ter redactie Geart van der Pol en Maarten van Gestel

‘75 jaar na dato zitten mensen nog heel diep in hun beleving van de bevrijding, dat is fascinerend’

In gesprek met de laatste ooggetuigen van de bevrijding, 75 jaar geleden, dat is best bijzonder voor twee twintigers. Afgezien van het leeftijdsverschil, stuitten journalisten Geart van der Pol en Maarten van Gestel ook op iets anders: over emoties praten waren de geïnterviewden niet gewend. Ze moesten gewoon door toen. ‘Maar nu komt het allemaal weer boven.’

Maarten van Gestel en Geart van der Pol op de redactie van de Volkskrant. Beeld Najib Nafid

De laatste ooggetuigen van de bevrijding hadden stuk voor stuk hun opa’s en oma’s kunnen zijn. Journalisten Geart van der Pol en Maarten Van Gestel, beiden 24, hebben tot nu toe 30 mensen geïnterviewd die 75 jaar geleden de bevrijding meemaakten. ‘De oudste persoon die we tot nu toe spraken, was een vrouw uit Amsterdam van 102’, vertelt Maarten van Gestel. ‘Die woont nog steeds in het huis waar ze in de oorlog mensen liet onderduiken. Alleen twee verdiepingen lager, omdat ze iets minder goed ter been is.’

In totaal maken ze 75 persoonlijke verhalen, naar het jubileumgetal. Het is onderdeel van het project Mijn Bevrijding, waarin de Volkskrant stilstaat bij de periode dat ons land bevrijd werd van de Duitse overheersers. De verhalen spelen zich af in alle windstreken van Nederland en worden gepubliceerd in de volgorde dat diezelfde gebieden destijds werden bevrijd. Op 12 september staat het eerste verhaal online, over Mesch in Zuid-Limburg.

Hoe was het voor jullie om deze mensen te interviewen?

Van der Pol: ‘Ik had verwacht dat ik het vertrouwen van mensen meer zou moeten winnen. Dat ze zouden denken: komt er zo’n snotaap van begin 20, en die gaat mij bevragen over hoe het was in de oorlog? Maar die houding ben ik niet tegengekomen. Misschien ook omdat wij met een open geest langskomen.’

Van Gestel: ‘We werden overal heel hartelijk ontvangen met iets lekkers. Niet alleen maar koffie of thee, maar ook koekjes, bonbons en in Limburg altijd taart.’

Van der Pol knikt: ‘Vlaai.’

Brabander Van Gestel corrigeert de Friese Van der Pol: ‘Ja, ‘vla’ dan he? Je merkt dat het veel voor ze betekent om hun verhaal te vertellen.’

Van der Pol is coördinator van het project. Hij heeft al zijn hele leven een fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog. Eerder maakte hij als afstudeerproject voor de Volkskrant een crossmediale productie over een verzetsstrijder. Zijn interesse begon op de achterbank bij zijn pake en beppe, die hem en zijn broer verhalen over de oorlog vertelden. ‘Ze zeiden dat ze vroeger stiekem een radio in huis hadden, want dat mocht niet tijdens de oorlog. Dat vonden wij als kinderen heel spannend. Die oorlog is zo’n grote gebeurtenis en eigenlijk nog zo kort geleden. Dat vind ik bijzonder.’

Na vijf zware jaren kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog en volgde een periode van opluchting, feest en liefde, maar ook van angst en verdriet. Daarom vertelt de Volkskrant bij 75 jaar bevrijding verhalen uit heel Nederland, met ooggetuigen uit alle regio's. Vanaf donderdag 12 september is via volkskrant.nl/bevrijding de verschuiving van de frontlijn te volgen op de kaart van Nederland, met steeds nieuwe verhalen uit de bevrijde gebieden.

In maart werd er in de krant en online het verzoek gedaan of mensen hun bevrijdingsverhalen wilden delen. De respons was overweldigend, zegt Van der Pol: meer dan tweehonderd indrukwekkende reacties van ooggetuigen, of hun kinderen. Van Gestel werd erbij gevraagd om een groot deel van de interviews voor zijn rekening te nemen. Er waren zoveel goede inzendingen dat ze streng moesten selecteren. 

Van der Pol: ‘Echt alleen verhalen met een heel duidelijke link met de bevrijding. Anders kwamen we in de verleiding om ook heel mooie oorlogsverhalen mee te nemen. Wat ons opviel is dat de bevrijdingsperiode een van de gevaarlijkste periodes van de oorlog is geweest. Voor veel Nederlanders ging het dagelijks leven tijdens de oorlog verder, maar tijdens de bevrijding niet. Er was opeens weer veel militair geweld. In die chaos zijn er veel ongelukken gebeurd.’

Het is de ambitie om een beeld te schetsen van hoe het voelde om dat mee te maken. Daarom moeten het persoonlijke verhalen zijn. Gebeurtenissen die op de jonge ooggetuigen een diepe indruk maakten. Daar zitten afschuwelijke ervaringen tussen, zoals bombardementen. Of indrukwekkende momenten zoals het binnenrollen van Amerikaanse tanks. Maar de ervaring van de bevrijding zat ook in de kleine dingen, vertellen Van der Pol en Van Gestel. Zoals het verhaal van de man die als jongetje baalde dat zijn mooie oranje feesthoedje voor Bevrijdingsdag in de jus was gevallen.

Er is al ontzettend veel over de Tweede Wereldoorlog geschreven. Hoeveel nieuws is er nog over te vertellen?

Van Gestel: ‘Veel van de mensen die we spreken, doen hun verhaal nu voor het eerst. Ze zijn het niet gewend om over hun persoonlijke ervaringen te praten, of ermee te koop te lopen. Onze generatie is individualistischer, wij praten makkelijker over onszelf en onze gevoelens. Als we iets traumatisch meemaken, gaan we in therapie. Zij niet.’

‘We hebben veel verhalen over traumatische ervaringen gehoord. Ik sprak een man uit Zeeland wiens huis op de dag van de bevrijding werd getroffen door een granaat, terwijl hij met zijn familie binnen zat. Toen het stof optrok, zag hij zijn moeder en zusjes om zich heen zitten: allemaal dood. Hij heeft daar nooit over gepraat, is nooit in therapie geweest. Naarmate hij ouder wordt, heeft hij er meer last van.’

Van der Pol: ‘Wat mensen vaak zeggen in die interviews is dat het nu eenmaal zo was. Het is weggestopt. Maar het was super heftig wat ze hebben meegemaakt. Het is ook de kunst voor ons om daar doorheen te breken. Hoe is dat, vraag ik dan, probeer eens te voelen wat er toen is gebeurd.’

Van Gestel: ‘Met een man uit Oudelande heb ik twee uur gesproken. Ik vroeg hem achteraf hoe hij was als jongen in die tijd, in zijn vriendengroep en hoe hij daar nu op terugkeek. Hij was een beetje een meeloper, vertelde hij. Hij was gewend om over de oorlog te praten, maar niet om zo’n soort vraag te beantwoorden. Toen ik wegging zei hij: die onzin moet je er niet in zetten. Over gevoelens en zijn karakter praten, dat was onzin.’

Van der Pol: ‘Je vraagt terecht: hoe vertel je nou iets nieuws? Dat zit hem in dit geval niet zozeer in de feiten, maar in de omvang van het project en ook die emotionele diepgang. 75 jaar na dato zitten mensen nog heel diep in die beleving, dat vind ik fascinerend.’

Maarten van Gestel en Geart van der Pol op de redactie van de Volkskrant. Beeld Najib Nafid

Dat het zo’n groot project is geworden, komt ook doordat het het laatste grote jubileum is waarbij mensen uit eigen ervaring kunnen vertellen hoe het was om de oorlog en de bevrijding mee te maken. Het is inmiddels zo lang geleden dat er bijna alleen nog jeugdherinneringen over zijn: de laatste verhalen van de kinderen uit de oorlog.

Wat deed het met die mensen, geïnterviewd worden over zulke persoonlijke gebeurtenissen?

Van Gestel: ‘Sommige mensen zijn wel emotioneel geworden. Een man had het erover dat zijn vader terugkwam van het front, en dat hij als jochie geen compliment kreeg over hoe hij zijn moeder in zijn afwezigheid had verzorgd – toen rolde er een traan over zijn wang. Het kwam weer allemaal boven, zei hij.’

Of die man uit Maastricht, die Van Gestel vertelde dat hij altijd zo ver mogelijk van de reling van de Maasbrug vandaan loopt. ‘Als hij naar beneden kijkt, krijgt hij een beklemmend gevoel. Hij moest als jongetje tijdens de oorlog vaak in een kelder zitten die onder water stond. Dat donkere water brengt hem terug daar naartoe. Ik sprak hem net nog even en hij zei: sinds ons gesprek is het erger geworden. Ik kan nu echt niet naar dat water kijken.’

Dat is wel heftig.

Van der Pol: ‘Dat is ook breekbaar en kwetsbaar. Maar ze bieden het aan. Je moet dus wel durven doorvragen, maar je moet het empathisch doen. Je banjert wel door iemands privéleven. ’

Van Gestel: ‘Daarom nemen we wel extra ruimte en tijd om die mensen hun hele verhaal te laten vertellen. We kunnen best een interview van 1,5 tot 2 uur doen, ook al wordt het maar een kort stukje. En als ze me daarna vragen of ik nog koffie wil en ze even wat vertellen over het dorp of hun kleinkinderen, denk ik ook: waarom niet. Ik ben hier helemaal naartoe gereden.’

Hoe schrijf je als journalist over 75 jaar oude herinneringen?

Een journalistiek precair onderwerp: de verhalen zijn gebaseerd op herinneringen van gebeurtenissen die 75 jaar geleden plaatsvonden. Wetenschapsredacteur Ellen de Visser schreef een verhaal over of dit soort herinneringen wel betrouwbaar zijn, dat zaterdag in de krant staat. Hoe hebben Van der Pol en Van Gestel dit aangepakt?

Ze proberen zoveel mogelijk de gebeurtenissen te checken met andere bronnen, vertellen de journalisten. Soms vertellen mensen verhalen van toen ze drie waren - dan is de vraag hoeveel ervan echt is, en hoeveel de herinnering na verloop van tijd andere vormen is gaan aannemen. Er komt veel research bij kijken in dagboeken, foto’s en ander archiefmateriaal. Ook bellen ze met historici voor de juiste context en details.

Van der Pol: ‘We checken de feiten zoveel mogelijk, maar soms gaat het er ook om hoe iemand zich iets herinnert.’ Als ze een gedeelte van een verhaal wel belangrijk vinden en aannemelijk achten, maar niet kunnen verifiëren, maken ze duidelijk wat voor bron het is - herinnering, verifieerbaar feit, of iets er tussenin. Ze plaatsen soms ook een historisch kader bij een verhaal.

Daarnaast letten ze op hun vraagstelling bij interviews: volgens experts moeten er open vragen worden gesteld, omdat mensen anders onder druk worden gezet om iets te verzinnen wat ze zich niet meer echt herinneren. Van Gestel: ‘Als journalisten zijn wij geneigd te vragen: hoe voelde dat, toen je moeder daar opeens weer stond? Waar was je, wat voor schilderij hing er aan de muur? Wij willen graag een scène schetsen. Maar dat is na 75 jaar misschien helemaal niet te reconstrueren. Dus daar moeten we voor oppassen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden