403 Moedervlekken in kaart gebracht

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: moedervlekjes en vaag vlees.

Foto Rechtenvrij

Amsterdam, 30 maart

Ik ging naar de derde editie van Unfair en vernam aldaar dat de beurs voor hedendaags talent dit jaar volwassen is geworden. Nu ben ik de laatste die dat kan beoordelen, daar ik, jager op de eeuwige velden van de avant-garde, ahum, de eerste twee edities miste. Desalniettemin zeg ik: proficiat. Als dit volwassen is, doe mij daar dan wat van in een potje. Unfair, zoals het een Amsterdamse kunstbeurs betaamt gehouden in één van de fabriekshallen op het Westergasfabriekterrein, is fris en verkwikkend. Een beurs waar veertig jonge kunstenaars, gekozen door een selectiecommissie, zelf hun stands in elkaar timmerden en nu hun werk vier dagen lang zelf aan de man proberen te brengen. Weldadig was de afwezigheid van galeriehouders met eurotekens in hun ogen. Wat u betaalt aan de kunstenaar gaat voor honderd procent naar de kunstenaar. Ik werd er jongehondenachtig blij van.

In die stemming scharrelde ik tussen de witte schotten - wat dat betreft zijn kunstbeurzen aan weinig verjonging onderhevig. De kunstwerken waren wisselend van kwaliteit. Wat heet: achter het ene schot bevond zich een uitgebalanceerde en verzorgde presentatie van iemand die inderdaad volwassen leek, terwijl ik achter het andere kinderachtige fröbelbouwwerken zag, die ik als ironische knipogen beschouwde, maar die, vrees ik, niet zo bedoeld waren. Het niveau stuiterde, maar dat overkomt ook de oudste beurzen.

En zie. Ik vond het werk van Anne Forest (1983), die, geïnspireerd door oude schilderkunst, donkere, geheimzinnige portretten vol fijne details schildert op stukken tapijt. Ik zag vijf zwart-witschilderijen van Vincent van Gogh, allemaal ooit verloren gegaan, maar altijd als kleurloze plaatjes bewaard gebleven in de kunstgeschiedenisboeken en nu als zodanig en knap gereproduceerd door Suat Ögüt (1986).

In een hoek van de beurs raakte ik in de ban van Sanne Vaassen (1991). Als een ontdekkingsreiziger had zij haar eigen lijf stukje voor stukje verkend, op zoek naar moedervlekken. Ze had er 403 in kaart gebracht en genummerd op schematische tekeningen van haar lichaamsdelen, zoals bij de Chinese acupuncturist. Bezoekers konden een moedervlek uitzoeken en du moment laten tatoeëren op precies dezelfde plek op hun eigen lichaam.

En toen stond ik dus midden op een kunstbeurs toe te kijken hoe een gediplomeerde tatoeëerster een moedervlekje aan de binnenkant van de arm van een beverige jongeman creëerde, een stukje Sanne Vaassen om voor altijd met zich mee te dragen. Een kunstenaar die haar moedervlekken onder de mensen verdeelt alsof het snoepjes zijn - was dit poëtisch conceptueel of diep narcistisch? Ik kwam er niet uit, maar voelde me ineens stokoud.

Amsterdam, nog steeds op de Unfair, 30 maart

Terwijl die onomkeerbare kunsttatoeages mij biologeerden, was de opening van Unfair volgestroomd. Mocht tv-antropoloog Michael Schaap, die van De Hokjesman, nog op zoek zijn naar een nieuwe subcultuur, dan raad ik hem deze van harte aan. De jongere kant van de kunstwereld is hier uitstekend te observeren. Ze excelleert in hoge knotten, net weer afgeschoren baarden, onuitwisbare lippenstift, een naturelle netwerkmodus en een prachtig jargon. Witte wijn is uit, bier is in. Maar na een uurtje of twee vond ik ze ook wel een beetje... kéúrig, net als veel kunst. Keurig en samenhangend, alles klopt, van de uiterst beheerste tekeningen tot de piekfijne elevator -pitches die ik om me heen hoorde. 'Wij wilden iets maken dat functionaliteit becommentarieert', hoorde ik een duo unisono zeggen.

Waar was de dwarsligger? Het onlogische? Het ligt aan mij, niet aan hen, die dwangmatige zucht naar rebellie, daterend uit een voorbij tijdperk - wat doe je er aan?

Foto Rechtenvrij

Maar toen. Aan de rand van de beurs - waar anders? - kwam ik het ontregelende werk van Mickey Yang (1988) tegen. Er kwam geen lijf aan te pas, maar gatsiederrie, wat was het dan wel wat daar op een monitor te zien was?! Materiaal dat nog het meest aan een reep varkensrug deed denken, kromp en zwol sterk uitvergroot in beeld. Bij elke samentrekking welde helder vocht uit het spul (dat het een spons was zag ik snel, maar dat maakte het niet minder smerig), in een eindeloze obscene cyclus. Schuin voor de monitor op de grond stond een ondefinieerbaar bergje paarszwart schuimrubberachtig spul, waarin een machine mechanisch stond te porren. Por. Por. Por. En dan veerde dat vlezige weer terug.

Mickey Yang zelf was er ook en ze vertelde in een kreukelige variant van de elevatorpitch aan een bezoeker (ik ben niet alleen uw oog maar ook uw oor) hoe zij al tien jaar lang dwangmatig naar ziekenhuisserie Grey's Anatomy keek, hoe een experiment met een stuk schuim in de vriezer was mislukt maar wel deze video opleverde en nog meer onsamenhangends. Het waarom had ze niet een-twee-drie paraat en dat was, eerlijk gezegd, muziek in mijn oren. Soms maak je iets goeds maar heb je zelfs achteraf geen idee. Soms heeft materiaal een eigen wil, of je ziet ineens je diepste verlangen in een mislukking. Dan stug dóórdoen en de verklaring maar even laten zitten, tekent de jonge hond. Go Mickey go!

Unfair Amsterdam editie 2016,
Westergasfabriekterrein, Zuiveringshal, t/m 3/4.