Reconstructie De vlucht van Winfried Freudenberg

8 maart 1989: Zo vloog het laatste slachtoffer van de Berlijnse Muur zijn dood tegemoet

De persoonlijke bezittingen van Winfried Freudenberg hangen nog aan de ballon waarmee hij vluchtte. Beeld Getty

De wind is gunstig, dus besluit hij te gaan. In een zelfgemaakte ballon wil Winfried Freudenberg naar West-Berlijn vluchten. Het noodlot slaat toe als zijn vrouw aarzelt. Freudenberg zal het laatste slachtoffer zijn dat de Muur eist, precies 30 jaar geleden.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Op het allerlaatste moment raakt de 23-jarige Sabine Freudenberg in ­paniek. Haar 32-jarige man Winfried heeft zich al vast­gemaakt aan de ballon die hen over de Berlijnse Muur moet voeren. Maar de ballon vult zich te langzaam met gas en de politie nadert. ‘Snel, stijg op’, roept Sabine. ‘Nee, kom mee’, schreeuwt Winfried. Sabine: ‘We blijven samen hier, we leven nog. Dat is het belangrijkste.’ Winfried stijgt toch alleen op, en vaart de dood tegemoet.

Het is 8 maart 1989, acht maanden en één dag voordat de Muur valt en daarmee de deling van Berlijn ten einde komt. Winfried Freudenberg is het laatste slachtoffer van een poging om de hoofdstad van de communistische Duitse Democratische Republiek (DDR) te verruilen voor het vrije West-Berlijn. Meer dan 130 landgenoten vóór hem haalden de andere kant niet sinds de muur in 1961 door de DDR-autoriteiten was opgetrokken. De meeste slachtoffers werden in het niemandsland tussen Oost en West doodgeschoten door ­Vopos, agenten van de Volkspolizei.

‘Niemand had er rekening mee gehouden dat de Muur zou vallen’, zegt Winfrieds broer Reinhold Freudenberg dertig jaar later telefonisch vanuit het stadje Lüttgenrode, waar beiden opgroeiden nabij de zwaarbewaakte grens die de twee Duitslanden scheidde. ‘Niemand kon erin geloven. Honecker (DDR-leider, red.) had in ­januari 1989 nog gezegd dat de Muur honderd jaar zou blijven staan. Voor Winfried moet dat een aansporing zijn geweest, want het was een ondraaglijke gedachte.’

‘Het kan niet waar zijn, het mag niet waar zijn’, denkt Sabine op de avond van 9 november 1989. Ze ziet dan de aankondiging van de DDR-machthebbers op de Oost- en West-Duitse tv: burgers mogen naar West-Duitsland reizen. Ab sofort, meteen. Als versteend neemt ze de boodschap in zich op.

‘Alles kwam weer boven: de dood van haar man enkele maanden eerder, de vertwijfeling aan het begin van de ballonvaart, haar onmiddellijke gevangenneming door de Stasi (de Oost-Duitse geheime dienst, red.). Het was een traumatische ervaring’, zegt de Berlijnse schrijver  Caroline ­Labusch, die dit voorjaar het boek Ich hatte gehofft, wir können fliegen over de tragedie publiceert. Het is goeddeels gebaseerd op gesprekken met de ­ weduwe van Winfried, die zelf pas na publicatie overweegt te praten met de pers. Decennialang stond Sabine journalisten slechts sporadisch te woord.

Labusch is al jarenlang gefascineerd door het verhaal van de dodelijke vlucht en de drijfveren van het echtpaar Freudenberg. Het leverde een toneelstuk op (2015) en een radiodocumentaire (2017), een reconstructie op basis van vele gesprekken en stapels documenten. Ze heeft inmiddels een goed beeld gekregen van de vrouw die ‘ambivalent’ stond tegenover de vluchtpoging. In de radio­documentaire had Sabine al gezegd: ‘Ik was niet enthousiast. Ik wilde bij hem zijn, we wilden verder samen ­leven.’

De voorbereiding: Pink Floyd en D-Marken

Winfried en Sabine zijn weliswaar getrouwd, maar kennen elkaar nog maar kort en verschillen hemelsbreed van elkaar. De in Berlijn ­wonende Sabine is een vlijtige chemiestudent, lokaal bestuurslid van de communistische jeugdbeweging FDJ, en beleeft veel plezier aan vrienden en anderen in haar omgeving. Winfried, die Sabine in haar studententijd heeft leren kennen, wil maar een ding: de DDR verlaten.

Na hun huwelijk, in oktober 1988, vervaardigen ze thuis in de wijk Prenzlauerberg in het diepste geheim een ballon uit plastic folie en kleefband; 13 meter hoog, met een doorsnee van 11 meter. Winfried, een ingenieur, heeft een baan gevonden bij een staatsonderneming die gas ­levert en hij beschikt over een sleutel om het bedrijfsterrein te betreden.

Op 7 maart doet hij dat, ’s avonds laat, samen met Sabine. Er staat een gunstige noordoostenwind. In een Trabant rijden ze met het omhulsel van het gevaarte naar het bedrijfsterrein. Daar bevestigen ze aan de ballon een ‘eenvoudige zitconstructie’, zoals het in de ambtelijke taal van de Staatsveiligheidsdienst heet: het is niet meer dan een plankje. Bij het urenlange laden van de gasballon gaat er iets mis: het echtpaar wordt opgemerkt door een wandelaar die de ­politie waarschuwt. De tijd dringt. Na de korte woordenwisseling met ­Sabine stijgt Winfried rond 2 uur ’s nachts op, op afstand gadegeslagen door politiemensen die niet durven te schieten uit angst voor een explosie.

Dan volgt een bijna vijf uur durende hellevaart. De ballon bereikt bij een draaiende wind een hoogte van meer dan 2.000 meter, de temperatuur ligt onder het vriespunt. Winfried passeert het vliegveld Tegel waar hij had gehoopt te landen. De vlucht voert hem over grote delen van West-Berlijn, maar de ballon drijft steeds verder terug naar het verafschuwde oosten. Bij het ochtendgloren komt de vlucht ten einde. Winfried valt te pletter in een tuin in de wijk Zehlendorf in West-Berlijn, de ballon belandt enkele honderden meters verderop in een boom. In het gras liggen tassen met persoonlijke bezittingen, waaronder wetenschappelijke boeken, cassettebandjes met ‘Westmusik’ (Pink Floyd, Dire Straits) en West-Duitse D-marken.

De toedracht is nooit duidelijk geworden. Is Winfried in paniek geraakt en heeft hij besloten te springen? Is hij bevangen door de snijdende kou? Heeft de ballon het begeven? De West-Duitse media staan bol van de speculaties.

De vergelding: in handen van de Stasi

De krant Neues Deutschland, het orgaan van de communistische machthebbers in het oosten, doet de dodelijk val af met een paar regels: ‘Zoals westelijke media melden, is in Berlijn (West) een burger dood aangetroffen. De echtgenote van de betrokkene heeft tegenover de autoriteiten van de DDR bevestigd dat haar man met een zelfgemaakte ballon opgestegen en klaarblijkelijk neergestort is.’

Op basis van de persoonlijke documenten die de politie vindt op de plek waar de ballon is opgestegen, staan Stasi-agenten al bij Sabine op de stoep als ze ’s nachts thuiskomt. De dood van Winfried laat de Stasi koud, maar de geheime dienst gist naar de ‘emo­tionele achtergronden’ van de vluchtpoging. Keer op keer wordt Sabine de vraag gesteld of ze het initiatief van haar man steunde, want dat bepaalt de straf die haar als mogelijk ‘Republiekvluchteling’ moet worden opgelegd. Ze wordt tot 3 jaar cel veroordeeld, maar komt in oktober 1989 vervroegd vrij – luttele ­weken voor de Muur valt.

Ook broer Reinhold, die op een landbouwbedrijf werkt, wordt verhoord. ­‘Gelukkig wist ik niets van de plannen van Winfried. Had ik ervan geweten, dan was op z’n minst mijn werk in gevaar gekomen en had ik misschien ook wel de cel in gemoeten. Winfried had het contact met zijn familie verbroken om niemand in problemen te brengen.’

Zijn broer had geen ideologische motieven, denkt Reinhold. ‘Voor zover ik weet heeft hij zich nooit aangesloten bij een van de vele nieuwe oppositiegroepen, eind jaren tachtig. Mijn broer was kennelijk tot de conclusie gekomen dat er in het Westen meer kansen voor hem waren nadat hij zijn studie had afgerond. Winfried wilde onderzoek doen, hij leefde voor de wetenschap. Het ging hem niet om een hogere levensstandaard’.

De herinnering: een foto op het monument

Reinhold Freudenberg herinnert zich dat hij eind 1988 samen met zijn broer en enkele andere familieleden de begrafenis van een 75-jarige tante in het Westen mocht bijwonen. ‘We waren tien dagen ‘aan de overkant’, zoals we toen zeiden. Ik ben maar twee dagen met Winfried opgetrokken. Later bleek dat hij allerlei bedrijven en instituten had bezocht, om zich te oriënteren op een toekomst buiten de DDR.’

Zijn schoonzus Sabine heeft hij na de dood van zijn broer niet meer gezien. ‘Ze werd snel vrijgelaten, dat maakte me wantrouwig. Waarschijnlijk heeft ze ­loyaal meegewerkt met de veiligheidsdiensten. Ik weet dat ­Sabine hertrouwd is en kinderen heeft, maar ik heb zelfs geen idee waar ze woont.’

Reinhold vernam het nieuws over de fatale val via de West-Duitse media. ‘Het kwam aan als een mokerslag.’ Dertig jaar later zegt hij de tragedie ‘verwerkt’ te hebben. Winfried ligt ­begraven in het dorp waar zijn broer nog altijd woont. Nabij de plek in West-Berlijn waar hij om het leven kwam, stond geruime tijd een simpel houten kruis. Nu prijkt zijn foto op het officiële gedenkmonument voor diegenen die een vluchtpoging niet overleefden, in de Bernauerstrasse waar de Muur dwars doorheen liep.

Met medewerking van de Stiftung ­Berliner Mauer. Het boek Ich hatte gehofft, wir können fliegen verschijnt dit voorjaar bij Penguin Verlag, München. De ­foto’s zijn afkomstig uit het boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden