20 x 28 x 100

Er valt niet zo veel te zien in de voormalige onderzeebootloods in Rotterdam waar de Franse kunstenaar Sarkis vanaf morgen exposeert. Een ufo, een klokkentoren, met dons bedekte fietsen. 'Je moet een ruimte niet vullen, maar er iets scheppen.'

De eerste keer dat de Franse kunstenaar Sarkis (Istanbul, 1938) de Onderzeebootloods in Rotterdam zag, was in december 2010. Het had gesneeuwd en door een kapot raam was een laag sneeuw naar binnen gewaaid. Er is een mooie foto van: Sarkis in dikke winterjas, een muts met oorkleppen op zijn hoofd, die helemaal alleen in de immense hal loopt, het spoor van zijn voetstappen achter hem in de sneeuw.


De leegte en ruimte die dat beeld oproept, heeft Sarkis (volledige naam Sarkis Zabunyan, hij gebruikt zijn voornaam als artiestennaam) weten te bewaren in de zomertentoonstelling die hij op verzoek van het museum Boijmans Van Beuningen in de Onderzeebootloods heeft ingericht. Meer nog dan zijn voorgangers Joep van Lieshout en het Scandinavische duo Elmgreen en Dragset maakte Sarkis gebruik van de locatie.


20 meter hoog is de loods waar de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij vroeger onderzeeboten bouwde en repareerde. 20 meter hoog, 28 meter breed en 100 eter lang en al die meters lijkt Sarkis te benadrukken. Door er betrekkelijk weinig te laten zien. Door er fietsen - het frame beplakt met veertjes - neer te zetten, waarmee bezoekers de hal kunnen rondrijden; voor wie dat niet kan, is er ook een rolstoel vol veren. Door de totale hoogte te gebruiken voor een reusachtige hangende lampekap vol donsveertjes en, even verderop, een al even reusachtige klokkentoren van boomstammen met hoog daarin een carillon. Door dat carillon John Cages Litany for the Whale uit 1981 te laten spelen, een traag, contemplatief werk van 25 minuten, waarin stilte net zo belangrijk is als geluid.


Hij houdt, zegt Sarkis, van plaatsen met een geschiedenis. Natuurlijk, hij kijkt ook naar de architectuur, maar minstens even belangrijk is wat hij 'het geheugen van het gebouw' noemt. 'Er zijn hier nu geen onderzeeboten meer. Maar je moet je er rekenschap van geven dat ze hier werden gemaakt. Je moet een ruimte niet vullen, maar er iets scheppen.'


Iets dat met water te maken had, en met lucht, en met de verbinding ertussen, dat wist hij meteen. Hoe, dat wist hij nog niet niet. 'Nadat ik hier was geweest, begon het werk in mijn hoofd. Daarna ben ik gaan tekenen, tientallen pagina's. En toen moest ik mijn hoofd leegmaken, alles loslaten, alles omgooien. Alles wat zwaar was, wilde ik licht maken, de gesloten architectuur open.'


Zoals de sneeuw de industriële hardheid van de hal verzachtte, laat hij dat nu het dons doen. 'Die veren zijn als een droom. En zo'n lamp, nergens anders kan een lamp zo hoog zijn.'


En er moest een beweging zijn, tussen het water en de lucht, van boven naar beneden en weer terug. De onderzeeboten deden hem denken aan walvissen. Hij haalde ze naar boven, naar het carillon, waarvoor hij Cages litanie, oorspronkelijk geschreven voor twee stemmen, liet transcriberen. 'Toen had ik weer een beweging naar beneden nodig, dat werd de lamp met al die veren.'


Op zo'n zelfde manier gebruikte hij het nog steeds futuristisch ogende mobiele huisje dat de Fin Matti Suuronen in 1962 maakte. Het hoort sinds vorig jaar tot de collectie van het Boijmans Van Beuningen, heet Futuro, maar Sarkis noemt het de ufo. 'De ufo past perfect in deze ruimte, hij lijkt uit de hemel gevallen.' En juist dat doet hem dan weer denken aan kapitein Nemo van de Franse schrijver Jules Verne, die twintigduizend mijl aflegde in een zelfgebouwde onderzeeboot: 'Het onderbewuste speelt een belangrijke rol.'


Hij ziet de loods als de huid die zijn kunstwerken beschermt, het geheel als een Gesamtkunstwerk. Alles heeft met alles te maken. Tijdens het gesprek valt hij plotseling stil en vraagt dan aan de conservator van het Boijmans waarheen die nooduitgang leidt. De deur zit in de muur die de ruimte verdeelt, zodat de nooduitgang geen functie kan hebben. Dat bord moet weg, zegt hij gedecideerd, 'want dat geeft een gevoel van gevaar'. En gevaar past niet bij de sfeer die hij wil oproepen.


Wel de gedachte aan een kathedraal, aan een kerk. Een ontmoetingsruimte zoals hij die zag op een schilderij van Saenredam. In een voormalig kantoortje wordt het getoond op een film die het aftast zoals een kijker dat zou doen. Over zijn inspiratiebronnen doet Sarkis niet geheimzinnig. Elders in de tentoonstelling is een speciale leestafel ingericht, met boeken over het werk van Le Corbusier, Dom van der Laan, Rietveld en Zumthor. Van Sarkis zelf liggen er een paar catalogi, over John Cage kun je lezen, maar je kunt ook het origineel horen van zijn litanie, of jazzballads van bijvoorbeeld Miles Davis. 'Een kenniscentrum, waar bezoekers dingen kunnen tegenkomen die de expositie helpen.'


Ballads is ook de titel van de tentoonstelling. Naar die jazzballads, maar ook naar het Franse se ballader, rondlopen, flaneren. Dat is wat Sarkis hoopt dat de toeschouwers gaan doen: elkaar ontmoeten, rondkijken, luisteren naar de concerten die elke zondag gegeven zullen worden. En daarna, bij het vertrek, kunnen ze iets van zichzelf achterlaten op de tafel waar hij met neonletters daartoe oproept in het Nederlands en Engels, en waar, nog voor de officiële opening, pennen liggen, een treinkaartje, een inhalator en een verjaardagskaart die de jarige niet heeft bereikt.


Vier maanden blijft Ballads open. Wat er daarna met de ombouw vanhet carillon (de klokken zijn gehuurd) of de lamp gaat gebeuren, weet Sarkis nog niet. Dit is waarom hij meer van musea houdt dan van galeries. Omdat musea, en plaatsen als de Onderzeeloods, cultuur ademen. Omdat je er een verbinding kunt maken met het verleden en met andere kunstwerken. 'In een galerie dreigt een kunstwerk al snel een product te worden.'


Nee, over de toekomst van het carillon denkt hij nog niet, dat is nog maar net geboren. 'Het moeilijkst wordt het voor de ruimte. Die gaat het gemis voelen.'


Sarkis: Ballads. Onderzeebootloods, Rotterdam. Vanaf morgen t/m 30 september. boijmans.nl; onderzeebootloods.nl

Onderzeeboot-loods


De onderzeebootloods werd in 1937 gebouwd op het terrein van de voormalige Rotterdamsche Droogdok Maatschappij in het havendorp Heijplaat. De loods stond jarenlang leeg totdat het Havenbedrijf Rotterdam het Boijmans Van Beuningen benaderde om er zomertentoonstellingen te ontwikkelen. Vijf jaar lang worden er grote installaties van hedendaagse kunstenaars getoond. Het Nederlandse Atelier Van Lieshout in 2010 en het Scandinavische duo Elmgreen & Dragset in 2011 gingen de Franse kunstenaar Sarkis voor, die er dit jaar exposeert. De loods is 20 meter hoog, 28 meter breed en 100 lang.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden