1948

Buiten huilt de wind om het huis'. Dat mag je wel zeggen: eind maart, maar nog lang geen lente.


Liever dan lijf en leden over te leveren aan de ijselijke kou, blijf ik binnen waar 'de kachel staat te snorren op vier', nou ja, de thermostaat op 20.


Voor wie ze niet heeft herkend, bovenstaande zinnetjes komen uit 1948, een liedje dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd geschreven en gezongen door Kees van Kooten en Wim de Bie. Hun nostalgische ode aan het 'derde oorlogsjaar' en in één moeite door aan hun Haagse kindertijd is een bewerking van het al even wonderschone Alone Again van Gilbert O'Sullivan. Juichende adjectieven schieten te kort.


Eerder al schreef de onvolprezen Ierse singer-songwriter zijn hit Nothing rhymed. Jammer dat hij zich steevast presenteerde in oubollige vermomming. Op instigatie van welke producent weet ik niet, maar misschien had de dodelijk verlegen Lolito dat typetje zelf bedacht. Verkleed als straatschoffie uit een kinderfilm: pet over het opgeschoren haar, in korte broek en op soldatenkistjes schoof hij als een haas achter de piano en ramde erop los. Alsof hij zich schaamde voor zijn eigen verschijning.


Terug naar 1948. Al bij het eerste couplet ziet mijn geestesoog een vredig huiskamertafereel met Vader aan het hoofd van de tafel en Moeder op de stoel-die-het-dichtst-bij-de-keuken-staat. Niks eenoudergezin, niks twee pappa's, twee mamma's, niks een pappa die mamma is geworden of andersom, maar een Familie Doorsnee met gezeglijk nageslacht. De meisjes spelen met poppen en de jongens met de meccanodoos. Kijk ze met z'n allen onder die lamp met franje zitten, hun ellebogen op het mollige bovenkleed. Zo-even werd dat nog afgedekt met een tafelzeil waarop het avondeten stond te dampen. Niks pasta, wokgroenten of Marokkaanse lamsstoof uit zo'n geinige tajine, maar, indien voorradig in die schrale jaren, aardappelen, vlees en groente.


Inmiddels zijn de dekschalen, diepe borden en het Gero-bestek vervangen door een ganzenbord- of mens-erger-je-niet-spel, terwijl op de radio de Bonte dinsdagavondtrein voorbijtsjoeketsjoekt. En als vanzelf dient het overbekende refrein zich aan: 'Toen was geluk heel gewoon.' (Alone again, naturally).


Wim en Kees zongen hun duet in Hadimassa, het satirische televisieprogramma waaraan ook ik heb meegewerkt. Bij iedere repetitie van het liedje schoot ik vol en tijdens de opname zag ik het tweetal door een waas van tranen. Dat deze ironische allesbegrijpers zo'n onverbloemd ontroerende tekst durfden te zingen! En ... dat ze ... pyjama's hadden aangetrokken, hun haar nat gemaakt! Oké, het stond in de tekst: 'We gingen nog in 't bad, haartjes nat, nog even op', maar nu waren het grote jongens!


Achteraf denk ik dat deze regeltjes van Kees van Kooten zijn. Zoals ook 'gezichten op 't behang, maar niet echt van binnen bang'. Niemand die met zo veel vertedering terugkijkt op zijn eigen jeugd. Maar toen had hij al die boeken nog niet geschreven; toen dacht ik nog de enige te zijn die terugverlangde naar le temps perdu.


Thuis maakte ik mijn toenmalige echtgenoot deelgenoot van mijn enthousiasme. Hij was platenproducent; dat trof. In de vlottere, beter gezongen, op het grote publiek gerichte versie van Gerard Cox bereikte 1948 de 23ste plaats in de Nederlandse top-40! Mede dankzij mij, huilebalk achter de schermen.


Het wordt tijd dat deze evergreen uit de mottenballen wordt gehaald. Henk Poort en Danny de Munk, neem het liedje, liefst tweestemmig, op in jullie prachtprogramma! Richard Groenendijk, gebruik het als rustpunt tussen je geestige conferences!


Wel zou ik dan graag eindelijk eens een graantje willen meepikken van de royalty's.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden