30 jaar later geen spijt van Surinames eerste coup

De revolutionaire vlam is niet gedoofd bij de oud-sergeanten die in 1980 de macht grepen.

De coup is al vanaf 2 uur ’s nachts gaande als na een paar uur vanaf de Surinamerivier twee van de door Nederland geleverde patrouilleboten van de piepkleine Surinaamse marine het hoofdbureau van politie beschieten. Het is al licht wanneer het pand, waar een deel van de regering-Arron bescherming heeft gezocht, in brand vliegt.

Op die ochtend van 25 februari 1980, donderdag dertig jaar geleden, grijpen zestien sergeanten een uit de hand gelopen conflict over vakbondsrechten in het leger aan om een impopulair kabinet naar huis te schieten.

In het kantoor van politiecommissaris Jimmy Walker bevindt zich sergeant Laurens Neede, een van de drie leiders van de militaire vakbond Bomika (Bond Militair Kader). Zij zijn door de politie gearresteerd wegens ‘insubordinatie’. Liggend op de grond wordt Neede gedwongen Desi Bouterse en de andere coupplegers te bellen.

Hij moet, eist Walker, Bouterse cum suis overhalen de ‘muiterij’ te stoppen. De rebellerende militairen hebben dan al de Memre Boekoe-kazerne, de munitiebunker en de marinebasis ingenomen. Neede: ‘Bouterse zei: ‘Ik ben blij dat je nog leeft. Ga daar zo gauw mogelijk weg. Fase 2 is ingegaan’.’

Na het gesprek worden Neede en de twee andere vakbondsleiders, sergeant-majoor Badrissein Sital en sergeant Ramon Abrahams, vrijgelaten. Zij moeten zorgen voor een staakt het vuren. Oud-politieman Neede laat de politietop in de waan dat hij dat wel voor elkaar kan krijgen bij Bouterse.

Neede (63): ‘In de kazerne werden we met gejuich ontvangen. De coup was toen al voor 80 procent afgerond. We waren jongemannen van rond de 30, de meeste uit straatarme families, zonder ervaring en inzicht om met macht om te gaan. Daarvan is in de jaren erna flink misbruik gemaakt door adviseurs en politici die ineens macht roken. We hebben zeker fouten gemaakt. Maar we hadden het beste voor met Suriname.’

Sital (63), voorstander van een op Cuba gerichte koers na de coup: ‘Ik ben niet teleurgesteld of gefrustreerd over wat er in dertig jaar is bereikt. Het brengen van eenheid in het multi-etnische Suriname, cruciaal voor je ontwikkeling als jong land, was een van onze prioriteiten. Nadat we in 1987 weer de macht overdroegen, is dat afgebrokkeld. En hoe we er nu voorstaan qua nationbuilding: we moeten ons doodschamen. De animositeit, de haat en nijd tussen de bevolkingsgroepen, is nog nooit zo groot geweest. Dat is de meest trieste ontwikkeling.’

Ze speelden beiden een prominente rol voor en na de staatsgreep. De een, Sital, werd voorzitter van de Nationale Militaire Raad (NMR), die het bestuur over de vijf jaar jonge republiek overnam. De ander, Neede, werd ondervoorzitter. Twee onderofficieren, opgeleid in het Nederlandse leger, die revolutie predikten, minister werden, maar die meemaakten hoe de militairen hun krediet verspeelden bij de bevolking. Zeker op 8 december 1982, toen vijftien opposanten van het regime werden geëxecuteerd.

Allebei kregen ze het ook aan de stok met Bouterse, die zich na de staatsgreep in korte tijd ontpopte als ‘sterke man’, om zich later weer met Desi te verzoenen. Sital zat vanaf eind 1980 zelfs maandenlang in de cel op beschuldiging van het beramen van een linkse staatsgreep. In 1983 vertrok hij, na een nieuw conflict, voor een jaar naar zijn grote voorbeeld Cuba.

Dertig jaar na de ‘ingreep’ is de revolutionaire vlam vooral bij Sital, tegenwoordig zakenman en actief in de Nationaal Democratische Partij (NDP) van Bouterse, nog altijd niet gedoofd. Lachend: ‘Onze tegenstanders zwijgen de staatsgreep het liefst dood. Maar op NDP-bijeenkomsten ben ik nog altijd commandant Sital.’

Of er wat te vieren valt donderdag? ‘Het is meer een kwestie van herdenken en bezinnen’, zegt de man die begin jaren negentig stafchef werd van het leger. ‘Hoe je ook over de staatsgreep denkt, het maakt deel uit van onze historie. Je kan en mag het niet uitwissen.’

Over 8 december, waarvoor Sital is aangeklaagd, is hij resoluut. ‘De coup was toen nodig om een einde te maken aan corruptie en bandeloosheid. Dat het daarna anders liep, is iets anders. Dat gebeurt in elke revolutie. Zonder 8 december goed te praten, maar als je gaat revolutionairen in een half slapende samenleving, in een land dat driehonderd jaar is gekoloniseerd, dan moet je je borst natmaken. In andere landen ging het veel grover.’

Neede was in Nederland, als militair attaché op de ambassade, toen de Surinaamse ‘revo’ ontspoorde. De jonge coupplegers hadden voor het oog van de wereld hun onschuld verloren. Hij keerde direct terug. Neede: ‘8 december doet ook mij pijn. Sommige slachtoffers kende ik. Ik betreur de doden. Maar vergeet niet dat er ook plannen waren om ons te vermoorden, zoals in een kerk. Er waren tegencoups. Ik zeg niet: jammer van die dertig jaar. Ik sta er nog steeds achter. Als het nog een keer moet gebeuren, doe ik weer mee.’

Sital vraagt zich af of de coup wel zo succesvol was verlopen als de regering en politie niet zo ‘ongecontroleerd’ hadden gereageerd op de actievoerende militairen. Met name het verjagen van de onderofficieren uit de kazerne, op 30 januari, wordt als een kapitale blunder beschouwd. Een grotere vernedering was niet denkbaar.

Sital: ‘De regering reageerde paniekerig en de inlichtingendienst en de politie waren lam geslagen. Dat heeft ons geholpen. We hebben het ook uitgebuit. Maar het beeld dat de machtsovername makkelijk ging, klopt niet. Dit was een van de meest perfecte staatsgrepen van die tijd. De uitvoering verliep precies volgens het draaiboek. Dit waren niet zomaar sergeanten maar NAVO-gestandaardiseerde onderofficieren.’

De welbespraakte Neede, woordvoerder van de militaire vakbond Bomika, was toen veelvuldig op de radio te horen. ‘Militairen zijn getraind om door te gaan, wij zijn geen padvinders’, waarschuwde hij nog vlak voor zijn arrestatie. Samen met Sital, voorzitter van de bond, verliet hij als een van de laatste onderofficieren de kazerne. De politie had toen opdracht gekregen met scherp te schieten.

Neede: ‘Dat was een emotioneel moment. Suriname is klein en op dat moment stonden, letterlijk, vaders tegenover zonen, broers tegenover broers. Met de handen in de lucht en het Surinaamse volkslied zingend, verlieten we het terrein. Sommigen huilden. Buiten de kazerne stond commissaris Walker die ons bedreigde. Daarna volgde onze arrestatie en werden we beschuldigd van opruiing. Het enige wat we wilden, was dat premier Henck Arron met ons kwam praten. Maar men wist zich gewoon geen raad met de situatie.’

Desiré Delano Bouterse, sportinstructeur, speelde in die dagen geen beeldbepalende rol. Het publiek, dat sympathie koesterde voor de actievoerende militairen, kende toen alleen de rap van de tongriem gesneden Sital en Neede. Wie na de coup de ‘ingreep’ moest leiden, was volgens Sital ook niet gedetailleerd besproken.

Sital: ‘Intern was hierover gedoe. Dat was ook meteen een van onze zwaktes. Dat Bouterse boven is komen drijven, is gaandeweg gegaan. Mede ook door invloeden van buiten. Ik stond een meer standvastige koers voor: minder schipperen, minder toegeven. Met mij zou het revolutionair proces niet zomaar uit handen zijn gegeven. Ik was bijvoorbeeld geen voorstander van de verkiezingen van 1987 die een terugkeer betekenden van de traditionele partijen. Een crimineel die doodgaat, geef je toch geen infuus?’

Een terugkeer in de politiek ambieert hij niet, ook al koerst de NDP af op een overwinning bij de verkiezingen van 25 mei. Vanwege hartproblemen moet ‘de commandant’ het nu rustiger aan doen. Ook Neede wil op de achtergrond blijven. Hij ergert zich aan het beeld dat veel militairen goed voor zichzelf hebben gezorgd. ‘Ze kunnen niet van mij zeggen dat ik rijk ben geworden in die dertig jaar. Ik heb meer verloren door de revolutie dan ik heb gewonnen. Ik heb gevangenissen van binnen gezien. Maar ik klaag niet.’

Een groepsfoto van de leden van de Nationale Militaire Raad, gemaakt vlak na de staatsgreep in Suriname, dertig jaar geleden. V.l.n.r. Stanley Joeman, korporaal Braaf, serg. Chas Mijnals, serg Laurens Neede, serg. Raymon Abrahams, serg.-maj. Desie Bouterse, sergeant Dennis Horb, en serg.-maj. Badressein. (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.