15 januari 1970: De oorlog die Afrika voor het eerst zielig maakte

‘Deze kinderen hebben melk nodig. Groot-Brittannië geeft ze kogels.’ Het is 1968, de burgeroorlog in Nigeria, waar het federale leger met Britse steun de afgescheiden republiek Biafra heeft omsingeld, is in volle gang, als zulke koppen verschijnen op Britse voorpagina’s. Met ernaast een foto van een uitgemergeld Biafraans kind.

‘De door eiwitgebrek opgezwollen buiken, de angst in de ogen van baby’s: dat waren nieuwe beelden voor de wereld’, herinnert de Britse tv-verslaggever Alan Hart zich in een recente BBC-documentaire. Hart maakte zelf aangrijpende reportages over Biafra.

Tijdens de burgeroorlog in Nigeria, die op 15 januari 1970 eindigde met de capitulatie van Biafra, werd voor het eerst in de recente geschiedenis honger op zo’n grote schaal als wapen ingezet – door de Nigerianen, die een blokkade om Biafra legden, maar ook door de Biafranen, als propagandamiddel.

‘We hadden alles geprobeerd om aandacht voor onze zaak te krijgen’, zegt Paddy Davies, hoofd van het directoraat propaganda van Biafra, in de documentaire. ‘We stelden onze strijd voor als politieke emancipatie van een onderdrukt volk, we hadden het over pogroms, genocide en de religieuze component. Maar succes hadden we pas met beelden van de honger.’

Igbo's

De wortels van de oorlog, waarnaar ook Davies verwees, liggen in het geweld tegen Igbo’s (vroeger was het woord Ibo’s gebruikelijk), de oorspronkelijke bewoners van Oost-Nigeria. Veel van de christelijke Igbo’s, in de Britse koloniale tijd relatief goed opgeleid op missiescholen, hadden zich in het verarmde, islamitische noorden van Nigeria gevestigd. Ze werden er ambtenaar of leraar, wat wrevel en jaloezie wekte.

Als in juli 1966 militairen uit het noorden een coup plegen, in reactie op een coup zes maanden eerder door, vooral, Igbo-militairen, is dat het startsein voor grootschalige wraakacties tegen Igbo’s in het noorden. Daarbij komen zeker dertigduizend Igbo’s om en vluchten er honderdduizenden naar het oosten van het land.

Kolonel Emeka Ojukwu, een rijke, zelfbewuste Igbo die in Oxford heeft gestudeerd, ziet zijn kans schoon. De pogroms als rechtvaardiging gebruikend, roept hij op 30 mei 1967 de onafhankelijke staat Biafra uit. De staat krijgt een eigen leger, vlag, munt en volkslied en omvat in eerste instantie ook de olierijke Nigerdelta. Juist dat is een belangrijke reden voor de Nigeriaanse machthebber, generaal Gowon, de federale troepen op Biafra af te sturen.

Genocide

Het Nigeriaanse leger verovert in vier maanden het grootste deel van Biafra. Als de ‘hoofdstad’ Enugu valt, vluchten de bewoners de bossen en velden in, bevreesd voor genocide. Die angst stelt hen in staat zich verbeten te verzetten tegen de federale troepen.

Nigeria, dat Biafra omsingeld heeft, staat het Rode Kruis alleen nog toe medicijnen te brengen, geen voedsel. Het komt die organisatie te staan op het verwijt met Nigeria te collaboreren. Biafra schakelt ook het Zwitserse reclamebedrijf Markpress in, dat met succes het leed in Biafra bekend maakt, onder meer door journalisten het gebied in te vliegen. Thrillerschrijver Frederick Forsyth, dan verslaggever in Biafra, krijgt een auto, benzinebonnen en permanente toegang tot de enige telexlijn in het land.

Zielig

De reportages leiden ertoe dat Afrika, op dat moment een continent van zelfbewuste, net onafhankelijke staten, voor het eerst ‘zielig’ wordt gevonden. De publiek opinie komt in beweging, samenwerkende christelijke hulporganisaties openen een nachtelijke luchtbrug. Kolonel Ojukwu verplicht hun, transportkosten in Biafra in harde valuta te betalen – waarmee hij wapens kan kopen.

De hulporganisaties verlengen zo onbedoeld het conflict. Frankrijk doet hetzelfde door Biafra wapens te leveren. Groot-Brittannië, bang voor precedentwerking van deze ‘tribale afscheiding’, vervijfvoudigt juist de wapenleveranties aan Nigeria. In januari 1970 kan het Nigeriaanse leger Biafra eindelijk innemen. Ojukwu vlucht op 10 januari naar Ivoorkust, waarna vicepresident Philip Effiong zich overgeeft. Hoeveel levens de oorlog heeft gekost, is onbekend, al gaan de meeste schattingen uit van meer dan een miljoen.

De gevreesde vergelding blijft uit, en in 1983 kan Ojukwu zelfs naar Nigeria terugkomen. Hij zegt zich ‘totaal niet verantwoordelijk’ te voelen voor de oorlog.

Dezelfde Ojukwu, tien jaar geleden: ‘Hoe kan ik me verantwoordelijk voelen voor de situatie? Ik heb het volk gered van genocide. Ik heb mijn uiterste best gedaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden