9-tot-5-mentaliteit definitief voorbij

Steeds meer 'vrijwillig' extra uren draaien

Voor bankiers en advocaten is overwerk eerder regel dan uitzondering. Maar die worden tenminste nog goed betaald. Ook in andere sectoren neemt het aantal vaak onbetaalde extra uren sterk toe.

De klok is rond: overwerken is normaal geworden. Beeld Ivo van der Bent

Het is tegen 8 uur 's avonds op de Amsterdamse Zuidas als een twintiger met achterover gekamd haar en gekleed in een als vacuüm gezogen maatpak per telefoon het thuisfront probeert te sussen. Terwijl hij naast de Viñoly-wolkenkrabber staat uit te leggen waar hij blijft, zijn twee collega's alvast doorgelopen naar Julia's bij station Zuid voor een snelle pasta arrabiata of carbonara. 'Ja, maar het loopt anders. Uiterlijk half tien zijn we klaar.' Even later, als de vredesbesprekingen zijn afgerond, verdwijnen de drie met kartonnetjes pasta in de hand door de deuren van de Ito-toren, waar ergens op een van de 25 verdiepingen hun deadline ligt te wachten.

De Zuidas is het epicentrum van het Nederlandse overwerken. Hoewel de werktijden in het zakendistrict waarschijnlijk nog lanterfanterig afsteken bij de financiële centra van Londen, New York of Singapore, houden sommige advocaten, bankiers en vastgoedadviseurs er aan de Zuidas uren op na die eerder lijken op de openingstijden van een supermarkt.

'Of ik heb overgewerkt? Ik ben nog aan het overwerken', zegt een Marokkaans-Nederlandse bankier van 31 als hij om kwart voor 8 's avonds over het Gustav Mahlerplein snelt. Zijn naam en werkgever noemt hij liever niet. Hij werkt vandaag van 8 uur 's ochtends tot 10 uur 's avonds, vertelt hij op weg om avondeten te scoren in een van de toko's van station Zuid. 'Dit valt nog mee. Sommige collega's werken regelmatig tot 2 of 3 uur 's nachts door om een project af te maken.'

Met zijn 14-urige werkdag is deze bankier een soort binnenstebuitenkering van de geschiedenis. In de 19de eeuw, toen (kinder)arbeiders nog vergelijkbare werkdagen draaiden in de fabrieken, streden socialisten voor invoering van de 8-urige werkdag onder de leus 'Acht uren voor arbeid, acht uren voor recreatie, acht uren voor rust'. Tegenwoordig is het juist een elite van dikwijls hoogopgeleide, goedbetaalde werknemers die er 19de-eeuwse werktijden op na houdt.

19de-eeuwers zouden zich waarschijnlijk ook in de ogen wrijven bij het geluk van sommige werkgevers. Vanuit China komen zo nu en dan nog berichten naar buiten over fabrieken waar arbeiders tegen hongerloontjes werk-dagen van 15 uur moeten draaien zonder uitbetaald te krijgen voor overuren. In het Westen draait een deel van de werknemers niet heel veel minder lange werkdagen, ook zonder uitbetaald te krijgen voor overuren, maar dan vrijwillig, zonder dat de werkgever erom hoeft te vragen. In het geval van bankiers met hun fijne salarissen of advocaten met hun declarabele uren hoeven we daar misschien niet al te veel medelijden mee te hebben, maar wat te denken van overwerkende verpleegkundigen, of leraren?

Beeld Ivo van der Bent

Wiskundedocent

Het thema overwerken haalt normaal gesproken even vaak het nieuws als de paasmarkt van Oudemirdum of het baltsgedrag van de roodwangschildpad. Dat veranderde begin dit jaar toen de lerares Denise Hupkens haar voormalige werkgever, het Visser 't Hooft Lyceum uit Leiden, voor de rechter daagde. Hupkens eiste dat de school de duizenden onbetaalde overuren zou uitbetalen die ze jarenlang had gemaakt als wiskundedocent. Officieel had ze een contract voor net geen vier dagen, maar in de praktijk kwam ze door een overvloed aan lesuren, nakijkwerk en mentorleerlingen naar eigen zeggen uit op een werkweek van 47 uur. Haar school gaf haar te veel taken voor te weinig tijd, waardoor ze een groot deel van haar arbeidsuren veredeld vrijwilligerswerk aan het doen was, zei Hupkens in een interview met de Volkskrant. 'Een vorm van uitbuiting jegens de werknemer', betoogde haar advocaat.

Het Haagse gerechtshof stelde Hupkens eind januari echter in het ongelijk: het Visser 't Hooft Lyceum hoefde haar overuren niet alsnog uit te betalen. De school had haar immers geen specifieke opdracht gegeven tot het verrichten van overwerk, redeneerde de rechter. Bovendien was de medezeggenschapsraad van de school akkoord gegaan met de hoeveelheid taken en tijd voor de docenten, aldus het hof. Hupkens gaat tegen die uitspraak in cassatie.

In het hof van de publieke opinie verging het Hupkens weinig beter. Ze oogstte bijval onder een deel van haar collega's, maar kreeg ook hoon over zich heen. Ze moest niet zo zeuren, was de teneur: overwerken hoort er nu eenmaal bij in het onderwijs. 'Wie een beroep kiest met veel vakantie moet niet klagen dat hij in zijn werktijd harder moet werken', schreef een oud-docent bijvoorbeeld in de Volkskrant. 'Het gaat zo moeizaam', verzucht Hupkens. 'Er is een klein vast groepje van sympathisanten. Maar het overgrote merendeel van de docenten is zich niet bewust van een probleem, of ziet het probleem wel, maar durft er niet voor uit te komen.'

Burn-outklachten

Hoewel de werkdruk in het onderwijs notoir hoog is - 21 procent van de docenten kampt met burn-outklachten, veruit het meest van alle sectoren - staat de sector niet op zichzelf. Burn-outklachten nemen al jaren toe: van 11 procent van de bevolking in 2007 naar ruim 14 procent in 2014. Van de Nederlandse mannen zegt 36 procent regelmatig over te werken, van de vrouwen 28 procent, blijkt uit de recentste CBS-cijfers van 2013. Deze percentages zijn voor een belangrijk deel conjunctureel bepaald: tussen de eeuwwisseling en het begin van de financiële crisis nam het aantal overwerkers snel toe, daarna liep het weer terug. Gemiddeld draaien Nederlandse mannen 3,7 overuren per week, vrouwen 2,4 overuren.

Deze gemiddelden verhullen grote verschillen tussen opleiding, leeftijd en beroep. De helft van de hoogopgeleide mannen werkt regelmatig over, tegenover een kwart van de laagopgeleide mannen. Onder hoogopgeleide mannen tussen de 35 en 45 jaar oud is het aantal overwerkers dan weer het allerhoogst. In de sectoren onderwijs, transport en ict wordt het meest overgewerkt, gevolgd door de financiële wereld en de zakelijke dienstverlening.

Maar liefst de helft van het overwerk is bovendien onbetaald, blijkt uit TNO-cijfers, iets wat vooral hoogopgeleiden treft. Juridisch gezien is overwerken een grijs gebied, zegt Mijke Houwerzijl, hoogleraar arbeidsrecht aan de universiteit van Tilburg. Dat hoogopgeleiden minder vaak krijgen uitbetaald voor overuren dan laagopgeleiden heeft er onder meer mee te maken dat overwerken in bijvoorbeeld de bouw en de schoonmaak vaak helder is vastgelegd in cao's, in tegenstelling tot sectoren waar veel hoogopgeleiden werken.

'Er moet een duidelijke vraag en verplichting zijn tot overwerk om uitbetaald te krijgen voor overuren. Als ik 's avonds doorwerk, doe ik dat omdat ik dat zelf handig vind, niet omdat ik daartoe een uitdrukkelijk verzoek heb gekregen van mijn werkgever.' En dus kwalificeert het contractueel niet als overwerk waarvoor de werkgever moet uitbetalen, zegt Houwerzijl.

Beeld Ivo van der Bent

Schemergebied

Vanuit gezondheidsoogpunt was het van oudsher ook logisch om laagopgeleiden beter te beschermen tegen overuren dan hoogopgeleiden omdat de eersten doorgaans het fysiek zwaarste werk doen. Maar door de vervaging tussen werk en privé in de digitale samenleving is een schemergebied ontstaan, zegt Houwerzijl. Ooit waren er alleen nog pagers, waarmee een klein gedeelte van de beroepsbevolking in geval van nood kon worden opgepiept. Nu heeft vrijwel iedereen dankzij smartphones en tablets permanent toegang tot zijn e-mail. In de Verenigde Staten zijn al de eerste rechtszaken gevoerd tegen werkgevers die van hun personeel verwachten dat ze 's avonds laat nog op e-mails reageren en zo onbetaalde overuren maken.

Een e-mailtje versturen buiten kantoortijd heeft de ouderwetse prikklok vervangen, constateert Joost van der Gulden, hoofd van de opleiding voor bedrijfsartsen aan de Radboud Universiteit. Hij deed samen met twee collega's onderzoek naar de overwerkcultuur aan universiteiten. 'Leidinggevenden appreciëren het wanneer werknemers 's avonds of in het weekend online zijn. Via mailcontact buiten kantoortijd tonen ze hun betrokkenheid.'

Beeld Ivo van der Bent

Dit leidt tot allerlei nieuwe verplichtingen, waarin kantoortijd nauwelijks nog betekenis heeft, zegt Van der Gulden. 'Onze studenten verwachten dat docenten meteen reageren, zoals hun Facebook- en Whatsapp-vriendjes dat doen. Ik krijg soms op zaterdag een mail van een student en dan op zondag een reminder. Het is volstrekt bizar dat studenten veronderstellen dat je 24/7 paraat bent.'

In het tijdperk van 'het nieuwe werken' zijn werktijden grenzeloos geworden. Voor veel werknemers is het niet meer nodig elke dag van 9 tot 5 hun gezicht te laten zien op kantoor. Werknemers vinden het over het algemeen zeer positief dat ze makkelijker thuis kunnen werken. Het draagt naar hun gevoel bij aan een betere balans tussen werk en privé, blijkt uit onderzoeken. Tegelijkertijd leidt thuiswerken er in de praktijk vaak toe dat mensen eerder meer gaan werken dan minder, constateert Van der Gulden. Dat heeft er ook mee te maken dat werkgevers niet meer rekenen in 'kloktijd' maar in 'taaktijd': ze toetsen niet of hun personeel wel lang genoeg werkt, maar of ze hun taken op tijd afhebben en goed uitvoeren. Op zichzelf is het logisch om mensen op hun taken en niet op hun arbeidsuren te beoordelen: een hartpatiënt zou het vermoedelijk ook niet waarderen wanneer de cardioloog de dotterbehandeling halverwege zou staken met de mededeling dat zijn 8-urige werkdag erop zit. Maar de grotere autonomie om het werk zelf te plannen leidt in veel beroepen tot langere werktijden dan in het contract is afgesproken, merkt Van der Gulden. Het nieuwe werken leidt dan onbedoeld tot het nieuwe overwerken.

Werkgevers hebben er niet altijd belang bij om goed in te schatten hoeveel taken uitvoerbaar zijn in een normale werkweek. Het personeel werkt immers toch wel door tot alles af is en de overuren zijn gratis. Vaak moeten werknemers overuren maken omdat bedrijven eigenlijk onderbezet zijn: werkgevers snijden zo hard in fte's dat de overgebleven werknemers te veel taken voor hun kiezen krijgen, zegt werkdrukexpert Jan Verhagen van vakbond FNV.

De werkgever incasseert de baten van het overwerken. Maar de kosten, zoals burn-outs of ouders die weinig bij de opvoeding van hun kinderen betrokken zijn, komen voor een belangrijk deel op conto van families en de samenleving in het algemeen. Het overwerken van de man die op zondag het vlees komt snijden leidt dikwijls ook tot het overwerken van zijn vrouw bij de opvoeding van hun kinderen, zoals ook het afgelopen week verschenen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau over de geringe vrije tijd van vrouwen laat zien.

Leuk en aardig deze bespiegelingen, maar welke keus heb je als ambitieuze werknemer? 'Je moet wel meegaan met de rest, het kan niet zo zijn dat je op vrijdag om half 6 weggaat terwijl de rest van je collega's er nog zit om de belangrijke beslissingen te nemen', zegt een controller bij een bedrijf aan de Zuidas - welk zegt ze liever niet - als ze rond half 8 's avonds haar trein probeert te halen. Ze heeft net drie 'vermoeiende' weken in Amerika achter de rug waarin ze elke dag 13 uur werkte aan een project van haar werkgever - 'zonder weekend'. Normaal gesproken werkt ze 55 uur per week. 'Ik doe het liever niet, zoveel overwerken, maar het hoort erbij', zegt de vrouw van rond de 40. 'Ik heb zelf geen gezin, dus ik kan het me wat makkelijker permitteren.'

'Een werkweek van 40 uur, daar red je het niet mee', zegt ook de 31-jarige bankier met de 14-urige werkdag. 'Het overwerk accepteer ik, daar heb ik voor gekozen. Ik zie het als een investering: ik ben nog jong, het is nu zaak een goed fundament te leggen.'

Bovendien bestaat er natuurlijk de op zijn minst theoretische mogelijkheid dat mensen hun werk gewoon ontzettend leuk vinden. Misschien denken ze helemaal niet in termen van 'werk' en 'overwerk'. Misschien vinden ze de 8-urige werkdag wel een hopeloos ouderwetse constructie, bedacht toen er nog cholera-epidemieën heersten in Nederland en er nog paardentrams rondreden. 'Ik kies er zelf voor, het wordt niet van me gevraagd', zegt een 38-jarige vastgoedadviseur rond 7 uur 's avonds op de Zuidas. Hij werkt vandaag van half 9 tot 8 uur 's avonds, 'een gewone dag'. 'Ik ben in loondienst, maar ik zie het meer als ondernemerschap. Ik hou gewoon van mijn werk, het overwerken beschouw ik niet als iets negatiefs.'

Beeld Ivo van der Bent

Balans

Op een enkele uitzondering na zegt niemand van de overwerkers op de Zuidas die avond problemen te hebben met hun lange uren. 'Ik geloof er helemaal geen reet van', reageert de financieel directeur van een handelshuis terwijl hij om 10 voor 8 voor de Ito-toren zijn tweede sigaret opsteekt. 'Misschien hebben ze er nu geen problemen mee om 14 uur te werken, totdat ze 40 of 45 zijn. Ik denk dat je zo niet in balans blijft. Dat zie ik aan collega's, die komen op een leeftijd dat ze zeggen: het wordt te zwaar, ik ga eruit.'

Zelf werkt de vijftiger uit principe nooit meer dan 9 uur per dag. 'Negen harde uren, dat is genoeg. Ik kan me niet voorstellen dat mensen 12 uur per dag kunnen leveren en dan de volgende dag weer. Dat kan niet. Ik zie het ook nooit bij ons op de werkvloer, ik zie dat de prestaties gewoon minder worden na een lange dag.'

Dergelijk lange werkdagen zijn dikwijls moeilijk vol te houden op espresso's alleen. 'Dat de Zuidas ook wel de Snuifas wordt genoemd, is niet alleen maar op een mythe gestoeld', weet 'Zuidasdominee' Ruben van Zwieten. Hij is predikant en initiator van De Nieuwe Poort, het in de Viñoly-toren gevestigde 'huis voor ontmoeting en inspiratie' voor de gejaagde bankiers en advocaten van de Zuidas.

'Heel veel mensen op de Zuidas zijn dealmakers: die maken een all-nighter om een deal af te maken. Aan het eind van de nacht staat er een taxi klaar, dan gaan ze naar huis, nemen een douche en gaan daarna met de taxi weer terug naar hun werk. Als je jong bent, kan dat machtig mooi zijn. Maar er ontstaan problemen wanneer je geen maat meer kan houden.'

Beeld Ivo van der Bent

Doe-modus

Sommige werkgevers aan de Zuidas bieden hun personeel zelfs cursussen aan om burn-outs te voorkomen. Als mindfulness-trainer Thomas Bijsterbosch 's ochtends de berichtjes op zijn telefoon bekijkt, leest hij met enige regelmaat om 3 uur 's nachts verstuurde berichtjes van cursisten dat ze net van kantoor komen en helaas te moe zijn om naar de ochtendlijke mindfulness-sessie te komen.

Bijsterbosch leert zijn cursisten met stress omgaan en aandacht te hebben voor het hier en nu. Veel advocaten en bankiers maken zulke lange werkdagen dat ze in hun vrije tijd niet tot rust kunnen komen, merkt Bijsterbosch. 'Ze zijn de hele dag zo stervensdruk geweest dat ze daarna niet weten hoe ze niets moeten doen. Ze gaan dan thuis alsnog in de doe-modus, want dan leef je, dan besta je. Ze kunnen niet stoppen. Dat leer ik hun: niets doen, alleen maar zijn.'

Hoe sympathiek het ook is dat bedrijven dit soort cursussen betalen voor hun werknemers, toch heeft het iets weg van symptoombestrijding. Beter met stress leren omgaan is nuttig, maar verandert niets aan de oorzaak van het probleem.

Ruben van Zwieten maakt zich zorgen over de gevolgen van de overwerkcultuur, met de Zuidas als extreem voorbeeld. 'De mensen op de Zuidas hebben echt invloed op de toekomst van Nederland en Europa. Maar door al het overwerken zijn ze bezig om specialist te worden op een heel nauw gebied. Een roman lezen hebben ze bijvoorbeeld vaak al jaren niet gedaan, hooguit de biografie van Steve Jobs, of De zeven eigenschappen van effectief leiderschap.

'Dat terwijl we juist in het huidige tijdsgewricht meer dan ooit generalisten nodig hebben, die verbanden kunnen leggen tussen technologie, globalisering, Europa, et cetera. En op een dag komt een van deze mensen aan de knoppen te zitten van zijn bedrijf, na twintig jaar nooit zijn rechterhersenhelft te hebben geprikkeld of afstand te hebben kunnen nemen van zijn werk. Dan is het moeilijk om van de ene op de andere dag te veranderen van de homo economicus in de homo universalis die de samenleving nodig heeft.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.