1948 (2)

orige week schreef ik over Van Kooten en De Bie's ode aan hun kindertijd: 1948, beter bekend als 'toen was geluk heel gewoon', een zinnetje dat klinkt als een gezegde. Niet in de laatste plaats dankzij Gerard Cox, die de bewerking van Alone Again van Gilbert O'Sullivan niet alleen populaire vleugels gaf, maar er ook de titel aan ontleende voor zijn veelbekeken televisieserie.


Door mijn column heen citeerde ik een paar strofen. Dat had ik beter niet kunnen doen. Hoewel een eenvoudige rekensom leert dat 1948 drie jaar na de bevrijding speelt, bleek er in mijn eerste citaat geen 'derde vredesjaar' maar ' derde oorlogsjaar' te staan!


Die donderdagochtend had ik nog geen erg. Dit in tegenstelling tot mijn huisgenoot tegenover me achter de krant. Na lezing van mijn stukje deed hij er wijselijk het zwijgen toe, wetend dat, als hij me op mijn faux pas zou wijzen, de Paasdagen niet om door te komen zouden zijn.


Maar boodschappers van slecht nieuws laten nooit lang op zich wachten. Diezelfde ochtend nog verscheen op mijn computer een ingezonden mail met de onheilstijding. Zachtzinnig verpakt, dat wel. 'Gelukkig maar', besloot Jaap Faber uit Heemstede zijn digitale reprimande, 'anders had die oorlog tot 1950 geduurd.'


Zoals de meeste teksten van voor mijn 40ste staat het liedje in mijn geheugen gegrift, dus ook de zin 'de legpuzzel kwam klaar in het derde vredesjaar'. Hoe kon ik zo stom zijn me zo te vergissen?! God mag het weten. Of de psychiater? Ik vrees de gerontoloog.


De hele week kon Gijs van de schaamte niet slapen.


Terwijl me zoiets toch vaker is overkomen. Maar al te goed herinner ik me al die slips of the pen die ik pas ontdekte als mijn column al in de krant stond en er geen lieve redacteur meer aan hielp. Zo had ik ooit een stewardess en een piloot (absoluut niet verbaasd de se trouver ensemble) op een hotelbed neergekwakt. Hun onenightstand vond plaats in de jaren zestig, dus liet ik op het nachtkastje een pakje Stuyvesant aanschurken tegen een fles Black Daniels. Die dag regende het telefoontjes en schudde mijn mailbox op zijn grondvesten. Ik had twee whiskymerken door elkaar gehaald!


Ook heb ik eens beschreven hoe op uitvaartplechtigheden het echtpaar De Jonge altijd helemaal vooraan in de aula zit. Hoe kwám ik erbij?!, brulde Freek toen ik hem onverhoopt passeerde op het Boekenbal. Hij riep me nog achterna dat, zodra ík op apegapen lag, hij zéker verstek zou laten gaan; als ik dat maar wist!


Wat kan dit alles de lezer schelen? Weinig tot niets. Diegenen die mijn vorige column onder ogen hebben gehad, zijn alweer vergeten waarover hij ging. Sterker, die hele krant is allang, al of niet met vis erin verpakt, de deur uit. En nieuwe lezers weten niet waarover ik zit te zeuren. Waarom dan, alleen om mijn straatje schoon te vegen, slapende honden wakker maken?


Dat doe ik op aanraden van Wim Huismans uit... Den Haag. Van hem kreeg ik de tweede ingezonden paasmail. Ditmaal naar aanleiding van mijn citaat van die twee ontroerende regeltjes uit het refrein: 'Gezichten in 't behang, maar niet echt van binnen bang.' En wat schreef ik tegen beter weten in? 'Gezichten op 't behang'.


In plaats van YouTube te raadplegen, waar de makers zelf, in pyjama, voor zich uit zitten te zingen, bekeek ik op internet de geschreven versie 'van' Gerard Cox. In de veronderstelling dat dit de oorspronkelijke tekst was. Niet dus.


Mailer Huismans, boos noch verdrietig, maar wel persistent: 'Kees en Wim (blijkbaar kent hij zijn stadgenoten) zijn nog steeds een heel klein beetje boos op Gerard Cox die 'in' veranderde in 'op'. Zij bedoelden gezichten in het patroon van het behang. Dus bied even je excuses aan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden