A.F.Th. steekt dikke middelvinger op

Zuinigheid was lange tijd het credo in de Nederlandse literatuur. A.F.Th. heeft daaraan op grootse wijze een einde gemaakt.

Auteur A.F.Th. van der Heijden.Beeld Frank Ruiter / de Volkskrant

Het allereerste grote deel van A.F.Th. van der Heijdens cyclus De tandeloze tijd, Vallende ouders, begint meteen goed. 'Catastrofes treden zelden in hun eentje op. Het liefst overvallen ze je in groepsverband. Ze trommelen elkaar op en kondigen elkaar aan: de ene ramp is jobsbode namens de andere. Op zekere nacht schieten ze allemaal tegelijk als paddestoelen uit de grond, om de volgende ochtend al hun hoed leeg te schudden. Zo laat elke catastrofe zijn sporen na in de gedaante van reeksen nieuwe catastrofes.'

Zo, dat staat, de schrijver kan even vooruit. Het is alsof hij het bouwplan voor de cyclus dat hij in zijn hoofd heeft alvast voor de lezer uittekent. Niet dat De tandeloze tijd louter uit catastrofes bestaat, maar we hebben er sinds dat eerste deel, dertig jaar geleden, toch heel wat voorbij zien komen.

Boeken treden zelden in hun eentje op - bij A.F.Th. dan toch. Ze trommelen elkaar op en kondigen elkaar aan.

Zo is het gegaan, in het oeuvre van A.F.Th., niet alleen met De tandeloze tijd, maar ook met zijn andere literaire weefsel, Homo Duplex. Tussendoor schreef hij losstaande romans, zoals Tonio en De ochtendgave - al mag niet worden uitgesloten dat die ooit ook nog zullen worden ingekapseld in een groter geheel. A.F.Th. is een bezeten kathedralenbouwer.

Lang is in de Nederlandstalige literatuur de kaalheid bewierookt, met Nescio en Elsschot als sprekende voorbeelden. Tot op het bot uitgebeend proza, dat was je ware. Op de universiteiten leerden aankomende Neerlandici dat uitbundigheid en vertelplezier overduidelijke tekenen van zwakte waren, kenmerken van B-literatuur die niet serieus hoefde te worden genomen.

'Als het schrijven ophoudt, houdt alles op' (+)

De afgelopen jaren ontving A.F.Th. van der Heijden zelden iemand in zijn werkkamer. Nu spreekt hij er uitgebreid over zijn schrijversleven en zijn nieuwste roman, Kwaadschiks, waarin hij een psychopaat ontleedt. Lees het interview hier.

Dat inzicht gaven zij braaf door wanneer ze eenmaal voor de klas stonden of in kranten boeken mochten bespreken. Dat de strenge Hollandse literatuuropvatting generaties lezers verdreef naar sappiger oorden - met name naar de Angelsaksische literatuur - deed er niet toe. Toen ik klaar was met mijn studie Nederlands was ik - dacht ik toen - voorgoed genezen van de grieperigheid van de Nederlandse roman. Het was een zesjarige cursus in weerzin, ik zwoer dat ik er niks meer mee te maken wilde hebben en ik zocht mijn heil voortaan in het buitenland.

Natuurlijk waren er uitzonderingen: de oude Couperus, Claus, Hermans in sommige van zijn oudere romans, Vestdijk. Maar het diepste wezen van de vaderlandse letteren werd gekenmerkt door het schrappen van elke vermeend overbodige uitleg, het vermijden van franje, uitweidingen en zijpaden. Zuinigheid was het credo, de recensent speurde ijverig naar zinnetjes waarin die het mooist naar voren kwam of die juist wezen op een ongewenste vorm van levenslust. Daarop, en op andere uitingen van frivoliteit en speelsheid, stond verbanning; saaie functionaliteit was heilig, bij voorkeur vervat in zo klein mogelijke vertelsels vol miezerigheid, deceptie en neerslachtigheid.

Ruige thriller vol ragfijne vondsten

A.F.Th. van der Heijden laat zijn personages in deel 6 van De tandeloze tijd-cyclus, de ruige thriller Kwaadschiks, met wellust kijken. Wat zij zien, wordt ragfijn verwoord. Lees de recensie hier.

A.F.Th. van der Heijden komt de eer toe daaraan definitief en op grootse wijze een eind te hebben gemaakt en het pad te hebben geëffend voor de schrijvers na hem die geen boodschap meer hadden aan de calvinistische schraperigheid, aan de dorre opeenstapeling van gortdroge zinnen die zich niettemin met geen vlammenwerper tot ontbranding lieten brengen.

Godzijdank zijn we daarvan verlost, al zal het nog even duren voor ook de laatste resten Staphorst in onze letteren zijn opgeruimd. A.F.Th. schonk de Nederlandse literatuur een nieuw perspectief. Hij haalde de grote wereld binnen in zijn boeken en deed omstandig en met zichtbaar plezier verslag, zonder zich te storen aan de oude dogma's. In de dertienhonderd pagina's van Kwaadschiks steekt hij nog eens zijn middelvinger op naar de strenge ouderlingen die onze literatuur te lang hun eigen miezerige geloofje hebben opgelegd.

En mooie zinnen genoeg, overigens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden