70 duizend man in extase

De openingsriff van Jumpin' Jack Flash klonk harder, mooier en dieper dan gehoopt. De Stones gaven een van de allerbeste concerten in 45 jaar Pinkpop.

pop *****


Pinkpop, Landgraaf, 7/6


Er was zaterdag meer te zien op Pinkpop dan The Rolling Stones, maar op het grote veld waren het de Stones-fans en hun shirts met rode tongen die het beeld bepaalden. Ze waren van alle generaties, met de mannen niet eens in de meerderheid.


Toen John Mayer om acht uur klaar was, stond het veld al vol, en er zouden nog zo'n 10 duizend mensen bij komen. Vanaf een mooi plekje naast de geluidstoren was de spanning ruim voor aanvangstijd al voelbaar.


Negen uur, maar geen Stones. Er werden een paar grapjes gemaakt over rollators en zuurstofapparaten, waar niet om gelachen werd. Na ruim tien minuten gebeurde het: de lichten op het podium doofden, de schermen toonden rode vuurballen (heeft dat iets te maken met de niet al te sterke naam van deze tour: '14 On Fire'?). Uit de speakers kwam percussiegeluid. Herkenden we daarin de ritmes van Sympathy for the Devil? 'Whoo whoo', zong een deel van het publiek voor de zekerheid.


Mick, Keith, Ron en Charlie waren opgekomen. Het moment dat Keith Richards voor het eerst een haal over de snaren van zijn gitaar gaf, voelde als een bevrijding. De openingsriff van Jumpin' Jack Flash klonk harder, mooier en dieper dan we hadden gehoopt.


Het zou een van de allerbeste concerten worden in 45 jaar Pinkpop. Met een band die nu eens niet speelde dat ze de Stones waren. Nee, hier stonden Mick, Keith, Charlie en Ron echt The Rolling Stones te zijn.


De opbouw was ijzersterk. Eerst even rocken, na Jumpin' Jack Flash speelden ze You Got Me Rocking, It's Only Rock 'n Roll (But I Like It) en Tumbling Dice.


Misschien wel het mooiste moment volgde hierna, toen Mick Jagger, lichtelijk buiten adem, even gas wilde terugnemen. 'Wacht even', zei hij in zijn beste Nederlands, de taal waarin hij eerder al vroeg of Nederland de finale van het WK zal halen.


Even op adem komen voor Angie, het rustigste nummer van de avond. Keith Richards had inmiddels een akoestische gitaar omgegespt. Mick haalde het eigenlijk niet, Keith had ook moeite de juiste grip te krijgen, maar het publiek vulde alle hiaten in.


Geruststellend wel. Het zijn dus toch mensen die foutjes maken. Een gedachte die de rest van het twee uur durende concert niet meer zou opkomen.


Bij ieder liedje werd de band verder uitgebreid met achtergrondzang en blazers. En net toen je dacht: waarom laat de beeldregie bassist Darryl Jones zo weinig zien, mocht hij met een funky basloopje Out of Control (van Bridges to Babylon, 1997) prominent introduceren. Een wat onbekender liedje, afgezet tegen Miss You, Gimme Shelter en Start Me Up, die ook allemaal voorbijkwamen.


Veel hits natuurlijk, maar er was ook ruimte voor onbekender werk van platen als Steel Wheels (1989) en Voodoo Lounge (1994).


Gewaagd leken ook de twee liedjes die Keith Richards halverwege de show mocht zingen. Mick kon zo even uitrusten, maar kon Keith dit wel aan? Ja, reken maar. I Can't Be Seen With You (van Steel Wheels) was een van de aangenaamste verrassingen van de avond.


Een andere was de komst van Mick Taylor (destijds even de vervanger van Brian Jones), die in Midnight Rambler de hele band tot grote hoogte voerde met zijn slepende, bijtende bluesgitaar. Een onvergetelijk beeld: Richards, Wood en Taylor die dicht op elkaar met hun gitaren de venijnigste blues produceerden.


Hier stond een band muziek te maken omdat ze niet anders willen. Keith met zijn knuist om de gitaarhals alsof die eraan is vastgegroeid en Mick die maar over het podium bleef draven. Geen greintje routine, maar spelen alsof er iets op het spel stond.


Met ook nog eens een geluid waar iedereen zich de rest van het festival stuk op kon bijten. Heerlijk rommelig, zoals die gitaren van Wood en Richards soms op elkaar reageerden. Foutloos, de sobere drums van Charlie Watts, en altijd met een lekkere groove. Niet te hard, maar hard genoeg om het enorme veld te imponeren.


Toen na You Can't Always Get What You Want (met fraaie koorzang) Keith zijn misschien wel allerberoemdste riff inzette, leek het complete veld met 70 duizend mensen in extase. (I Can't Get No) Satisfaction, gespeeld door heren die de 70 zijn gepasseerd. Maar de tijd leek zaterdag geen vat te hebben gehad op de Stones en hun muziek.


Roy Donders


Mick Jagger leek zich aardig verdiept te hebben in onze cultuur. Niet alleen sprak hij een woordje Nederlands, trok hij voor de toegift een voetbalshirt van Oranje aan en bekende hij 'eindelijk' op Pinkpop te staan. Ook bleek hij bekend met Roy Donders, stylist van het zuiden en ontwerper van het 'juichpak'. Tijdens het voorstellen van de band grapte hij over het kapsel van gitarist Ron Wood: 'Wie is je kapper Ron, Roy Donders?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden