24-6-1969

In een brief aan J. Bernlef haalde Jan Hanlo schijnbaar vrolijk een uitspraak van Randolph Hearst aan: 'Het kan me niet schelen wat m'n tegenstanders over me schrijven, als ze m'n naam maar goed spellen.' Maar bij de eerste publikatie van een gedicht van hem was juist dat al fout...

ED SCHILDERS

Omdat ik teksten aan het schrijven was voor een drukker die een boekje wil uitgeven 'over het vak', vertelde een vriend van me dat hij zich vaag herinnert hoe Jan Hanlo in een van zijn brieven zegt dat hij de komma's te breed vindt. Letters en leestekens waren toen nog van lood en Hanlo stelt de drukker voor om dan maar van iedere komma wat weg te vijlen. Het leek me een leuke anekdote voor in het boekje en ik probeerde de passage terug te vinden in Hanlo's verzamelde Brieven (1989).

Dat viel tegen. Niet omdat het zo'n 1500 pagina's zijn, maar omdat Hanlo in tientallen brieven over zijn obsessie schrijft en bovendien ook daarbuiten zeer onderhoudend is over bijvoorbeeld het Antwerps dialect, wespen en God. Steeds weer gaat het snel lezen over in gewoon lezen, maar uiteindelijk hou ik tien A4-tjes over met aantekeningen over de typografische rampen die zijn deel waren. Een unieke collectie.

Ironisch: 'Verder staan de pagina-nummers nog niet alle op de goede plaats op de pagina, dunkt me, maar daar zal de drukker misschien vanzelf wel voor zorgen?'

Hatelijk: 'Je hebt 5 hoofdletters en een dubbele punt in mijn vers gezet of in de stomme proef laten zitten.'

Beschuldigend: 'De interpunctie in Changement de décor is helemaal fout, door moedwillig bemoeien van de uitgever of redacteur.'

Gelaten: 'Ik had in een Utrechtse studentenbundel een akelige zetfout: mond in plaats van moed.'

Hanlo lette op de kleintjes. Wel of geen grote spatie na een dubbele punt, geen drie maar twee puntjes achter een woord. In Elseviers Weekblad liet hij een rectificatie opnemen nadat een regel van zijn gedicht Oote was afgedrukt als 'Da do da do deu d'. Het had moeten zijn: 'Do do da do deu d'.

Geert van Oorschot noemde hem 'paranoïde'; zelf hield hij het liever op 'een phobie': ' 'n Zetfout vergalt mij het hele genoegen.'

De ernstigste calamiteit was ongetwijfeld 'de zetfout Hond', geslopen in Hanlo's vertaling van het grafschrift van Diogenes, gepubliceerd in Tirade. 'Hond' was het laatste woord van een regel, maar was per ongeluk als enig woord op de volgende regel geplaatst. Na veel gemopper belooft uitgever Van Oorschot het gedicht te herplaatsen. Hanlo waarschuwt: 'Niet dat ze nu een regel wit laten staan waar de Hond gestaan heeft' Vier maanden later is het gedicht herplaatst. Hanlo aan Van Oorschot: 'Mijn voorspelling is uitgekomen.' Er stond inderdaad een witregel.

De vijl voor de komma's heb ik niet gevonden. Wel een zaagje waarmee hij een cliché van zijn monogram te lijf wil gaan. De H vindt hij te breed in vergelijking met de J, en hij overweegt er stukjes tussenuit te zagen.

Zelfs na zijn dood, lees ik in de inleiding, liet de zetduivel hem niet met rust. Hanlo overleed op 16 juni 1969. Op zijn grafsteen stond: 24-6-1969.

Uit zijn brieven over het geloof mogen we zijn twijfels lezen, maar hij zal toch welkom geweest zijn daarboven. Hij schreef immers: 'Heel lelijk, vind ik: ''god'' met onderkast en ineens mijn naam in kapitalen! dat kan niet.'

Ed Schilders

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden