'2012: meer journalistieke belangstelling voor de goeien'

Volgens Martin Sommer is er voldoende belangstelling geweest voor de kwaaien en de slechten. Komend jaar moeten de journalistiek zich gaan richten op de goeien.

© THINKSTOCK

Collega Roel Janssen van NRC Handelsblad, nu met pensioen, schreef jaren geleden wekelijks een mooie economische column. Met Oud en Nieuw placht hij terug te kijken - wat was dat jaar zijn grootste misser geweest? Een goed beginsel. Om voor mijzelf te spreken, ik beweerde in 2011 dat er geen Europese cultuur is. Kletskoek. Ik beweerde ook dat de Kamervoorzitter tijdens de Algemene Beschouwingen - 'Doe eens normaal man!' - steviger had moeten ingrijpen. Dat hangt nog. Het is de vraag of dat ingrijpen wel kon.

Bonje kreeg ik over de stelling dat de journalistiek zich steviger had moeten weren bij de beslissing om de euro (1992) in te voeren. De kwaliteitspers had kunnen weten van de risico's, maar heeft toentertijd zitten slapen, schreef ik. Dat ging niet ongemerkt voorbij. 'Onzincolumn', vonden collega's. Het mildste commentaar kwam van voormalig DNB-directeur André Szász, die erop wees dat alleen al in deze krant drie interviews met hemzelf hadden gestaan met koppen die er niet om logen.

'Een valse start' (1998), 'Niemand weet waarom de euro er is' (1999) en 'Europa, een ongekend waagstuk' (1999). NRC-ombudsman Sjoerd de Jong schreef vervolgens een paginagroot stuk waarin hij politici, economen en hoogleraren opvoerde die aarzelingen over de euro hadden. Allemaal ooit geïnterviewd of op de opiniepagina's afgedrukt. We hebben het wel geweten, concludeerde De Jong. En onze journalistieke plicht gedaan.

Interviews
Mag ik nogmaals een poging doen om dat laatste te betwijfelen? De harde journalistieke waarheid is dat André Szász destijds werd geacht, maar tegelijk onder het chapiter 'ook een mening' viel. Datzelfde gold voor die interviews van Sjoerd de Jong. Natuurlijk werden critici van de euro aan het woord gelaten. Het journalistieke beginsel luidde: we doen een interview en dan is die kant ook 'gecoverd'. Wat iets anders is dan uitleggen hoe het zit.
Het interview is niet het meest hoogstaande journalistieke genre.

De lezer krijgt standpunten voorgeschoteld en moet het maar uitzoeken - het interview is in de kern de uitbesteding van je journalistieke plicht. Gooi het maar in de groep jongens. Uiteindelijk moet je vaststellen dat de critici van de euro geen gewicht in de schaal legden of als halve zolen werden beschouwd, zoals de econoom Arjo Klamer.

Er is in Nederland geen journalistieke traditie om als een roedel wolven de tanden te zetten in fundamentele kwesties, hardnekkig en aanhoudend de autoriteiten te bevragen en niet los te laten voor de onderste steen boven is. Althans, dit geldt als de inzet mooi en goed is, zoals Europa. Bij kwade zaken of rechtse regeringen is de pers heus niet zo dociel. Ik deel niet het standpunt van Joris Luyendijk dat de Haagse pers meegaand is omdat ze te dicht op de politici zit. Mijn idee is dat de media zich te veel laten leiden door de moraal van het verhaal.

Lapzwanzerigheid
Zo is deze krant zeer hardnekkig in zijn publicaties over topsalarissen. Over het idee dat daaraan wat moet gebeuren is dan ook vrijwel iedereen het eens. Daartegenover staat het beschamendste voorbeeld van journalistieke lapzwanzerigheid: de overname van ons eigen bedrijf PCM door durfinvesteerder Apax. We zaten er met onze neuzen bovenop, alleen collega Yvonne Zonderop waarschuwde voor dit type bedrijfsmatige bidsprinkhaan. Zij was de André Szász van de Volkskrant: ook een mening.

Pas na anderhalf jaar kreeg de kwaliteitspers in de gaten dat er iets helemaal mis was met het eigen bedrijf. De verklaring voor die overmaat aan vertrouwen moet luiden dat het stichtingsbestuur van PCM bestond uit uitstekende mensen. Ook nadat het bedrijf op een haar na de afgrond in was gestort, bleven zij uitmuntende bestuurders. Van de pers hebben ze au fond niet veel last gehad.

Els Swaab voerde onlangs nog het culturele verzet aan tegen Halbe Zijlstra, Ruud Koole zit kalmpjes in de Eerste Kamer, Ben Knapen is staatssecretaris. Hun inzet telde, niet de uitkomst. Als je dan vraagt hoe dat zit met die journalistieke eenzang, komt al gauw de verklaring van de consensusmaatschappij. We vinden nou eenmaal in Nederland allemaal hetzelfde. Dan wil je nog wel eens een vuiltje over het hoofd zien. Daar zit iets aan van een zucht, het is nu eenmaal zo. Niks aan te doen.

Zou een bescheiden introspectie bij de oliebollen toch niet op zijn plaats zijn? Wat meer aandacht voor de eigen veronderstellingen bijvoorbeeld? Mijn nieuwjaarswens is: journalistieke belangstelling voor de kwaaien en de slechten is er voldoende, die hoeven niet extra te worden begoten. De goeien, daar moeten we komend jaar eens terdege op gaan letten.

Martin Sommer is politiek redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden