1968 en de samenhang der dingen

Sommige gebeurtenissen in je leven blijven altijd een soort ijkpunt waaraan de betekenis van andere gebeurtenissen wordt afgemeten...

Zo voert ieder verslag van de campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen mij in gedachten terug naar de campagne van 1968, tussen Nixon en Humphrey, die ik wekenlang voor de Vara-radio heb verslagen. Het was mijn eerste bezoek aan de Verenigde Staten, uitgerekend in het jaar dat als hoogtepunt van de flower power wordt gezien.

Tot dan toe had ik niet in het besef geleefd dat de roerige jaren '60 een uitzonderlijke periode vormde. Ik vond alles natuurlijk heel opwindend, maar ik had geen idee dat ik midden in een soort culturele revolutie zat. Na mijn bezoek aan Amerika twijfelde ik daar niet meer aan.

Het eerste wat me opviel was dat de protestgeneratie in de VS, in tegenstelling tot die in Nederland, a-politiek was. Natuurlijk besefte men wel dat de strijd tegen het establishment en de Vietnamoorlog een politieke dimensie had, maar de afkeer van de bestaande politieke partijen was te groot om daar energie in te steken. De hippies vonden het vanzelfsprekend dat het gezag hen als vijand zag en behandelde, maar men trok zich daar zo min mogelijk van aan.

Zo liep ik eens mee in een Vietnamdemonstratie toen we een kleine tribune naderden waarop tientallen keurig in het pak gestoken fotografen stonden. Alle deelnemers aan de demonstratie scandeerden: smile for the FBI. Het bleek een batterij fotografen die iedere deelnemer aan de demonstratie fotografeerde voor het FBI-archief. Het kon niemand een zak schelen.

Het gevoel bij de protestgeneratie in Amerika deel uit te maken van een wereldwijde cultuuromslag was erg groot. Als niet-Amerikaanse journalist werd ik als vanzelfsprekend deelgenoot gemaakt van alle activiteiten die werden ontplooid. Eindeloze discussies heb ik meegemaakt over de betekenis van de gebeurtenissen die in de wereld plaatsvonden. Iedereen leek te leven in de Eeuw van de Waterman waarin alles met alles samenhing.

Ik herinner me een gesprek met een lector aan de Columbia University in New York die in april van dat jaar had meegedaan aan de bezetting van het 'maagdenhuis' van die universiteit. Het was kort voor de verkiezingen van november en hij breidde de gebeurtenissen van 1968 aan elkaar alsof die vanuit een hand waren bestierd.

Zoals de eerste harttransplantatie van Christian Barnard en de eerste bemande Apollo-missie waarbij de maanlander werd beproefd die het jaar daarop echt zou moeten worden gebruikt bij de eerste maanlanding.

De Praagse Lente, het neerslaan daarvan door militairen van het Warchaupact. De opstand van studenten en arbeiders in mei 1968 in Parijs, en het neerslaan van de protesten bij de Democratische Conventie door de politiemacht van burgemeester Daily van Chicago, twee dagen na de invasie van Tsjechoslowakije.

Het Tet-offensief van de Vietcong in Vietnam, de massamoord in My Lai, de publicatie van de foto van de Vietcong-officier die op straat werd gecuteerd door een generaal van de Zuid-Vietnamese politie en de bekendmaking door president Lyndon Johnson dat hij geen kandidaat zou zijn bij de verkiezingen.

De moord op Robert Kennedy, de 'Bergrede' van Martin Luther King en de moord op hem door James Earl Ray, een dag later.

Ik was zo onder de indruk van zijn betoog en de samenhang van al die gebeurtenissen leek zo logisch dat ik mij naar mijn hotel haastte om alles op te schrijven. Pas toen ik het nalas, realiseerde ik mij dat een samenhang van gebeurtenissen nog iets anders is dan de regie ervan. De tijdgeest kent geen ontwerp.

Over tijdgeest gesproken: ik volgde een week lang de campagne van John Tunney, een lid van het Congres voor een district in CaliforniOp een ochtend mocht ik met hem meerijden naar een verkiezingsbijeenkomst. In de auto werd hij gebeld door zijn vriend Teddy Kennedy. Aan de toon merkte ik dat er iets bijzonders aan de hand was. Toen hij de hoorn er op had gelegd draaide hij zich naar mij om en zei:

'Guess what, Jacky Kennedy gaat trouwen met Onassis.' Ik vroeg hem of dat al bekend was. Hij dacht van niet. Bij de eerstvolgende telefooncel stapte ik uit en belde met de actualiteitenrubriek van de Vara-radio en vertelde het verhaal. De dienstdoende redacteur vroeg mij of ik niets beters te doen had dan het bedrijven van roddeljournalistiek. Hij vond het geen bericht waard. Toen dezelfde avond alle televisiekanalen bol stonden van het nieuws en de volgende ochtend bijna alle kranten in de wereld het op pagina meldden, realiseerde ik me dat de Vara een wereldprimeur had gemist. Ik geef het toe: vergeleken met andere gebeurtenissen in dat jaar niet echt belangrijk. Maar toch. . .

By the way: wist u dat in 1968 in de VS 911 als alarmnummer voor de telefoon in gebruik werd genomen? En dat in hetzelfde jaar Mohammed Atta is geboren, de piloot van het vliegtuig dat zich als eerste in het WTC boorde?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden