46 jaar lang politicus, maar altijd 'eine vaan us' gebleven

Als wethouder had hij vele verschillende petten op. Het politieke fenomeen Jan Hoen (76) houdt vooral het belang van Maastricht in het oog. 'Voor mij is er pas sprake van een belang als je er ook echt een belang in hebt.'

Jan Hoen: 'Al die verenigingen die ik als wethouder hielp, wilden dat ik bleef. Daarom deed ik van alles. Voor de gemeenschap hè.' Beeld Jeroen Hofman

Jan Hoen zit aan de keukentafel van zijn Maastrichtse twee-onder-een-kap, en zijn vrouw Nettie zet de gevulde soepkommen op tafel. Terwijl hij de soep langzaam naar binnen lepelt, en zijn vrouw de keuken op orde maakt, is er even tijd om stil te staan bij dit 76-jarig Maastrichts fenomeen en zijn woelige schermutselingen in de lokale politieke arena, al 46 jaar lang.

Want er is maar één Jan Hoen in Maastricht, en dat is deze Jan Hoen, een rijzige gestalte in een blauw-wit krijtjespak. Jan is eine vaan us, zeggen ze in Mestreech. En dat is geen kleine Jan, met zijn opgespelde koninklijke en pauselijke versierselen. Dat is de nestor van de raad, als eenmanscommando van de Maastrichtse Volkspartij, waar 'Parel-Hoen' na een geschil met zijn CDA terecht kwam.

'Warmhartige christen-democraat, Maastrichtenaar uit edel hout gesneden.'

Dichtregels van oud-premier Dries van Agt (CDA), in een Jan Hoen-gedenkboek met de naam Gedragen door het volk, waarin de ganse stad en de ommelanden hem bewierookten. Dat was uit de periode midden jaren negentig dat hij als CDA-wethouder 26 nevenfuncties op de teller had, en hij een toegewijd speler was in 'de vriendenrepubliek'. Met deze term wordt de Zuid-Limburgse bestuurscultuur bedoeld waarin plaatselijke politieke kopstukken en ondernemers vergroeid leken en de baantjes en klussen onderling werden verdeeld.

Bladerend door talloze publicaties uit Dagblad De Limburger en het boek De Vriendenrepubliek van de Limburgse journalist Joep Dohmen, blijkt dat het Hoen ook niet was gelukt de talloze belangen te scheiden. Bij integriteitskwesties en corruptieaffaires viel veelvuldig zijn naam. Echter, veroordeeld werd hij nooit.

Onrecht

Huidige tussenstand onbezoldigde nevenfuncties: dertien. Denk daarbij onder meer aan het erelidmaatschap van Biervereniging Platoost, erevoorzitterschap Fanfare St.Martinus en ere-adviseurschap van de Algemene Chinese Vereniging Limburg.

'De asperges zijn al vroeg dit jaar, las ik in de krant', zegt Hoen als de bodem van de soepkom in zicht is. 'Maar die zijn misschien te snel gegroeid. We kunnen beter even wachten.'

Nettie: 'Je kunt ook nog bolletjes in de soep doen hè?'

Hoen - 'we gaan niet uwen hè?'- is net thuis van de rechtbank in Roermond. Met zijn hese stem doet hij op beeldende wijze uit de doeken wat hem onlangs voor onrecht is aangedaan. Hij was dus een half jaar geleden op weg naar een vergadering van de 'resonansgroep' van het Bisdom Roermond, een ontmoetingsplek voor Joden en katholieken.

'Toen was er opeens een motoragent', zegt hij verontwaardigd. 'Moest ik stoppen. Die zei: 'Meneer, u reed door het rode licht.' Ik zei: 'Absoluut niet!' 'Weet u van het oranje licht en wat u dan moet doen?', zei de agent. 'Ja hallo, wat is dit?', zei ik, 'een overhoring of een overtreding?' 'Een vrouw wees me erop dat u door het rode licht hebt gereden.' 'O, dus u heeft het niet eens zelf gezien!'

Het gaat hem om het principe, zo liet hij de rechter deze ochtend enigszins verhit weten, en niet om die boete van 240 euro. 'Ik heb het niet gedaan! Die agent zat te jokken op het proces-verbaal!', vindt Hoen. 'Je kunt door rood rijden, of door groen, maar als het oranje is, is het toch oranje.'

Zo lijken er paralellen te zijn met z'n loopbaan als politicus en deze verkeerstechnische twist. Hij dacht bijvoorbeeld dat hij als gemeenteraadslid een betaalde adviesklus kon doen voor een evenement in de stad, waarover hij tegelijkertijd in de raad het woord voerde. Een onderzoeksrapport keurde dit af, en een publieke berisping volgde.

Vraag aan Hoen: Zeg Jan, heb jij dat ook als politicus weleens aan de hand gehad: dat het stoplicht op oranje staat, en dat jij denkt dat het nog kan, ethisch gesproken dan, maar dat je toch net door rood bent gereden.'

Hoen: 'Wablief? O, op zo'n manier. Dat is weleens gebeurd, ja. Als je in zoveel verenigen zit, dan heb je veel belangen, en dan heb je belangenverstrengeling. Maar voor mij is er pas sprake van een belang als je er ook echt een belang in hebt. Dat je er dus zelf beter van wordt. Toen ik 1994 wethouder af was, kreeg ik een enorm wachtgeld. Daar wilde ik iets voor terugdoen. Ik ben voorzitter en directeur geweest van voetbalclub MVV. Ik was er voor de horeca. Al die verenigingen die ik als wethouder hielp, wilden dat ik bleef. Daarom deed ik van alles. Voor de gemeenschap hè. Zo bespaarde ik de stad een hoop geld.'

'Het kon toch?', zegt hij, nadat hem was gevraagd, of dat niet te veel petten waren voor één Jan. 'Als het maar kan. Het is waar dat er weleens te veel de nadruk werd gelegd op kwesties rond mij. Luister: dat is het verhaal van actief en passief zijn in de politiek. Als je je nek uitsteekt, kom je heel vaak op randjes terecht. Ik moest heel vaak nadenken, o God, kan dit wel? Maar als je niet hoeft na te denken, is het veel erger. Dat had ik nooit, nu niet en in het verleden.'

Beeld Jeroen Hofman

Oliespuitertje

Nettie, vanuit de keuken: 'Hij kijkt liever vooruit, dan achteruit.'

Hoen: 'Vroeger was het hier in Maastricht veel meer de sfeer van: wat kan ik voor je betekenen? Ons kent ons, zeggen ze dan, ritselen en regelen. Maar dat wordt altijd zo overdreven. Natuurlijk is de zuidelijke aanpak wat gemoedelijker. We maken niet zo gauw problemen, we werken niet met keiharde woorden. Het is goed dat ondernemers en de overheid in het Limburgse met elkaar samen werken. Maar begrijp me goed, ik ben er nooit beter van geworden, al die 47 jaar in de politiek.'

Nettie: 'En volgend jaar is het gedaan.'

Jan: 'Ja, volgend jaar ga ik wat anders doen. Ik heb hier thuis nog altijd vier keer per week spreekuur. De mensen komen bij me thuis langs. Hebben problemen. Bellen me op. Dan is er een probleem met huisvesting. Over vergunningen. Allerlei soorten zaken. Vaak is het om als oliespuitje te werken. De zaak soepel te laten verlopen. Ja, een oliespuitertje, dat is wat ik ben.'

'Want vergeet niet: mensen die balen ervan dat als ze de overheid iets vragen, ze weken en maanden moeten wachten op antwoord. Bij mij heerst de attitude: wat kan wel? In plaats van: wat kan niet? Nu zeggen ze tegen een ondernemer: 'Maak maar eerst een nota, en dan gaan we eens kijken'. Bij ons zeiden we het zo: 'Luister vriend! Het kan! Als je maar aan alle voorwaarden voldoet.' Dat is de methode Jan Hoen: geloofwaardigheid en duidelijkheid.'

'Daarom ben ik een volksvertegenwoordiger, voor en tussen het volk. Voor mij staat een ding centraal: omzien naar elkaar. Ze moeten je kunnen vastgrijpen, je kunnen vastklampen. Je moet geen Sinterklaas spelen maar zorgen voor de mensen. Ik ben aaibaar.'

Nettie, ginnegappend: 'Nou...'

Jan Hoen stapt in zijn bescheiden luxewagen, een witte Totoya geparkeerd onder de carport naast zijn huis. Met pretoogjes zet hij vaart naar de Maastrichtse binnenstad voor een, voor zijn doen afgemeten, programma van één vergadering en één opening. De anekdotentrommel waait vanzelf open, terwijl hij richting de stad manoeuvreert. Zoals over hoe de toenmalige koningin Juliana stiekem bij hem op de wethouderskamer 'Cabalerootjes' zat te roken, met haar bruine vingers. Of in 1992, toen de Europese regeringsleiders het Verdrag van Maastricht tekenden, en hij als toenmalig locoburgemeester van Maastricht, hen ontmoette.

De pen waarmee het verdrag werd ondertekend ligt in een vitrine op zijn werkkamer thuis, waar honderden carnavalsmedailles, oorkondes en eretitels hangen, zoals van Jeruzalem. 'Dat wordt nog moeilijk Jan, om iets jou iets te geven als je afscheid neemt', had de burgemeester hem laatst laten weten. 'Je hebt alle medailles al.'

Hoen zegt wat minder vaak in de kroeg te komen, op weg naar café D'n Dolle Dries. Ja, een paar biertjes na een vergadering en dat is het. Ooit was dat wel anders, in gezelligheid sloeg hij weleens door. 'Een tijd geleden kwam er een oud vrouwtje naar me toe: 'Meneer Hoen, ik zie u altijd met een glas bier in uw handen, moet dat nou?'

Maar mevrouw', zei ik, 'weet u dat niet? Ik moet dat ambtshalve doen.' 'O', zei ze, 'dat verandert de zaak.''

Vroeger had hij op vrijdag spreekuur in Sjinkerij De Bobbél. Dat wist gans de goegemeente, van vijf tot zeven, en later niet, liefst. 'Anders werd het te veel drank en toestanden', zegt hij. 'Er kwamen mensen die je nog even wilden spreken, aan het einde van de week. Als ik iets niet kon beantwoorden, dan schreef ik het op een bierviltje. Dat stapeltje bierviltjes nam ik dan mee naar het stadhuis op maandag, en zei tegen m'n secretaresse: 'Voor woensdag heb jij al die mensen teruggebeld.'

Bourgondisch

'Luister, dat was nou dienstverlening. Dan kan je wel zeggen: je moet niet in de kroeg komen. Je moet niet op viltjes schrijven. En hoeveel heb je dan weer gezopen? Ja, je kunt er veel bezwaren aan hangen. Als je doorredeneert dan is het van: hij neemt het niet zo nauw, die doet het voor z'n eigenbelang. Het is gewoon niet zo! Vraag maar aan Nettie!. Hoe vaak ik geen herrie met 'r heb gehad. Zij zei: 'Je bent hartstikke gek dat je dat allemaal doet voor die mensen.''

Hoen vertelt over een periode in Zuid- Limburg dat de macht van de KVP en nadien het CDA zo groot was 'dat de mensen begonnen te spartelen'. Partijen als de PvdA en de VVD trokken alles uit de kast om dat overwicht terug te dringen. 'En dat is ook gebeurd', zegt hij. 'Ik maakte mee dat ik in het ene jaar zes zetels won, en het andere jaar zes zetels verloor. Alles werd uitvergroot, zeker als je een beetje bourgondisch was, zoals ik. Daar maakte men gebruik van om mij als politiek fenomeen kapot te maken. Bij je eerste succes, creëer je je eerste vijand.'

'Natuurlijk liepen we op het slappe koord. Dat zeker. Niet kijken, niet links, niet rechts, maar doorlopen. Neem de samenwerking met de aannemers. Dat is ook zoiets: dat krijgt al heel snel een negatieve klank. Ik zal je wat vertellen hoe we het aanpakten. In Maastricht was grote werkeloosheid. Wij zagen dat buitenlandse wegenbouwers hier het werk kwamen doen. Die waren de goedkoopste. Toen heb ik gezegd: wat schieten we hiermee op? Ik heb een systeem gemaakt. Hoeveel hebben we er? Zes wegenbouwers. Als we die nou eens om de beurt een kans geven, kritisch gevolgd door de gemeente.

Dat mag nu niet meer - maar zo deden we het wel. Iedereen was tevreden, want de kans dat bij loting één van de zes iets zou krijgen, was niet groot. De gemeente bepaalde. Daar ging het om.

'Ja, hoe je dan één van de zes gegadigden werd... ja, daar is weleens discussie over geweest... want er zat ook een vriendje tussen van mij. Dat was achteraf gezien niet zo slim allemaal.'

Jan Hoen kwam als 14de kind in het gezin ter wereld, zijn moeder overleed daarbij in het kraambed. Zijn vader was vertegenwoordiger in wijnen, en ging langs de deuren van parochies en particulieren. Senior trouwde een tweede keer, en de nieuwe vrouw baatte een uitleenbibliotheek en een kantoorboekhandel annex speelgoedwinkel uit. Veel zaterdagen moest kleine Jan centen ophalen bij mensen die daar op rekening hadden gekocht.

Zo kwam hij in armlastige wijken als Wittevrouwenveld in straten terecht waar mensen de planken van de vloer opstookten om warm te blijven, waar kinderen met lapjes stof onder de voeten rondliepen. 'Voor die mensen wilde ik wat betekenen, en met dat idee ben ik in de politiek terecht gekomen.'

Ook zijn vader was KVP-gemeenteraadslid, actief 'van kerk tot kroeg' en een groot redenaar, in het openbaar. Zelf leerde Jan dat oreren vooral als chef inkoop bij Vroom & Dreesmann in Maastricht. Hij moest in de afgeladen winkel demonstraties doen, liefst een beetje gevat. 'Dan stond ik daar met zoiets als De Onbreekbare Pop, draaide de benen en armen ervan af, en zei tegen de mensen: 'Zo, dat kunnen jullie niet hè?' Totdat een man zijn broekspijp omhoog deed en zijn been losdraaide. Zo', zei-ie, 'dat kan ik ook.'

Hoen loopt over het Marktplein, groetend naar voorbijgangers, en laat nog eens zien waar zijn wethouderskamer was, zestien jaar lang, in het stadhuis. Drie fluitjes bier verder op het terras van D'n Dolle Dries, komen we te spreken over of hij niet de sprong naar de Tweede Kamer had willen maken, waarom hij niet naar voren werd geschoven voor een hooggeplaatste functie buiten de stad. Daar zeg je zo wat, buiten Maastricht. Hij kent zijn beperkingen. 'Ik was niet goed in mijn talen. Ik spreek alleen Maastrichts en Duits.'

Slechts één keer was hij serieus in de race om burgemeester te worden - van Meerssen, pak 'm beet een kwartiertje sturen van Maastricht. 'Ik moest bij Sjeng Kremers komen, de toenmalige gouverneur van Limburg, en die zei: 'Hoen, je bent benoembaar. Maarrr! Ik heb hier een brief liggen van de Kroon. Het moet een rooie worden. Later vroeg-ie me waarom ik had gesolliciteerd, en ik zei: 'Als kind zong ik al het liedje: 'In Meerssen hebben we zo'n lol gehad.'' Dat vond de gouverneur het meest treffende argument dat-ie had gehoord.'

De beste burgemeester die hij in Maastricht heeft gediend, was de onlangs overleden Philip Houben. 'Dat was een echte wij-man.' Onno Hoes was ook een uitstekende burgemeester, 'tot dat gedoe met die jongetjes', zegt hij. 'Voordat-ie werd benoemd, ben ik naar Breda en Den Bosch geweest om rond te vragen: hoe zit dat met die man? We wisten dat-ie homo was, en wilden weten of er gekke dingen konden gebeuren, want Maastricht is natuurlijk wel een katholieke stad. Ze zeiden van niet, maar het is dus toch gebeurd. Doodzonde, hij paste heel goed hier.'

Jan Hoen in zijn kantoor, thuis in Maastricht. Beeld Jeroen Hofman

Echte betrokkenheid

Hoen loopt Bureau Europa binnen, en schudt iedereen de hand. De tentoonstelling van dit platform voor design en architectuur over innovatie in de zorg, lijkt niet helemaal Jans pakkie-an. Maar aan de bar blijkt hij op natuurlijke wijze te aarden en krijgt hij te horen dat de subsidie voor dit instituut onder druk staat. Dan komt al rap de vraag op, wat kan Hoen eraan doen met zijn netwerk?

Oef, zegt hij, en kijkt om zich heen. Eerst moet hij zich eens goed in de kwestie verdiepen, en weten wat Bureau Europa betekent voor de stad. 'Ik ga me niet overal zomaar voor inzetten. Zo werkt het niet.' Hoe het dan wel werkt, is op zich niet zo heel ingenieus, zo valt later uit de mond van een Maastrichtse cafébaas op te tekenen. 'Jan Hoen is vooral Jan Hoen. Je kunt hem aan zijn jasje trekken. Hij is goed voor de mensen, en hij houdt van een pilske.' Een andere horeca-insider: 'Dan kun je wel zeggen dat-ie zoveel petten op had. Maar als echte betrokkenheid een pet is, dan heeft hij er veel meer op.'

Hoen zit in café In den Ouden Vogelstruys, en hoeft niet per se mee te delen met het Mestreechs zoervleisj, geserveerd mèt appelmoos en greune slao. Zojuist zat hij verderop in de stad een vergadering voor van het Mestreechs Rizzjemint, de schutterij. En nu is hij hier aan het Vrijthof in Maastricht, een plek waar hij veel is geweest, de afgelopen 46 jaar als bekende politicus. Ook hier wist men hem te vinden - hij was er toch.

'Ik zal je eens een verhaaltje vertellen', zegt hij, terwijl een blonde stadsgenote aanschuift aan de stamtafel, en hij nog dolgraag een fluitje bier wil bestellen. Hij stond hier aan de bar, en er kwam een man naar 'm toe. Die was helemaal van slag, want hij had een enorme belastingaanslag van tienduizenden - toen nog - guldens gehad. Dat vond hij zo'n triest verhaal, dus dacht hij: 'Daar doe ik wat aan.'

'Dus ging ik naar de belastinginspecteur, twee dagen later, in het kantoor vlakbij het stadhuis en zei hem: 'Zou je dat dossier van die en die er eens bij kunnen halen? Al is het verhaal wat ik hoorde in het café maar voor een kwart waar, dat kan het echt niet, op deze manier.' Hij haalde de papieren erbij, en keek, en keek nog eens en zei: 'meneer de wethouder, u heeft helemaal gelijk, dat hebben ze helemaal verkeerd gedaan. Daar klopt niks van, dat gaat niet door.' Dus, ik liep gelukkig de deur uit.'

'Ik belde die man uit het café daags later op, en zei: 'Nou proficiat, ik heb het geregeld met de belastingen.'' 'Huh', zegt die man, 'van wie weet u dat?' Hij wist niet meer, dat-ie dat een uur lang aan iedereen in het café had verteld. 'Nou ja merci, in ieder geval bedankt hoor', zei die man nog wel. Het is toch wat!'

Zo ging het er hier aan toe, stelt hij lachend, echt een typisch geval voor het oliespuitertje van Maastricht.

Jan neemt een slokje van zijn bier en zegt: 'Je hebt het gehoord, ik heb niet stil gezeten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden