analyse

55 procent minder uitstoot? Dat betekent massaal verbouwen

In 2030 moet de EU 55 procent minder CO2 uitstoten, dat staat nu zwart op wit. Maar wat betekent dat uiteindelijk voor Nederlandse burgers?

Deze zonneweide in het Friese Garyp staat er al, door de nieuwe Europese doelstelling komen er waarschijnlijk meer. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Deze zonneweide in het Friese Garyp staat er al, door de nieuwe Europese doelstelling komen er waarschijnlijk meer.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Er zit een lange, ingewikkelde weg tussen zo’n getal dat de Europese landen hebben afgesproken en de bouw van een nieuwe zonneweide in de buurt. Die weg loopt eerst langs de nationale regeringen, die de afspraken in wetgeving moeten vangen. En dat resulteert weer in zaken als subsidieregelingen, afspraken met gemeenten en verplichtingen voor bedrijven.

Het Nederlandse Klimaatakkoord uit 2019 geeft een idee van wat de Europese normen in de praktijk betekenen. Daarin staat een pakket maatregelen waarmee Nederland de CO2-uitstoot met 49 procent kan terugdringen in 2030, maar het kabinet zag de aanscherping naar 55 procent al aankomen. Volgens het akkoord zal die aanscherping hierop neerkomen: hetzelfde doen als nu in dat akkoord staat beschreven, maar dan uitgebreider.

Woningen en gebouwen

Dat betekent allereerst: massale verbouwingen. Tot 2030 moeten volgens het huidige Klimaatakkoord 1,5 miljoen woningen worden verduurzaamd, onder meer door ze beter te isoleren, cv-ketels te vervangen voor warmtepompen en gasfornuizen in te ruilen voor inductieplaten.

De bedoeling is dat dit steeds sneller gaat, als de bouwsector er eenmaal ervaring mee heeft. Dat moet ook wel, wil de doelstelling haalbaar blijven, want de eerste pogingen verlopen moeizaam. Na ruim twee jaar waren begin dit jaar pas 206 huizen van het gas af gehaald in 27 proefwijken. Dat komt onder meer omdat bewoners zich verzetten.

Sneller verduurzamen van woningen is niet haalbaar, verwacht André Faaij, hoogleraar energiesystemen in Groningen en wetenschappelijk directeur van de energiedivisie van TNO. ‘We moeten nu heel snel heel veel huizen verduurzamen, terwijl het nog niet eens lukt om genoeg nieuwbouwwoningen te bouwen.’ Hij verwacht dat het tempo rustig en gestaag zal toenemen en dat verbouwingen op de korte termijn al goedkoper worden.

Mobiliteit

Auto’s die op diesel en benzine rijden worden steeds zeldzamer. Vanaf 2030 zijn er alleen nog elektrische auto’s te koop en rijden er bovendien voertuigen op waterstof en zonnecellen rond, zo spiegelt het Klimaatakkoord voor. Ook zijn laadpalen, waarvan er tegen die tijd 1,8 miljoen in Nederland moeten staan, straks een alledaags verschijnsel. Er rijden alleen nog CO2-neutrale bussen rond en de stad kent volledig emissievrije zones. Maar voor het vrachtverkeer, scheepvaart en luchtvaart is veel meer nodig en daar is een halvering van de emissies in 2030 nauwelijks voorstelbaar, volgens Faaij.

Groene stroom

Om al die auto’s, warmtepompen en industriële processen van duurzame energie te voorzien is heel veel groene stroom nodig. 70 procent van de elektriciteit moet in 2030 uit hernieuwbare bronnen komen. In 2020 was dit volgens het CBS ongeveer een kwart.

Meer dan de helft daarvan moet van wind op zee komen: het vermogen hiervan moet volgens de huidige plannen meer dan vertienvoudigd zijn in 2030, ten opzichte van 2019. En dat betekent: veel meer, en veel grotere, molens in de Noordzee. De rest moet van zonnepanelen en windmolens op land komen.

Dat heeft de nodige consequenties, en niet alleen voor het landschap. Door de toename aan zon- en windenergie dreigt het elektriciteitsnet vol te raken, waarschuwde netbeheerder Enexis vorige maand. Om dat op te vangen zijn meer stroomkabels nodig.

En waar een steenkool- of aardgascentrale betrouwbaar stroom kan leveren, in elke weersomstandigheid, is dat bij zonnepanelen en windmolens anders. Op zonnige dagen met veel wind zou je de overgebleven stroom willen opslaan voor de momenten dat het donker en windstil is. Een veel geopperde oplossing is om duurzame stroom op te slaan in waterstof. Deze technologie wordt nog slechts op kleine schaal gebruikt, bovendien gaat meer dan de helft van de energie verloren bij het omzetten van stroom naar waterstof en weer terug.

‘Toch halen we deze doelstelling voor 2030 naar verwachting wel’, zegt hoogleraar Faaij. ‘Hier zijn echt al grote stappen gezet. Maar de vraag naar groene stroom wordt ook steeds groter, zeker als daar op grote schaal waterstof mee geproduceerd moet worden.’

Landbouw en landgebruik

De landbouw moet energie-efficiënter worden, bijvoorbeeld door restwarmte van de industrie te gebruiken voor de verwarming van kassen en de uitstoot van methaan door dieren omlaag te brengen. Dat kan door ander voer, of politiek gezien gevoeliger: door minder dieren. Door het grondwaterpeil te verhogen in veenweidegebieden stoten deze minder CO2 uit. Ook zouden er meer bomen moeten komen.

Volgens Faaij kan de landbouw op een ‘formidabele manier verduurzamen’, en gebeurt dat ook al. ‘Boeren maken slimme keuzes in het gebruik van land. Zoals met precision farming waarbij veel minder emissies vrijkomen en agroforestry, landbouw met bosbouw gecombineerd, zodat de sector ook een leverancier wordt van duurzame biomassa.’ Aan de andere kant zou de transitie in landen met een minder innovatieve landbouwcultuur volgens hem zomaar een generatie kunnen duren.

Industrie

De industrie moet de komende jaren ook minder broeikassen gaan uitstoten, en uiteindelijk, in 2050, zelfs ‘vrijwel’ klimaatneutraal zijn. Een groot probleem is dat het hier moeilijk kan zijn om alternatieven te vinden voor fossiele brandstoffen. Met elektriciteit is het bijvoorbeeld lastig om een oven snel heet genoeg te krijgen. Daarom is het stappenplan voor hoe de industrie CO2 moet besparen deels afhankelijk van innovaties die nu nog niet goed zijn ontwikkeld. Een andere mogelijkheid is om CO2 in de grond te stoppen; ook dat plan is onderdeel van het Klimaatakkoord.

Hierbij is timing cruciaal, stelt Faaij. ‘Neem Tata Steel in IJmuiden, dat bedrijf zou in de toekomst een nieuwe staalfabriek met nul emissies kunnen bouwen.’ Maar daarbij gooit het verscherpte tussendoel van 2030 roet in het eten, stelt hij. ‘Ze hebben maar één kans om de fabriek herbouwen. En de infrastructuur van groene waterstof of duurzame biomassa met CO2-afvang is er nog niet is.’

Faaij is dan ook kritisch op het verscherpte EU-doel. ‘Er is nog veel technologische ontwikkeling nodig. Dit aangescherpte kortetermijndoel maakt transitie vermoedelijk moeilijker en duurder. Sommige stappen kunnen op de korte termijn worden gezet, maar ik verwacht dat tien tot twintig jaar voor 2050 pas de grootste stappen worden gezet.’ Het gaat volgens hem om een goed gepland traject. ‘Of liever: veel goed geplande trajecten tegelijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden