18 culturele hoogtepunten voor een topbegin van 2016

Een schilder die kon toveren met kaarslicht, een gezelschap met alleen donkere dansers en de verrassende actualiteit van de Amsterdamse School. Het zijn nog maar drie van de achttien culturele evenementen die de eerste maanden van 2016 een feest beloven te maken. En we doen er nog twaalf kleine tips bij.

Beeld Jaap Scheeren

1. BEELDENDE KUNST: Grayson Perry

Een kleurrijke kunstenaar om verliefd op te worden.

Ik wil Grayson Perry. Ik ben verliefd op een man die 22 jaar ouder is dan ik, en gelukkig getrouwd. Het is die soort verliefdheid die niet romantisch is, maar wel intens. Het draait om 'hebben of zijn'. Ik kan dan namelijk niet kiezen of ik iemand wil hebben of toch wil zijn. Ik wil het allebei. Meestal kan het allebei niet.

Ik wil Grayson Perry hebben. Dan maken we thuis de rommelkamer leeg en mag hij daar wonen. Eerst zal hij misschien gemist worden, want de Britse kunstenaar is wel redelijk bekend en bovendien dus gelukkig getrouwd.

Maar gun ons een paar maanden en na een poosje is hij gewoon van ons. Dan vraag ik hem om vazen te maken en wandkleden voor in het huis, maar ook bekers om uit te drinken en borden om van te eten. In felle kleuren met rare taferelen, ze mogen best een beetje duister zijn. De hele dag hebben we de interessantste gesprekken over kunst en over het leven.

Hij is zo grappig dat we steeds van onze stoel rollen van het lachen. Hij zal mijn dochtertje leren nooit te stoppen met spelen. Hij zal haar leren altijd te blijven ontdekken. Hij zal haar leren dat ze zich nooit hoeft te schamen, ook niet voor hem als ze samen hand in hand naar Albert Heijn gaan en hij als Claire verkleed is. Zoals hij ook zijn eigen dochter nog steeds trots maakt.

Ik wil Grayson Perry zijn. Voelen hoe het is om zo te kunnen tekenen, zo te kunnen denken, zo kunst te kunnen maken. Om te voelen hoe het is een man te zijn die zich als vrouw uitdost. Om de jurken te dragen die hij speciaal laat maken door Britse modeacademiestudenten. Om motor te rijden, een teddybeer te hebben die meer dan 50 duizend Twittervolgers heeft, tv-programma's te presenteren.

Ik wil Grayson Perry zijn zoals hij nu is. Er zijn delen van zijn jeugd die ik liever oversla. Al zou ik als ik een tijdreisje kon maken wel graag in 2003 de Turner Prize in ontvangst nemen, gekleed in felrode lakschoentjes, witte sokken en een paarse jurk met konijntjes erop geborduurd.

Maar een tijdreisje maken kan niet, net zo goed als ik Grayson Perry nooit zal hebben of zijn. Dan the next best thing. Ik wil Grayson Perry zien, zijn kunst dus. Dat kan gelukkig.
Anna van Leeuwen
Door: Anna van Leeuwen

Grayson Perry, Hold Your Beliefs Lightly, Bonnefantenmuseum, Maastricht, 25/2 t/m 5/6.

Hold Your Beliefs Lightly (2011). Beeld Grayson Perry

Schatplichtig aan Delacroix

De aanbeveling vanuit Londen is ronkend: van de brutale kleuren en abstracte vormen van Matisse en Kandinsky tot het expressieve van Van Gogh en Gauguin: ze zijn allemaal schatplichtig aan de Franse schilder Eugène Delacroix (1798-1863), de laatste schilder van de Grand Style. En nu aan ons gepresenteerd als de profeet van de moderne kunst.

Delacroix and the Rise of Moder Art, National Gallery, Londen. 17/2 t/m 22/5

Scarlett Johansson.

2. FILM: Hail, Caesar!

De Coen-broers ademen oud Hollywood. Hail, Caesar! belooft wat dat betreft de kroon te gaan spannen.

Joel en Ethan Coen zijn dol op het oude Hollywood; een liefde die ze met hun eigen werk nooit onder stoelen of banken hebben gestoken. Film als The Big Lebowski (1998) en The Man Who Wasn't There (2001) bleken prachtige hommages aan de film noir, terwijl de Coens met The Hudsucker Proxy (1994) en Intolerable Cruelty (2003) hun eigen varianten op de jarendertigscrewballkomedie brachten. En dan O Brother, Where Art Thou? (2000): de titel ontleenden ze aan een fictief filmproject, dat hun idool Preston Sturges voorbij laat komen in diens klassieker Sullivan's Travels (1941). De scène waarin de Ku Klux Klan in een absurdistisch showballet aan het lynchen slaat, is een speelse kopie van een fragment uit The Wizard of Oz (Victor Fleming, 1939). De Coens eten en ademen Hollywood, zoveel is zeker.

Wat die cinefilie betreft, belooft de nieuwe film van de Coens, de musical-komedie-thriller Hail, Caesar!, de kroon te gaan spannen. Hoofdpersonage is Eddie Mannix (1891-1963), de man die voor Hollywoodstudio MGM jarenlang zorgde dat alles wat de door de studio gecontracteerde sterren aan onoorbaars uitspookten, verhuld bleef voor pers en publiek. Zelfmoorden, auto-ongelukken, acteurs die minder heteroseksueel bleken te zijn dan de studio lief was: Mannix, die er zelf een troebel liefdesleven op nahield, verdoezelde het als 'fixer' allemaal.

Getuige de officiële trailer wordt Mannix (Josh Brolin) in Hail, Caesar! neergezet als een gewiekste snorremans, die zichzelf het liefst dagelijks de biecht laat afnemen. Zijn nieuwste zaak betreft de plotse verdwijning van de vergeetachtige superster Baird Whitlock (George Clooney), die net was begonnen aan de opnamen van een peperduur Romeinenepos. Whitlock blijkt te zijn ontvoerd. Het onderzoek voert Mannix van de uiteenlopendste studiosets de trailer toont Romeinen én cowboys, maar ook Channing Tatum in matrozenpak en zeemeermin Scarlett Johansson in een Busby Berkeleyachtig waterballet naar de duistere gangen van een Russische onderzeeboot.

Blijkbaar hebben de Coens (True Grit, Inside Llewyn Davis) zo veel mogelijk ouderwetse filmgenres gepropt in Hail, Caesar!, een project waarover ze al in 2004 repten. De titel dook ook de jaren daarna op in interviews zonder dat er ooit sprake was van een daadwerkelijke film. Pas in 2013 kwam Hail, Caesar! serieus van de grond. 'De film gaat over de filmindustrie, het leven, religie en geloof', zei Ethan Coen toen tegen filmjournalist Anne Thompson.

Veel méér wilden de Coens niet loslaten over de film, waarvoor ze een kakelbont ensemble aan acteurs verzamelden. Naast Brolin, Tatum, Clooney en Johansson doen onder anderen Frances McDormand en Jonah Hill mee, terwijl Tilda Swinton de befaamde roddeljournaliste Hedda Hopper speelt en de Russische onderzeeër wordt aangevoerd door actieheld Dolph Lundgren.

Die laatste kon zelf amper geloven dat de Coens hem hadden gevraagd. 'Ik had niet gedacht dat ik ooit in een Coensfilm zou spelen', zei Lundgren vorig jaar mei tegen tijdschrift Creative Screenwriting, blij als een kind. 'Maar het lijkt toch zo te zijn!'
Door: Kevin Toma

Hail, Caesar! Regie Joel en Ethan Coen. Met o.a. Josh Brolin en George Clooney. Vanaf 18/2.

George Clooney.

3. BEELDENDE KUNST: Schalcken, kunstenaar van het verleiden

Er zijn vele redenen om fijnschilder Godefridus Schalcken niet te missen. De belangrijkste: kaarslicht.

Het is niet niks wat er aan oude kunst op stapel staat: Jheronimus Bosch in Het Noordbrabants Museum, Delacroix in de National Gallery, maar zulke namen verkopen zichzelf wel hier even aandacht voor iets onbekenders: Godefridus Schalcken (1643-1706). Het Dordrechts Museum toont vanaf februari een tentoonstelling van deze fijnschilder, een grote, rijke en dit durf ik nu al te voorspellen de kunstenaars naam in ere herstellende expositie.

Terecht. Schalcken behoorde tot de beste portrettisten van zijn tijd, en zo zag men hem ook. Zijn werk belandde in Frankrijk, Duitsland en Engeland, waar Schalcken in de voetsporen van Stadhouder
Willem III en zijn hofhouding enkele jaren werkte; tot zijn klantenkring behoorden illustere figuren als Cosimo III de' Medici en Mary Wentworth.

Wat hen trok in Schalckens portretten en genrestukken, waarvan je sommige tussen duim en wijsvinger kunt houden, was wellicht het scherpe oog voor detail en aandacht voor stofuitdrukking, zaken waarin Schalcken schatplichtig was aan de Leidse fijnschilder Gerard Dou, een van zijn leermeesters.

Iets anders waarom men Schalcken waardeerde: kaarslicht. Voorstellingen daarmee vormden zijn specialisme. Dat valt te begrijpen. Kaarslicht oogt wel even anders dan wat uit een tl-buis of halogeenlamp komt. Gloedvoller. Warmer. Stanley Kubrick liet tijdens de opnamen van Barry Lyndon door de NASA vervaardigde lenzen overkomen om bij zulk licht te kunnen filmen. Schalcken liet zijn modellen er graag in baden.

In Dordrecht zullen daar straks fraaie voorbeelden van te zien zijn. Om naar uit te kijken: Venus die haar tanden schalks in een perzik zet en het nachtelijke portret van stadhouder Willem III.

Ook de reis naar Dordrecht waard: Jongen, in fakkel blazend. Dat werk toont een kamerjongen die weldra een kaars zal aansteken. Schalcken schilderde het moment waarop hij nog even wat vuur in z'n fakkel (is het geen tuorrebout?) blaast. Een vluchtig moment waarvoor je moet beschikken over een sterk beeldend geheugen om het te kunnen schilderen (of een kamerjongen met een lange adem). Hier figureert het in het type klein meesterwerk, waar je in een vaste collectie direct naartoe zou lopen (ik moest denken aan een El Greco in het Prado met kandelaar en aapje). Rozevingerig oplichtend gezicht. Gloeiende as in de nacht. Ja, die herwaardering komt er wel.
Door: Stefan Kuiper

Schalcken: kunstenaar van het verleiden, Dordrechts Museum, 21/2 t/m 26/6

Jonge vrouw met parel bij kaarslicht, circa 1695. Beeld J. v. Haeften Ltd, Londen
John Lennon en Ringo Starr tijdens de opnamen van het album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band in de Abbey Road Studio's in Londen, 1967. Beeld HH

4. POP: The Sessions

Het toppunt van het in de popmuziek toch al zo populaire re-enactment: de Beatles aan het werk zien in de nagebouwde Abbey Road Studio's. Dat kan nu.

Langzamerhand wordt het een serieuze loot aan de boom van de popmuziek: re-enactment, een al dan niet postume uitvoeringspraktijk, reproductie van poprepertoire met een klassieke status.

Neem The Beatles. Een gerespecteerde coverband (The Bootleg Beatles) is er al 35 jaar, een loopbaan die inmiddels ruim driemaal zo lang is als die van The Beatles, maar van hen kun je nog zeggen dat ze Beatletje spelen, compleet met verkleedpartijen. De Nederlandse groep The Analogues (in januari nog in de theaters) is, zo je wilt, volwassener: zij spelen alleen het werk uit de latere jaren dat door The Beatles zelf nooit live is uitgevoerd. Geen kostuums, geen lookalikes, maar streven naar authentieke klank.

De overtreffende trap gaat op 1 april in première in de Londense Royal Albert Hall en komt op 17 april naar de Ziggo Dome in Amsterdam: The Sessions: A Live Re-Staging of The Beatles at Abbey Road Studios.

Weer Beatlescovers? Ja, feitelijk wel, maar de manier waarop neigt voor het eerst meer naar geschiedschrijving dan naar nostalgie. De voorstelling wil een documentaire zijn, met een replica van Studio Two van Abbey Road als plaats van handeling, en laat tot in detail zien hoe de opnamesessies van The Beatles daar verliepen en hoe de muziek tot stand kwam.

De muzikanten zijn geen lookalikes maar soundalikes: 39 instrumentalisten en acht zangers, om de vocale overdubs (op acht sporen) precies zo te laten klinken als ze werden opgenomen.

De hele studioloopbaan van de groep komt in vogelvlucht voorbij, vanaf de eerste versie van Love Me Do op 6 juni 1962 (nog met drummer Pete Best) tot aan de laatste sessies voor de ambitieuze zwanenzang Abbey Road in augustus 1969 (het afscheidsalbum Let It Be zou in 1970 verschijnen, maar was eerder opgenomen).

Alle technologische en artistieke ontwikkelingen uit die ruim zeven actieve studiojaren worden op het podium inzichtelijk gemaakt. De instrumenten, de microfoons, de apparatuur, de opstelling, alles is precies zoals toen, tot de geluidstechnici aan toe: die zie je aan het werk op het podium, achter glas in de control booth.

De voorstelling is gebaseerd op het boek Here, There And Everywhere van Geoff Emerick, de Abbey Road-technicus die het allemaal meemaakte. De productie is in handen van Jef Hanlon en Stig Edgren, die eerder producent was van Elvis The Concert, een postuum Elvisoptreden met de echte muzikanten en The King op scherm.

Regisseur Kim Gavin verzon een choreografie om van The Sessions een vloeiend 'technisch ballet' te maken, effectief gestut met beelden die de voorstelling in de context van de tijd plaatsen.

Het blijft, hoe je het ook wendt of keert, het live herkauwen van gecanoniseerde ouwe meuk, maar veel volwassener en serieuzer kan re-enactment niet worden. En ach, in de klassieke muziek dóén ze niet anders. Op het vipbalkon van de muziekgeschiedenis worden Mozart, Bach en Beethoven vriendelijk verzocht een stukje in te schikken en vier stoelen vrij te maken.
Door: Menno Pot

The Sessions. A Live Re-Staging Of The Beatles At Abbey Road Studios. Ziggo Dome, Amsterdam, 17/4.

Cabaret - Les over Churchill

De meeste vaders verschaffen hun zoon de nodige informatie over voetbal en seks; Diederik van Vleuten kreeg van zijn vader les over Winston Churchill. In Mijn nachten met Churchill vernemen we welke invloed dat heeft gehad op het leven van de cabaretier-verhalenverteller.

Mijn nachten met Churchill, vanaf 12/2, Koninklijke Schouwburg, Den Haag, première 2/4

Diederik van Vleuten. Beeld Katinka Krijgsman

5. BEELDENDE KUNST: Rood!

Museum De Fundatie blijft uitersten zoeken. Nu met 150 heilstaatvisioenen.

Het is natuurlijk onmogelijk in het hoofd te kijken van Ralph Keuning, directeur van Museum De Fundatie in Zwolle. De verwachting is wel dat wat zich daarin aan neurologische verknopingen en dwarsverbanden voordoet alle verbeelding te boven gaat. Hoe valt anders te verklaren dat hij op het idee komt het Nederlandse publiek de komende maanden te verblijden met een tentoonstellingsmix van schilder Ans Markus, Nederlandse portretfotografen én heilstaatvisioenen uit de Sovjet-Unie?

Je hebt in de museumwereld sandwichformules en sandwichformules, maar de variatie aan presentaties die Keuning hanteert is ongeëvenaard. Losjes strooit hij de ene na de andere drukbezochte tentoonstelling uit zijn mouw, waarmee hij lekenpubliek, toeristen en ingewijden, Randstedelingen en regionale belangstellenden aan zich weet te binden.

Het is haast verdacht knap. Bovendien is het verdomde moeilijk om te midden van het gemêleerde aanbod de ware interesse van de directeur zelf te traceren mocht hij al een bepaalde, dwingende voorkeur hebben.

Onderscheidend zijn toch, ook gezien de voorbeelden uit het verleden, de tentoonstellingen die maatschappelijk van inhoud zijn op het hardcore politieke af en veelal het tijdperk behandelen dat met een van beide wereldoorlogen te maken heeft of de 'spannende' tijd ertussen.

Zoals Rood!, een overzicht van 150 heilstaatvisioenen uit de Sovjetperiode tussen 1930 en 1941. De expositie laat foto's, collages, boekillustraties en grafische ontwerpen zien die de communisten voor propagandadoeleinden gebruikten; om gelovigen en ongelovigen te overtuigen van de zeggingskracht (en het grote gelijk) van het Sovjetimperium.

Daarvoor werden tal van bekende en minder bekende kunstenaars, fotografen en ontwerpers ingezet, onder wie El Lissitzky, Alexander Rodtsjenko, Vavara Stepanova en Andrej Lavrov. Ze maakten niet alleen propaganda voor de Russen zelf, maar ook ten behoeve van de immense expansiedrift die de Sovjets eigen was, om grote delen van Europa onder hun invloed te brengen zoals veel totalitaire staten destijds.

Een mooi gegeven dat gaat over beeldende overtuigingskracht, de politieke macht van een eenpartijstaat, de aantrekkelijkheid van realistische afbeeldingen en de moeizame relatie tussen propaganda en abstracte kunst.
Door: Rutger Pontzen

Rood! Museum De Fundatie, Zwolle. 16/1 t/m 17/4.

Beeld Museum De Fundatie
Cover van Paul Schuitema (1932). Beeld Museum De Fundatie
Ballet Black. Beeld Bill Cooper

6. BALLET: Triple bill, door Ballet Black

Waarom Ballet Black, met alleen donkere dansers en nu hier te zien, zo belangrijk is.

Je zou kunnen denken: het is nu eenmaal zo. De balletwereld is blank. Zoals de soulwereld zwart is. Met uitzonderingen die de regel bevestigen.

Niet voor niets was het deze zomer nieuws dat Misty Copeland als eerste Afro-Amerikaanse danseres de hoogste rang (eerste soliste) had bereikt bij het beroemde American Ballet Theatre. Ook andere grote balletgezelschappen tellen weinig tot geen donkere dansers. Onder de negentig dansers en danseressen van Het Nationale Ballet zijn er drie met een donkere huidskleur.

Door deze omstandigheid kan zich het volgende probleem voordoen: coryfee Michaela DePrince (Sierra-Leone) danste in december de felbegeerde rol van het meisje Clara in De notenkraker en de muizenkoning. Maar wie danst haar jongere evenknie, in de beroemde openingsakte, wanneer Clara de notenkrakerpop cadeau krijgt? Op de Nationale Balletacademie zit geen donkere studente...

'Zo houd je deze vicieuze cirkel in stand', zegt Cassa Pancho (37), oprichtster van Ballet Black, een gezelschap dat uit acht donkere en Aziatische balletdansers bestaat. Begin februari debuteert het ensemble in Nederland, tijdens het Holland Dance Festival. 'Jonge kinderen met donkere huidskleur zien geen boegbeelden schitteren. Ze komen niet op het idee ook balletdanser te worden.'

Dat wil de 37-jarige Pancho veranderen, ook al vraagt dat een lange adem. 'Het kost vijftien jaar een balletdanser op te leiden. Iemand die de top wil halen moet op 5- of 6-jarige leeftijd beginnen. Dus ja, we moeten zwarte dansers witte zwanen laten dansen. Dan raken kinderen geestdriftig.'

Pancho zelf heeft een witte Britse moeder en een West-Indiase vader uit Trinidad. Voor haar afstudeerscriptie aan de Royal Academy of Dance in Londen wilde ze zwarte balletdansers interviewen. Er bleek er niet één te vinden in Engeland. Na haar afstuderen in 2001 richtte ze daarom Ballet Black op, met alleen dansers uit etnische minderheden. Vanuit Nederland heeft Christopher Renfurm danser én model na zijn opleiding aan de Rotterdamse Dansacademie twee jaar bij Ballet Black gedanst.

Pancho wuift het argument dat de fysieke bouw van niet-westerse lichamen minder geschikt zou zijn voor ballet een te hoge wreef voor spitzenwerk bijvoorbeeld subiet van tafel: 'Dat is inmiddels achterhaald als ouderwetse wetenschap.'

Haar droom is ook bij het Bolsjoj Ballet in Moskou en het Mariinski Theater in Sint-Petersburg de bakermat van klassiek ballet donkere dansers in het tableau te krijgen. Ze hoopt dat Ballet Black uiteindelijk overbodig wordt: 'Als niemand meer opkijkt van donkere balletdansers in solistenrollen.'
Door: Annette Embrechts

Triple Bill door Ballet Black, Holland Dance Festival, 3-6/2.

Casso Pancha richtte in 2001 Ballet Black op, uniek in de blanke balletwereld: 'We moeten zwarte dansers witte zwanen laten dansen. Dan raken kinderen geestdriftig.' Beeld Bill Cooper

7. FOTOGRAFIE: Boris Mikhailov

Shockerend, maar ook met humor en een liefdevolle blik is het werk van de Oekraïense fotograaf Boris Mikhailov.

Achteraf gezien is gesnapt worden door KGB-agenten aan het begin van de jaren zeventig waarschijnlijk het beste wat Boris Mikhailov (1938) en zijn liefhebbers en vooruit: ook de fotografiegeschiedenis is overkomen. De Oekraïense fotograaf, die toen nog geen 'echte' fotograaf was maar technicus in een camerafabriek, had in zijn vrije tijd naaktfoto's gemaakt van zijn vrouw en dat mocht niet, want porno. Mikhailov raakte zijn baan kwijt. Dat was, eufemistisch uitgedrukt, nogal balen, maar het is mede dankzij die gebeurtenis dat we in maart naar Antwerpen kunnen voor zijn grote retrospectief Ukraine in het FoMu, waar negen belangrijke series uit zijn oeuvre (meer dan 300 werken) worden samengebracht.

Pas in de jaren negentig van de vorige eeuw werd duidelijk hoe groot het werkethos van Mikhailov al die tijd was geweest. Pas toen kwamen series als Superimpositions (1968-1975), met de hand ingekleurde en gemanipuleerde foto's van het dagelijks leven in Charkov, en Crimean Snobbism (1981), een sepiakleurige serie van overdreven machismo aan de kusten van de Krim, naar buiten.

Eerder was het hem, als autodidact en daardoor officieel niet-erkende fotograaf, door het communistische regime in de Sovjet-Unie vrij onmogelijk gemaakt zijn kritische series en scandaleuze naaktfoto's te tonen, maar dit had hem niet weerhouden. Integendeel. Hij had er vleugels van gekregen.

De serie waarmee hij in het buitenland definitief zijn naam vestigde, was Case History (1997-1998), ook wel bekend als 'die gestoorde foto's van Oekraïense zwervers die starnakel dronken midden in de sneeuw hun broek laten zakken en uitgebreid elkaars lichaamsdelen staan te betasten'. Mikhailov legde deze tandeloze, morsige 'bomzji' (mensen zonder vast adres) vast in ruil voor geld. Wie de foto's eenmaal heeft gezien, krijgt ze nog niet met een schuursponsje weer van het netvlies af. Ook nu nog zijn ze shockerend en rauw, ethisch totaal niet verantwoord (toch?), esthetisch verwarrend, vies voyeuristisch en om al die redenen uitermate verslavend.

Mikhailov heeft de fotografie altijd als één groot experiment beschouwd en zich nooit aan één vaste stijl geconformeerd. Hij laveert tussen documentaire en enscenering, combineert collagetechnieken met recht-voor-z'n-raap-kiekjes, gaat van dromerig naar realistisch en van heel groot naar heel klein. Wat altijd bleef, is zijn sarcastische, humoristische, nietsontziende en uiteindelijk ook wel liefdevolle blik op Oekraïne. En zijn liefde voor de fotografie, het medium waarmee hij, zoals hij zegt, 'de diepere lagen van het leven in kan kruipen'.
Door: Merel Bem

Boris Mikhailov: Ukraine. FotoMuseum Antwerpen. 4/3 t/m 5/6.

Uit de serie Luriki (1976-81). Beeld Boris Mikhailov

Dansen op Jeroen Bosch

Kikkers, vissen, vogels, duivels en hagedissen. Het spannende kunstenaarsduo Les Deux Garçons uit Landgraaf maakt schier onmogelijke danskostuums voor de nieuwste voorstelling van choreografe Nanine Linning, geïnspireerd op de surrealistische wezens uit het werk van Jheronimus Bosch. Het publiek mag vervaarlijk dichtbij komen.

Hieronymus B. door Nanine Linning. vanaf 11/2 tournee

Joost van Hezik. Beeld Robin de Puy

8. THEATER: De Zender

Joost van Hezik sluit zijn vierluik over de revolutie af met een satire over de mediawereld.

De jonge regisseur Joost van Hezik maakt in april De Zender, een satire over de mediawereld. Het is zijn eerste grotezaalvoorstelling, een coproductie van Toneelschuur Producties en het Nationale Toneel. Met hoofdrollen voor Stefan de Walle, Jaap Spijkers en Hannah Hoekstra. De Zender is het sluitstuk van zijn vierluik over de revolutie.

Waarover gaat De Zender?
'Een aantal jaar geleden kwam ik de film Network (1976) van schrijver Paddy Chayefsky en regisseur Sidney Lumet op het spoor, over een boze nieuwslezer, die na zijn ontslag ontspoort en de kijkers aan buis gekluisterd houdt met geweldige rants. Echt een briljante film, helemaal in het verlengde van wat ik wil maken. Het gaat over de manier waarop het nieuws een spektakelmachine wordt. Dat was toen nieuw, maar is nog steeds aan de hand. Reden genoeg om dat systeem nog eens tegen het licht te houden. De Zender is mijn eigen interpretatie van Network.'

Tegenwoordig maakt internet ook deel uit van die spektakelmachine. Heb je dat erin verwerkt?
'Nee, ik wil het verhaal niet gaan actualiseren. Daar wordt het te uitleggerig van. Ik wil juist die oude wereld behouden, met rinkelende telefoons aan een snoer. De jaren zeventig in Amerika zijn exemplarisch voor onze tijd. Ook toen was er veel terreur. Er werden per dag een stuk of tien aanslagen gepland op Amerikaanse bodem. Je had allerlei gekke splintergroeperingen, zoals de Weathermen. Er was een oliecrisis, Vietnam een grote geloofscrisis. Dat zie ik nu allemaal terug: Afghanistan, de Parijse conventie, de Parijse aanslagen. Ik wil met Chayefsky laten zien hoe terreur de media voedt, hoe die twee een betekenisvolle relatie aangaan.'

Is dat niet gesneden koek? Journalisten zijn tegenwoordig toch veel zelfkritischer?
'Ik lees de Volkskrant. Na de aanslagen in Parijs krijg ik een roodgekleurde krant in de bus, met heel groot 13/11 erop en alleen maar onheilspellende berichten van de strekking: O mijn god, we gaan met zijn allen ten onder! Dat stoot mij tegen de borst. Ja, er is iets ergs gebeurd, maar ik weet ook dat journalisten opleven bij zo'n gebeurtenis. Dat systeem wil ik tegen het licht houden. Wij de journalisten, maar ook de lezers hebben die ondergang blijkbaar nodig. We blijven altijd maar kijken. Ik vraag me af wat er gebeurt als we dat niet meer zouden doen. Zou terreur dan nog steeds zoveel effect hebben? Zouden angstpolitici dan nog steeds zoveel volgers hebben? Ik betwijfel het.'

Wat wil je dan lezen in de krant?
'Hoe het dan moet? Ja, daarop heb ik ook geen antwoord. Ik probeer mijn nieuwslezer annex profeet op het einde van De Zender een soort wijsheid te laten bereiken. Daarin wijk ik sterk af van Network. Hij houdt bij mij uiteindelijk een pleidooi voor goed nieuws. En daarin is De Zender ook voor mezelf een ongemakkelijke waarheid. Ik maak een vierluik over de revolutie, over de wereld die in brand staat. Ben ik niet net zo goed een bloedzuiger op het onheil? Dit is de meest zelfkritische voorstelling die ik ooit heb gemaakt. Ook ik moet me afvragen in welke mate ik dat spektakel van de ondergang nodig heb.'
Door: Vincent Kouters

De Zender, première 7/4, Toneelschuur Haarlem.

Sky - Musical in 3D

De droomwereld van een tiener De 16-jarige Sky lost Anne Frank af in Theater Amsterdam. Het hitduo John Ewbank en Marco Borsato schrijven de liedjes voor de musical Sky, waarin een tiener in haar droomwereld de kans krijgt af te rekenen met de dilemma’s uit haar dagelijkse leven.

Sky, vanaf 15/3 in Theater Amsterdam

Maria Kraakman is Toni in Het Jaar van de Kreeft. Beeld Jan Versweyveld

9. THEATER: Het Jaar van de Kreeft

Toneelgroep Amsterdam brengt schandaalroman Het Jaar van de Kreeft van Hugo Claus uit 1972.

Een keukenmeidenroman. Een pageturner. Een schandaalroman. Een soap. Als je niet beter weet, zou je de roman Het Jaar van de Kreeft van Hugo Claus uit 1972 kunnen wegleggen op de stapel oppervlakkige liefdesromannetjes met wat ongemakkelijke seks erin. Immers: de reacties destijds op het boek en een paar jaar later op de verfilming ervan gingen al snel die kant op: een commercieel tussendoortje van Claus, waarin hij zelf en passant nog even afrekende met zijn eigen relatie met actrice Kitty Courbois.

Dat laatste klopt overigens: Claus en Courbois hadden in die tijd een stormachtige en deels geheime liefdesaffaire. Dat leidde uiteindelijk tot een breuk die nogal pijnlijk was voor beide partijen. Wat ook klopt: Het Jaar van de Kreeft is een liefdesroman met ongemakkelijke seks. De al wat oudere Pierre raakt gefascineerd door de jongere Toni hij bankier, zij kapster. Bovendien heeft zij al een kind van een andere man. Een jaar lang zijn ze geliefden, gevangen in een heftige relatie, waarin de seksualiteit problematisch en de onderlinge afhankelijkheid groot is. Het drama spitst zich toe naar het einde: de wispelturige Toni sterft aan kanker.

Een sentimentele tearjerker, dus toch?

Peter van Kraaij bewerkte Het Jaar van de Kreeft voor Toneelgroep Amsterdam. Na het boek en de film komt er nu dus ook een theaterversie, geregisseerd door Luk Perceval, die eerder bij TGA In Ongenade maakte, naar de roman van Coetzee.

Van Kraaij: 'Over die anekdote van Claus en Courbois willen wij het helemaal niet hebben. Onze bewerking is een reconstructie van een liefdesaffaire. Beginpunt is de begrafenis van Toni. Op het moment dat Pierre daar haar dochtertje ziet, duikelt hij als het ware terug in de tijd om dat ene belangrijke jaar te herbeleven. Met vallen en opstaan probeert hij alsnog zin te geven aan een relatie die zowel zinvol als zinloos was. Voor ons gaat Het Jaar van de Kreeft over de kloof tussen twee mensen, die allerlei mooie verwachtingen hebben en de ontgoochelende dagelijkse realiteit die daartegenover staat: de ruzies, de slechte seks, de onmacht.'

In zijn bewerking zijn alle bijfiguren geschrapt. Het gaat alleen om die twee mensen: hij en zij, een man en een vrouw. Die rollen worden bij Toneelgroep Amsterdam gespeeld door Gijs Scholten van Aschat en Maria Kraakman.

Van Kraaij: 'Die combinatie zal goed werken. Zij geven gestalte aan een relatie waarin het imperfecte juist ontroert. Het is in wezen een labiel stel dat zich aan elkaar vastklampt. Je voorvoelt het noodlot al van begin af aan. Dit zijn twee behoeftige mensen, die een verslavende uitwerking op elkaar hebben.'

Wat het toneelbeeld betreft speelt deze getroebleerde liefdesaffaire zich af in een grote open ruimte met daarboven een wolkenhemel van sekspoppen. 'Dat symboliseert dat deze mensen worden gedreven door een groot libido en door een bijna animale aantrekkingskracht. Het resulteert in een seksuele slijtageslag van de eerste orde.'

Vanwege het scandaleuze karakter werd Het Jaar van de Kreeft destijds groots gepresenteerd in De Telegraaf. De Leeuwarder Courant schreef naar aanleiding daarvan het volgende: 'De immer productieve Hugo Claus heeft een nieuwe roman geschreven die al voor het verschijnen omwolkt werd door schandalen of geruchten van schandalen. En wat kan beter de verkoopcijfers opdrijven dan dat. Niemand minder dan Henk van der Meijden, de befaamde, aan een nooit aflatende waterdunne diarree van artikelen lijdende Telegraafcolumnist, was de promotor van Claus' roman.'

Dat waren nog eens tijden.
Door: Hein Janssen

Het Jaar van de Kreeft, Toneelgroep Amsterdam, vanaf 26/3.

Jeugdtheater - NT Jong

Worstelende pubers in gewaagde voorstelling In handen van regisseur Noël Fischer belooft In mijn hoofd ben ik een dun meisje van NTJong een gewaagde voorstelling te worden over het geworstel van pubers met hun lichaam, de controle over hun spiegelbeeld en het ongegeneerdverlangen naar een perfect lijf.

In mijn hoofd ben ik een dun meisje (12+) door NT Jong, 3/3 t/m 24/4

Karel Appel. Beeld anp

10. BEELDENDE KUNST: Karel Appel, Retrospectief

Ook voor Karel Appel ligt een herontdekking in het verschiet.

Iedere kunstenaar van naam en faam krijgt op den duur met een herwaardering te maken. Het overkwam Vincent van Gogh de afgelopen jaren. Dankzij een lijvige biografie en een nieuwe benadering van het Van Gogh Museum in Amsterdam veranderde zijn bekendheid als gepassioneerde, getormenteerde schilder-tekenaar-zelfmoordenaar in een egocentrische, maar bewust zoekende vakman die de kleurenleer en het werk van zijn collega-kunstenaars nauwkeurig bestudeerde. Toch mooi.

Een vergelijkbare gedaantewisseling ligt in het verschiet voor de Nederlandse kunstenaar Karel Appel (1921-2006). Althans, afgaande op de verwachtingen rond diens komende overzichtstentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag.

Het imago van een kliederende, 'wat an rotzooiende' woesteling zal wijken voor dat van een beeldend kunstenaar die 'nauwkeurig' te werk ging, 'met zorg' zijn penselen en verf koos, vooraf schetsen maakten en 'inspiratie' uit de kunstgeschiedenis opdeed.

Kortom, is dit het einde van een van de hardnekkigste clichés uit de vaderlandse kunsthistorie? Van de schilder zoals die door filmer Jan Vrijman in 1962 werd neergezet, met de beelden van een pur sang romanticus die zijn driften op het doek botvierde; hetzelfde doek waar Vrijman zijn lens doorheen had gestoken?

De omvangrijke presentatie omvat straks 67 schilderijen, 12 beelden en ruim 60 tekeningen en markeert zijn overlijden tien jaar geleden én de hernieuwde belangstelling voor zijn kunst in het buitenland.
Door: Rutger Pontzen

Karel Appel. Retrospectief. Gemeentemuseum Den Haag,
16/1 t/m 16/5.

Gabrielle McClinton (midden) in de musical Pippin. Beeld Joan Marcus

11. MUSICAL: Pippin

Pippin is een hit in Amerika. De kwaliteit is onomstreden, de thematiek is ook hier relevant. Grote kans dus dat de musical in Carré een succes wordt. En terecht.

Musical gecombineerd met circusacts, dat was de succesformule waarmee regisseur Diane Paulus in 2013 het New Yorkse theaterpubliek omver blies met haar fonkelende revival van de jarenzeventigmusical Pippin.

Toen ik de voorstelling in juni van dat jaar bezocht op Broadway, vlak voor de uitreiking van de Tony Awards, heerste een euforische stemming in het theater aan 45th Street. Al bij de eerste pianotonen van het openingsnummer Magic to do begon het publiek te joelen alsof we bij een popconcert zaten, en dat zou gedurende de spektakelshow alleen maar luider worden. Een week later won Pippin vier Tony's, waaronder die voor 'beste revival'.

Op 10 maart, wanneer Pippin in Theater Carré zijn Europese première beleeft, zal bij het openingsnummer ongetwijfeld minder worden gejoeld. Want waar de middeleeuwse prins Pippin en zijn komische zoektocht naar een levensvervulling voor Amerikanen tot de theatercanon behoort, is het voor Nederlanders een onbekende figuur.

Des te gedurfder dus van Carré om de voorstelling in de Broadway-versie, met Amerikaanse cast en Engels gesproken, voor vijf weken naar Amsterdam te halen. Qua circuselement lijkt de voorstelling op zijn plek in Carré, maar zal de rest van de show ook aanslaan?

Toch kent de show wel degelijk aanknopingspunten voor het Nederlandse publiek: de oorspronkelijke choreografie is van Bob Fosse (Chicago, All That Jazz), de muziek van Stephen Schwartz, die ook de musicalblockbuster Wicked maakte. In de jaren zeventig verkeerde Schwartz in Motownsferen, wat terug te horen is in liedjes als Corner of the Sky en Morning Glow, die nog gecoverd zijn door de jonge Michael Jackson.

Ook de inhoudelijke boodschap zou Nederland moeten aanspreken. De jongeman Pippin denkt dat hij hoogst bijzonder is en wordt door een mysterieuze groep circusartiesten verleid met manieren waarop hij kan uitblinken, zoals oorlog, seks en macht. Maar in de tweede akte neemt de uitbundige show gas terug en slaat bij Pippin de twijfel toe over de waarde van een buitengewoon leven in de schijnwerpers. Het is een thematiek die ook in deze tijd, waarin beroemd worden voor veel jongeren een levensdoel op zich geworden lijkt, nog altijd relevant is.
Door: Joris Henquet

De musical Pippin, 9/3 t/m 10/4, Theater Carré, Amsterdam, première 10/3.

Mode - Ode aan de Nederlandse mode

Vandaag begint het ‘downtown programma’ van de Amsterdam Fashion Week, met activiteiten in de stad die voor iedereen toegankelijk zijn. Het catwalkprogramma, dat 14/1 begint, is het eerste programma van de nieuwe directeur Iris Ruisch. De openingsavond wordt een ode aan de Nederlandse mode.

Amsterdam FashionWeek, 8 t/m 18/1, Amsterdam

Amaluna van Cirque du Soleil. Beeld Foto Yanick-Dery

12. THEATER: Amaluna, door Cirque du Soleil

Als vanouds ademloos kijken naar prachtig vormgegeven circustheater van het Canadese Cirque du Soleil. Met drie exceptionele hoogtepunten.

Amaluna is een mysterieus godeneiland, waar vrouwen de dienst uitmaken en waar het levensritme wordt bepaald door de cyclus van de maan. Het kleurrijke eiland vormt het decor van de nieuwste voorstelling van Cirque du Soleil, die eind vorig jaar al in Brussel te zien was. Naast een fenomenale jongleur en een multi-inzetbare Chinese vlieggroep, domineren de vrouwen in de cast van Amaluna. Helaas is de Braziliaanse vrouwelijke clown een gruwelijke misser, het toppunt van flauwiteit. Maar er zijn drie vrouwelijke elementen die deze castingblunder volkomen compenseren, waardoor ook deze Soleil-show twintig jaar na het Amsterdamse debuut met Saltimbanco moet worden gezien door liefhebbers van het glamoureuze theatercircus.

1. De band. In het verleden dreigde de muziek van Soleil nog wel eens te verdrinken in doelloze zweverigheid. Daar is in Amaluna geen sprake van. De cello, sax, twee gitaren, Hofner-vioolbas, dubbele percussie en de twee zangeressen met rauwe operastemmen dienen maar één doel: snoeiharde en puntgave rock, die zelfs de iets mindere acrobatiek tot een genot maken.

2. De Chinees-Zwitserse balanceerkunstenaar Lili Chao Rigolo.
Een klein bamboestokje op een iets groter bamboestokje laten balanceren is misschien nog wel te doen. Maar het wordt bijna krankzinnig als daarop vervolgens nog een dozijn steeds grotere stokken links of rechts wordt geplaatst, tot een compositie ontstaat die doet denken aan een skelet van een mammoet. Je zit bijna tien minuten te kijken naar een supergeconcentreerde, muzikaal ritmisch ademende vrouw die haar zen-kunstwerk ook weer met een minuscule beweging in één klap afbreekt

3. Iulia Mykhailova uit Oekraïne als Miranda, die als dochter van de godin Prospéra de reis naar volwassenheid maakt. Haar spektakelstuk speelt zich af in een grote ronde waterbak. Het attribuut is niet volkomen nieuw Soleil heeft de bak ook al eens gebruikt in de erotische Las Vegas show Zumanity maar het past hier perfect in de eilandsetting van Amaluna. Het is olympisch waterballet.
Door: Patrick van den Hanenberg

Amaluna door Cirque du Soleil, Amsterdam, 17/3 t/m 24/4. P2 naast de Amsterdam Arena.

Klassiek - Gustavo Dudamel

Liefst twee keer komt hij naar Nederland: de glamoureuze Venezolaanse dirigent Gustavo Dudamel (34). Met zijn eigen Los Angeles Philharmonic duikt hij in Mahlers Derde symfonie. De Wiener Philharmoniker gaat hij voor in Rachmaninov en Reger.

Koninklijk Concertgebouw, Amsterdam, 17/3 en 12/4

Amaluna van Cirque du Soleil. Beeld Yanick-Dery
De binnenplaats van het bijzondere huizenblok van architect Michel de Klerk, bijgenaamd Het Schip, aan het Amsterdamse Spaarndammerplantsoen. Beeld Io Cooman

13. ARCHITECTUUR: Wonen in de Amsterdamse School

De architectuur van de Amsterdamse School, nu een eeuw oud, is verrassend actueel. En daarom te zien in het Amsterdamse Stedelijk Museum.

Op het hoogtepunt van de Amsterdamse Schoolrevival komt het Stedelijk Museum Amsterdam met de tentoonstelling Wonen in de Amsterdamse School. Wat kenmerkt deze bouwstijl, en waarom is hij nu zo populair?

Een uitleg in ABCDE.

Amsterdams
De Amsterdamse School (1910-1930) begon als vriendenclub van Amsterdamse architecten. De bekendste zijn Michel de Klerk, Piet Kramer en Joan Melchior van der Meij. Hun zoektocht naar nieuwe vormen, passend bij hun visie op de moderne maatschappij, doet denken aan de huidige situatie, waarin het architectuurdebat wordt gedomineerd door uitersten: het neo-traditionalisme en het supermodernisme.

De Amsterdamse School wilde enerzijds breken met de neostijlen uit het verleden, anderzijds zetten de architecten zich af tegen tijdgenoot Berlage, wiens werk hun te sober en zakelijk was. Hun 'middenweg': een fantasierijke, sculpturale architectuur met glooiende gevels, uitstulpende balkons en torentjes.

Baksteen
Baksteen vormde de basis voor de Amsterdamse School-architectuur, die we vooral kennen als (sociale) woningbouw. Het materiaal sloot aan bij de bestaande bebouwing in de stad, was bestendig en je kon het in allerlei vormen 'kneden'. Arbeid was destijds goedkoop; op metselaars hoefde je niet te bezuinigen. Nu handwerk niet meer te betalen is, wenden ontwerpers zich tot mass-customization: industriële en digitale productieprocessen die specifieke bouwproducten voor een lage prijs mogelijk maken. Uitbundige metselverbanden, rozetten en tegeltableaus ze zijn weer helemaal terug, maar nu uit de fabriek.

Creatief met constructies
Esthetische overwegingen waren voor de architecten belangrijker dan functionele aspecten. Ze gingen zelfs zo ver dat ze, om het gewenste plastische effect te bereiken, symbolische draagconstructies ontwierpen, zoals bakstenen penanten en massieve bogen. Het Scheepvaarthuis met zijn beeldbepalende gemetselde penanten is een goed voorbeeld: deze dragen enkel zichzelf, terwijl ze de eigenlijke draagconstructie een skelet van gewapend beton camoufleren. Dit leverde de bijnaam 'schortjesarchitectuur' op. Tegenwoordig vinden we deze gang van zaken heel gewoon: sinds de introductie van de tunnelbekisting in de naoorlogse woningbouw zijn gevel en (beton)constructie definitief gescheiden. Metselen doen we nu vooral omdat we het mooi vinden.

Decoraties
Brievenbussen van gebeeldhouwd natuursteen, gemetselde bloembakken, glas-in-loodramen, maar ook meubels, lampen en huisraad: de Amsterdamse-Schoolarchitecten ontwierpen alles, al dan niet samen met andere kunstenaars. Zo creëerden ze ware gesamtkunstwerken. Tegelijk gaven de vele decoraties een menselijke maat aan wat in feite massawoningbouw was. Kleinschaligheid en aandacht voor het detail: in een wereld die steeds groter en abstracter wordt, worden deze waarden nu opnieuw geapprecieerd.

(Neo)Expressionisme
Het woord dat de (Nieuwe) Amsterdamse School samenvat. Een bouwstijl, mede gevoed door de stadsvernieuwing in Amsterdamse-Schoolbuurten, waarbij architecten zoeken naar manieren om nieuwbouw in het bestaande stadsweefsel te passen, met hedendaagse interpretaties van de oorspronkelijke architectuur.
Door: Kirsten Hannema

Wonen in de Amsterdamse School - Ontwerpen voor het interieur 1910-1930, 9/4 t/m 28/8. Stedelijk Museum Amsterdam.

Opera - Nieuw publiek

Opera Forward heet het nieuwe festival waarmee De Nationale Operad e blik richt op de toekomst. Met premièreopera’s van Kaija Saariaho en Michel van der Aa mikt het instituut op verse spirit en jong publiek.

Opera Forward, Amsterdam, verschillende locaties, 15/3 t/m 25/3

Beeld HH
Glooiende vormen van baksteen in de gevels. Elk bouwonderdeel apart ontworpen. Beeld HH
Van links af: José Kuijpers, Raymonde de Kuyper en Ria Marks.

14. THEATER: Ik speel geen Medea

En nieuw theaterstuk óver theater. De drie actrices leggen zelf uit hoe nodig dat is.

Ik speel geen Medea is een fonkelnieuwe theatertekst van Magne van den Berg (Met mijn vader in bed (wegens omstandigheden)) voor drie actrices die actrices spelen. En uitleggen hoe je even helemaal genoeg kunt hebben van die aloude Griekse tragedie. En van nog wel meer.

'Het komt niet doordat ik mijn koffie daarnet zelf moest afrekenen, een heel kleine koude en bittere koffie.'

Raymonde de Kuyper
Nee, het gaat dus niet over drie vrouwen die erover klagen dat ze op hun leeftijd geen leuke rollen meer krijgen aangeboden. En nee, het gaat ook niet over podiumangst, zegt Raymonde de Kuyper. Ze speelt wel een actrice, een actrice die Medea speelt toch een van die mythische theaterrollen die je ooit vertolkt móét hebben. Of..?

'Nou, deze actrice realiseert zich op enig moment dat ze helemaal niet meer op hoeft. Je kent het misschien wel: je zit in de tram naar je werk en je denkt: wat nou als ik gewoon wegblijf? Vanuit die gedachte ontspint zich een gesprek met de twee anderen. Hun personages spelen zo de rol van het aloude koor, dat liefdevol commentaar geeft, op mijn beslissing en en passant ook op het vak, zodanig dat je wel voelt waar de pijn zit. Herkenbaar, denk ik, voor alle kunstbetrokkenen van deze tijd. De titel van het stuk, Ik speel geen Medea, is overigens een uitspraak van mij, ooit gedaan in een interview. Niet als een stelling, maar als een constatering. Dus wie weet.'

'Hoe verbeeld je de totale twijfel op hettoneel op het toneel zie je geen twijfeldaar zie je nooit eens een echt vertwijfeld mens staan.'

Ria Marks
Naast Medea staat traditiegetrouw het koor. Het koor wikt en weegt, ondersteunt. 'In een poging te begrijpen waarom onze medespeelster genoeg heeft van dit leven, laat het koor wij dus een rijtje redenen passeren die we allemaal kunnen afstrepen: niet vanwege de smerige theaterkoffie, niet vanwege de onvindbare bel bij de artiesteningang, niet vanwege... et cetera.

'En zo kom je toch tot een som. Tot een beeld van onverschilligheid in je omgeving, waardoor je denkt: wie maakt het wat uit of ik er ben, wat ik doe? Steeds die indifferentie, niet zo benoemd, in zekere zin ongrijpbaar, maar niet vaag.

'Bij Magne luistert het altijd heel nauw, haar zinnen moet je met liefde behandelen, maar helemaal niks zelf invullen als speler is ook niet goed. Het is een evenwicht. Uiteindelijk groeit bij deze actrices het besef van de waarde van al die dingen die ze doen. Én het besef dat we zelf de zin moeten vinden en geven binnen al het niets dat ons omhult.'

José Kuijpers
'Onze Medea en de klassieke heldin hebben gemeen dat het vrouwen zijn die alles geven, vol passie op hun doel afgaan. Hun reactie is heftig als iets dan niet goed loopt.

'In ons geval heeft dat te maken met ontgoocheling over hoe er met de kunsten wordt omgegaan. Dit is een pittige tijd. Vaak heb je het gevoel dat het theater wel het laatste is wat ertoe doet, in de beleving van anderen. Medea moet daar iets mee. Wij, haar collega's, voelen dat ook, en als koor verdedigen we haar, heel betrokken. Haar overwegingen gelden evenzeer voor ons. Want wat je al niet doet voor je vak. En als er dan zo mee wordt omgesprongen, dan knapt er iets. Het stuk is echt een ode aan dit vak, reflecterend, poëtisch en van ons alledrie: één en dezelfde verzuchting, een gezamenlijke overdenking.'
Door: Karin Veraart

Ik speel geen Medea door Rudolphi Producties. Tekst en idee: Magne van den Berg. Regie: Paul Knieriem. Spel: José Kuijpers, Raymonde de Kuyper, Ria Marks. 23/3 t/m 29/5; première 25/3 Toneelschuur, Haarlem.

Filmmuziek - Westernklassiekers

Live uitgevoerde soundtracks doen het goed in de concertzalen. In mei komt Hans Zimmer naar Ahoy in Rotterdam, maar eerst bespeelt de Italiaanse maestro Ennio Morricone de Ziggo Dome, met onder meer werk voor de nieuwste Tarantino-film The Hateful Eight.

Ennio Morricone en Czech National Symphony Orchestra, Ziggo, Amsterdam, 21/2.

De Bossche renaissanceschilder Jheronimus Bosch schilderde het drieluik De Tuin der Lusten tussen 1490 en 1510. Het Prado in Madrid staat het werk niet af voor de expositie in Den Bosch. Beeld Collectie Museo Nacional del Prado, Madrid

15. BEELDENDE KUNST: Bekende Bosch-hoezen

2016 is het jaar van Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516). Zijn werk is vaak gebruikt op platenhoezen, al komt men zelden verder dan De Tuin der Lusten. Vijf bekende 'Bosch-hoezen'.

Pearls Before Swine: One Nation Underground (1967)
Frontman Tom Rapp van Pearls Before Swine, psychedelische folkband uit Florida, zag Tuin der Lusten op het boekomslag van The Hunger and Other Stories van Charles Beaumont. Hij gebruikte een fragment van het rechterpaneel ('De Hel') voor de hoes van debuutalbum One Nation Underground, een vergeten sixtiesklassieker. Pearls Before Swine zoomde in op de intrigerende 'boomman' met het eivormige lichaam. Een poster van het hele hellepaneel werd in de albumhoes bijgevoegd.

Deep Purple: Deep Purple (1969)
Twee jaar na Pearls Before Swine zette het toen nog vrij onbekende Britse Deep Purple het tafereel dat Bosch direct onder de 'boomman' schilderde op de hoes van hun derde album. Een onfortuinlijke keuze. In delen van de VS werd de Garden of Earthly Delights als antireligieus opgevat en geboycot door platenwinkels. De drukker drukte het tafereel af in zwart-wit. Dat was niet de bedoeling, maar Deep Purple liet het maar zo.

Celtic Frost: Into the Pandemonium (1987)
Wéér de 'Tuin', wéér het rechterpaneel en wéér een ander fragment ervan. De Zwitserse metalband Celtic Frost koos voor de bovenkant van het paneel: een brandende stad aan de horizon, waaruit behalve vlammen ook lichtbundels lijken op te stijgen. Celtic Frost wás aanvankelijk een behoorlijk extreme thrashmetalband, maar wijzigde juist op Into the Pandemonium de koers naar symfonische avant-gardemetal, tot onbegrip van veel oude fans.

Dead Can Dance: Aion (1990)
Negen jaar lang waren Brendan Perry en Lisa Gerrard, zowel bandgenoten in Dead Can Dance als geliefden. Aion was het eerste album ná het einde van hun liefdesrelatie. Het 'gothic wave'-album heeft een Bosch-hoes die hun situatie toont: twee naakte geliefden (hier ex-geliefden) in een doorzichtige bol, waar iedereen ze kan zien. Het is een fragment van het drukbevolkte middelste paneel van De Tuin der Lusten, dat leven, liefde en lust uitbeeldt.

Michael Jackson: Dangerous (1991)
De ontwerper van de hoes van Michael Jacksons Dangerous, Mark Ryden, is Bosch-liefhebber. De hoes als geheel oogt als de moderne popvariant van een Bosch-schilderij, maar er zit ook een echt stukje Tuin der Lusten in verwerkt: rechts, iets onder het midden, zien we de doorzichtige bol van het middenpaneel, die een jaar eerder door Dead Can Dance was gebruikt. Naakt in een zeepbel zitten: het beeld zal Jackson hebben aangesproken.
Door: Menno Pot

Jheronimus Bosch - Visioenen van een genie.
3/2 t/m 8/5. Noordbrabants Museum, Den Bosch 2016

Albumhoes Deep Purple.
Albumhoes Celtic Frost.
Albumhoes Michael Jackson.
De nieuwe Barenboim-vleugel, die het beste van fortepiano en concertvleugel combineert.

16. KLASSIEK: Daniel Barenboim

Pianist Daniel Barenboim bespeelt een revolutionair nieuw instrument.

Op 24 april kunnen we in Nederland kennismaken met een instrument dat zomaar eens de concertvleugel van de 21ste eeuw zou kunnen worden. Voor het eerst is er een vleugel ontwikkeld die karakter en klankkwaliteit van een oude fortepiano combineert met volume en techniek van een modern instrument. De opdracht komt van Daniel Barenboim (73), die de nieuwe piano naar zichzelf heeft vernoemd.

Wat de Argentijns-Israëlische pianist en dirigent het meest miste in de moderne instrumenten is warmte. Als hij een concert gaf, trof hij steevast een vleugel aan waarop hij technisch niets aan te merken had. Het mechaniek was zo betrouwbaar dat zelfs de zachtste tonen trefzeker uit je vingers rolden; de klank was homogeen en sonoor. Het leek perfect begrijpelijk dat er de afgelopen eeuw weinig aan is veranderd. Toch bleef Barenboim zoeken naar de rijke verscheidenheid aan kleuren van de oude fortepiano vergeefs.

Toen hij vier jaar geleden op een gerestaureerd instrument speelde dat nog van Franz Liszt was geweest, was hij verrukt van de klankmogelijkheden en het warme karakter. Tegelijkertijd besefte hij dat hij in een grote concertzaal de kracht, stabiliteit en betrouwbaarheid van een moderne vleugel niet wilde missen. Samen met Steinway & Sons, dé pianofirma van dit moment, ging hij op zoek naar een bouwer die de handschoen durfde op te pakken. Barenboim kwam uit bij de Belg Chris Maene, een kenner op het gebied van klavecimbels, fortepiano's en moderne instrumenten en gefascineerd door zijn vakgenoten uit het verleden.

Maene begon bij de basis: boomstammen kiezen van de fijnste kwaliteit voor de kast en de zangbodem. De snaren spande hij niet kruiselings maar parallel aan elkaar, net als bij de instrumenten waarvoor het gros van de concertstukken werd geschreven. Ook de nerven van de zangbodem lopen parallel, zodat de klank van de individuele tonen intact blijft.

Daniel Barenboim had nog een verzoek. Zijn handen zijn voor een pianist aan de kleine kant. Chris Maene kwam hem tegemoet door de toetsen van het nieuwe instrument iets smaller te maken dan gewoonlijk. Na anderhalf jaar werken is de Barenboimvleugel af. Kosten: 200 duizend euro.

Zij die de presentatie in Londen bijwoonden, waren verrukt over de helderheid van het instrument en over de tonen, die niet versmelten tot een homogene klank maar in elk register hun eigen karakter behouden. Barenboim is tevreden: 'Deze piano is als een geliefde. Ik wil hem overal mee naartoe nemen.'
Door: Biëlla Luttmer

Daniel Barenboim, 24/4, serie Meesterpianisten, Concertgebouw, Amsterdam.

Daniel Barenboim Beeld Riky Davila Klein

Beeldende kunst - Gevoel van sensatie

Teylers Museum in Haarlem wijdt aan de 18de- en 19de-eeuwse vliegeniers, de eerste generatie ballonvaarders, dit voorjaar een familietentoonstelling. Tekeningen, boeken en wetenschappelijke instrumenten dienen ter illustratie. En ballonmanden, uiteraard.

In de wolken, Teylers Museum, Haarlem, 30/4 t/m 28/8

De Franse Contratenor Philippe Jaroussky. Beeld afp

17. OPERA: Only the sound remains

Een totaal andere vorm van opera, waarbij je goed moet opletten.

Een lange rij schrijvers en componisten 'heeft iets' met Nôh, een van de traditionele theatervormen van Japan. Bertold Brecht, Ezra Pound, Beckett, Yeats, Stockhausen, om er een paar te noemen. Het toneelstuk Lange dagreis naar de nacht van Eugene O'Neill, onlangs nog gespeeld door Toneelgroep Amsterdam, is geïnspireerd op Nôh. En in maart gaat bij Nationale Opera & Ballet de kameropera Only the sound remains in wereldpremière, van de Finse componiste Kaija Sariaaho en regisseur Peter Sellars. De muziek is nieuw, het libretto bestaat uit twee klassieke Nôh-spelen (in de Engelse vertaling van Ezra Pound).

Vanwaar die fascinatie? Als je als Europeaan voor het eerst een Nôh-spel ziet, heb je waarschijnlijk geen idee hoe het te appreciëren. Sloom, statisch, een plot van niks. De kostuums zijn weliswaar van de mooiste zijde, maar decor en rekwisieten zijn minimaal. De acteurs hebben hooguit een waaier in de hand, de hoofdrolspeler draagt een masker. Ook de muziek is weinig dynamisch, met een fluit en drie slagwerkers.

Het aristocratische Nôh-theater is dan ook een acquired taste. Nôh is een gecodeerde theatervorm, ontstaan in de 14de eeuw, vrijwel alleen gespeeld door acteurs uit Nôh-families, die de traditie al twintig generaties doorgeven. Kinderen beginnen hun opleiding als ze 3 zijn. Van oudsher had het een exclusief, elitair publiek dat geen uitleg nodig had en elk symbool of gebaar juist interpreteerde, om uiteindelijk een glimp op te vangen van yu-gen, diepe schoonheid, zeg maar 'het sublieme'.

Die savants zijn er vandaag nog maar weinig, ook Pound en Beckett niet. Wat ze aantrok in het Nôh-spel is de fundamenteel andere betekenis van dit theater, die ons anders, misschien beter, leert kijken. In het spel zijn zang, gesproken tekst, dans, muziek en kostuums even belangrijk; alles is verbonden. Elegantie en verfijning van deze elementen zijn belangrijker dan plot en diepte van de karakters, zoals in westers theater. Het gaat niet om uitbeelding van een realistisch probleem.

Nôh leert dat schoonheid geen vanzelfsprekendheid is, maar dat ernaar moet worden gezocht. Die kan zowel in licht als in donker worden gevonden, in een bloem of in verlies. In de melancholie waarmee een dode zijn vroegere leven bezingt. Dat is de onweerstaanbare aantrekkingskracht. Het publiek krijgt geen gemakkelijke avond. Yu-gen zit verstopt, wij moeten het opgraven.
Door: Persis Bekkering

Only the sound remains met o.a. Philippe Jaroussky, 15/3 t/m 29/3,
Nationale Opera & Ballet, A'dam.

Klassiek - Horeca zonder muzak

Klassieke muziek in de horeca blijft vaak hangen in weeïg muzikaal behang. Daar komt verandering in. In Utrecht opent vandaag aan de Bemuurde Weerd het Muzieklokaal, een café waar ook kleine gerechten worden geserveerd en waar alleen klassieke muziek is te horen. Er komen huiskamerconcertjes, en voor beginners is er eventueel informatie over de muziek.

Kinderjurk uit 1850 en gestreepte avondjapon (1850-1858), opgesteld door Erwin Olaf. Beeld Erwin Olaf

18. BEELDENDE KUNST: Catwalk

Fotograaf Erwin Olaf en oude mode gaan prachtig samen.

Kostuumconservator Bianca du Mortier werkt al 35 jaar bij het Rijksmuseum. Voor fotograaf Erwin Olaf is het de eerste keer dat hij een grote modetentoonstelling inricht. 'Ik heb eerder wel met mijn eigen werk geëxposeerd. Maar dit is iets heel anders: het gaat om driedimensionale voorwerpen', zegt Olaf. Hij wijst op een trouwjurk van de familie Six uit 1759, met een rok van bijna 2meter breed de breedste bruidsjapon van Nederland. Die jurk is veel te kwetsbaar om op een catwalk te presenteren. 'Zo'n jurk moet achter glas, want neerdwarrelend stof is zo slecht', zegt Du Mortier.

In de nieuwe tentoonstelling draait het om de eigen collectie van het Rijkmuseum. In het depot hangen zo'n drieduizend kledingstukken, waarvan een deel zo kwetsbaar is dat exposeren er überhaupt niet inzit. Catwalk bestaat uit ruim tachtig historische kostuums. De eerste selectie maakte Du Mortier tijdens de samenstelling van een boek over de kostuumcollectie van het Rijksmuseum, dat ook in februari verschijnt. Zowel het initiatief voor de groots opgezette tentoonstelling als het idee om een wereldberoemd fotograaf voor de vormgeving te vragen, komt van museumdirecteur Wim Pijbes.

'Maar ik ben blij dat er iemand met me meekijkt die dit niet al tien keer heeft gedaan. Dat is heel verfrissend. En gelukkig staat Erwin open voor de moeilijke kant van het tentoonstellen van museale stukken', zegt Du Mortier. De conservator en de fotograaf hebben samen met de restauratoren gekeken naar de mogelijkheden per jurk. De jurk van de familie Six komt dus in een vitrine. Slechts een stuk of tien van de tachtig geëxposeerde kledingstukken staan achter glas. Er zijn jurken die bewegen, jurken op een catwalk met op de achtergrond muziek van Joost van Bellen en Sander Stenger, die veel soundtracks voor modeshows verzorgen.

'Ik ben erbij gehaald als buitenstaander die geen moer van de materie weet. Maar omdat het nooit mijn bedoeling is geweest om klakkeloos mijn eigen signatuur op te leggen aan zulke bijzondere historische stukken, ben ik me eerst in het onderwerp gaan verdiepen. Dankzij Bianca weet ik nu bijvoorbeeld dat de meeste kledingstukken in de originele setting schaars werden verlicht. Meer dan kaarslicht of het schijnsel van een olielamp zat er in de 17de en 18de eeuw niet in', zegt Olaf. En dus zijn de muren van de zalen donker, in plaats van licht.

De fotograaf wijst op de geborduurde zijden eikeltjes op de halslijn van een jurk uit 1906, die volgens Du Mortier is gedragen door Anna Maria van Eeghen-Du Mée, toen een bekende societydame. 'Die details worden straks met kleine spotjes uitgelicht. Verder wordt de jurk alleen van de achterkant belicht, zodat het silhouet goed uitkomt', zegt Olaf.

Hij heeft de boel bewust niet willen actualiseren. 'Alles moet tegenwoordig een beleving zijn. Maar ik vind dat de beleving niet ten koste moet gaan van de collectie.'
Door: Bregje Lampe

Catwalk, Rijksmuseum, Amsterdam, 20/2 t/m 13/5.

Model Ymre Stiekema in een bruidsjapon uit 1759. Beeld Erwin Olaf

Pop - Country chicks naar Amsterdam

Het Amerikaanse country trio Dixie Chicks maakte al bijnatien jaar geen nieuwe plaat meer maar is wel weer bij elkaarvoor een korte Europese tournee. Gelukkig doen Natalie Maines,Emily Robison en Marty Maguire eindelijk ook Amsterdameen keer aan, voor twee shows.

Dixie Chicks, Heineken Music Hall, Amsterdam, 19 en 20/4

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden