Column

52 romans van Vestdijk, wat een feest!

Witteman heeft iets gelezen.

Simon Vestdijk in 1936 in zijn tuin aan het werk.Beeld ANP

Simon Vestdijk zei eens dat hij niet kon stoppen met schrijven omdat hij zélf zo benieuwd naar de afloop van zijn boeken was. Ook gaat het gerucht dat hij zelfs op zijn eigen verjaarsfeestjes naar boven sloop om te gaan schrijven. Daarbij zette hij de stofzuiger aan om niet door andere geluiden gestoord te worden. Om ook weer niet te veel door die stofzuiger afgeleid te worden droeg hij daarbij bovendien oordopjes. (Die stofzuiger, een ouderwetse, chromen Nilfisk, ziet er uit als een spaceshuttle uit een jarendertig-sciencefictionstripverhaal, en is te bezichtigen in het Letterkundig Museum. De oordopjes ook.)

Zo schreef hij 52 romans, waarvan een groot deel echt behoorlijk goed. Scherp, droog, ánders. Wat keek ik tegen die man op! Zelf op de gevoelige leeftijd van 14 of 15 inhaleerde ik in een dag of tien alle Anton Wachterromans en vond dat ik nog nooit zoiets moois had gelezen. Dat wás toen misschien ook nog wel zo. En de koek was nog lang niet op. Die titels alleen al, zo prachtig mysterieus: Surrogaten voor Murk Tuinstra, De koperen tuin, Het glinsterend pantser (waaraan ik eerst niet wou beginnen, omdat ik voor een ridderroman vreesde)... het ging maar door.

Meneer Visser's hellevaart maakte diepe indruk. Die eerste zin alléén al: 'De gedaante in de hoek, waarmee Visser zich vreemd verbonden voelde, verrees langzaam en strompelde naar het rechter raam, één arm achteruit, alsof ze zich op de lucht steunen wilde.' Ik maakte hier voor het eerst kennis met een waarlijk goed geschreven monologue intérieur en dan nog wel een die zich afspeelde in het hoofd van een sadistische psychopaat. Ik lag er wakker van. Bestonden zulke mensen echt? Dit was nog wel iets anders dan die houterige jongeling Anton Wachter, in wie ik zoveel van mezelf herkende.

Dat is het mooie aan Vestdijk: hij beheerst zoveel verschillende genres en stijlen, dat je er nooit aan went, je hem bij elke roman opnieuw eigen moet maken. Dat hééft iets. Het houdt je wakker. En dat telkens terugkerende thema 'angst' is natuurlijk mooi meegenomen, zeker voor mensen die vervuld van angst door het leven gaan: bijna iedereen dus.

Ik las De kellner en de levenden, en werd nooit meer de oude. (dat jongetje en dat hondje!) Ik las Pastorale 1943 en de schellen vielen mij van de ogen; was de heroïek van het Nederlandse verzet écht maar een mythe? Ik las Het verboden bacchanaal, (spoiler alert) waarin dat hele bacchanaal alleen blijkt te bestaan in de verbeelding van een 15-jarige jongen, zoals dat helaas wel vaker gaat met verboden bacchanalen. Afgezien daarvan een fijne satirische zedenschets, ook nog, die later helaas op stuitende wijze verfilmd werd, met Pleunie Touw nota bene.

Zowat niemand leest Vestdijk meer. Ja, een enkele scholier begint nog wel eens aan Ivoren wachters, over die arme Philip Corvage die telkens weer zijn tanden kapot bijt op harde noten, letterlijk en figuurlijk; dat boek begint sterk, maar verzandt in geouwehoer (onderhoudend geouwehoer, dat wel) en loopt heel anders af dan het af had moeten lopen.

Nee, als Vestdijkmaagd begin je beter met Terug tot Ina Damman. Wat een boek.

En daarna liggen er nóg 51 romans voor je klaar. Wat een feest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden