4.600 mensen doen aan profsport

Voor het eerst is, om hun arbeidsomstandigheden te verbeteren, het aantal beroepssporters in Nederland geteld...

Van onze verslaggeverPoul Annema Poul Annema

AMSTERDAM Nederland telt 4.600 beroepssporters. Tot deze categorie behoren niet alleen atleten die van de sport hun beroep hebben gemaakt, of de door NOC*NSF aangemerkte topsporters die een beurs of toelage genieten. Ook wie door de sport gedeeltelijk in zijn onderhoud voorziet, is als beroepssporter aangemerkt in een onderzoek dat is uitgevoerd door het Mulier Instituut en de Universiteit van Utrecht.

Dat onderzoek maakt deel uit van een door de Werkgevers in de Sport (WOS) in gang gezette en door het ministerie van VWS bekostigde actie om de arbeidsverhoudingen in de sport te verbeteren. Op 25 juni zal de WOS samen met NL Sporter, die de belangen van de sporter behartigt, zijn aanbevelingen overhandigen aan staatssecretaris Bussemaker van VWS. ‘De sport moet professioneel doen en het moet afgelopen zijn met het gesjoemel met contracten dat je nu nog steeds tegenkomt’, zegt René van den Burg, directeur van de WOS.

‘Te lang is sport niet als een vak beschouwd’, zegt Eric Lankers, juridisch adviseur van de organisatie. ‘Sport was een kwestie van prestaties, records en limieten, en vanuit die passie is lang niets geregeld geweest. Daarin is de laatste jaren natuurlijk wel verbetering gekomen, maar vooral voor de echte top. In de laag daaronder ontbrak het aan duidelijkheid. We zijn zelfs contracten tegengekomen die openden met: ‘Artikel 1: dit is geen arbeidscontract.’ Dat heeft geleid tot juridische gevechten en andere conflicten.’

In een eerste aanzet werd daarom besloten vast te stellen hoe groot de groep van beroepssporters in Nederland is. Maarten van Bottenburg, als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Utrecht, werd ingeschakeld om dat volume vast te stellen. Hij zocht contact met de 21 belangrijkste Nederlandse sportbonden en stelde, met behulp van een enquête onder de overige bonden, met behulp van zogenoemde ‘ruime’ en ‘enge’ criteria vast dat 4.600 sporters op de een of andere wijze dankzij de sport geheel of gedeeltelijk in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

Tot die 4.600 beroepssporters behoren de ongeveer 1.000 Nederlandse profs en semiprofs in het betaald voetbal, maar ook de 900 in de hoofdklassen van het zaterdag- en zondag uitkomende amateurs. Over hun status valt weinig te zeggen, ook niet aan de hand van de cijfers van de KNVB, maar het is algemeen bekend dat op dit niveau redelijk met geld wordt geschoven.

De overige beroepssporters bevinden zich vooral in de commerciële sporten als wielrennen, schaatsen, hockey en basketbal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden