67 woorden, 100 jaar ongemak: Balfour-verklaring beloofde Joden een thuisland

Een eeuw na dato zorgt de Balfour-verklaring nog altijd voor gêne bij de Britten en ellende in het Midden-Oosten. In Londen wordt deze belofte van een Joods thuisland met gemengde gevoelens herdacht.

Arthur James Balfour (langste persoon in de voorste rij) geeft een receptie in Tel Aviv tijdens zijn bezoek aan Palestina in 1925. Beeld Getty Images
Arthur James Balfour (langste persoon in de voorste rij) geeft een receptie in Tel Aviv tijdens zijn bezoek aan Palestina in 1925.Beeld Getty Images

'Nothing matters very much', verzuchtte de Britse politicus Arthur James Balfour eens, 'and few things matter at all.' Sommige dingen doen er wel degelijk toe. De verklaring bijvoorbeeld waarmee de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken precies honderd jaar geleden de Joden een 'nationaal thuis' beloofde in een gebied waar vooral Palestijnen woonden. Het zou de voorloper zijn van de staat Israel die in 1948 werd opgericht. Nog steeds zorgt de Balfour-verklaring, een wollige zin van 67 woorden, voor ellende in het Midden-Oosten (en ver daarbuiten) en voor gêne in het Verenigd Koninkrijk. De beloften aan de Palestijnen, wapenbroeders in de Eerste Wereldoorlog, zijn immers nooit nagekomen.

Gevierd wordt 'Balfour' dan ook niet in het Britse moederland, maar wel gemarkeerd. Het Balfour Project organiseert een debat in Westminster, in de Royal Albert Hall zullen Israëlische musici onder begeleiding van een christelijk koor optreden en de Balfour Apology Campaign toont een film, 100 Balfour Road, waarin te zien is hoe een doorsneegezin in een Londense tuinwijk uit huis wordt gezet, terwijl een ander gezin, beschermd door militairen, het huis overneemt. Dat laatste is ook de manier waarop Jeremy Corbyn, voor wie de Palestijnse zaak een van de belangrijkste politieke onderwerpen is, naar deze geschiedenis kijkt.

Herdenking

De Labour-leider is dan ook niet ingegaan op de uitnodiging voor een diner dat is georganiseerd door de vijfde graaf van Balfour, een nazaat van de politicus, en Lord Rothschild, een afstammeling van de voorzitter van de Brits-Joodse gemeenschap, die de verklaring destijds als eerste ter goedkeuring onder ogen kreeg. Aan de hoofdtafel zitten premier Theresa May en haar ambtgenoot Benjamin Netanyahu. Er zullen 150 genodigden aanwezig zijn, onder wie een nazaat van David Lloyd George, de toenmalige premier, die weleens 'de vader van Israël' is genoemd.

Voor de Britten is het een moment om stil te staan bij de minder glorieuze kanten van hun wereldrijk, waarvan ze op een vrij geruisloze manier afscheid hebben genomen. Eerder dit jaar werd stilgestaan bij de zeventigste verjaardag van de deling van India en Pakistan, waarbij sikhs, hindoes en moslims elkaar afslachtten. De Britten hadden na de Tweede Wereldoorlog zin, geld noch mankracht om het bloedvergieten na de Indiase onafhankelijkheid te voorkomen. Over twee jaar zullen ze met schaamte terugkijken op de slachting in de Gouden Tempel van Amritsar (1919), waarbij meer dan driehonderd sikhs op Brits bevel werden doodgeschoten door Indiase soldaten.

Balfour-verklaring op 2 november 1917

Zijne Majesteits regering staat welwillend tegenover de vestiging van een nationaal thuis voor het Joodse volk in Palestina, en zal haar beste krachten aanwenden de verwezenlijking daarvan te bevorderen, waarbij het duidelijk moet zijn dat niets zal worden ondernomen dat de burgerlijke en godsdienstige rechten van niet-Joodse gemeenschappen in Palestina zou kunnen aantasten, dan wel de rechten en politieke status die Joden genieten in enig ander land.

Uniek aan het Britse wereldrijk is dat het nooit een vooropgezet plan is geweest, maar gaandeweg is ontstaan door commerciële mogelijkheden en historische toevalligheden. Zo hadden de Britten tegen het einde van The Great War opeens lappen Ottomaans grondgebied. Hun rijk was groter dan ooit, maar de grip erop losser. Tegelijkertijd zochten ze al jaren naar een land voor de Joden, die leden onder vervolging, met name in Rusland. Oost-Afrika was al in zicht geweest als bestemming, maar het gedroomde land lag in Palestina. Zodoende besloten ze 'voor God te spelen in het Heilige Land', zoals Jeremy Paxman schreef in Empire.

Londens missie had deels te maken met eigenbelang. Steun vanuit de invloedrijke Joodse gemeenschap, vooral die in Amerika, was nodig wegens de oorlog. Bovendien keek Winston Churchill met geopolitieke blik naar een Joodse staat, gelegen op het kruispunt van Europa, Azië en Afrika. De Britten, meesters in het dubbelspel, koesterden intussen ook een romantische band met de Arabieren, belichaamd door Lawrence van Arabië. De vermaarde diplomaat, leider van het 'kamelenkorps', had eerder in 1917 meegeholpen bij een cruciale Arabische opstand tegen de Ottomanen. Desondanks was ook hij voorstander van een Joods thuisland.

Lees verder onder de foto.

Een vrouw met een masker van de Britse koningin Elisabeth staat naast een kunstwerk dat Banksy in Betlehem maakte als protest tegen de 100ste verjaardag van de Balfour-verklaring. Beeld ap
Een vrouw met een masker van de Britse koningin Elisabeth staat naast een kunstwerk dat Banksy in Betlehem maakte als protest tegen de 100ste verjaardag van de Balfour-verklaring.Beeld ap

Vage bewoordingen

Voor de Britten was het belangrijk zowel de Arabieren als de Joden te vriend te houden; om die reden is de Balfour-verklaring opgesteld in vage bewoordingen. Mogelijk leefde de hoop dat het slechts bij een belofte zou blijven, maar niemand had de Holocaust zien aankomen. Wat wordt bijvoorbeeld precies verstaan onder 'thuis'? Het weerspiegelt het karakter van de opsteller, die naast rijk, knap en ijdel ook zorgeloos en flegmatiek was. 'Als wij opeens allemaal sterven', zei zijn collega George Curzon, 'dan zit hij doodgemoedereerd te dineren, onderbroken door wat bridge en conversatie, 'arme George' mompelend.'

Balfour beschouwde zijn verklaring als een avontuur, wat een optimistische inschatting was. Terwijl de Joden hun zin kregen, kwam de verklaring bij de Palestijnen bekend te staan als 'de catastrofale belofte'. In zijn boek over Churchill noemde de huidige minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson de verklaring 'een magnifiek stukje fudgerama (warrigheid)' van zijn departement. Aan de vooravond van de herdenking heeft Johnson 'in alle nederigheid' gepleit voor een soevereine Palestijnse staat, met de grenzen van vóór de Zesdaagse Oorlog in 1967.

Anders dan in 1917 hebben de Britten niet meer de macht om hun belofte na te komen.

Palestijnse leiders verlangen dat Groot-Brittannië een onafhankelijk Palestina erkent, in ruil voor de gewraakte Balfour-verklaring van een eeuw geleden. Ook eisen ze excuses van de Britse regering voor het document dat de weg vrijmaakte voor 'onteigening, verdrijving en bezetting' van de Palestijnen. De PLO, de overkoepelende organisatie van de meeste Palestijnse facties, sprak ook over een schadevergoeding- zonder in detail te treden.

Volgens het Palestijnse persbureau Wafa hebben Israëlische veiligheidstroepen woensdag in Bethlehem een groep demonstranten met geweld uiteengejaagd. Ook donderdag worden demonstraties verwacht, onder meer op Palestijnse scholen.

Theo Koelé

Palestijnse studenten demonstreren tegen 100 jaar Balfour. Op het bord staat 'De belofte van hen die niet bezitten, aan hen die niet verdienen.' Beeld epa
Palestijnse studenten demonstreren tegen 100 jaar Balfour. Op het bord staat 'De belofte van hen die niet bezitten, aan hen die niet verdienen.'Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden