijk moment hebben wanneer ze mijn columns lezen. Als ik dat heb bereikt, ben ik al zielsgelukkig. En ik denk dat sommigen mijn columns zien als afkomstig van iemand die ze goed kennen. Van een vriendin. Ik heb via via weleens teruggehoord dat er lezers en lezeressen zijn die me als zodanig beschouwen.’

Een beetje oppassen blijft het natuurlijk wel, zo’n warme band met de achterban. ‘Op een gegeven moment hoorde ik van mensen: ‘Goh, jij bent net zo’n gekke kluns als ik.’ Ik vind zelfspot onontbeerlijk in columns, en ik bén in het echt ook heel onhandig, maar het moet ook weer geen Bridget Jones worden.’

Op haar vaste stek op pagina 2 in NRC Next, de krant waarin ze tegenwoordig furore maakt, staat ze zichzelf nog maar weinig ruimte toe om over haar liefdesleven of andere privébesognes te verhalen. Ervoor in de plaats kwamen – dikwijls net zulke komische – bespiegelingen over haar Madonnamoeheid, over Patrick Kluivert, de kunst van het zeuren of de pianohanden van André Rouvoet. En steeds vaker ook laat ze in haar columns echt haar tanden zien.

Jawel: ‘Ik ben écht boos geweest over die ambtenaren die opeens mochten zeggen dat ze geen homo’s wilden trouwen vanwege hun christelijke geloof. Onvoorstelbaar! Ga dan maar een andere baan zoeken! Die Ehsan Jami met zijn beweginkje! Ik had de indruk dat niemand hem doorzag, maar ik prikte zo door die jongen heen. Ik had meteen in de gaten dat het een nepfiguur was. Hij kan helemaal niks, een idioot, dat is het. Ik heb helemaal geen zin om zo iemand elke avond bij NOVA te zien!’

En dan minister Plasterk. De door hem veronderstelde en bekritiseerde ‘seksualisering van de samenleving’ kwam hem duur te staan, want daar had hij even buiten Aaf Brandt Corstius gerekend. ‘Waar is zo’n man mee bézig..!? Hij is toch heel vooruitstrevend en intelligent? Dan ga je toch niet vallen over een bh-reclame op Hoog Catharijne? Maar kennelijk moet hij als lid van het kabinet zoiets zeggen van zijn nieuwe vrienden van de ChristenUnie. Het is triest.’

Maar die morele herbewapening speelt zich in Nederland toch op een veel breder front af? Neem 40 dagen zonder seks van de EO. ‘Ach, dat is helemaal niet van deze tijd, dat is echt onzin. Ken jij dan iemand die door zo’n programma besluit zijn maagdelijkheid te gaan bewaren? Natuurlijk trekken jongeren, voor zover ze een beetje weldenkend zijn, zich daar geen moer van aan. Zo’n Arie Booms ma (de presentator van het programma, WdJ) die wat zegt: een of andere freak van de EO! Zo’n Rouvoet! Ik heb niet het idee dat die mijn leven nou gaat veranderen. Mocht-ie willen! Het lukt hem hooguit bij domme mensen. Die laten zich door van alles beïnvloeden, door Geert Wilders bijvoorbeeld. Dat is pas erg: dat is haat.’

Maar ook leeftijdgenoten van je als Sunny Bergman en Stine Jensen zijn opgestaan, in hun specifieke geval tegen de huidige bimbocultuur. ‘Oké, wat Sunny Bergman in haar documentaire Beperkt houdbaar over bimbocultuur in Amerika liet zien was shockerend. Maar ik heb geen moment gedacht: wow, dit kan mij ook overkomen! Je laat je toch geen plastische chirurgie of zo’n achterlijke string opdringen omdat je vriendje dat nou toevallig zo mooi vindt?

‘Dat Stout-gedoe van Heleen van Royen en Marlies Dekkers ook, met die kousen en die zweepjes. Zó beyond burgerlijk. Ik was vorig jaar op de Huishoudbeurs, waar ze een stand hadden, en daar liepen dan al die vrouwtjes... echt heel erg triest. Dat is helemaal niet spannend of vooruitstrevend, dat is gewoon middle of the road. Het is geen seksualisering, geen allesoverkoepelend ding in onze maatschappij, het is gewoon een trendje dat weer overwaait. Zoals met de heupbroek en de dildo. Een vriendin van mij had zo ooit ook tien dildo’s in de boekenkast staan. Wat een treurnis!’

Haar eerste oogst NRC Next-columns is alweer in een harde kaft vervat: bij Prometheus verscheen vorig jaar Als je je ogen dicht hield, had het iets van glamour. ‘Aaf is leuk en dat is ze’, recenseerde het tijdschrift Glamour, ‘de prinses van de zelfspot, die vol vrolijke ironie de wijde wereld in zichzelf en om zich heen beschrijft’. ‘Een groot talent’, oordeelde aan de andere kant van het spectrum literair criticus Max Pam.

Inmiddels is ze ook door Hilversum ontdekt: met haar even meisjesachtige als stoïcijnse voorkomen siert ze als sidekick alweer een poosje het programma De wereld draait door op. Natuurlijk is ze gevleid. Maar laten we het niet groter maken dan het is. Zij, een icoon van haar tijd? Nou, echt niet hoor! ‘En dat is geen valse bescheidenheid. Ik had niet kunnen bevroeden dat het met de nieuwe krant zo goed zou gaan en tegelijkertijd ook met mijn column. Maar daarmee ben ik nog geen beroemde columnist. Ik ben Martin Bril of Jan Mulder niet, die al honderd jaar bezig zijn. Maar die status hoop ik nog wel eens te bereiken. Het is leuk als je zoveel erkenning krijgt.’

Op televisie verschijnen hoort bij het in goede banen leiden daarvan, vindt Aaf Brandt Corstius. ‘Ik ben als freelancer wel een bedrijf, hè?! Ik moet mijn naamsbekendheid en mijn reputatie hooghouden. De wereld draait door is de ideale plek om iets te doen op tv. Het is Matthijs z’n programma, het is waanzinnig populair, en er worden veel onderwerpen in behandeld die ikzelf ook aanpak, dus de show past goed bij mijn krant en bij mijn carrière. Zo doe je dat. Martin Bril doet dat als heel goede carrièremaker ook, en daar heb ik alle begrip voor.’

Anderzijds: vreemd blijft het hoe dan ook toch wel. ‘Je krijgt ineens reacties op je uiterlijk en op hoe je praat. Daar was ik als schrijvend journalist niet aan gewend. Men zegt de volgende dag niets over de goeie vraag die je in het programma hebt gesteld, maar je moet het doen met een opmerking als: ‘Eerst zat je haar leuker.’ Tja.’

Toegegeven: vroeger heeft ze heus wel gedroomd van echte glamour. Ze wilde zo’n klassieke toneelactrice worden, met wat roem en uitstraling betreft alles erop en eraan. Maar het werd na haar middelbare school een opleiding vertaalwetenschap. Pas toen ze werd aangenomen als leerling-journalist op de redactie van Folia gingen de luiken open: ja, dit was het – schrijven! Ze schreef voor glossy’s maar ook artikelen over bijvoorbeeld bedplassen, voor ouderbladen als J/M – ‘Ik kwam ze bij de verhuizing nu weer tegen. Dacht ik ook: you’ve come a long way, baby! Hahaha!’

Vader Hugo Brandt Corstius had het overigens altijd al wel gezegd dat ze dat goed kon, schrijven. Voor hem was het vanzelfsprekend dat Aaf die kant zou opgaan. Hij is trots op haar, schat ze: ‘Hij zegt dat hij mijn stukjes heel goed en leuk vindt. Dat geloof ik dan maar.’

Lijk je op hem? ‘Ik vind het goed dat columnisten scherp hun mening verkondigen en niet van die halfbakken dingen schrijven. Maar mijn vader voelde soms echt geen enkel mededogen met mensen. Misschien waren ze ook wel slecht en verschrikkelijk, maar persoonlijk vind ik dat je wel héél diep moet nadenken voordat je Eichmann gaat roepen tegen mensen.’

Heb je je voor hem geschaamd? ‘Niet voor zijn columns, meer voor hoe hij was. Maar iedereen schaamt zich natuurlijk voor zijn vader.’

Is dat zo? ‘Nou, ik ken héél veel mensen die zich rotschamen voor hun ouders. Hij is gewoon een onaangepaste figuur, en ik ben juist veel meer van laten we asjeblieft leuk en aardig doen.’

Ze vertelt de anekdote dat ze op Curaçao een keer de bus van het zee-aquarium terug naar het vakantiehotel misten, en dat haar vader woest zwaaiend op de weg ging staan om de shuttle alsnog tot stoppen te dwingen. ‘Dat soort dingen deed-ie dus vaak. Instappen zonder te betalen, uitvaren tegen de bediening in restaurants, ontploffen. Moesten we allemaal weer opstaan en achter hem aan de zaak uitlopen. Ik kan ook best wel assertief zijn, maar dit... tjezus. Dat was gewoon niet leuk als kind.’

Haar moeder overleed toen Aaf 6 was. Haar jongere broer en zus en zijzelf kwamen vervolgens onder een ouderlijk regime te staan dat bepaald bijzonder was.

‘We mochten altijd buiten spelen en constant kattekwaad uithalen, maar streng was het toch wel. Zo moesten we elke avond om 9 uur naar bed, ongeacht je leeftijd. Van mijn 6de tot en met mijn 18de, toen ik het huis uitging, moest ik elke avond op dat tijdstip naar bed. Hij ging dan werken en dan moest het dus stil in huis zijn.

‘Verder mochten we ’s middags ab-soluut geen tv kijken, en was lawaai ook ’s ochtends ten strengste verbonden. Dat betekende niet douchen. Best fijn hè, ’s morgens, douchen?! Maar nee dus. Jezus, zeker als je een puber bent, zweet je je een ongeluk. Maar het mocht niet.’

Heb je een grote rekening opgebouwd? ‘Ik vind het natuurlijk zielig voor mijn vader. Hij heeft er ook niet voor gekozen om in zijn eentje drie piepkleine kinderen groot te brengen. Maar ik moet dat ook niet steeds wíllen denken, want ik had uiteindelijk toch zelf ook een groot trauma. Als je moeder doodgaat als jong kind, dan heb je een groot probleem.’

Dus ja: ‘Ik ben me nu aan het afzetten. Mijn vader zegt weleens lachend dat ik me nu pas in mijn puberteit bevind, maar het is wel waar. Tot mijn 18de is hij een soort god voor me geweest, logisch. Ik was als de dood dat hem ook iets zou overkomen. Het heeft geduurd tot lang nadat ik het huis uit was gegaan, voordat ik van hem loskwam. Pas als eind-twintiger ben ik gaan denken: ja jeeezus man, wat was dat nou eigenlijk voor vage opvoeding?’

Hij was te veel kluizenaar of anderszins te vreemd om het te kunnen? ‘Mensen zeiden vroeger tegen me: ‘O, jouw vader?! Die is zo bijzonder en beroemd!’ Dan voelde ik wel trots, maar ik kon er uiteraard niets mee.’

Dat moet een typische boel zijn geweest als dan ook nog Arnon Grunberg bij jullie over de vloer was. ‘Ik heb dus écht geen zin om over hem te praten. Maar oké, je kiest natuurlijk heel vaak iemand uit die lijkt op je ouder, dat is gewoon zo. En dat is meestal dus niet degene die uiteindelijk het beste bij je past.’

Je bent nu gelukkig. Je ex zal je met terugwerkende kracht kunnen begrijpen. ‘Ik denk dat-ie me nooit begrepen heeft. Gijs werkt ook heel hard en hij is ook ambitieus, maar hij is verder helemaal anders.

‘Gijs is heel lief en toegewijd. Dat is het grote verschil. En ja, dat zijn toch eigenschappen die ik hoog heb zitten, al ben ik daar behoorlijk laat achtergekomen. Ik was indertijd ook zo van: ooo, iemand vindt me leuk. Dan was ik al zó blij.

‘Dat heb ik altijd al gehad, dat ik al blij was dat ik een relatie hád. En die mocht dan nog zo ingewikkeld zijn, dat maakte niet uit: ik deed er toch wel alles voor. Ik was toegewijd. Te. En het moet niet alleen maar om een ander draaien. Dat heb ik door schade en schande geleerd, zoals dat heet.’

En dan is het half vijf in de middag in grand café Dauphine en is het ogenblik aangebroken dat Aaf Brandt Corstius nu echt moet opstappen, naar de trein. Op naar Almere, waar Gijs woont.

‘Een hoop mensen veronderstellen dat het met een gebrek aan liefde heeft te maken, dat wij niet samenwonen. Maar zo zie ik het helemaal niet. Ik vind het juist romantisch. Als je dan samen bent, kies je er ook echt voor. Dan heb je echt een afspraak.’

Wat het dit weekeinde worden gaat? Nou, ‘een vuurtje maken’, of samen met de hond wandelen. ‘Hartstikke leuk, hoor!’

cv

AAF BRANDT CORSTIUS

geboren 3 maart 1975, Haarlem

middelbare school Vossius Gymnasium, Amsterdam

werk

2002 Redactrice bij ELLE

Sinds 2002 freelancer

Sinds 2006 columnist NRC Next en medewerking aan Desmet live (radio) en De wereld draait door

Publicaties

2002 Goedkoop + Lekker

2006 Het jaar dat ik 30 werd

2007 Als je je ogen dicht hield, had het iets van glamour

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden