Review

20 uur Bob Dylan - Een belachelijke hoeveelheid prachtmuziek

Bob Dylan heeft vandaag de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen. Hoeveel Dylan kan een mens aan? De nieuwe Collector's Edition bevat alles wat Dylan in de jaren 1965 en 1966 in de studio heeft opgenomen. Achttien cd's, 20 uur muziek; en onze muziekrecensent Gijsbert Kamer beluisterde alles in één keer achter elkaar. Lees hier zijn liveblog terug.

Beeld getty

Klaar! Een uurtje eerder dan verwacht dus. Maar het is mooi geweest zo. Die laatste cd met ‘hotelopnamen’ ook echt als laatste draaien, raad ik niemand aan. Want dit is precies het soort primitieve opnamen waar boxen als deze hun slechte reputatie aan te danken hebben.

17 cd’s klonken echt subliem, alsof je er in de studio bij stond.
Maar die laatste? Misschien een andere keer gewoon om de dag mee te beginnen of zo. Maar morgen even niet.

Voordat ik ga slapen nog even dit: mijn bewondering voor Bob Dylan is de afgelopen week alleen maar groter geworden. Ik vond zijn concert in Eindhoven prachtig (mocht u kaarten hebben, veel plezier in Carré een van de komende drie avonden) en ik stond echt versteld van de hoeveelheid goede muziek die ik in 20 uur hoorde. Muziek ook die door Dylan in slechts 14 maanden tijd is opgenomen.

Ik begon deze sessie gewoon met het idee dat ik iets wilde doen met dat malle gegeven dat iedere door Dylan opgenomen noot in zijn meest creatieve periode verzameld zou worden.

Welke gek gaat vervolgens 20 uur non-stop naar dezelfde artiest luisteren? Niemand. Nou ja, ik dus. Maar ik vond dat het moest gebeuren.

Ik dank u voor uw aandacht.

Beeld Gijsbert Kamer

Wat nou 21 uur? We zijn belazerd!

Ik stop cd 18 in de speler die 1 uur en 8 minuten duurt en het is pas kwart voor vier in de nacht. Dat wil zeggen dat ik nog voor vijf uur uitgeluisterd ben, en dat is geen 21 uur nadat ik begon, maar 20 uur.

En net nu ik een paar keer behoorlijk in de lach schoot om Dylan. Want het inmiddels behoorlijk irritante orgeltje van Al Kooper, kon ik in het afsluitende nummer van de Blonde On Blonde sessies ineens juist wel waarderen.

Hij speelde in I Want You als een dronken kermisorganist, alleen in de laatste versie (take 5) die uiteindelijk op de plaat zou komen hield hij zich in. Dylan of zijn producer hadden vast een hartig woordje met hem gewisseld.

Hoe dan ook. Blonde On Blonde was op 3 maart 1966 klaar en zo twee maanden later verschijnen. Net als Dylan met The Band naar Europa afreist voor een tournee die de meest beruchte uit zijn loopbaan zou blijken.

Vooral de Britten moeten niks hebben van het kabaal dat Dylan met zijn vrienden maakt. Hij speelt weliswaar steeds twee sets, waarvan een akoestisch, maar dat elektrische deel daar hebben zijn fans van het eerste uur zomer 1966 nog veel moeite mee.

Dylan wordt voor Judas uitgejouwd en keert uitgeput terug naar zijn huis, dan in Woodstock.

Op 29 juli 1966 krijgt hij zijn ‘motorongeluk’. Een ongeluk dat naar mijn stellige overtuiging nooit echt heeft plaatsgevonden of in ieder geval niks ernstigs heeft veroorzaakt.

Er bestaat, zo weet ik ook uit eigen onderzoek in 2003 voor een filmpje voor VPRO Televisie, geen enkele aanwijzing voor een ernstig ongeluk. Wel was het duidelijk dat Dylan uitgeput was en tijd met zijn familie wilde doorbrengen.

Zo geschiedde. Van Bob Dylan hoorde de wereld tussen augustus 1966 en december 1967 zo goed als niks.

Maar wat een jaar was het geweest, zo tussen januari 1965 en maart 1966. Veertien maanden waarin Dylan liedjes schreef en opnam die de popgeschiedenis gestalte gaven.

Terwijl ik luister naar de laatste cd, met heel aardige ‘hotelopnamen’ van Dylan stel ik vooral vast dat Dylan in veertien maanden tijd een belachelijke hoeveelheid prachtmuziek heeft opgenomen.

Deze Collector’s Edition is terecht gemaakt. Er staat geen rommel op en de geluidskwaliteit is permanent subliem.

Wat me alleen tegenviel, en dat had ik totaal niet verwacht is wat ik uiteindelijk van het ‘meesterwerk’ Blonde On Blonde vond.

Weinig eigenlijk. Vier zinderend mooie nummers, verder deed het me niet zo veel. Minder dan de twee platen en bijbehorende sessies die er aan vooraf gingen.

Luisterend naar Dylan die in een hotel in Glasgow I Can’t Leave Her Behind zingt (mei 1966) kan ik niet anders vaststellen dan dat Dylan me sinds vanochtend 9 uur eigenlijk geen moment echt verveeld heeft. En diverse keren zelfs echt heeft weten te raken.

Ik was goed thuis in het werk van Dylan, ook van dat uit de periode 1965-1966 maar versies van One Of Us Must Know, Desolation Row en She Belongs To Me kwamen daardoor niet minder hard binnen.

Okee dan, nog een half uurtje Bob Dylan solo.

Een muurschildering van Bob Dylan, gemaakt door de Braziliaanse kunstenaar Eduardo Kobra in Minneapolis.Beeld afp

Als ik een beetje verveeld tussen de stapels Dylan-boeken om me heen kijk, hopend op antwoord op de vraag waarom Blonde On Blonde toch niet zo goed is als de popgeschiedenis wil dat ie is, zie ik Chronicles liggen.

Dylans eerste deel van zijn autobiografie, uit 2004. Ik sluit niet uit dat er geen Volume 2 komt, want het is eigenlijk een perfect boekje zo. Met mooie observaties en herinneringen. Geen enkele vraag die ik destijds graag beantwoord zag komt aan de orde, laat staan dat Dylan een antwoord geeft. Zo weet ik nog altijd niet wat dat malle geveinsde motorongeluk nu echt inhield, juli 1966. Maar een mooi boek is het wel.

Ik herinner me nog dat ik een bespreking van het boek aanmeldde bij Cicero, zoals het boekenkatern van de Volkskrant toen heette. Ze waren enthousiast, overwogen zelfs een opening katern, totdat bleek dat in dezelfde week ook een nieuwe roman van Philip Roth zou verschijnen. En tja, Zeeman nam natuurlijk niet met minder genoegen dan de opening van Cicero voor zijn bespreking van The Plot Against America.

Begreep ik best.

Ik was al blij dat ik de concurrerende kranten/bladen mogelijk voor kon zijn omdat de Amsterdamse Atheneum boekhandel voor het weekend al een paar exemplaren binnenkreeg van Chronicles Vol. One. Een paar dagen voor de rest van de wereld eigenlijk. En ze zouden er een voor mij apart leggen.

Gebeurde ook. Op een vrijdagmiddag in oktober van 2004 haalde ik mijn exemplaar op en ging het hele weekend lezen, vastbesloten om maandag de boekenredactie erop te wijzen dat Dylan een prachtboek had geschreven waar ik meteen een stuk over kon maken.

Hoefde niet meer. Niet alleen ik had het boek een paar dagen voor publicatiedatum kunnen bemachtigen. Martin Bril, toen dagelijks columnist bij de Volkskrant én groot Dylan fan eveneens.

Hij schreef er een vlammende column over, zoals alleen hij dat kon, die maandagochtend al in de krant stond.

Martin Bril was iemand die met de jaren ook steeds fanatieker werd in zijn liefde voor Dylan en alles kocht wat hij over de man tegenkwam. Ik heb dat ook. Over niemand heb ik zoveel boeken als over Dylan. En hoe meer ik over hem weet, hoe groter het mysterie van zijn werk.

Terwijl Dylan ‘everybody must get stoned’ zingt bedenk ik hoe wrang het eigenlijk is. Martin Bril en Michaël Zeeman voorkwamen dat mijn Dylan-recensie een prominente plek in de krant kreeg.

Nu zijn ze allebei dood. Al jaren. Bah.

En nee, niks Everybody must get stoned.

Martin Bril, ook een enorme Dylan-fan.Beeld anp

Lieve help, nog tien pogingen tot Just Like A Woman. Voordat ik zo disc 16 in de speler stop zal ik mezelf toch even wat extra moed in moeten praten.

Is Blonde On Blonde echt nogal overschat? Kwam Dylan echt zo onbeslagen ten ijs als dat het lijkt? En waarom maakte hij van Blonde On Blonde niet gewoon een enkele lp?

Het zijn slechts enkele vragen waar ik mee worstel.

Vind er even niet zoveel aan, terwijl ik nu toch naar een vermeend meesterwerk moet luisteren.

Blonde On Blonde heeft me als album ook nooit zoveel gedaan, zoals ik al eerder schreef.

Maar ik geloof dat er ook langzaam een soort Dylan-moeheid in kan zijn geslopen. Wat niet zo gek is na zeventien uur.

Desalniettemin kijk ik steeds meer uit naar cd nummer 18. Niet omdat het de laatste is (hoewel) maar omdat deze opnamen van Dylan bevat gemaakt in hotels en dergelijken, dus niet in de studio.

Goed, even volhouden, nog twee uur Blonde On Blonde-sessies te gaan. Van Most Likely You Go Your Way (And I’ll Go Mine) knap ik zo vast wel op.

Bob Dylan in 2006.Beeld epa

En dat orgeltje van Al Kooper begint me inmiddels ook knap te irriteren.

Dat niemand in de studio eens tegen Dylan zegt: Hee Bob, wat wil je nu eigenlijk met dit liedje.

Misschien zeggen ze het wel en zet producer Bob Johnston iedere keer op tijd de recorder op stop.

Jammer, want ik ben benieuwd welk soort van overleg Dylan steeds heeft met de studiomuzikanten.

Ik begin Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again inmiddels zo zat te worden (nog 2 van de zeventien versies te gaan) dat ik me niet kan voorstellen dat het daar in die studio in Nashville gezellig spelen was.

Hou ik eigenlijk wel genoeg van Bob Dylan?

Ja, volgens mij wel. En veel op Blonde On Blonde vind ik mooi, maar dit is weer zo’n liedje waar ik best zonder kan.

Okay, de laatste dan. Deze is wel goed, blijkbaar want die kwam op de plaat terecht.

What’s next? Vier keer Absolutely Sweet Marie.

Dat is overzichtelijk, maar weer geen liedje waar ik veel mee heb.

Glaasje wijn dan maar.

Bob Dylan in 2011.Beeld epa

Het mooiste nummer van Bob Dylan is wat mij betreft Visions Of Johanna. Eerder vandaag hoorde ik hem al vergeefs zoeken naar de juiste rockversie, maar eenmaal in Nashville staat het nummer er zo op. Zo, akoestisch, transparant en toch met een onderhuidse spanning had Dylan het in zijn hoofd.

Alleen de eerste regel al:

Ain’t it just like the night to play tricks when you’re trying to be so quiet?
We sit here stranded, though we’re all doin’ our best to deny it

En dan de manier waarop hij de rijmwoorden laat resoneren: showed, corrode, flowed, road, owed, loads, explodes: Dylan had geen rijmwoordenboek nodig.

Waar het over gaat? Geen idee, maar iedere keer als ik het hoor blijven er meer woorden en beelden hangen.

Maar het duurde even voordat het kwartje viel. Zoals eigenlijk heel Blonde On Blonde pas laat tot mijn Dylan-favorieten ging horen.
Dat waren aanvankelijk Blood On The Tracks en Desire. De laatste vanwege Hurricane, volgens mij het eerste nummer van Dylan dat echt indruk maakte. Het was 1976 en ik kende Dylan niet anders dan als iemand die de spreekbuis was van een andere generatie.

Pas in 1980 leerde ik zijn ‘klassieke’ platen kennen. Op de zestienjarige van toen maakte Blood On The Tracks veel indruk, maar Blonde On Blonde vond ik zware kost. Sad-Eyed Lady Of The Lowlands, een plaatkant lang, nee, dat was me te saai.

Nu ik het hoor, twaalf minuten, drie versies lang voel ik ‘m beter, maar doe mij Tangled Up In Blue maar.

Dat liedje waarin ‘Everybody must get stoned’ vond ik als 16-jarige niet-blower eigenlijk heel kinderachtig, en zo waren er nog wat liedjes waar ik niks mee had.

Maar Pledging My Time, I Want You en Just Like A Woman, die vatte ik wel meteen.

Toch houd ik nog altijd meer van bijvoorbeeld Time Out Of Mind (1997) en ‘Love And Theft’ (2001), wat alles te maken zal hebben dat ik bewust heb meegemaakt dat die platen verschenen.

Maar goed, ik moet me nu even richten op Dylan in de jaren 1965 en 1966, ook al raakte ik even verstrikt in een wat minder deel van de box. Na Visions Of Johanna rockte Dylan zich veel te lang vergeefs door Leopard-Skin Pill-Box Hat.

Niks aan, en het zou ook nog nergens toe leiden, die veertiende februari 1966.

Ook de vele instrumentale versies van I’ll Keep It With Mine (zou door Nico worden vereeuwigd) riepen vooral geeuwzucht op.

Aangekomen bij cd 14 werk ik me nu al een half uurtje door Sad-Eyed Lady Of The Lowlands heen en ik denk dat het lang gaat duren voordat ik dat nog een keer wil horen.

Even afzien dus, zeker in de wetenschap dat Dylan lang de tijd nam om Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again naar eigen tevredenheid te voltooien.

Vijftien keer hetzelfde liedje: better be good. Anders voel ik me genoodzaakt een alcoholische versnapering te nuttigen.

Ach weet u wat, dat doe ik ook wel als de versies prachtig zijn. Nog maar vijfenhalf uur te gaan.

Bob Dylan in 1968.Beeld epa

Het wordt alleen maar mooier zo lijkt het. Neem nou dat gitaarmotiefje in Fourth Time Around.

Ben inmiddels bij cd 13 aanbeland, en dus op tweederde van de box. Dylan is op advies van zijn producer Bob Johnston van New York naar Nashville vertrokken. Met Al Kooper, Robbie Robertson en een stoet sessiemuzikanten uit de Country Hoofdstad zal Dylan betrekkelijk snel Blonde On Blonde afronden.

Hij is dan nog geen 25 jaar oud.

Hoe hij dat allemaal volhield? Met de nodige stimulerende middelen om wakker te blijven, zoveel is inmiddels wel duidelijk.

Zelf houd ik het even op een cola-tje.

Beeld .

Het gaat alleen maar beter worden, lijkt het wel. Hoogtepunt na dertien uur is voor mij het ontstaan van het nummer One Of Us Must Know (Sooner Or Later).

Zoals eerder heeft Dylan de tekst nog niet af, als hij samen met onder meer Al Kooper (orgel) en Paul Griffin (piano) aan One Of Us Must Know (Sooner Or Later) begint. Je kunt in het onberispelijke boekwerk helaas niet zien op welk tijdstip de sessie plaatsvinden, maar de heren hadden al een paar aardige eerste versies van Leopard-Skin Pill-Box Hat opgenomen voordat ze aan dit liedje begonnen.

Ze moeten wel tot diep in de nacht zijn doorgegaan, want de wijzigingen in tekst, melodie en sfeer van het nummer zijn te groot om zo uit de losse pols tot stand te brengen.

Het liedje krijgt pas de uiteindelijke klasse, vanaf take 15 als Paul Griffin zijn piano wat meer op de voorgrond komt. Of misschien begon die me vanaf dat moment pas goed op te vallen.

En dan de zang van Dylan. Vaak wordt er over geschamperd. Schuurpapier en meer van die flauwigheden. Goed, hij wil nog wel eens kraken maar ik vond Dylan afgelopen maandag prachtig zingen.

Vreemd genoeg vooral tijdens die liedjes waarvoor hij de woorden niet zelf geschreven had. Alsof hij er extra voorzichtig mee om wilde springen.

Maar zo krachtig, fel en zelfs soulvol als in One Of Us Must Know (Sooner Or Later) hoorde ik hem geloof ik niet eerder en later. Eigenlijk valt het me nu pas goed op wat een geweldig nummer het is.

Maar eigenlijk hield ik lange tijd ook niet zo heel veel van Blonde On Blonde.
Daarover straks meer, als ik met Dylan van New York naar Nashville reis, waar het leeuwendeel van Blonde On Blonde zal worden opgenomen.

Sooner or later, one of us must know
That I really did try to get close to you

Beeld reuters

De twaalf uur die ik nu besteed aan het beluisteren van al het materiaal dat Bob Dylan in de studio opnam tussen januari 1965 en april 1966 zijn me in veel opzichten meegevallen.

Het belangrijkste is dat ik de zanger nog altijd niet zat ben. Hoewel hij met te veel versies van net de wat mindere nummers toch regelmatig aardig zijn best doet.

Maar echt verbaasd ben ik vooralsnog ook nog weinig. De grootste meevaller is dat alles geluidstechnisch zo prachtig klinkt en ook dat Dylan weinig tot geen echte flauwekul op de band heeft gezet.

Maar het wachten was toch op een liedje dat me voorheen was ontgaan, dat me nu ineens opvalt als heel opmerkelijk.

Zo’n liedje is She’s Your Lover Now. Net als Visions Of Johanna lijkt Dylan erg goed te weten hoe het in zijn hoofd klinkt. Maar het eruit krijgen, al dan niet met hulp van The Band-leden, dat blijkt toch een ander verhaal.

Het gaat Dylan ook niet lukken. Er wordt regelmatig knap gespeeld. Door gitaristen Robbie Robertson en Mike Bloomfield en door organist Garth Hudson. En tijdens enkele van de pakweg vijftien keer dat Dylan het met zijn begeleiders probeert denk je: dit wordt 'm.

Maar ze komen er niet uit. Je hoort elementen uit Like A Rolling Stone (de lange snerende uithaal in ‘wasn’t iiiiiit’) maar hoe knap Dylan zijn zang ook onder controle houdt, tot een goed eind wordt het liedje nooit gebracht. Ongebruikelijke akkoordenwisselingen maken het ook een moeilijk uitvoerbaar nummer, maar het gekke is dat ook nergens duidelijk wordt waar Dylan ontevreden over is.

Uiteindelijk speelt Dylan het een keer moederziel alleen aan de piano. Het is de laatste keer dat hij het liedje nog probeert. Tot nu toe was alleen op het eerste deel van The Bootleg Series het nummer in een versie te horen.
Ik zou wel wat meer over de achtergrond willen weten, en vooral waarom Dylan het maar bleef proberen. Mogelijk was de tekst hem toch te dierbaar.

In ieder geval zou het debacle tot gevolg hebben dat hij zijn vertrouwen in The Band als vaste studio-band verloor en weer aanklopte bij onder anderen Al Kooper.

De opnamen voor wat Blonde On Blonde zou worden, waren uiterst stroef begonnen. Mogelijk kwam dat omdat Dylan veel te druk met optreden was en anders dan voorheen nu niet alle nummers al helemaal klaar had, maar vaak alles nog moest uitproberen.

Eens kijken hoe dat in de twintig versies van One Of Us Must Know (Sooner Or Later) waar ik nu ben aanbeland, uitpakt.

Beeld afp

Halverwege de 18 cd’s is Bob Dylan bezig met wat ik misschien wel zijn mooiste nummer vind: Visions of Johanna. Maar hij is er zo te horen nog lang niet wanneer ik cd 9 voor cd 10 verwissel. Zijn pogingen er een rock-, of zelfs een funknummer van te maken mislukken. Hij weet dat er iets niet klopt maar blijft het proberen.

Misschien is zijn band (de latere The Band dus) wel gewoon niet zo goed in de studio als dat ze live zijn. Levon Helm heeft zijn maatjes in elk geval tijdelijk verlaten, moe als hij werd van al het boegeroep tijdens de (harde) concerten die Dylan gaf. En hoewel buiten kijf staat dat Robbie Robertson en zijn maatjes vanaf eind 1966 in Woodstock samen met Dylan in Woodstock de mooiste muziek opnamen (The Basement Tapes), vonden ze elkaar eind 1965 nog maar moeizaam.

Wat een jaar was het ook geweest. Twee platen waren er opgenomen en uitgekomen, Dylan was dankzij Like A Rolling Stone een wereldster geworden, en had ook live bewezen een prima rockmuzikant te zijn.

En nu, begin januari 1966 had hij grootse plannen zijn magnum opus af te leveren. Dat zou de dubbel-lp Blonde on Blonde ook worden, maar er gingen lange sessies en een wisseling van opname locatie aan vooraf voordat de plaat in mei 1966 zou uitkomen.

Negen van de achttien cd’s worden gevuld met opnamen op de een of andere manier bedoeld voor Blonde On Blonde. Twee liedjes, She’s Your Lover Now en (daar hebben we 'm weer) Can You Please Crawl Out Your Window zouden het album niet halen. Maar van het laatste liedje maakt Dylan met Band-leden op 30 november 1965 eindelijk een versie die hij wel op single wil uitbrengen.

Ben blij toe want nóg een versie zou ik niet kunnen verdragen. Wat zocht Dylan eigenlijk in het liedje? Een van de vragen die me steeds meer dwars gaan zitten de afgelopen uren.

Dat hij met Visions Of Johanna maar geen genoegen nam. Maar dit had hij net als bijvoorbeeld I Wanna Be Your Lover (dat wel erg op het door de Rolling Stones bekend gemaakte ‘I Wanna Be Your Man’ leek) gewoon mogen laten liggen.

Goed, nog drie maanden te gaan (in achtenhalve cd’s).

Dan denk je, dat Desolation Row staat er meteen toch behoorlijk goed op, maar daar denkt Dylan toch anders over. Hij blijft het nummer begin augustus 1965 maar instuderen, maar tevreden wordt hij maar niet. Uiteindelijk komt producer Bob Johnston met de geniale ingeving Charlie McCoy uit Nashville een Spaans klinkende akoestische gitaar aan het meer dan tien minuten durende nummer toe te laten voegen. En ja, zo was het perfect.

Dylan is dan klaar met Highway 61 Revisited. En ik nu eerlijk gezegd ook.
Twee maanden later, in oktober 1965 keert Dylan weer terug naar de studio met een stel jongens waarmee hij even op tournee is gegaan. Gitarist Robbie Robertson en drummer Levon Helm. Later zullen ook organist Garth Hudson, pianist Richard Manuel en bassist Rick Danko zich bij hen aansluiten aansluiten.

Ja, precies de mannen die later The Band zouden gaan vormen.

Lekker stel, maar Dylan heeft nog geen liedjes, zelfs nauwelijks aanzetten daartoe. Medicine Sunday, Jet Pilot en I Wanna Be Your Lover komen niet uit de verf. Jet Pilot stond al op Biograph, maar dat weet ik omdat ik het in de liner notes lees. Onthouden heb ik het liedje niet.

I Wanna Be Your Lover wordt door Dylan vaker geprobeerd (een versie komt ook op Biograph) maar de sessies van begin oktober leveren behalve een instrumentaal nummer verder eigenlijk niks noemenswaardigs op.

30 november proberen de mannen het opnieuw, en Dylan heeft dan in elk geval een prachtliedje op zak: Visions Of Johanna. Voor dat dit echter goed op de band staat zijn we al weer een paar cd’s verder.

Tijd om te eten nu. Op het menu staan de door Bob’s fanclub goedgekeurde gehaktballen gemaakt volgens Bob’s Perfect Meatball Recipe.

En daar is eindelijk Mr. Jones in Ballad Of A Thin Man:

You’ve been through all of
F. Scott Fitzgeralds books
You’re very well read
It’s well known

Because something is happening here
But you don’t know what it is
Do you, Mister Jones?

Ik weet wel wat hier gaat gebeuren. Het is vijf uur, tijd voor een koud biertje.

Proost

Gaan we zo weer verder met Desolation Row op de zesde en laatste cd gewijd aan Highaway 61 Revisited.

Beeld .

Deze regel kennen behalve Dylan-fans ook liefhebbers van de Beastie Boys: ‘I’m going back to New York City/I do believe I’ve had enough.’ Het is de laatste zin in Just Like Tom Thumb’s Blues en de Beastie Boys sampelden Dylan op Finger Lickin’ Good van het album Check Your Head (1992).

Ik was toen fan van de Beastie Boys maar begon ook steeds meer verslingerd te raken aan Dylan. Het was geen gemakkelijke tijd geweest voor Dylan-liefhebbers. Maar hoe wanstaltig zijn platen in de jaren tachtig ook klonken, het oude werk begon me steeds meer te boeien.

Twee boxen gaven de aanzet tot wat ieder jaar een grotere obsessie lijkt te worden: Biograph uit 1985, met vijf elpees en The Bootleg Series Vol. 1-3 uit 1990 (3 cd’s).

Biograph bevatte heel veel onuitgebracht werk waar Dylan-verzamelaars al jaren op wachtten. Zijn versie van Lay Down Your Weary Tune bijvoorbeeld of de eerste versie van Desolation Row (die hieronder al ter sprake kwam).

Voor mij was het meeste nieuw, en ik raakte vanaf het eerste nummer op kant één al betoverd. Zoals Dylan Lay Lady Lay zong, had ik hem nog nooit horen zingen (de plaat Nashville Skyline kende ik niet).

Steeds meer verdiepte ik me vanaf pakweg 1985 in Dylan. Geholpen door de de boeken van Robert Shelton, Clinton Heylin en Greil Marcus en mooist van allen, de prachtige Alfred A. Knopf uitgave met Dylan-teksten. Het werd een soort Heilige Graal. Het prijsje, 75,50, met potlood geschreven zoals dat bij Athenaeum gebruikelijk was, is nog leesbaar, net als de datum, oktober 1985.

Vijfenzeventig gulden was toen veel te duur voor me maar ik ben het boek altijd blijven koesteren. Luisterend naar platen als Blood On The Tracks, en meelezen. Heerlijk.

Goed, Bob is inmiddels bijna toe aan Ballad Of A Thin Man (cd 7) en daar verheug ik me al een tijdje op.

Een acrylschilderij van Bob Dylan, getiteld Train TracksBeeld reuters
Beeld Gijsbert Kamer

Zes uur bezig met die immense Dylan-box, en met cd 6 in de speler moet ik bekennen dat ik me nog geen moment echt verveeld heb. Wat opvalt is dat de dan net 24-jarige Dylan alles al goed in zijn hoofd heeft voordat hij de studio ingaat. En het moet wel heel gek lopen wil hij een liedje halverwege de opname afbreken. Dat maakt het luisteren naar wat toch een soort sessie-afval is aangenamer dan ik verwachtte.

Maar er zijn grenzen.

Neem nu het niet zo heel spannende rock ’n roll liedje Can You Please Crawl Out Your Window. Dylan neemt het op 30/7/1965 een keer of vijftien op. Een versie zou ook abusievelijk op een b-kantje terechtkomen.

Maar hij was er totaal niet tevreden mee. Twee maanden later zou hij het met andere muzikanten (uit het latere The Band) nog eens een keer of wat proberen, wat beter uitpakt.

Waarom zo wanhopig vasthouden aan het liedje? Ik bedoel, hij had de avond ervoor een eerste versie van Desolation Row neergezet (twaalf minuten, zonder te stoppen) die prachtig was. Maar het nummer met de nog altijd lugubere en helaas pijnlijk actuele openingszin: ‘They’re selling postcards of the hanging’, zou hij nog even laten rusten (om er een nog mooiere versie van te maken, dat moet gezegd).

Dylan wilde waarschijnlijk (zo stellen ook de samenstellers van de box) gewoon even snel een nieuwe grote hit, en had daarvoor een bekend akkoordenschema gepakt (La Bamba, Twist And Shout).

Aardig liedje, niet meer dan dat en ook geen grote hit. Veel beter is het titelnummer van Highway 61 Revisited, dat hij op 2 augustus na tien (!) keer heeft zoals hij het hebben wil.

En ja, die tien keer ga ik nu allemaal horen. Dan heb ik wel iets lekkers verdiend, voordat ik aan cd 7 begin.

Bob Dylan in 1970Beeld getty

Wat een mooi liedje is Positively 4th Street toch (zelfs 8 keer achter elkaar), en wat onbegrijpelijk dat het niet op het album Highway 61 Revisited terechtkwam. Mogelijk was de plaat te vol. Het werd wel als single de opvolger van Like A Rolling Stone.

Toen Joni Mitchell het liedje najaar 1965 op de radio hoorde, verzuchtte ze: 'Eindelijk is Amerikaanse pop volwassen geworden.' Alleen al vanwege de openingsregel: ‘You got a lotta nerve/To say you are my friend.’ En Joni Mitchell heeft natuurlijk altijd gelijk.

Bob Dylan (L) krijgt een medaille voor vrijheid van de Amerikaanse President Barack Obama in 2012Beeld anp

Cd 5 draait al een tijdje. We zijn bij de albumopnamen van Highway 61 Revisited, het is 29 juli 1965. Bob Dylan is net drie dagen terug uit Newport, waar hij tijdens het Folkfestival de popwereld op zijn kop heeft gezet. Dit was het moment waarop 'Dylan went electric!' zoals dat in de Angelsaksische vakliteratuur met veel uitroeptekens wordt gesteld.

Zijn folkpubliek pikte het niet, mentor Pete Seeger zou met een bijl hebben geprobeerd de electriciteitskabels door te slaan. De folkheld van weleer had zijn ziel aan de rock 'n roll-duivel verkocht.

Viel allemaal wel mee, zo staat te lezen in het dit jaar verschenen Dylan Goes Electric van Elijah Wald, maar dat Dylan bezig was zijn eigen geluid verder te extrapoleren, stond wel vast. In ieder geval zat hij boordevol energie toen hij luttele dagen na Newport met onder meer Al Kooper en Mike Bloomfield de studio betrad. Ik luister naar een stuk of tien versies van Tombstone Blues en hoor Dylan zijn gitarist regelmatig aansporen nog een tandje bij te zetten. Om in de plaatversie toch weer wat gas terug te nemen, want Dylans teksten waren door het kabaal dat zijn band maakte nauwelijks meer te verstaan.

Maar wat konden ze spelen zeg. Een beul van een gitarist, die Bloomfield. Uniek, zoals hij de snaren liet dansen. Blues zonder clichés.

Dylan nam er de tijd voor, zoveel wordt wel duidelijk. Maar liefst zes cd’s zijn gevuld met opnamen gemaakt voor dat ene album Highway 61 Revisited. Die mag dan rauw en intens klinken, alsof alles in een keer door Bob Johnston goed is vastgelegd, maar niks is minder waar. Ik zie nu ook dat het nog een paar uur duurt voordat mijn favoriete nummers van de plaat Ballad Of A Thin Man en Desolation Row voorbij komen.

Tot die tijd rocken we even door. Lekker wel. Blijft toch frappant dat Dylan weinig klungelt. Als dit echt alles is wat er in de studio is vastgelegd dan wist iedereen erg goed waar ze mee bezig waren. Dylan zelf heeft later in zijn carrière vaak gezegd dat hij studiotijd als verspilde tijd zag, en alles het liefst zo snel mogelijk wilde opnemen. Vaak luisterde hij niet eens terug. Met veel brak klinkende onzin-platen in de jaren tachtig als gevolg.

Maar in 1965 was hij in de studio een perfectionist, die wat er in zijn hoofd zat precies op de plaat wilde terughoren. Leuk wel.

Het aardige aan Like A Rolling Stone, waar meer dan een complete cd in de box aan gewijd is, is dat de definitieve versie zoals iedereen 'm kent al betrekkelijk snel op de band stond.

Take 4, om precies te zijn. Er zouden er nog elf volgen, en ja, die zijn op de box te horen.

En nee, daar zult u niet vaker dan één keer naar luisteren.

Dylan begint er 's avonds, 15 juni 1965, aan. Het is dan nog een walsje in 3/4 maat. Het wil niet erg lukken, ook omdat Dylan slecht bij stem is. 'My voice is gone', roept hij.

Morgen beter, zullen ze gedacht hebben. Om te beginnen wordt de volgende dag het nummer omgezet in 4/4 maat. Minstens zo belangrijk is het feit dat Al Kooper een beetje per toeval achter het Hammond-orgel heeft plaatsgenomen.

Kooper, toen 21, was op uitnodiging van producer Tom Wilson naar de studio gekomen, zonder een vaste rol.

Hij begint zomaar wat van de later typerend zuigend orgelklanken uit. Het bevalt Dylan, maar producer Wilson vindt Kooper geen organist en wil Paul Griffin terug. Die speelt inmiddels piano, en Dylan heeft het goed gehoord.

Zo moet het.

Vanaf de klap op de snaredrum, waarmee Like A Rolling Stone opent is het raak, die vierde take. Dylan heeft zijn stem weer helemaal terug: 'How does it feeeeeel?'

Ik probeer me al jaren voor te stellen hoe het moest voelen, in de zomer van 1965 toen het nummer, dat voor die tijd belachelijk lang duurde een wereldhit werd. De wereld was gewend aan de Beatles en de Stones, maar dit was van een andere orde. Waar had ie het over in: ‘You used to be so amused/At Napoleon in rags and the language that he used’? Over zichzelf natuurlijk.

‘Go to him now, he calls you, you can’t refuse’.

Like A Rolling Stone is nog altijd een monumentale rocksong. Maar ik zal voor mijn plezier nooit een andere versie opzetten, dan die vierde take, waarmee het album Highway 61 Revisited opent.

Beeld .

Drie uur onderweg. Het is juni 1965, Dylan is net terug van een Britse tournee, die door D.A. Pennebaker is vastgelegd in de beroemde documentaire Don’t Look Back.

Maar terug in de studio gaat het allemaal niet zo lekker. Dylan wil lekker te keer gaan, zeker nu hij het jonge bluestalent Mike Bloomfield als gitarist heeft weten te strikken. Maar eindeloze oefensessies brengen het liedje dat uiteindelijk It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry nog niet tot een goed einde.

Met een andere producer, Bob Johnston zal dat een maandje later wel gebeuren. Hij vervangt Tom Wilson, verantwoordelijk voor het kraakheldere geluid van Bringing It All Back Home. Wilsons laatste wapenfeit is Like A Rolling Stone, waar op 15 juni, ’s avonds wel een begin mee wordt gemaakt, maar dat de volgende dag de versie krijgt zoals we die kennen.

Hoe dat allemaal te werk gaat, hoor ik straks op cd 4. De derde schuif sluit zo af met alvast 3 versies van Dylans beroemdste rockliedje. Twintig keer krijg ik Like A Rolling Stone de komende uren te verwerken.
Eerst maar wat eten.

Bob Dylan en Joan Baez in 1963.Beeld reuters

Tsjonge, wat was Dylan die 15e januari in topvorm. In een ruk ramt hij er definitieve versies van Gates Of Eden, It’s Alright Ma, I’m Only Bleeding en Mr. Tambourine Man uit en is zijn vijfde lp klaar.

Een maand na de release, maart 1965, zouden de Byrds met Mr. Tambourine Man een enorme hit scoren. Het was meer de rockversie die Dylan al een tijdlang in zijn hoofd had. Al ten tijde van zijn vierde album, Another Side Of Bob Dylan uit 1964 probeerde hij het liedje uit. Hij wilde graag drums, zo bewijzen de box-versies nu. Maar hij kwam er niet uit.

Hoe beroemd het liedje in de versie van The Byrds of van hemzelf ook werd, ik heb er nooit veel mee gehad. Sterker nog: dit liedje en ook Blowin’ In The Wind was er de oorzaak van dat ik tot mijn vijftiende zelfs een beetje een hekel aan Dylan had. Of aan zijn fans, dat weet ik niet meer.

Ik raakte bekeerd vlak voordat Dylan zelf bekeerde, in 1978 geloof ik, toen de KRO radio een concert van hem uitzond. Dat was eenzelfde concert (misschien wel hetzelfde) als later op de peperdure, alleen als Japanse import verkrijgbare dubbel-lp Live At Budokan. Soulvol koortje, een Dylan die swingt: zijn ‘fans’ verafschuwden het, ik vond het prachtig.

Ook mijn eerste kennismaking met het liedje It’s All Over Now, Baby Blue, het laatste nummer van de tweede cd, zal ik nooit vergeten. Ik hoorde het nummer voor het eerst gespeeld door Echo & The Bunnymen, tijdens het Pandora’s Music Box Festival, ik meen in 1985. Ik was groot fan van de band, die een tijdlang niet hier gespeeld had. Ze speelden veel covers maar deze van Dylan was nieuw voor mij. Gelijk het album gecheckt, toen 20 jaar oud. Het is inmiddels al weer 30 jaar geleden.

Maar met Mr. Tambourine Man heb ik nog altijd niet veel.

