7. De gang

Wat voorafging: Tymen Pancreas en mevrouw Sieglinde Stetson-van Haevelaecke vinden een stenen trap naar een onderaardse..

IK STOND in de donkere gang, achter me klonk de galm van een dichtvallende deur. Sieglinde was verdwenen. Waar was ze?

Post.mortem@dump? Was dat het? Werd ik in deze kelder gedumpt? En daarna postmortem? Ik tastte met mijn armen voor me uit, voorzichtig zette ik mijn voeten voor elkaar en schoof de gang in; ik verwachtte ieder ogenblik in een peilloos gat te vallen. Wanneer ik stopte was het doodstil, ik luisterde met ingehouden adem, daarna schuifelde ik weer verder. Weer stilstaan en wachten, na enkele minuten, of waren het seconden, meende ik een zacht gebrom te horen, gezoem van elektronische apparaten. Alsof iemand opnames van me maakte met een onzichtbare camera. Ik liep door, af en toe zwaaide ik mijn armen wijd uit om te voelen of er muren waren. Ik voelde niks.

Er klonk een klik, een zacht geruis zwol aan en langzaam gloeide aan de rechterkant een licht aan, verspreidde zich, leek dichterbij te komen, maar toen ik goed keek zag ik een projectiescherm waarop in zwartwit het beeld werd geprojecteerd van iemand die langzaam op me af liep. Een meisje, ze droeg een strooien zomerhoed, ze kwam steeds dichterbij, leek het, vulde het hele scherm, spreidde haar armen naar me uit alsof ze me wilde groeten. Ze zette haar hoed af en zwaaide. Ik stond stil en keek, ik slikte, het was mijn zusje. Het was Freekje. Ze leek op de film jaren ouder, een jaar of zestien. Ze kon het niet zijn, ze was verdronken toen ze acht jaar oud was, dit meisje was zeker zestien. Ik strekte mijn armen naar het scherm uit alsof ik haar aan wilde raken, ik wilde naar het scherm lopen. Ze zette haar hoedje op, stak haar rechterhand in een grandioze groet omhoog en verdween naar achteren, steeds verder weg, alsof ze weggezogen werd in een donker gat en tenslotte doofde het licht.

Weer donker. Het gezoem van de apparatuur was afgenomen. Toen ik doorliep lichtte aan de linkerkant een nieuw projectiescherm op, weer een klik, het gezoem nam toe, een man liep op het scherm naar voren over een tuinpad, hij droeg een donker pak, was blootshoofds en veegde met een witte zakdoek het zweet van zijn voorhoofd weg. Dit was Mahlhuber maar hij leek veel groter en dikker, misschien was hij het niet, maar hij had wel de liederlijke blik die ik eerder gezien had, alsof hij ieder moment uit zijn binnenzak obscene plaatjes tevoorschijn kon toveren. Hij slenterde dichterbij, keek naar me, ik deinsde terug, maar dit was niet nodig, hij veegde nog een keer met zijn zakdoek over zijn voorhoofd en liep naar achteren. Weer was het donker. Maar niet lang. Toen ik doorliep kwam aan mijn rechterkant opnieuw een projectiescherm tot leven. Hierop kwam een hond dichterbij, hij kwispelde, mijn eigen hond, ik zag het aan zijn kringelende staart die zwiepte alsof hij me bij thuiskomst begroette. 'Dingo', schreeuwde ik, 'Dingo.' Hij ging zitten, keek naar me en pas nu zag ik dat hij veel ouder was geworden, hij had een grijze bek, zijn staart was wit. Hij was vier jaar geweest toen hij met Freekje was verdronken. Op deze film was hij minstens twaalf jaar oud. Hij stond op en liep langzaam achteruit, daarna doofde het licht.

Waar kwam de film vandaan? Ik liep de richting op van het scherm, mijn armen voor me uitgestrekt, voorzichtig nu, tastend. Plotseling stootten mijn handen tegen een muur, nee, het was een doek dat naar achteren bewoog toen ik er harder tegen aan duwde, nog verder duwde ik door, tot mijn hand en het scherm tegen een apparaat botsten, waarschijnlijk een filmprojector die door iemand buiten de gang bediend werd. Ik wilde schreeuwen. Ik draaide om en schuifelde weer terug. Waar was het midden van de gang? Hoeveel stappen had ik naar de muur afgelegd? Ik wist het niet meer, ik moest gokken, ik liep door en weer kwam ik in het licht te staan van een projectiescherm, vanuit een mistige achtergrond doemde een groot huis op, Huize Zomerlust, het kwam op me af alsof het een dier was dat me op ging slokken. Ik stond doodstil en ook het huis kwam tot stilstand, wanneer ik bewoog, bewoog het huis, ik liep door en het huis schoof naar achteren. Iemand zette de schermen aan, dat was alles, iemand bood me herinneringen aan, ik hoefde alleen maar mezelf voort te bewegen en ook op de schermen kwamen de herinneringen in beweging. Ik was veroorzaker van mijn eigen herinneringen. Ik liep snel door, aan mijn rechterhand flitste een scherm op, een man een vrouw zwaaiden naar me vanaf een boot, mijn ouders, ze wenkten me, hun mond was opengesperd alsof ze aan het schreeuwen waren. Ik was slachtoffer en schepper van mijn eigen herinneringen.

Wordt vervolgd, door Frithjof Foelkel. Vrijdag om 22.00 uur bij De Avonden (VPRO, Radio 5), zaterdag op de Voorkant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden