300 jaar geleden slokte een kerststorm Groningen op: 'Dit is de vergeten catastrofe'

In 1717 kwamen daarbij 2.267 mensen om

De vloed van 1717 eiste meer levens dan de watersnoodramp van 1953. Heel Noord-Nederland stond onder water. Groningen herdenkt de 'vergeten catastrofe', want de aardbevingen vormen ook een overstromingsrisico.

De overstrooming in Nederland. Gezicht op den Westerpolder bij Ulrum (provincie Groningen). Foto Foto Groninger Archieven

'Den 25de Sijnde Christdag des voormiddags Een vliegende Storm, (...) te Vier uiren Sagh men van de Stadts wallen niets als waater, De Huisen ende Kercken daarin staande, Zijnde Een Droevige gesichte.'

Zo beschreef Thomas van Seeratt de rampspoed die zich in de Kerstnacht van 1717 over Noord-Nederland voltrok. De geboren Zweed werd in 1716 in Groningen aangesteld als Commijs Provinciaal, hoofd van provinciale waterstaat. Een jaar later doorbrak de door noordwesterstorm opgestuwde Noordzee de dijken. De provincie liep onder, huizen verdwenen, mensen en dieren verdronken.

De kerstvloed van 1717 is een vergeten catastrofe. Alleen al in Groningen kwamen 2.267 mensen om. In het hele Noordzeegebied tot aan de Deense kust vielen 14 duizend slachtoffers - een veelvoud van de watersnoodramp in 1953.

De kerstvloed

Driehonderd jaar na dato herdenkt Groningen de kerstvloed, onder meer met een kunstroute, een wandelgids en een tentoonstelling in het Noordelijk Scheepvaartmuseum. 'Heel veel mensen weten niet meer dat deze ramp heeft plaatsgevonden', zegt hoofd tentoonstellingen Michèlle Corbier. Objecten die herinneren aan de vloed zijn er ook niet meer. 'Allemaal weggespoeld.'

Het spoor terug loopt daarom langs eeuwenoude ooggetuigenverslagen en donderpreken. 'De rampspoed werd gezien als straf van God voor de zondige mens.' In Baflo zag een man zijn vrouw en drie kinderen wegdrijven op een dak. In Kloosterburen verkleumde een kind de armen van haar vader, die een boom in was geklommen. Ook hij overleefde het niet. 'Wie kan gevoelloos hier aanschouwen hoe huys bij huys wordt weggespoeld.'

Zie daar op een reproductie van een kopergravure: een wegdrijvende baby in een wiegje. Of de nauwkeurige tellingen van duizenden dode dieren: koeien, schapen, varkens. Corbier: 'Al die kadavers, het moet ongelooflijk gestonken hebben.'

Noodsignaal

Middelpunt van de expositie zijn de aantekeningen van Van Seeratt, opengeslagen in een vitrine. Kort na zijn benoeming in 1716 waarschuwde de oud-zeekapitein al voor de erbarmelijke staat van de zeekeringen. Zijn noodsignaal werd weggewuifd - het provinciebestuur meende dat de dijken 'nu beter waren als bevoorens'.

Maar een jaar later werd Van Seeratts vrees al werkelijkheid. Op 24 december 1717 voer hij de Reide op. 'De lugt wierde hoe langer hoe swaarder, gelijck in de West-Indies als daar Orkanen komen.'

Van Seeratt gaf na de kerstvloed leiding aan een omvangrijke reddingsoperatie. 'Maar we denken dat hij zijn rol in zijn eigen geschriften iets te heldhaftig heeft voorgesteld', zegt Corbier. Mensen en vee werden met zeventig schepen naar de stad geëvacueerd. Andere schepen brachten brood, bier, water, kaas en zout naar de door het water geïsoleerde dorpen. 'Angaande het Zout over al te senden, was seer Nootsaakelijk', noteerde Van Seeratt. 'Terwijlen de menschen de verdronkene beesten aeten.'

Onder aanvoering van de Commijs werkten vierduizend man aan de nieuwe zeedijk, die in 1721 gereed kwam. Inmiddels zijn de dijken nog weer meters hoger dan in de 18de eeuw. Maar er zijn nieuwe bedreigingen. Door klimaatverandering stijgt de zeespiegel. In Groningen verzakt bovendien door gaswinning de bodem. Ook aardbevingen vormen een risico.

Daarom maakt het waterschap Noorderzijlvest de dijk tussen Eemshaven en Delfzijl sterker en op sommige plekken tot 2 meter hoger. Als die dijk doorbreekt, kan het water net als in 1717 binnen 24 uur tot de stad Groningen komen.

Urgentiebesef

'Van Seeratt heeft ons het urgentiebesef meegeven dat je met het versterken van dijken niet moet wachten tot het te laat is', zegt Ate Wijnstra, projectleider hoogwaterbescherming bij Noorderzijlvest. 'Dei nait dieken wil, mout wieken', zeggen we in het Gronings.' Nog een erfenis van Van Seeratt: het minder steile dijkontwerp dat hij heeft bedacht, wordt nog steeds toegepast.

Een belangrijk verschil is dat boeren in die tijd zelf verantwoordelijk waren voor hun eigen stukje dijk. Nu werken waterschappen en Rijkswaterstaat nauw samen. 'We zijn bovendien veel beter in staat in de toekomst te kijken: welke golfoploop en waterstanden kunnen we over 25 jaar verwachten?'

Is een ramp als in 1717 uit te sluiten? 'Honderd procent zeker ben je nooit', zegt Wijnstra. 'Maar doordat we zoveel tijd, kennis en geld investeren in onze dijken, wonen we inmiddels in de veiligste delta ter wereld.'

De tentoonstelling in het Noordelijk Scheepvaartmuseum is te zien t/m 11/3/2018.