Bob Dylan in 2012Beeld afp

De derde opnamedag van Bringing It All Back Home begint Dylan voortvarend. Maggie’s Farm staat er in één keer op. Een half jaar later was het dit liedje waarmee Dylan op het Newport Festival zijn elektrische set opende, en geschiedenis schreef. Daarover later meer.

Gek blijft het dat hij op dat folkfestival zoveel ophef veroorzaakte. Dylans plaat, voor de helft elektrisch en behoorlijk rockend, was immers al een half jaar uit.

Goed, zo snel als Maggie’s Farm er op stond, zo vaak moest On The Road Again worden opgenomen. Heb nooit heel veel met het nummer gehad, en een half uur lang alle probeersels luisteren is geen activiteit die ik nog vaak zal herhalen.

Dat wordt nog wat, als over een paar uur cd 4 in de speler gaat: volledig gewijd aan slechts één liedje: Like A Rolling Stone.
Niet vergeten eerst wat te eten.

Ik ben bij cd 1 track 20 en krijg voor het eerst kippenvel. Van ontroering en verbazing, denk ik. Het gebeurt tijdens de versie van Love Minus Zero/No Limit die ook op het album terechtkomt, opgenomen op 14 januari 1965.

Dylan heeft het liedje al een paar keer akoestisch gerepeteerd en speelt het nu voor de tweede keer met band. Gelijk raak.

Even later die dag roept hij zijn band bij elkaar (Bruce Langhorne op gitaar en, mogelijk, John Sebastian op bas) voor wat zijn eerste elektrische rockliedje zal worden: Subterranean Homesick Blues. Ook dit liedje staat er in een paar takes op.

Ongelooflijk, wat een vaart zet hij erin.

En wat een nummer, nog altijd. Waar andere elektrisch versterkte Dylan-liedjes uit die tijd klinken als akoestisch geschreven, maar dan elektrisch begeleid, is dit de eerste Dylan-compositie die ook echt elektrisch bedoeld is.

We naderen het einde van cd 1.

Ik ga naar de wc.

The Collector's EditionBeeld Gijsbert Kamer

Dylan is lekker op dreef. Farewell Angelina, een bewerking van een folkliedje, dat de plaat niet zal halen. Het is een van de nummers die in 1990 verschenen op het eerste deel van Dylans Bootleg Series. Een driedubbel-cd met een selectie van nooit eerder uitgebracht materiaal uit zijn loopbaan tot dan toe.

Als er een uitgave was die me definitief van Dylans grootheid overtuigde, dan was dat destijds deze box.

Goed, koffie nu. Hoe ga ik het eigenlijk allemaal aanpakken vandaag? Eten, drinken etc. Heb ik wel tijd om tijdens het luisteren alles te lezen wat ik wil. Er ligt een stapel boeken op tafel. Biografieën en naslagwerken. Maar voorlopig kom ik er geloof ik niet aan toe. Eerst een beetje mijn draai vinden.

We zijn begonnen cd 1, track 1: Love Minus Zero/No Limit- Take 1. Een van de liedjes die Bob Dylan in januari 1965 zou opnemen voor het album Bringing It All Back Home. Het is Dylans vijfde lp al in drie jaar tijd en de eerste waarop hij het geluid van de elektrische gitaar liet horen. De plaat wordt in een paar dagen opgenomen en verschijnt twee maanden later al. Een kant is elektrisch, de andere akoestisch.

Een mooi begin, gelukkig, Dylan verspeelt weinig tijd en lijkt de liedjes al goed in zijn hoofd te hebben. Fijn voor de luisteraar ook, al weet die natuurlijk dat het meeste materiaal dat op de 18 cd’s verzameld staat, nooit voor de buitenwereld bestemd was.

She Belongs To Me, track 7, klinkt meteen al prachtig. ‘She’s got everything she needs/she’s an artist she don’t look back'.

Dylan speelde het als een van de weinige 60’s klassiekers afgelopen maandag nog in het Muziekgebouw. Ik genoot, maar de zuiverheid en kracht van vijftig jaar geleden heeft zijn stem al lang niet meer.

Ik merk, een half uurtje aan het luisteren, dat ik voortdurend de behoefte heb te citeren uit de liedjes. Benieuwd of dat zo blijft.

Recensie Bob Dylan

Lees hier de recensie van Gijsbert Kamer van het concert van Bob Dylan, afgelopen maandag.

het uitzicht van Gijsbert Kamer.Beeld Gijsbert Kamer

Aanstaande vrijdag verschijnt onder de titel The Bootleg Series Volume 12: Bob Dylan 1965-1966 The Cutting Edge een box met materiaal dat Bob Dylan opnam tussen januari 1965 en maart 1966.
In deze veertien maanden maakte Dylan de drie belangrijkste platen uit zijn loopbaan: Bringing It All Back Home, Highway 61 Revisited en Blonde On Blonde.

Behalve een zes cd's tellende zogeheten Deluxe Edition met een uitgebreide selectie demo's verschijnt er ook, in een gelimiteerde oplage van 5000 stuks een Collector's Edition met achttien cd's. Die claimt alles te bevatten wat Dylan in de jaren 1965 en 1966 in de studio heeft opgenomen.

Daar ga ik naar luisteren vanaf cd 1 tot en met cd achttien in een lange, ononderbroken luistersessie die tot morgenochtend gaat duren. Ik zal verslag doen van mijn ervaringen en uitleg geven van wat ik hoor op Volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden