nieuws terrorismefinanciering

200 euro sturen aan noodlijdende zoon in IS-kalifaat, staat dat gelijk aan het financieren van terrorisme?

Geld overmaken naar bewoners in het IS-kalifaat wordt beschouwd als een strafbaar feit. Maar, vinden de verdachten die zich woensdag bij de rechtbank in Rotterdam moesten verantwoorden, ze konden hun familieleden toch niet laten vallen? 

Beeld ANP XTRA

‘Mijn zoon kreeg maar 100 dollar per maand van IS, een zakcentje’, fluistert de terneergeslagen Kais S. (47) in de Rotterdamse rechtbank. ‘Ik merkte dat hij in armoede leefde. Soms sliep hij op straat, of in een moskee. Ik had erg veel medelijden met hem. Daarom heb ik hem een geldbedrag gestuurd.’

Bestaan vol ontberingen

S.’ stem stokt. De herinneringen aan zijn zoon Jihad S., een Syriëganger die in september 2014 op 16-jarige leeftijd uit Nederland vertrok, worden hem even te veel. Jihad leidde een bestaan vol ontberingen in het IS-kalifaat, vertelt Kais. Altijd zat zijn zoon krap bij kas, en zelden was hij verzekerd van een avondmaal. De 100 dollar per maand die IS hem betaalde voor een baantje bij de religieuze politie zetten nauwelijks zoden aan de dijk. Daarom besloot Kais in 2015 200 euro over te maken naar zijn zoon, dan kon Jihad ten minste weer een tijdje vooruit.

Een strafbaar feit, vindt justitie de geldtransactie van Kais naar Jihad. De jonge Arnhemmer van Iraakse afkomst staat immers op de nationale sanctielijst terrorisme, een maatregel om de financiële tegoeden van terrorismeverdachten te bevriezen. Geld overmaken naar mensen die op deze sanctielijst staan (hoe weinig ook) wordt beschouwd als het financieren van terrorisme.

‘We zijn ons bewust van de zorgen van verdachte over zijn zoon, maar wie een jihadistische strijder steunt, steunt daarmee ook de gewelddadige jihad’, zegt de officier van justitie.

Themazitting

Kais is niet de enige die zich afgelopen woensdag in Rotterdam moet verantwoorden voor geldtransacties naar familieleden die zich bij IS hebben aangesloten. Op een themazitting waarin verscheidene soortgelijke zaken worden behandeld, komt ook een Utrechtse familie aan bod die geld overmaakte aan meerdere broers die onder de wapens waren bij IS. In één geval, waarbij 90 euro werd overgemaakt naar het kalifaat, liet de verdachte verstek gaan. Justitie eiste in de zaken celstraffen van 4 tot 24 maanden.

De zaken werpen een verhelderend licht op het lot van Syriëgangers in het kalifaat en de gevolgen daarvan voor hun achtergebleven familieleden in Nederland. Armoede en oorlogsgeweld maakten het leven in de gedroomde islamitische heilstaat tot een hel voor veel Syriëgangers. Met geld van familie uit Nederland hoopten ze de zwaarste ontberingen het hoofd te bieden. Vaak werd ook om geld gevraagd om smokkelaars te betalen die hen uit het kalifaat konden helpen vluchten. Het geld werd bijna altijd overgemaakt, soms zelfs in de wetenschap dat zoon- of broerlief op de sanctielijst staat.

‘We hebben er geen geheim van gemaakt dat we geld overmaakten aan onze broers, het was een kwestie van leven of dood’, zegt de Utrechtse Hassan D. (37) die met zijn broer Elhoissan D. (36) terechtstaat voor het overmaken van geld aan drie broers die in IS-gebied hebben geleefd: Mohammed D., Karim D. en Mimoun D. Naar eigen zeggen waren de broers in het kalifaat een paar keer gemarteld door IS en daarom wilden ze vluchten. De waarschuwing van een politierechercheur, die de familie D. voorhield dat geldtransacties naar het kalifaat strafbaar zijn, werd in de wind geslagen.

Geld om te vluchten

In totaal maakten Hassan en Elhoissan 8.700 euro over naar hun drie broers. Dat geld bereikte hen via een tussenpersoon in Turkije. Volgens Hassan en Elhoissan was het geld bedoeld om er smokkelaars mee te betalen en niet om het leven van hun broers in het kalifaat te financieren.

‘Onze familie verwerpt alles wat met jihadistisch gedachtengoed te maken heeft’, verklaart Elhoissan. ‘We hebben dit geld gestuurd omdat we onze broers in veiligheid wilden brengen en omdat onze ouders er kapot aan gaan.’

Hassan, die ook vervolgd wordt voor het bezitten van een doorgeladen vuurwapen, vertelt dat het geld werd bijeengebracht door sympathiserende vrienden en familieleden die Mohammed, Mimoun en Karim uit het kalifaat wilden helpen vluchten.

Uiteindelijk wist alleen broer Mohammed Nederland te bereiken. Hij zit inmiddels een gevangenisstraf uit van 3 jaar – waarvan 1 jaar voorwaardelijk – wegens IS-lidmaatschap. Broers Karim en Mimoun werden bij hun vluchtpoging onderschept door de Koerdische rebellengroepering Syrian Democratic Forces (SDF) en zitten in Noord-Syrië in detentie.

Volgens Kais S. is het ‘honderd procent’ zeker dat zijn zoon Jihad overleden is. In 2016 sprak hij zijn zoon voor het laatst. ‘Jihad zei tegen mij: als we twee maanden of langer geen contact hebben, dan betekent het dat ik niet meer leef.’

Over twee weken horen Kais S. en de andere verdachten of de rechtbank meegaat in de strafeisen van justitie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden