2.651 inkomens publieke sector boven balkenendenorm in 2011

2.651 functionarissen in de (semi-)publieke sector verdienden in 2011 boven de balkenendenorm, oftewel meer dan 130 procent van een ministerssalaris (in totaal ten minste 193.000 euro). Dit blijkt uit een inventarisatie die minister Plasterk van Binnenlandse Zaken vandaag aan de Tweede Kamer stuurde.

Oud-premier Balkenende (links) en huidige premier Rutte in oktober 2012 tijdens een liefdadigheidsevenement Beeld EPA

Gemiddeld streken de overstijgers in 2011 een salaris van 218.783 euro op. Dat is circa 15.000 euro minder dan in het jaar ervoor. Terwijl het gemiddelde salaris lager ligt, is het totaal ten opzichte van 2010 juist gestegen. Plasterk wijt de stijging aan een normale salarisstijging waardoor mensen die in 2010 net onder de norm zaten er in 2011 bovenuit kwamen.

De lijst van ambtelijke grootverdieners is zeer divers: van burgemeesters tot korpschefs, en van bestuurders van ziekenhuizen en woningcorporaties tot een hondengeleider van de Politieregio Gelderland. Sommigen overschreden de norm omdat ze meer werkten dan de gebruikelijke 36 uur per week, anderen overstegen de balkenendenorm vanwege een ontslagvergoeding, achterstallig loon of de kosten van een dienstauto.

VVD en PvdA kwamen overeen in het regeerakkoord dat de norm verder omlaag moet, van 130 procent naar 100 procent van een ministerssalaris. Een nieuwe wet is in de maak. De nieuwe wet zal niet alleen gelden voor bestuurders, maar voor alle ambtenaren. De minister is hierover nog in gesprek met de sectoren.

WOPT en WNT
In 2011 gold de 'Wet Openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens', ofwel WOPT voor alle functionarissen in de (semi-)publieke sector. Een salaris boven de 193.000 was niet verboden, maar moest wel openbaar gemaakt worden.

Vanaf 1 januari 2013 geldt de Wet Normering Topinkomens (WNT). Die verbiedt een salaris voor bestuurders boven de 130 procent van het ministerssalaris. De grens ligt op 228.599 euro (187.340 salaris, 8.069 onkostenvergoeding, 33.190 pensioenbijdrage werkgever). Een minister heeft nu 144.000 euro aan salaris.

Voor medewerkers (niet-bestuurders) geldt onder de nieuwe wet geen verbod, maar wel de plicht tot openbaarmaking. Voor zittende bestuurders is er een overgangsregeling: zij houden maximaal vier jaar hun huidige salaris, en gaan daarna in drie jaar stapsgewijs omlaag naar de nieuwe norm.

Te veel
Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken zei bij de presentatie van de cijfers dat te veel mensen in de semi-publieke sector nog te veel verdienen. Plasterk had hun inkomen 'het liefst van de ene op de andere dag' naar beneden bijgesteld, maar dat mag niet van de wet.

Hij zou het een mooi gebaar vinden als topbestuurders vrijwillig sneller zouden teruggaan in salaris. Daarmee zouden ze een voorbeeld voor anderen zijn. Maar Plasterk vindt ook dat er gekeken moet worden of de laag onder de top niet te veel geld mee naar huis neemt. Hij streeft naar een 'sobere overheid'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.