A.H.J. Dautzenberg

Veel verhalen, flauwe en schokkende, in Dautzenbergs bundel.

A.H.J. Dautzenberg: En dan komen de foto's

***


AtlasContact; 336 pagina's; euro 19,95.


De grens tussen werkelijkheid en fictie onderzoeken, zo formuleert A.H.J. Dautzenberg (1967) de essentie van zijn schrijverschap. 'Een schrijver mag, nee móét confabuleren', schrijft de auteur van de autobiografisch geduide romans Samaritaan en Extra tijd, en pamfletten waaronder Rafelranden van de moraal (dat op de titelpagina 'novelle' heet).


In al zijn publicaties, ook in de te verschijnen brievenroman De fictiefabriek, waaraan hij met meesterfabulator Diederik Stapel werkt, keert Dautzenberg zich tegen het dominerende 'Nieuwe Realisme' in de literatuur, en strijdt hij voor de verbeelding. 'Met mijn nachtoog probeer ik telkens opnieuw mijn aangename dromen vast te nieten aan de wakkere dag.'


Dat mooie woord 'nachtoog' komt terug als titel van een verhaal in En dan komen de foto's, Dautzenbergs nieuwe bundel met liefst veertig verhalen. Een man droomt van een ridder en een cowboy, terwijl in het echte leven zijn huis in brand staat. Hij weigert zijn droomwereld te verlaten, ook al wordt hij steeds wakker van de rook die in zijn ogen prikt. Een programmatisch verhaal, uiteraard: 'met mijn ogen dicht kan ik veel meer zien.'


Staat bij Dautzenberg de verbeelding dan voor wegdromen in zoete ridderverhalen? Juist niet - hij toont in de bundel een buitengewone fascinatie voor het duistere, het shockerende, het subversieve. Zijn personages doen aan incest, blasfemie en (genitale) verminking. In 'Lotusbloemen' krabt een man net zo lang aan een moedervlek op de rug van zijn vrouw tot ze een melanoom ontwikkelt.


Zo met zijn veertigen bij elkaar is het effect niet altijd sterk. In het begin schuren de verhalen, moet je je walging onderdrukken, maar na een stuk of tien weet je het wel. Als dan iemand in de eerste alinea de oven aanzet op 200 graden, 'voor een knapperige korst', vermoed je meteen waar het naartoe gaat (kannibalisme? Ja hoor, er worden baby's gegeten).


Parels komen ook voorbij, met prachtige surrealistische beelden of rauwe humor. Het best zijn de verhalen die alleen uit dialoog bestaan. Een 'symbool' dat terechtstaat voor optimisme, een kleurenblinde curator met een afwijkende visie op kunst die nog hout snijdt ook, een vrouw die bloedserieus haar bilspleet-esthetiek uiteenzet. In de dialoog-roman Samaritaan, het 'autobiografische' verslag van zijn vrijwillige nierdonatie, liet Dautzenberg al zien dat hij deze vorm uitstekend beheerst.


Kostelijk is ook 'Maupertuus', dat zich afspeelt in het Roland Holsthuis in Bergen, een schrijversresidentie. De verteller citeert pagina's lang uit het gastenboek, waarin Nederlandse literatoren zich van hun banaalste kant laten zien. 'We hebben pannenlappen aangeschaft. Gebruik ze!'


Dautzenberg buit de vele mogelijkheden van het korte verhaal uit. We lezen een prozagedicht, een parodiërend essay over porno, een wiskundige formule. Een band heeft 'het totaaltheater van mijn tinnitus gethematiseerd' - de betekenis is raadselachtig, maar allitereren doet het.


Dautzenberg weet precies wat literatuur is en wat niet. Zonde dus dat hij op het laatst een zelfinterview heeft toegevoegd, waarin hij die ideeën nog even expliciet op een rijtje zet. Poëtica verwordt hiermee tot stokpaardje.


Dat hij hierin tevens 'bekent' dat hij nooit echt een nier heeft gedoneerd (een mediarel is alweer geboren) moeten we niet al te serieus nemen. De auteur schept graag raadsels, schreef hij al in Rafelranden.


Panache heeft Dautzenberg in ieder geval. In zijn proza is dat soms effectief, maar laat die pamfletten maar zitten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden