INTERVIEW

63 jaar samen, het liefdesverhaal van een homostel

Ze stalen elkaars hart 63 jaar geleden. Van een onuitgesproken liefde tot een huwelijk. Hoe verging het dit homostel?

Beeld Kazuma Eekman

Als je het Jaap (89) en Max (94) vraagt, hoeft er geen stuk over hun relatie in de krant. Hun leven samen bestaat toch uit veel meer belangwekkends dan het toevallige feit dat ze homo zijn? Ze houden van klassieke muziek, tuinieren in hun 5.000 vierkante meter grote tuin, antiek, de Veluwe, hagelslag, en ja, van elkaar - alweer zo'n 63 jaar. Nadat ze mekaar in 1953 leerden kennen op de dansles van het COC, ontwikkelde zich een 'grote vriendschap', die we inmiddels gerust een liefdesrelatie mogen noemen. In 2003 kwamen ze namelijk bij hun trouwen in Amsterdam voor familie en vrienden écht uit de kast.

Als jong stel praatten Jaap en Max niet over hun voorkeur voor mannen, omdat dat niet kon. En nu doen ze dat niet, omdat het niet meer hoeft. Blij toe, want Jaap en Max zijn 'geen barricadefiguren'. Zij brachten de weekends en zomers liever samen door in de rust rond hun huisje op de Veluwe, waar we in de woonkamer worden ontvangen met thee, koek en chocola. Elk voorwerp dat je hier aanwijst blijkt een verhaal te hebben, en niets staat achteloos op zijn plek.

Hier zaten Jaap en Max liever dan in hun appartement aan de Bloemgracht, toen de Canal Pride er in 1996 voor het eerst aan voorbij voer. Toen zal het er min of meer hetzelfde bij hebben gestaan, tussen de bloeiende rododendrons. Behalve het grastapijt dan, dat sinds kort wel érg groen is - het maaien kunnen de mannen niet meer bijbenen. 'Het is nep, we moeten praktisch zijn.'

Wat Jaap en Max vooral bijzonder vinden, is hoe onbijzonder ze zijn.

Van zoveel gewoonheid had Jaap niet durven dromen, als jongen uit een Noord-Hollandse gehucht: 'Er klopte iets aan mij niet. Ik dacht anders, ik voelde anders, ik wou andere dingen dan de jongens om me heen. Nog even heb ik verkering gehad, in '51, met een meisje van de kerk. Haar familie zat in de bank voor ons, iedereen kende iedereen in zo'n plattelandsgemeente. Er was een ongelooflijke sociale controle. En ik maar bang zijn dat men erachter zou komen hoe ik in elkaar zat. Dan zou ik worden uitgekotst. Het was schandelijk, het allerergste.'

Hoe moesten ze erachter komen?

Jaap: 'Er hoefde er maar één te zijn die het vuurtje aanstak en het roddelen zou beginnen. Dat is een enorme angst geweest. Dus moest je altijd doen alsof er niets met je aan de hand was, alsof het leven je toelachte. Maar dat was in die tijd helemaal niet zo.'

Ging je daarom weg?

Jaap: 'Het boerenbedrijf van mijn familie was niks voor mij, ik was een tenger ventje. Ik moest maar 'deurleeren'. Ik voelde dat ik naar Amsterdam moest. Ik wilde in de anonimiteit van de stad verdwijnen. Ik wilde kunnen zijn wie ik was. Er waren daar plekken waar je heen kon.'

Max werkte voor de oorlog aanvankelijk mee in de 'vleeschhouwerij' van zijn vader in Arnhem, die als Joodse onderneming al in de zomer van 1941 werd gesloten door de bezetter. Als 'Gerard' dook Max in juni 1943 onder, uiteindelijk bij een familie in Drenthe. Het gezin kwam een zoon armer de oorlog uit, Max' broer werd opgepakt bij een razzia.

De Amsterdamse Bijenkorf in de jaren 50. Beeld anp

Ze wisten de zaak, die door nazi-spoorwegambtenaren was uitgewoond en leeggeroofd, op 25 mei 1945 weer te openen. Max hielp aanvankelijk de boel weer op gang te krijgen.

Max: 'Mijn zus zei op een gegeven ogenblik: 'Jij moet niet in de zaak blijven werken. Kijk maar eens of er niet wat anders voor je is', en ze heeft een heel rijtje mensen opgeschreven. Toen ben ik dus naar Amsterdam gegaan, waar ik in 1946 bij de Bijenkorf kwam te werken.'

Max' zus liet in het midden waaróm ze dacht dat hij naar Amsterdam moest.

Wist jij toen al dat je op mannen viel?

Max: 'Ja, na enige tijd. Ik ben toen ik in de 20 was, rond 1947, op een gegeven ogenblik naar een psychoanalyst gegaan, de zoon van dokter Sunier, dat was de directeur van Artis. Daar ben ik toen twee jaar een paar keer per week naartoe gegaan. Op mijn werk in de Bijenkorf zag ik voor het eerst in mijn leven, vooral bij de etaleurs en de mensen in de reclame, anders-geaarden. Dat gaf me toch een gevoel van opluchting, het gaf me wat durf.'

Genezen

Of iemand, of Max en Jaap zelf, weleens dachten dat ze genezen moesten worden van hun homoseksualiteit?

Jaap: 'Nee, de mensen die denken dat zoiets kan zijn gek! Het hoort bij je. Er zijn weleens mensen geweest die zeggen: 'Nou ja goed, als jij daarvoor gekozen hebt. Dan zeg ik: heb jij ergens voor gekozen? Er valt niets te kiezen.'

Hoe wist je waar die 'plekken waar je heen kon' waren?

Jaap: 'Ik was een gereformeerd jongetje van het platteland, helemaal niet op de hoogte van het stadsleven. Kijk, er waren wel een paar homotenten, vooral in de Spuistraat, maar dat was niks voor mij. Van huis uit mocht ik ook helemaal niet dansen. De gereformeerden dansten niet; dat wekte de verkeerde lusten op. Bij een bevriende familie kwam een jongeman van wie ik dacht: 'O, die is het ook.' Met hem ben ik in '53 meegegaan naar de dansles van het COC in De Odeon Kelder aan het Singel 460. Daar had ik intuïtief wel vertrouwen in. Maar je keek wel even om je heen of niemand zag dat je daar naar binnen ging.'

Max: 'Mijn zus en broer waren op dansles geweest, dat deden jongelui toen, maar door de oorlog had ik dat net gemist. Ik merkte wel dat ik op feestjes altijd aan de kant zat. Ik dacht: nou, dan neem ik dansles.'

Wie maakte de eerste move?

Jaap: 'Ach...Je kijkt mekaar aan en er ontstaat iets. Er was een connectie, chemistry. Los van het dansen, want Max heeft geen maatgevoel, dat dansen werd niks.'

Max: 'Nou, en na een paar weken...'

Jaap: 'Dat was in februari!'

Max: '... had ik dus twee kaarten voor de Matthäus Passion in Naarden. Ik vroeg aan Jaap, ik wist niets van zijn achtergrond, heb je zin om mee te gaan? Dat had-ie wel, dat was onze eerste date!'

Jaap: 'We gaan er nog elk jaar naartoe.'

Toen jullie net met mekaar gingen, durfde je dan...

Jaap: '...hand in hand te lopen? Nee!'

Max: 'Helemaal niet! We vlogen ook niet direct bij mekaar in bed. Dat hebben we nog een heel tijdje uitgesteld. Ik keek het eerst nog maar eens aan.'

Jaap: 'Ook onze achtergrond speelde daar een rol in. We waren vrij kuis. We hebben mekaar in februari '53 leren kennen en eind maart ben ik jarig, toen heb ik hem mee naar huis genomen, als een vriend. Hij sliep boven in de logeerkamer en ik beneden. Dat hebben we jaren zo volgehouden, zo hebben ze Max op zijn eigen merites leren kennen. Pas toen de taboes over homoseksualiteit werden doorbroken door de tijd, werd het duidelijk. Of mijn familie er met mekaar over gepraat heeft weet ik niet. Mijn vader heeft vele jaren later, het moet rond 1960 zijn geweest, weleens gezegd: 'Wat fijn dat je zo'n goede vriend hebt.' Ik heb hem geantwoord: 'Ja vader, dat is ook zo.'

Gaf hij daarmee aan dat hij begreep hoe de vork in de steel zat?

'Ik denk dat hij daarmee zijn zegen heeft willen geven. Want ze waren erg op Max gesteld. Ik ben er niet op ingegaan, want ik was nóg bang dat ik die mensen die mij zo lief waren zou opzadelen met een probleem waar ze geen kant mee op konden. Nooit heeft iemand ernaar gevraagd, behalve Max' zus, die mij na een tijdje, ergens rond '54, apart nam en vroeg hoe het nou zat tussen ons. Ze heeft er met hem niet over gesproken.'

Max: 'Ik heb er in de familie nooit over gesproken maar ze zullen het allemaal goed doorgehad hebben. Ik ben altijd overal met Jaap naartoe gegaan.'

Jaap: 'Hij komt uit een liberaal joods gezin hoor, niets aan de hand. Maar hij kreeg het niet uit zijn strot. Kijk: je had je eigen kring die homo-getint was, dat waren je echte vrienden, je lotgenoten. Bij hen kon je het masker afzetten. Maar daaromheen had je nog een hele wereld, en die was in die tijd heel gesegregeerd. Dat was heel benauwend, je kon nooit zijn die je was. En er was altijd het verschrikkelijke gevoel dat je al die mensen die je liefhad zat te belazeren.'

Max: 'Maar jij was het je bewust. Mij kon het niks schelen, wat ik was of wat ik deed.'

Rond 1955 gingen jullie samenwonen, op de Bloemgracht. Hoe verklaarden jullie dat voor de buitenwacht?

Jaap: 'Ja, voor de gezelligheid! Iedereen in onze omgeving slikte dat hoor. Ze dachten er niets bij, haha. Heel veel later pas vroeg een vriend van mij: 'Hoe is het met je verkering?' Prima, zei ik, ik hoop dat het aan blijft. De tijden waren een beetje aan het veranderen.'

Max: 'We gingen ook gewoon samen op vakantie. In '54 al, naar Spanje.'

Samenwonen

Max: 'Jaap heeft nog een hele tijd zijn kamer aangehouden.' Jaap: 'Haha ja, je moet nooit je schepen achter je verbranden. Ja, kan ik hem nu wel opzeggen denk je?' In 1956 nam ook Jaap zijn intrek in het appartementje dat Max in 1954 op de Bloemgracht kocht voor 14 duizend gulden.

Jaap: '25 jaar hebben we in dat kleine huis gewoond. We verdienen eigenlijk de Nobelprijs voor de vrede!'

Ook voor de gezelligheid?

Max: 'Ja, ik vertelde mijn moeder dat zo.'

Jaap: 'Over je diepe innerlijke leven sprak je überhaupt niet. Er werd zo weinig gepraat. Tegenwoordig weten kinderen dat ze met hun gevoelens terecht kunnen bij hun ouders. De afstand was toen groter.'

Vonden jullie het niet verschrikkelijk dat jullie niet dezelfde rechten hadden, bijvoorbeeld in het huwelijk?

Jaap: 'Natuurlijk, zeker wel. Wij voelden ons in ons wezen aangetast. Je voelde een gevoel van onmacht, maar je kon er zo verdomde weinig aan doen. Ik heb zo'n geweldige waardering voor de mensen die wél hun nek uitstaken, zoals Benno Premsela (een van de oprichters en van 1962 tot 1971 voorzitter van het COC, red.). Als het aan ons gelegen had, was de integratie nog lang niet zo ver als die nu is.'

In hun eigen omgeving integreerden Jaap en Max altijd al prima. Misschien wel juist omdát ze geen barricadefiguren waren.

Op de Veluwe, waar ze sinds 1960 verblijven, zijn ze bekende gezichten.

Max: 'We hebben vanaf het begin met alles meegedaan. Met Tweede Paasdag bijvoorbeeld, dan kleuren de vrouwen uit het dorpje hier de eieren en moesten wij ze 's morgens vroeg verbergen.'

Benno Premsela (L) ontving op 21 juni 1995 een Zilveren Anjer uit handen van prins Bernhard Beeld anp

Jaap: 'Voor hetzelfde geld waren we uitgejouwd. Maar goed, ik werd in de kapel gesignaleerd, dat gaf ook punten. In de loop van de jaren zijn ze gek met ons geraakt. Wij zijn een begrip.'

Als de Canal Parade vlak langs hun huis op de Bloemgracht voer - vanaf 1996 - gingen ze naar de Veluwe.

Jaap: 'We hadden niet de minste behoefte dat te zien. Geen zin. Pas een jaar of vier geleden hebben we het voor het eerst meegemaakt. Het duurde verschrikkelijk lang. En wéér een boot, en wéér malligheid.'

Max: 'Een enorme aanstellerij van mensen.'

Jaap: 'Zo zijn wij niet. Ik zou bijna zeggen: dit is voor de nichten, en niet voor de homo's. Begrijp je wat ik bedoel? Wij zijn homo's, geen nichten. Toch vind ik het geweldig dat het kan. De vrijheid in dit land, dat is zo belangrijk. Dat je kunt zijn wie je bent, ook die malle nichten!'

Max: 'Maar het stoot ook mensen af. Die denken: god, is dít homofilie?'

Jaap: 'Alle mensen kennen homo's, en weten dat niet alle homo's zo zijn.'

Max: 'Nou ik hoop dat alle mensen dat onderscheidingsvermogen hebben. Jij bent optimistisch. Ik vind het geweldig, laat ze hun tocht maken. Maar ik geloof niet dat mensen ermee gewonnen worden voor tolerantie.'

Waar Jaap en Max ook al niet kwamen: de Reguliersdwarsstraat, die zich vanaf de jaren tachtig ontwikkelde tot hét bloeiende centrum van de homoscene.

Kon je inmiddels in alle vrijheid een stel zijn in Amsterdam?

Jaap: 'We deden alles samen. Misschien liepen we ook weleens hand in hand, als we dachten: dat kan wel.'

Max: 'Nee, dat deden we niet!'

Jaap: 'We hebben best wel eens hand in hand gelopen Max, misschien niet de hele wandeling.'

Max: 'Nauwelijks. Wij hebben nooit geprovoceerd.'

Jaap: 'Nou, als je 's avonds in het donker hand in hand loopt, dan ben je niet aan het provoceren. In een druk gebied niet. Wij hebben nooit willen provoceren.'

Was de mogelijkheid om te trouwen in 2001 een belangrijk moment?

Jaap: 'Jawel, het was een belangrijk moment. We hebben er toen over gedacht, en we vonden dat we dit moesten honoreren. Het kan nu, en er is heel veel voor gedaan, gelobbyd en gevochten, dus ja, we moeten hierin mee. Toen bij ons trouwen, op mijn 80ste, ben ik pas uit de kast gekomen voor mijn familie. Toen dacht ik: dit is een mooie gelegenheid om hen te vertellen hoe ik erdoor gerold ben.'

Wie is er op één knie gegaan?

Max: 'We waren jaren samen en...'

Jaap: 'Dat bedoelt ze niet Max! Of jíj op je knie gegaan bent met een doosje of andersom!

'Nou nee hoor, nu wil je er te veel romantiek in zien. Je mag het best vragen, maar dat is niet aan de orde geweest. We zijn op het stadhuis getrouwd, op Waterlooplein. Die ambtenaar deed het ontzettend leuk. Wij waren met onze getuigen, verder niemand.'

Max: 'En dat was alles.'

Hebben jullie je leven samen onbekommerd kunnen leiden?

Max: 'Ja, we zijn bevoorrecht.'

Jaap: 'Ja. Nu ik terugkijk op mijn leven en zie wat voor geweldig leven we samen gehad hebben en nóg hebben. Ik kan er niet over uit, wat mij is overkomen. Met zo veel lieve mensen om ons heen. Terwijl ik er niet de minste verwachtingen van durfde te hebben. Toen ik jong was, was ik bang voor het leven, ik zag er geen gat in. Ja, het is een sprookjesverhaal.'

Uit Jaaps toespraak bij hun huwelijk in 2003: 'Uiteindelijk heb ik de moed gehad om de onechtheid en leugens van me af te werpen en mezelf te accepteren zoals ik ben. (...) Wat vijftig jaar geleden niemand van mij wist, weet nu iedereen. Jullie hebben er geen idee van hoe bevrijdend dat is, te kunnen zijn wie je bent.'

Op verzoek van de geïnterviewden zijn namen en plaatsnamen veranderd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden