50 jaar na 'hereniging' Jeruzalem vloeien nog steeds tranen, nu vooral in de moslimwijk

De verovering van Oost-Jeruzalem, woensdag vijftig jaar geleden in de Zesdaagse Oorlog, bracht veel Israëliers tot tranen. Die vloeien er nog steeds, nu vooral in de moslimwijk waar meer en meer Joden zich vestigen.

Links de Westmuur (Klaagmuur) in Jeruzalem tijdens de Zesdaagse Oorlog (1967) en rechts anno 2017. Beeld AFP

Rachel Cohen (69) stond in juni 1967 aan de Klaagmuur en huilde. Tranen van vreugde. 'Jarenlang had ik gebeden om hier te mogen bidden, en toen was het zover.' Haar 'dromen over de bevrijding van Jeruzalem' waren werkelijkheid geworden. Vijftig jaar jaar later wellen weer tranen op. 'Sorry', zegt ze, en baant zich na het gebed snel een weg door de menigte op het plein bij de muur.

Op 7 juni 1967, vandaag vijftig jaar geleden, versloegen Israëlische troepen de Jordaniërs die het oostelijk deel van de stad in handen hadden sinds de Israëlische onafhankelijkheidsstrijd in 1948. Daags erna bezocht de stichter van de staat Israël, David Ben-Goerion, de heiligste plek voor Joden. Ook hij barstte in tranen uit. Dat Joden hier weer konden gaan bidden, in de Oude Stad, beschouwde hij als de grootste overwinning van de Zesdaagse Oorlog.

Tot op heden is de Oude Stad in Jeruzalem een tranendal. Wat Rachel Cohen als bevrijding vierde, werd voor de Arabische inwoners het begin van een halve eeuw durende bezetting. De 'hereniging' van Jeruzalem, zoals de min of meer neutrale benaming van de Israëlische overheid luidt, leidde tot geweld, verdrijving, vernieling.

Lees verder onder de afbeelding.

Tunnels

Burgemeester Teddy Kollek maakte er meteen een begin mee. Hij liet meer dan honderd woningen van Arabieren met de grond gelijk maken, om een 'open synagoge' te creëren waar tienduizenden gelovigen terecht kunnen. Op een Israëlisch animatiefilmpje is te zien hoe de bebouwing in de loop der tijden was opgerukt tot een meter of twee, drie van de muur. Het filmpje wordt vertoond tijdens een wandeling door de tunnels die aan de muur grenzen. Gids Sharon, een spraakwaterval, laat onvermeld dat de zogeheten Magrehbijnenwijk in een mum van tijd werd platgewalst.

De tunnels bieden een blik op wat zij het 'glorieuze verleden' van Israël noemt. De muur (Sharon: 'Wij spreken over de westelijke muur, niet over de Klaagmuur. Joden komen niet om te huilen, maar om te bidden') is het laatste restant van de Tweede Tempel. Het Joodse heiligdom werd in het jaar 70 na Christus door de Romeinen vernietigd. Ondergronds is te zien dat de muur nog honderden meters doorloopt. In een klein hoekje bidden Joden onverstoorbaar te midden van een horde fotograferende Aziatische toeristen.

Een gedeelte van de tunnels ligt onder de moslimwijk in de Oude Stad. Juist in een grote ruimte in dat deel belegde de Israëlische premier Benjamin Netanyahu eind vorige maand een kabinetsvergadering. 'De hoeksteen van ons bestaan', had Netanyahu de tunnels genoemd toen hij, in zijn eerste termijn als premier, die in 1996 openstelde voor het publiek via een ingang in de moslimwijk. De beslissing leidde tot dagenlange rellen, nadat de Palestijnse leider Yasser Arafat had opgeroepen tot verzet. 70 Palestijnen en 17 Israëlische soldaten kwamen om het leven. Omdat de Palestijnen oostelijk Jeruzalem als hoofdstad van een eigen staat opeisen, had de ondergrondse vergadering van het huidige kabinet-Netanyahu veel weg van een provocatie.

Lees verder onder de afbeelding.

Hoe zat dat ook alweer met de zesdaagse oorlog?

In zes dagen (5 t/m 10 juni 1967) versloeg Israël de legers van Egypte, Syrië en Jordanië en veroverde het de Sinaï, de Golan, de Westelijke Jordaanoever en oostelijk Jeruzalem. Drie vragen en antwoorden over de zesdaagse oorlog.

'De boodschap van die unieke bijeenkomst was duidelijk: wíj zijn en blijven de baas in heel Jeruzalem', beaamt Yonathan Mizrachi, een Israëlische archeoloog. Jarenlang was hij betrokken bij de graafwerkzaamheden die kort na de oorlog van 1967 begonnen. Mizrachi stopte met het werk 'omdat met archeologie politiek bedreven wordt'.

Archeologie, politiek en ook religie zijn hier onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op het plein voor de Klaagmuur zit Moshe Beer (50) voor een meterslange kast vol gebedsboeken die hij uitdeelt. Beers eigen gebed, zegt hij, wordt verhoord als de tempel herrijst. Met een gelukzalige glimlach: 'We zullen de nieuwe tempel bouwen, dat weet ik zeker.' Ja, hij beseft dat daarvoor de Rotskoepel, een islamitisch heiligdom, en de enorme Al Aqsa-moskee moeten wijken. Beer haalt de schouders op.

Het is niet aan mensen maar aan God om de tempel te doen weerkeren, corrigeert Moshe Kempinski (69). Hij is in de Joodse wijk van de Oude Stad eigenaar van een winkel in religieuze geschriften. Moeiteloos citeert hij uit de Talmoed, waarin Joodse geleerden door de eeuwen heen hun interpretatie gaven van de Tora, de vijf bijbelboeken die de kern vormen van het Joodse geloof. 'Het staat geschreven dat de tempel uit de hemel zal neerdalen. Voor Joden is de taak weggelegd ons daarop voor te bereiden.' Het blootleggen van de tunnels is een van de middelen.

Lees verder onder de afbeelding.

Al-wadstraat Arabische bewoners uitgekocht

Kempinski kwam ter wereld in Canada, maar hij noemt zich een sabra, een geboren Israëli. 'In Montreal luisterde ik ademloos naar mijn transistorradio tijdens de Zesdaagse Oorlog. Toen hoorde ik de shofar, de hoorn, die de bevrijding van Jeruzalem afkondigde. Ik besloot zo snel mogelijk naar de stad te gaan waar mijn familie meer dan honderd jaar leefde, en die de bakermat is van onze religie.'

Meer Joden in en buiten Israël koesterden die wens, en lang niet altijd streken ze neer in de Joodse wijk, waar anno 2017 vele honderdduizenden dollars moeten worden neergeteld voor een woning. Vooral om ideologische redenen kozen en kiezen velen voor een stek in de moslimwijk. 'Het is ons doel het Joodse leven terug te brengen in het hart van Jeruzalem', stelt de organisatie Ateret Cohanim, die met behulp van Amerikaanse financiers panden opkoopt en Arabische bewoners uitkoopt. Willen die niet meewerken, dan spant de organisatie kostbare rechtszaken tegen hen aan. Ateret Cohanim zegt louter wettelijke middelen te gebruiken, maar volgens Israëlische en Palestijnse mensenrechtenorganisaties worden ook vervalste eigendomspapieren en intimidatie gebruikt om bewoners weg te krijgen.

De kolonisten concentreren zich op de Al-Wadstraat die dwars door de moslimwijk loopt. Voor ultra-orthodoxe Joden is het de belangrijkste toegangsweg naar de Klaagmuur vanuit hun woonwijken ten noordwesten van de Oude Stad. Voor moslims is het een belangrijke route naar Haram Al-Sharif (door niet-moslims de Tempelberg genoemd), waar ze heen gaan om te bidden in de Al Aqsa-moskee.

Lees verder onder de afbeelding.



Beide groepen keuren elkaar nauwelijks een blik waardig. Joden die gebiologeerd in hun gebedsboek kijken, weten soms maar net Arabische verkopers van fruit te omzeilen. Een orthodoxe jongen met pijpekrullen rijdt op zijn e-bike bijna een gesluierde vrouw omver. Zwaar bewapende agenten zien erop toe dat er geen handgemeen of erger ontstaat.

Volgens voormalig stadsarcheoloog Mizrachi is er niet alleen sprake van onverschilligheid, maar ook van vijandigheid. Door het groeiend aantal kolonisten zijn de spanningen hoog opgelopen. 'Het is geen toeval dat deze straat een reputatie van geweld heeft.' In oktober 2015 werden er twee Joodse inwoners neergestoken. Het was het begin van de zogeheten Palestijnse 'messen-intifada' (waarbij overigens ook auto's als wapen werden gebruikt), die tot dusverre in Israël en de bezette gebieden aan 247 Palestijnen, 42 Israëliërs en drie buitenlanders het leven heeft gekost.

Om de historie van Jeruzalem te doorgronden, is het niet alleen de moeite waard 'ondergronds te gaan', maar ook naar boven te kijken. Aan het begin van de Al-Wadstraat, bij de Damascuspoort, wappert op een eeuwenoude woning boven een Arabische winkel een banier in het blauw-wit van de Israëlische vlag. Op het dak prijkt een grote menora, de zevenarmige Joodse kandelaar. De bovenwoning werd in 1987 betrokken door oud-minister van Defensie Ariel Sharon, een uitgesproken havik in de Israëlische politiek. Menigeen zag in de demonstratieve daad van Sharon een aansporing om zich te vestigen in de moslimwijk.

Lees verder onder de afbeelding.

De wijk telt nu tal van yeshiva (Joodse religieuze scholen), synagoges en huizen waar kolonisten wonen. Soms anoniem, achter metalen deuren. Vaak opzichtig, met de Israëlische vlag op het dak of een balkon. Trots meldt Ateret Cohanim dat er zo'n duizend Joodse families in de moslimwijk leven. Voor hun kinderen zijn op daken speeltuinen ingericht.

De Arabische Nora Sob Laban (69) en haar echtgenoot Mustafa (67) hebben in een zijstraat van de Al-Wadstraat een appartement in een woonblok dat de laatste jaren grotendeels door kolonisten in gebruik is genomen. Het echtpaar moet vertrekken. De Sob Labans hebben de status van 'beschermde huurder', die in de praktijk weinig waard is. Nora: 'Mijn man en ik mogen hier nog tien jaar wonen. Onze zoon moest met zijn vrouw en kinderen begin dit jaar vertrekken.' Het is de uitkomst van een langdurige rechtszaak, aangespannen door kolonisten die het hele pand in bezit willen nemen.

Nora wijst op een nis in de woonkamer waar ze zich als bang meisje schuil hield tijdens de slag om Jeruzalem in 1967. Dan opent ze het gordijn voor een raam dat uitzicht biedt op de gouden Rotskoepel, een halve kilometer verderop. 'Ik kan wel huilen als ik eraan denk dat ik hier weg moet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden