15 culturele hoogtepunten voor de koude maanden

Dit mag u als cultuurliefhebber deze herfst en winter niet missen

Een gedurfde voorstelling van De Warme Winkel. Eva-Maria Westbroek die eindelijk weer in Nederland zingt. Rodin in Groningen. Nieuwe musea in Rotterdam en Wassenaar. Deze en nog tien verwachte hoogtepunten in V, gelijk met de Uitmarkt in Amsterdam. Het nieuwe culturele seizoen loeit weer aan.

In oktober keert de Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek terug naar Amsterdam om een maand lang de titelrol te zingen in Puccini's opera Manon Lescaut. Foto Hans van den Bogaard

1. Beeldende kunst: betoverende computeranimaties

Is het de Belgische videokunstenaar David Claerbout in zijn bol geslagen? De computeranimaties van TOEKOMST, te zien in De Pont in Tilburg, betoveren in elk geval.

Over zijn eerste kunstwerk dat geheel uit de computer kwam, zei kunstenaar David Claerbout: dat zou wel eens het einde van mijn carrière kunnen zijn. En ja, ik vroeg me de eerste keer dat ik het zag inderdaad af wat er aan de hand was met een van de meest gevierde kunstenaars van België. Wat was er gebeurd met de meester van de 'bewegende foto'? Van de stilstaande, serene beelden waarin toch ineens een boomkruin bleek te ritselen in de wind, een gevechtsvliegtuig dat doodstil in een veranderlijke lucht hing of mensen die kwamen aankloppen op een gefotografeerd raam? Het waren geen videowerken, het waren geen foto's, ze waren saai en monumentaal en spannend tegelijk en vooral: het was iets heel anders en eigens.

Maar dan dit: Travel (2013) was een travelling shot in een door een computer gegenereerd bos, met synthetisch ritselende blaadjes en beekjes, audiologisch dichtgesmeerd met de ergste jaren-tachtig-synthesizer-relaxmuziek denkbaar. Kitsch? Was het David Claerbout in de bol geslagen?

In een groot overzicht van recente projecties en tekeningen is vanaf 3 september in museum De Pont in Tilburg te zien hoe Claerbout veranderde sinds De Pont hem zeven jaar geleden als eerste met een fiks overzicht in Nederland eerde. Het zal radicaal anders zijn dan die keer, want de kunstenaar liet zich sindsdien omscholen tot maker van CGI: computer generated images. Hij wilde, zo legt hij weleens uit, het verband tussen voor en achter de camera opheffen. We kijken nu niet via een camera naar een scène, de scène bestaat op zichzelf.

TOEKOMST

David Claerbout. Tekeningen en recent videowerk, 3/9 t/m 29/1, De Pont Tilburg.

Dat het hem in de bol is geslagen, is uitgesloten. Nog steeds houdt Claerbout zich bezig met 'duur', met tijdsverloop en licht. Alleen zijn werkwijze is totaal anders. Bijvoorbeeld in de prachtige animatie Oil-workers, waarin een groep Shell-medewerkers onder een viaduct schuilt voor de regen. Claerbout baseerde zich op een foto maar recreëerde de hele setting met hulp van de meest virtuoze animatoren. Het beeld beweegt nu van een schilderachtige close-up van water vermengd met olie (water en boomkruinen zijn zo'n beetje de gruwelijkste oppervlakten om te animeren) langzaam naar een groep wachtende mannen - zelfs in de onlineversies die circuleren, oogt het werk betoverend. De tijd bevriest, terwijl hij toch voortduurt.

Ook in het supergladde sprookjesbos in Travel, dat een opmerkelijke verrassing bevat. Dat ik dat toen niet meteen doorhad, vind ik nu onopmerkzaam - niet alleen tijd, maar ook ruimte wordt er moeiteloos in opgerekt. Het was een voorbode van werken waarin Claerbout, inmiddels niet meer gehinderd door de zichtbare werkelijkheid, nog fantastischer capriolen ging uithalen. De expositie heet TOEKOMST en dat kan hier letterlijk genomen worden. Ga er een glimp van opvangen in Tilburg.

Door: Sacha Bronwasser

Still uit Oil-workers.

2. Theater: gewaagde mix van kunstvormen

Met een voorstelling die dezelfde naam draagt als het gezelschap meet De Warme Winkel zich met de groten. In hun fantastische mix van kunstvormen ontbreekt het niet aan lef.

Menig theatergezelschap ontleent zijn naam aan zijn allereerste voorstelling. Zoniet De Warme Winkel. Dit collectief bewandelt een bijna omgekeerd traject: na pakweg dertig eigen producties speelt De Warme Winkel (DWW) nu De Warme Winkel, de voorstelling die zijn magnum opus moet worden. DWW heeft zich altijd laten inspireren door iconische voorstellingen van dito voorbeelden, zoals de befaamde Italiaanse beeldend kunstenaar en theatermaker Romeo Castellucci of danslegende Pina Bausch. Met hun nieuwste voorstelling wil DWW zich meten met deze groten. Vijf vragen over hoe en wat.

Meten met de groten. Is dat grootspraak?
Aan lef ontbreekt het deze mensen in ieder geval niet. Met hun eigenwijze, onversaagde manier van theatermaken hebben ze zich de laatste jaren in de kijker gespeeld als een van de verrassendste groepen in het land. Ze pakken hun onderwerp groots en chaotisch bij de kladden, vrezen de mislukking niet, maar slagen meestal. Of ze nu iets maken over Oostenrijkse kunstenaars uit het begin van de 20ste eeuw, over oosterse esthetiek, de huidige stand van de economie of Europese solidariteit, bij DWW wordt het als vanzelf tof en interessant. Een privacygevoelig dingetje als kunstmatige inseminatie - dat ook.

De Warme Winkel

De Warme Winkel, vanaf 13/10.

Wie zijn ze ook al weer, 'De Warme Winkel'?
Ze zijn nu met zijn drieën: acteurs Vincent Rietveld, Mara van Vlijmen en Ward Weemhoff. Het vierde lid, Jeroen De Man, heeft net afscheid genomen. Vanaf de oprichting van DWW in 2002 werken de Warme Winkeliers graag met gelijkgestemden, van een oude rot in het vak als Marien Jongewaard tot en met jonkies die ze begeleiden. Omgekeerd werkt het net zo, zelfs bij grote spelers als Toneelgroep Amsterdam en de Stadsschouwburg aldaar: DWW was/is/blijft welkom.

Hoe doen ze het?
Je zult ze niet snel klassieke toneelstukken zien spelen. Maar (kunst-) geschiedenis en literatuur zijn een grote bron van inspiratie. Ze lezen zich in, spreken zich uit, researchen eromheen en gaan de vloer op. Ze improviseren, proberen en verkennen; als Japanse rituelen worden onderzocht, kan het ook opeens over verschillende soorten wasabi gaan. Het onderwerp wordt van meerdere kanten belicht en organisch deel van het hier en nu, omdat de spelers er hardop over nadenken, erom lachen, (zichzelf) relativeren. Rept een roman van een ingewikkelde driehoeksverhouding, kijken de spelers ook naar hoe zij drieën eigenlijk op elkaar reageren. Gaat het over de familie die haar naam gekoppeld zag aan de biefstuk Stroganoff, dan wordt het publiek deel van de zoektocht naar de erfgenaam. Een historisch gegeven wordt onderdeel van het heden.

En soms dringt een maatschappelijk thema zich zodanig op, dat er geen geliefde dichter aan te pas komt, maar de spelers zich ten overstaan van hun publiek afvragen hoe ze zich verhouden tot liefdadigheid, het Europese ideaal, de financiële crisis of een fenomeen als urban farming.

Mara van Vlijmen, Vincent Rietveld en Ward Weemhoff van theatergroep De Warme Winkel. Foto Sofie Knijff

Hoe ziet een voorstelling van dit stel eruit?
Een vrij fantastische mix van verteltheater, performance, muziek, spel en video. Het oogt nooit gelikt, maar bij nadere beschouwing is over alles (bijna dan toch) nagedacht en zit een DWW-voorstelling slim in elkaar. Het spel is afwisselend onnadrukkelijk en geëxalteerd, soms een beetje naïef aandoend in de onderzoekende toon. Maar pas op: deze lui kunnen acteren. Al met al kom je terecht in wat een typische Warme Winkel-wereld is, niet snel 'gewoon' in het theater, maar veelal op locatie met geweren en spuitsneeuw en berken en wodka en een Slavisch koor als we ons met hen verdiepen in de Russische boef-poëet Boris Ryzhy. En met glitterdiscobollen en herinneringen aan San Francisco met bloemen in je haar in een kraakpand. Bijvoorbeeld. Een originele wereld met hyperenergieke spelers, diepzinnige overwegingen en drieste ontboezemingen.

Dus die nieuwste zal...
...dit allemaal combineren en overtreffen. Vast. Laat je verrassen.

Door: Karin Veraart

3. Musical: Watskeburt?!

Geweldig idee: hiphop in het theater. De absurde grappen en de aanstekelijke muziek van De Jeugd van Tegenwoordig sleuren het publiek van De Meervaart de donkere wintermaanden door.

Hiphopmusical?! Klinkt een beetje als een contradictio in terminis. Kunnen harde beats vol pocherij gedijen in zo'n musicalsetting die eerder neigt naar melodrama dan naar street?

Zeker wel. Als de voortekenen niet bedriegen, wordt hiphopmusical Watskeburt?! een hit. Op theaterfestival De Parade in Amsterdam wordt aan het slot van de voorstelling meegeklapt en -gezongen op de uitsmijter Watskeburt?!, de debuuthit van de Nederlandse hiphopcrew De Jeugd Van Tegenwoordig. En dan wordt hier alleen nog maar een voorproefje gegeven met scènes die de eindproductie niet haalden.

In Watskeburt?!, de musical, worden de wonderlijke avonturen neergezet van De Jeugd Van Tegenwoordig (DJVT), Nederlands prettig onaangepaste hiphophelden. Producent Eric Holman wilde de absurd komische wereld van de dwarse rappers op het podium oproepen. Zo'n tien jaar geleden al, toen hij Watskeburt?! hoorde, ontkiemde het idee. Faberyayo, Willie Wartaal, Vjèze Fur en Bas Bron hadden een eigen muzikale wereld opgetrokken uit taal, humor en branie. Zou uitstekend kunnen werken als theater. Holman: 'Ik wilde graag iets maken voor een nieuw publiek en de jongens van DJVT leken me de ideale trekkers.'

Watskeburt?!

De Musical, vanaf 20/12 in de Meervaart, Amsterdam.

Al concludeerde hij snel dat De Jeugd met zijn succes én zijn reputatie van ongeleide projectielen, onbetaalbaar én onhandelbaar zouden zijn als acteurs. Gelukkig had hij net in New York Avenue Q gezien, een musical die werd beschreven als Sesamstraat voor volwassenen. Poppen zouden de uitkomst bieden.

Alle rollen in Watskeburt?! worden door zowel poppen als acteurs gespeeld en gerapt. Volgens regisseur-arrangeur Peter van de Witte past het cartooneske van de muppetachtige poppen goed bij De Jeugd. 'Ze zijn alle vier uitgesproken types, van de kalme gelijkmatige Bron tot de onbekommerd vrolijke Wartaal.' Ook handig: een pop is niet gebonden aan menselijke beperkingen, wat garant staat voor fysieke capriolen. De jongens vliegen zelfs in het stuk.

Maar het poppenspel werpt weer een andere horde op. Een paar weken voor de Parade worden de acteurs in de repetitieruimte van Bos Theaterproducties in Amsterdam daarmee geconfronteerd. Als allround acteur ben je gewend te zingen naast het acteren en je voert ook weleens een dansje uit, maar dat alles terwijl je ook nog een pop bespeelt? Moeilijk! Dus als de timing van mondbewegingen nog niet helemaal overtuigt, concludeert coach Jogchem Jalink, de man die Elmo speelt in de Nederlandse Sesamstraat, dat er nog aan beweging en expressie gewerkt kan worden.

De Jeugd als poppen in Watskeburt?! Foto Balder Westein
De echte Jeugd.

O ja, de plot van Watskeburt?! In het kort: Bas, het muzikale brein van De Jeugd, is ontvoerd door de kwaadaardige Au Schurk, voorheen prins Komkommer, maar dat was voordat hij verzuurd raakte. Au Schurk wil met het genie van Bron zelf een hit scoren. En na een Wizard of Oz-achtige queeste, met de uitdagende oneerbiedigheid van South Park, de hits van De Jeugd en met Au Schurk gespeeld door zanger Henk Poort - ja, die van de opera - vinden de jongens hun maatje terug.

Het kostte Holman weinig moeite om rappers en producer Bron mee te krijgen. 'Vanaf de eerste bespreking waren ze enthousiast. Het verhaal voor de musical komt van hen, ze hebben persoonlijk de acteurs geauditeerd, hebben inspraak gehad over de poppen en Bron leverde alle muziek.'

Eerst moest de theaterwereld nog worden overtuigd. Van de Witte: 'Bij het verkopen van deze voorstelling aarzelden sommige zalen. Als je de term hiphop bezigde, kreeg ik weleens de vraag: wat is dat dan?'

Door: Pablo Cabenda

4. Musical: Terugkeer van The Lion King

The Lion King komt terug voor het jubileum van het Circustheater in Scheveningen en ook, zegt theaterproducent Albert Verlinde 'omdat één keer The Lion King niet genoeg is'.

Het 25-jarig jubileum van het Circustheater in Scheveningen als musicaltheater wordt gevierd met de terugkeer van The Lion King, de immens succesvolle Disney-musical die ook al van 2004 tot en met 2006 in hetzelfde theater stond. Vier vragen aan producent Albert Verlinde, directeur Stage Entertainment Nederland.

The Lion King

Musical, vanaf 21/10 in het AFAS Circustheater Scheveningen, première op 30/10.

Waarom heeft u gekozen voor het terugbrengen van The Lion King, en niet voor een nieuwe voorstelling?
Albert Verlinde: 'Omdat het de grootste en succesvolste musical ter wereld is en omdat we ook gewoon de zalen vol moeten krijgen. We vinden dat we er in 2006 te vroeg mee zijn opgehouden in Scheveningen. In Hamburg loopt de show al vijftien jaar, op Broadway en op West End zelfs nog langer.

'Musicals moeten een massapubliek trekken, en The Lion King doet dat. Het gaat dan ook al geweldig met de kaartverkoop voor dit najaar. Los daarvan vind ik The Lion King echt een kunstwerk: elke scène is weer een ander schilderij en de prachtige manier waarop de wilde dieren zijn vormgegeven... Ik vind het ongeëvenaard wat regisseuse Julie Taymor met deze show heeft neergezet.

'Waarom zou een bezoeker die The Lion King al zag naar uw nieuwe productie moeten gaan?
'Sowieso omdat één keer The Lion King niet genoeg is. Verder is de voorstelling precies hetzelfde, want aan The Lion King moet je niets gaan veranderen. Aan een Rembrandt ga je ook niet een stukje overschilderen. Maar wat we wel hebben, is een geweldige nieuwe cast, die zich volgens mij kan meten met de versies op Broadway en West End. Ook wat betreft decors en kostuums doet onze uitvoering niet onder voor New York en Londen.'

Albert Verlinde. Foto anp

In uw eerste jaren bij Stage Entertainment brengt u veel musicals terug die al eerder in Nederland te zien waren. Wilt u dat zelf of is het noodzaak?
'Het zijn allemaal mijn eigen keuzen. Als theaterproducent heb ik geleerd dat als je alleen maar nieuwe titels brengt, het moeilijker is de zalen vol te krijgen. Ook toen ik nog mijn eigen bedrijf had, heb ik altijd al een combinatie gemaakt van bekende titels en nieuwe voorstellingen. Vorig seizoen waren Grease en Beauty and the Beast de bekende titels, maar The Bodyguard, De Tweeling en Robert Long waren allemaal gloednieuw.'

Kan het ook zijn dat de nieuwe buitenlandse musicalhits die u misschien wel zou willen brengen, zoals Aladdin en Matilda, simpelweg nog niet beschikbaar zijn voor Nederland?
'Aladdin zou ik ook wel willen hebben, maar die is net pas in Londen en Hamburg in première gegaan, dus die komt later. Ook wacht ik met smart op de Frozen-musical die nu ontwikkeld wordt. Matilda vind ik een schitterende voorstelling, maar ik denk niet dat die genoeg publiek naar Scheveningen kan trekken. Voor het komende seizoen is Hair onze enige nieuwe productie, maar ik kan je nu al verzekeren dat in het seizoen 2017-2018 de meerderheid van onze shows weer nieuw is: we brengen dan in ieder geval één zelf ontwikkelde musical en één buitenlandse show, die sindskort op Broadway is te zien.'

Door: Joris Henquet

The Lion King. Foto anp

5. Architectuur: het nieuwe museum Voorlinden

Het gebouw van het nieuwe museum Voorlinden ligt op een prachtige plek in het groen bij Wassenaar. Niets verstoort de strakke rust in het gebouw, waarin het licht gefilterd binnenvalt.

Het is het gebouw dat iedere architect eens in zijn leven hoopt te mogen ontwerpen: een museum. Maar wat als jouw opdracht meteen al wordt vergeleken met een van de beroemdste musea ter wereld, namelijk het Kröller-Müller Museum in Otterlo?

Het Kröller-Müller van de 21ste eeuw, zo kondigde het NOS Journaal in 2012 het plan aan van Joop van Caldenborgh, industrieel in chemicaliën en sinds zijn 16de kunstverzamelaar, om op het Wassenaarse landgoed Voorlinden een museum te bouwen. De druk die architect Dirk Jan Postel voor deze prestigieuze opdracht toch al voelde, werd meteen nog een paar bar opgevoerd.

Museum Voorlinden

Wassenaar. Opening 11/9.

Zelf vond Postel de vergelijking met dat landgoed annex museum op de Hoge Veluwe wat vergezocht, vertelt hij op het landgoed, waar op 11 september het nieuwe museum zijn deuren opent voor publiek. 'Buiten de particuliere collectie en de Rotterdamse ondernemer daarachter zijn er eigenlijk geen overeenkomsten. Pas later ontdekte ik wat de NOS niet wist: dat initiator Helene Kröller-Müller oorspronkelijk in de jaren tien een museumhuis had willen bouwen op het landgoed Ellenwoude in Wassenaar - 300 meter verderop!

'Omdat ze met het ontwerp van de Duitse architect Peter Behrens niet tevreden was, liet ze diens 26-jarige assistent Ludwig Mies van der Rohe ook een plan maken, dat met latten en zeildoek als 1:1-maquette op locatie werd nagebouwd. Helene zag het werk van de jonge architect, die later legendarisch zou worden met zijn lijfspreuk less is more, wel zitten. Haar raadsman, kunsthistoricus Hendrik Bremmer, echter niet en op zijn advies kozen ze voor optie drie: Hendrik Berlage. De museumwoning werd overigens nooit gebouwd.

Maar toen Postel tijdens de bouw de 'Miesiaanse' constructie van glas en staal zag verrijzen, bedacht hij: dit lijkt wel de droom van Helene Müller, een eeuw verschoven in tijd en een paar honderd meter in plaats.

Museum Voorlinden aan de rand van de duinen bij Wassenaar. Foto Aurélie Geurts

Voor Postel was het natuurijk ook een droom: een huis maken voor werken van Corneille, Warhol en een reusachtige sculptuur van Richard Serra. Op een prachtige plek: aan de rand van de duinen en het bos, met zicht over de velden en de waterpartij, onderdeel van het landschapsontwerp dat de bekende tuinarchitectenfamilie Zocher begin 19de eeuw maakte. Over het budget mag hij niets zeggen, maar te zien aan de zorgvuldigheid waarmee de natuurstenen gevels (Italiaans travertijn) zijn afgewerkt, is er niet op een euro meer of minder gekeken.

Kortom, alle ingrediënten voor toparchitectuur waren aanwezig. Maar hoe ontwerp je een topmuseum? 'Het idee had ik eigenlijk al snel op papier: een gebouw bestaand uit een reeks parallelle wanden waarlangs je steeds over het landgoed uitkijkt, onder een enorm dak dat het daglicht filtert.'

Het is geen revolutionair idee, erkent de architect, maar een ver doorgevoerde variant op de 'witte kubus': het gebouw als neutrale achtergond voor de kunst. 'Ik wilde alle ruis uit de ruimte weghalen: camera's, brandslangen, rookmelders - je wil niet weten wat er aan installaties in een expositieruimte nodig is.'

In zijn eerdere ontwerp voor het Dordrechts Museum heeft hij zich daaraan 'kapot geërgerd'. Hier schitteren de nooduitgangbordjes door afwezigheid; die zijn als witte, kunststof reliëfs onzichtbaar in het stucwerk weggewerkt. Het vluchtende mannetje floept pas aan in geval van nood.

Als je naar binnen gluurt in de glazen entreehal, zie je alleen maar een gigantische ruimte. Opvallend licht ook. Dat is het bijzondere van museum Voorlinden, legt Postel uit. De generositeit van de ruimten, en het 'levende' zuiderlicht. Daarvoor bedacht hij iets nieuws: een dak van 144 duizend schuin afgezaagde buisjes, die het zonlicht binnenlaten.

Hoewel het ontwerp volgens Postel draait om het contact met de kunst en het landschap, trekt het gebouw ook de aandacht.

'Is het niet prachtig geworden', zegt het echtpaar dat deze ochtend een wandeling maakt over landgoed Voorlinden. 'Dat licht, dat dak... We kunnen niet wachten tot het open gaat.'

Door: Kirsten Hannema

Het dak van 144 duizend schuin afgezaagde buisjes die het zonlicht binnenlaten. Foto Aurélie Geurts

6. Cabaret: meester van de minimale humor

Rijswijk eert Buziau, de meester van de minimale humor, met een musical. Zijn grootste navolger Toon Hermans klinkt daarin door.

In mei 1942 werd Johan Buziau, de populairste Nederlandse komiek van het interbellum, door de Duitse bezetter vastgezet in het gijzelaarskamp in Haren. Buziau wist zich snel vrij te kopen. Hij was ten slotte ongevaarlijk voor de Duitsers. Het verzetsgerucht over de komiek klopte niet. (Buziau zou het podium zijn opgelopen met een portret van rijksmaarschalk Hermann Göring - in een andere versie ging het zelfs om Hitler - met de tekst: 'Ik weet niet wat ik ermee moet doen. Ophangen of tegen de muur zetten.')

Buziau kan met zijn underdoghumor gezien worden als de Nederlandse evenknie van Charlie Chaplin, maar hij hield zich niet bezig met politiek. Of het was heel subtiel, zoals de opmerking die hij in een van zijn revues maakte als schoenmaker, toen in Duitsland de rassenwetten werden ingevoerd: 'Je hebt ze met rechte neuzen en je hebt ze met kromme neuzen. Maar ik zeg altijd: het gaat om het binnenwerk.'

Buziau

Samenstelling, tekst en regie: Karel de Rooij en Fred Florusse, muziek: Koos Mark, De Rijswijkse Schouwburg van 18/10 t/m 22/10

Buziau woonde een groot deel van zijn leven in Rijswijk. Daar wordt de komiek nu als de zoon van de stad geëerd. Ter gelegenheid van de viering van '50 jaar podiumkunst Rijswijk' produceert De Rijswijkse Schouwburg de musicalrevue Buziau met in de titelrol Olaf Malmberg, die een tijdje deel uitmaakte van de Ashton Brothers.

Nadat de Duitsers Buziau uit Haren hadden vrijgelaten, trad de zwaar aangeslagen komiek nooit meer op. Er zijn geen filmbeelden van Buziau, die bang was dat hij zo zijn act zou weggeven. Maar het publiek kreeg al snel een vervanger: Toon Hermans. Als Limburgs jochie had Hermans foto's van zijn witgeschminkte held met de maffe rode neus en enorme oren aan de muur van zijn slaapkamer hangen. In 1934 had Toon Hermans Buziau voor het eerst live gezien in de schouwburg van Heerlen en hij had zich toen ten doel gesteld om Buziau te worden: humor met vrijwel geen attributen, nooit grof, met kleine wijsheden en malle fratsen mensen onbedaarlijk aan het lachen maken.

In de biografie Toon beschrijft Jacques Klöters de drie Buziau-stappen van Hermans: imitatio, het nauwkeurig nadoen van de meester, met dezelfde schmink en hoge stem; aemulatio, het voorbijstreven van de meester; en uiteindelijk creatio, het zelf scheppen op basis van alles wat geleerd is. Als we Toon Hermans een denkbeeldige perzik zien eten, dan zien we Buziau. Tussen de regels door gaat de musicalrevue Buziau over Toon Hermans.

Door: Patrick van den Hanenberg

Schets van Johan Buziau door Wam Heskes (1931).

7. Opera: terugkeer van de Nederlandse sopraan

In oktober keert de Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek terug naar Amsterdam om een maand lang de titelrol te zingen in Puccini's opera Manon Lescaut.

'Zinderend', schreven de Nederlandse media tien jaar geleden, en 'bloedstollend'. Eva-Maria Westbroek werd na haar debuut bij De Nederlandse Opera meteen gepromoveerd tot diva. Haar titelrol in Lady Macbeth of Mtsensk in het Amsterdamse Muziektheater werd alom bejubeld.

Na vele jaren hard werken en zoeken naar haar eigen stem markeerde deze opera van Sjostakovitsj haar grote internationale doorbraak, zegt ze achteraf.

De nu 46-jarige sopraan zong sindsdien in alle grote operahuizen van de wereld, La Scala, The Met, de Berliner Philharmoniker - van Milaan tot New York en Berlijn wordt ze geroemd om haar rollen in opera's van vooral Richard Wagner en Giacomo Puccini. Omdat Nederland nu eenmaal een klein operacircuit heeft, is ze net als veel andere zangers van eigen bodem aangewezen op operahuizen in het buitenland, tot verdriet van haar Nederlandse fans. In oktober is ze weer in Amsterdam om de titelrol te zingen in Puccini's Manon Lescaut uit 1893 bij De Nationale Opera.

Manon Lescaut

Opera, met Eva-Maria Westbroek, vanaf 10/10, Nationale Opera en Ballet, Amsterdam.

Wie is Manon Lescaut?
Eva-Maria Westbroek: 'Manon is een mooi, jong meisje. Volgens mij voorziet haar vader problemen met haar schoonheid, want hij wil haar wegstoppen in een klooster. Onderweg daarheen raakt ze aan de praat met de armlastige student Des Grieux. Ze worden verliefd, maar Manon gaat er uiteindelijk toch vandoor met een rijke man. Ze wil een luxe leventje. Later wordt ze beschuldigd van diefstal en verbannen naar Amerika.'

En komt tot inkeer?
'Ze is op zoek naar iets wat haar leven kan vervullen, een heel menselijk trekje. Ze vindt zowel de liefde als de rijkdom, maar moet kiezen. Ze kiest voor het geld en komt er uiteindelijk achter dat ze een verkeerde keuze heeft gemaakt. Dat maakt haar weer aardig en aantrekkelijk. Een ontroerend verhaal. Ik denk dat er veel mensen zijn als Manon.'

Het is ook een pleidooi tegen de hebzucht.
'In die zin doet Manon me heel erg denken aan Anna Nicole Smith, maar dan zonder borstvergroting. In 2011 zong ik de rol van Anna Nicole in de gelijknamige opera van Mark-Anthony Turnage. Die is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van een jonge playmate die trouwt met een stokoude miljardair. Ze had een heel tragisch leven. Ze zingt: 'I made some bad choices, then some worse choices, then I ran out of choices.'

De Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek. Foto Hans van den Bogaard

Manon Lescaut is een werk van Puccini. Jij staat meer bekend om je rollen in Wagneropera's.
'Om de een of andere reden blijft Wagner om me heen hangen. Maar ik heb door de jaren heen meer Puccini gezongen dan Wagner. Ik zong van Puccini bijvoorbeeld in Il tabarro, in La Fanciulla del West en in Tosca, die ik deze maand weer zing in Buenos Aires.'

Wagner of Puccini is een groot verschil voor de zangers. Bij de lange opera's van Wagner vergt de fysieke conditie extra aandacht. Ook wordt in Wagneropera's soms relatief veel tekst 'verteld'. Westbroek: 'In Wagner zitten heel veel declamatorisch interessante dingen voor een zanger. Bij Puccini is het zingen zelf juist heel interessant, omdat je in een Italiaanse opera vaak acrobatische dingen met je stem moet doen. Je moet extremere noten halen.'

Je grote doorbraak was in 2006 bij De Nederlandse Opera. Voelt Amsterdam als een thuisbasis?
'Esthetisch gezien staat De Nationale Opera op een heel hoog niveau. Ze zijn progressief, maar weten waar de grenzen liggen. In sommige Duitse theaters gaan ze de mist in bij het zoeken naar een vorm tussen traditioneel en modern, dan is het of te ouderwets of te extreem. Van het Nederlandse publiek ben ik altijd weer ondersteboven. Het is heel genereus, dat komt misschien ook een beetje doordat ik Nederlandse ben. Maar er zijn ook een heleboel andere Nederlandse operazangers die heel goed zijn, hoor. Die zijn in eigen land misschien minder bekend omdat ze net als ik vooral in het buitenland werken.'

Door: Nell Westerlaken

8. Beeldende kunst: de kleine grote Franse meester

De grootste Rodinexpositie in Nederland tot nu toe is te zien in Groningen. 120 werken maar liefst van de kleine grote Franse meester.

Superlatieven genoeg als het over beeldhouwer Auguste Rodin (1840-1917) gaat. Ook in de berichtgeving van het Groninger Museum voor de expositie van komend najaar: Rodin - Genius at Work. Hij zou de 'grootste en invloedrijkste beeldhouwer van de moderne tijd' zijn.

Tsja, het zijn ronkende bewoordingen, maar ontkennen heeft geen zin. Het oeuvre van de gedrongen geweldenaar liegt er niet om. Alleen al door de paar klassiekers die hij op zijn naam heeft staan. Wat te denken van De denker? De eeuwige omarming in De kus? Het eindeloze kringloopje van De burgers van Calais? De angstaanjagende Hellepoort?

Rodin - Genius at Work.

Beeldende kunst. Groninger Museum. 19/11 t/m 30/4.

De man mag in zijn dagelijkse (liefdes)leven een bruut zijn geweest - lees het geromantiseerde levensverhaal van zijn liefje Camille Claudel er nog maar eens op na-, geen stukje marmer, geen mopje klei of emmertje gips bleef aan zijn oog onttrokken om er een creatie uit te hakken, c.q. te kneden. Dat hakken en kneden, zeg maar het fysieke werk, moet je inderdaad letterlijk nemen. Beeldhouwers zijn toch de mijnwerkers van de beeldende kunst.

Dat is ook het uitgangspunt van het Groningse overzicht (met maar liefst 120 beelden de grootste overzichtstentoonstelling van Rodin in Nederland). Rodin was bepaald een noeste arbeider. Heel anders dan Michelangelo - die andere 'grootste en invloedrijkste beeldhouwer', maar dan van de Renaissance. Rodins Italiaanse collega nam zijn ambacht een stuk luchthartiger: om een beeld te hakken, hoefde je het eigenlijk alleen maar uit zijn marmeren omhulsel te bevrijden. Het zat er immers al in! De opmerking zal wel eufemistisch zijn bedoeld.

Hoe dan ook, bij Rodins beelden zie je dat de spierballen van de maker hebben gerold, het zweet heeft gegutst, de longen zijn volgezogen met stof. Er is gearbeid: gebeiteld in marmer, geraspt in gips, gegoten in brons. Rodin liet de gietnaden in zijn creaties gewoon zitten, als teken dat er sprake was geweest van een 'maakproces'.

Rodin, Eva (1883). Foto Coll. Art Gallery of Ontario, Toronto

Ook in zijn stijl is het maken herkenbaar: de Fransman had weinig neiging zijn beelden pico bello af te werken. Ze bleven ruw, ongepolijst en soms zelfs onvoltooid. Een wandelende man zonder hoofd, een sculptuur van een enkel been, een paar losse handen, een voet; een hoofd dat uit een brok ruw marmer omhoog komt. Dat soort werk. Fragmenten die evenwel volwaardige beelden zijn.

Je ziet aan alles dat de moderne tijd nakende is, met zijn onvolledigheid en imperfectie, en dat het idee van de klassieke volmaaktheid zijn beste tijd heeft gehad. Rodin verbeeldde met een voorspellende werking dat De Mens uiteen begon te vallen.

Het is misschien koffiedik kijken, maar toch: Rodin had een neus voor wat de 20ste eeuw allemaal aan ongein en ellende zou teweegbrengen. En dat allemaal gevat in brons en gips; door een klein, robuust Frans mannetje gemaakt! Inderdaad: geniaal.

Door: Rutger Pontzen

9. Film: tussen feit en fictie

James Ponsoldts verfilming van Dave Eggers' succesroman The Circle, over verloren privacy bij een internetgrootmacht, zet het spel tussen feit en fictie onvermijdelijk voort.

Toen in 2013 zijn vijfde roman The Circle uitkwam, bekende Dave Eggers dat hij geen enkele research had gedaan. Naar eigen zeggen wilde hij geen opzettelijke parallellen scheppen tussen de werkelijkheid en het verhaal, over een jonge vrouw die bij een Google-achtige internetgigant gaat werken en al snel merkt dat haar nieuwe baan geen spaan heel laat van haar privacy. 'Ik ben nooit naar Google, Facebook of een andere internetcampus gegaan', zei Eggers op de website van zijn uitgeverij McSweeney's. 'Ik heb evenmin werknemers van die bedrijven gesproken. Ik wilde niet worden beïnvloed door bestaande bedrijven of personen.'

The Circle kreeg veel lof maar ook kritiek. De negatieve recensies ergerden zich aan de vlakke personages, de opzichtige boodschap en meenden dat Eggers' doelbewuste gebrek aan veldwerk zijn tol eist. Toch geldt The Circle tegenwoordig als een visionair werk dat, ondanks of juist dankzij Eggers' opzettelijke ignorantie, de huidige tijdgeest perfect weet te vangen.

The Circle

Vanaf 10/11 in de Nederlandse bioscopen.

Vorig jaar werd bekend dat webwinkel Amazon een feedbackprogramma heeft waarmee werknemers elkaar stiekem kunnen prijzen of afkraken. Of neem Myrna Arias, die van haar bedrijf Intermex een app moest downloaden waarmee ze 24 uur per dag traceerbaar was: twee zaken die naadloos aansluiten bij de privacyparanoia uit The Circle, die het boek al méér gewicht geven dan het volgens sommigen bij publicatie had.

Dit alles maakt nieuwsgierig naar de aanpak van James Ponsoldts verfilming van The Circle, met Emma Watson als heldin Mae Holland en John Boyega (Star Wars: Episode VII) als haar mysterieuze collega Kalden. Je kunt je voorstellen dat regisseur-scenarist Ponsoldt (The End of the Tour) zich schaart achter Eggers' opstelling en de film door een typische ontkennende disclaimer laat voorafgaan: 'Alle gebeurtenissen en personages zijn fictief; enige overeenkomst met de werkelijkheid berust op toeval.' Tegelijk zullen Ponsoldt en producer Tom Hanks die ook te zien is als mede-Circle-oprichter Bailey en met A Hologram for the King al eerder in een Eggers-verfilming figureerde ongetwijfeld willen aanhaken bij de profetische cultstatus die het boek inmiddels geniet. En dan kan een film sommige dingen ook nog eens moeilijker aan de verbeelding overlaten dan een roman.

Alleen al het even verleidelijke als omineuze Circle-gebouw. Zal production designer Gerald Sullivan voor de decors kijken naar de kakelbonte Google-interieurs of naar de open industriële kantoorlandschappen van Facebook? Hoe dan ook: het door de roman aangevangen spel tussen feit en fictie zal in de film onvermijdelijk zijn vervolg vinden. Daar hoeft het niet eens een goede film voor te zijn.

Door: Kevin Toma

Boekomslag van De Cirkel van Dave Eggers.

10. Mode: To Audrey with Love

De veelbelovende tentoonstelling Hubert de Givenchy: To Audrey with Love, over Givenchy maar toch vooral over Audrey Hepburn, opent dit najaar in Den Haag.

In 1953 had Hubert de Givenchy alleen de achternaam gehoord van de actrice die hem 's middags zou bezoeken in zijn Parijse atelier. Hij was in de veronderstelling dat het om Katharine Hepburn ging, maar in plaats daarvan kwam Audrey Hepburn langs. Een lang, dun meisje met kort haar in een slank gesneden driekwartbroek en loafers. Zij zocht kleding voor haar rol als prinses Ann in de film Roman Holiday en had de filmproducent voorgesteld om zelf naar Parijs af te reizen om iets passends te zoeken. Zo kwam ze terecht bij Givenchy, die een jaar eerder op 25-jarige leeftijd zijn eigen modehuis had opgericht.

Givenchy begon zijn loopbaan in de tijd dat modegrootheden Cristóbal Balenciaga en Christian Dior de toon aangaven. Hij was in zekere zin de soberste van de drie en maakte naam met een stijl die je nu zou omschrijven als casual chic. Terwijl Balenciaga inzette op sculpturale vormen en Dior faam maakte met de New Look (smalle tailles en uitlopende rokken) zijn de bekendste ontwerpen van Givenchy zijn séparables, simpele rokken en blouses van ruw katoen. Zowel de ontwerper als de filmster stonden tijdens hun eerste ontmoeting aan het begin van hun carrière. En als Hepburn tijdens die eerste afspraak niet had gevonden wat ze zocht, was de loopbaan van de modeontwerper misschien wel anders verlopen.

Audrey Hepburn. Foto getty

Hubert de Givenchy: To Audrey with Love

Mode, 26/11 t/m 26/3, Gemeentemuseum Den Haag.

Givenchy is de eerste om dat toe te geven: hij laat geen interview voorbijgaan zonder een lofzang op de elegantie van Hepburn af te steken. Krap twee jaar geleden publiceerde hij een boek met foto's en ontwerpschetsen, getiteld To Audrey with Love. Dat boek is een voorloper van de tentoonstelling die dit najaar in Den Haag te zien is. Hepburn bleef haar leven lang een beroep doen op de couturier. De strakke zwarte mouwloze jurk uit Breakfast at Tiffany's, de weelderige witte jurk uit Sabrina en de zwarte driekwartbroek en coltrui uit Funny Face zijn allemaal ontworpen door de Franse couturier die inmiddels - hij is 89 jaar - de status van levende modelegende heeft.

Natuurlijk heeft het feit dat zij een ideaal uithangbord voor zijn werk was, te maken met haar maten. Hepburn had een jongensachtig figuur: mager en met weinig borsten. Maar het succes van de samenwerking is ook te danken aan het feit dat de stijl van de couturier naadloos aansloot op de persoonlijke stijl van de actrice, die in 1993 overleed. Hepburn droeg het werk van Givenchy niet alleen in haar films, maar ook in haar dagelijks leven.

Door: Bregje Lampe

11. Dans: abstractie en menselijke warmte

Antwerpse choreografen geven de minimalistische dans een zwieper van jewelste, met hun combinatie van abstractie en menselijke warmte.

Ze komen eraan, de boegbeelden van de Vlaamse dans. Niet al hun choreografieën zijn nieuw, maar voor wie met ze wil kennismaken, of voor wie geen genoeg van ze kan krijgen, is het na de zomer smullen. Deze makers hebben niet alleen iets zeer eigens gevonden in hun kunstenaarschap, vooral ook zijn ze uitdagend en compromisloos. Die mentaliteit bindt ze en doet ze internationaal opvallen. Exemplarisch zijn Anne Teresa De Keersmaeker, de meest gelouterde, en haar tovenaarsleerling Sidi Larbi Cherkaoui.

De Keersmaeker (56), die Rain herneemt, heeft met haar Antwerpse gezelschap Rosas (1983) de minimalistische dans een zwieper van jewelste gegeven. Mathematische, repetitieve patronen, maar dan niet rigide of hermetisch, zoals in dit genre vaak het geval is. Het is abstractie met menselijke warmte, een paradoxale mix van uitgekiende vormen en een zekere nonchalance.

In Rain (2001), een hoogtepunt uit haar oeuvre, reageren de dansers, veelal lopend en rennend, op een sterk pulserende compositie van Steve Reich. De minimal music is als een golf die telkens komt aanrollen en wegebt. Zij gaan met dat ritme mee. Reichs minimalisme wordt overtroefd met eindeloos veel bewegingsvariaties. Frases worden overgepakt, gespiegeld, met elkaar verweven; er is ruimte voor eigenzinnige solo's, dartele sprongen, frivole draaien en geglimlach.

Tekst gaat verder onder het videofragment.

Fractus V (Nederlandse première): 10 en 11/9 Rotterdam, 13 en 14/9 Amsterdam. Verklärte Nacht (Nederlandse première): 26/10 Amsterdam. Rain: 5 en 6/11 Amsterdam, 30/11 Rotterdam.

De dansvoorstelling Rain van Anne Teresa De Keersmaeker. Foto Herman Sorgeloos

Arnold Schönbergs gelijknamige muziek voor haar duet Verklärte Nacht (2015) is juist romantisch, geïnspireerd op een gedicht over twee verliefde mensen, zij zwanger van een andere man. Hier barst het van de dramatische geladen bewegingen en blikken, maar tegelijk blijft het spelen met vorm en structuur heel belangrijk.

Hoe anders is het jongste Vlaamse boegbeeld, Sidi Larbi Cherkaoui (40). Hij studeerde ooit aan Parts, de school van De Keersmaeker. Rond 2000 begon hij met choreograferen en momenteel leidt hij zijn eigen gezelschap Eastman én het Koninklijk Ballet van Vlaanderen.

In zijn Fractus V (2015) zien we flamenco, acrobatiek en hiphop, horen we Japanse en Indiase muziek en openen dansers en musici samen met een misgezang. Herhaaldelijk versmelten lijven tot de veelarmige dansende god Shiva en wordt er als in een tangrampuzzel geschoven met houten driehoeken, symbool van eenheid. In monologen waarschuwt Cherkaoui tegen indoctrinatie. Dat is weinig subtiel, maar ook mooi. Hij wil openheid propageren en dus spreekt hij zelf ook recht uit zijn hart. Net als De Keersmaeker trekt hij zich niks van modes of conventies aan. Typisch Vlaams.

Door: Mirjam van der Linden

De Brusselse aanpak

Twee meer theatrale groepen die de Vlaamse dans vanuit Brussel bepalen, zijn Ultima Vez (1986) van Wim Vandekeybus en Peeping Tom (2000) van Gabriela Carrizo en Franck Chartier. Vandekeybus is als een wild paard, met dansers die in vliegende vaart naar de grond duiken en een rijke associatieve verbeelding. Ook Speak low if you speak love (2015) staat met één been in het ongrijpbare. Peeping Tom brengt surrealisme in een doodnormale omgeving, het gloednieuwe Moeder speelt zich af ‘in een schemerzone’.

12. Fotografie: zelfredzaamheid

Festival BredaPhoto heeft zelfredzaamheid hoog in het vaandel. Dit zie je terug in het, gezien de deelnemers interessante, thema en bij de organisatie.


Par-ti-ci-pa-tie-maat-schap-pij is een lang woord. Een saai woord bovendien. Vandaar dat de organisatie van BredaPhoto een paar maanden geleden het thema van het fotofestival 2016 aankondigde onder de veel treffender titel YOU, in knetterende kapitalen. Er stond nog net geen wijzende Uncle Sam bij, zoals op de Amerikaanse postercampagne uit 1917, toen de overheid vrijwilligers zocht voor het leger (vooral mannen natuurlijk). Nu zijn er opnieuw mensen nodig: you, me, them, everybody, om met de Blues Brothers te spreken. Deze keer trekken overheid en grote bedrijven zich terug en propageren de do-it-yourself-mentaliteit. Zieke buurman? Maak een soepschema. Plaatje opnemen? Vraag vrienden en familie om geld. Arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten? Zoek een paar andere zzp'ers en doe het lekker zelf. De maatschappij, dat ben jij.

Foto uit het werk Cuba la lucha. Foto Carl De Keyzer

BredaPhoto

Fotografie, 15/9 t/m 30/10 op verschillende locaties in Breda.

BredaPhoto brengt deze ontwikkelingen in kaart, zowel de positieve als de negatieve kanten. Want wat gebeurt er met de mensen die niet assertief genoeg zijn of niet genoeg geld hebben om voor zichzelf te zorgen? BredaPhoto belooft die mensen niet over te slaan.

Bij het schrijven van dit artikel waren nog niet alle programmaonderdelen bekend, maar alvast zeker is dat de Belgische fotograaf Carl De Keyzer in de oude Bredase snoepfabriek Faam zijn nieuwste werk Cuba la lucha zal tonen. Drie maanden lang reisde De Keyzer door Cuba, land in transitie. Hij legde vast hoe de macht van het communisme langzaam verdwijnt, verval constant op de loer ligt en de bevolking intussen haar huizen overeind houdt met houtje-touwtje-oplossingen uit de doe-het-zelfzaak.

The Absent State (in Breda's Museum) is een samenwerkingsverband tussen BredaPhoto en World Press Photo. Vijf jonge fotografen uit verschillende gebieden van de wereld (China, Griekenland, Congo, Venezuela en de Verenigde Staten) kregen de opdracht te onderzoeken hoe bij hen wordt omgegaan met het uitvallen van overheidsbemiddeling en welke oplossingen mensen daarvoor bedenken. De fotografen zijn gekoppeld aan schrijvers, 'omdat beelden alleen niet genoeg zijn'. BredaPhoto verzorgt de eindpresentatie en een bijbehorend boek.

Drie maanden lang reisde De Keyzer door Cuba en legde vast hoe de macht van het communisme langzaam verdwijnt. Foto Carl De Keyzer

Zelfredzaamheid en soevereiniteit vind je op allerlei gebieden. Ilse Wolf fotografeert het leven van de bewoners van bejaarden- en verzorgingstehuizen en presenteert het resultaat tijdens het festival. Jaap Scheeren en Coralie Vogelaar roepen in MOTI (Museum of the Image) de vrijstaat uit en gaan daar fotografische installaties bouwen. Lise Straatsma (een van de zestien fotografiestudenten uit Nederland en België die door BredaPhoto zijn gevraagd werk te maken) stortte zich op doemdenkers en complottheoretici die zich de hele dag zitten voor te bereiden op het allerergste. Ze graven bunkers, bouwen waterfiltratiesystemen met zand en oude colaflessen en slaan medicijnen en gasmakers in. Niemand doet dat voor ze, dus doen ze het zelf.

Die hands-on-mentaliteit geldt ook voor BredaPhoto zelf. Het fotofestival drijft sinds het begin deels op een club van geestdriftige vrijwilligers, die elke twee jaar weer een vol programma uit de grond stampen. Terugkerende onderdelen zijn de voor iedereen toegankelijke buitententoonstelling in het Chassépark en de intensieve samenwerking met kunst- en fotoacademies in Nederland en België. Nieuw is de uitbreiding naar Belcrum, een hippe wijk aan de noordkant van het spoor. Gedurende zeven weken is Breda een participatiemaatschappij ten behoeve van de fotografie.

Door: Merel Bem

Foto uit het werk My House. Foto Jaap Scheeren

13. Strips: het splinternieuwe museum Strips!

In september opent het nieuwe museum Strips! in Rotterdam. Het werk van striptekenaar Martin Lodewijk (Agent 327) staat centraal in de eerste tentoonstelling.

'Een vierkante kilometer!' Zo groot is de overzichtstentoonstelling van tekenaar Martin Lodewijk (1939) in het splinternieuwe museum Strips! in Rotterdam, dat op 3 september opengaat voor het publiek. Hij overdrijft, maar met 600 vierkante meter is het inderdaad een flinke lap om te vullen. Wat gaat de geestelijk vader van stripfiguur Agent 327, goed voor driekwart miljoen verkochte albums, laten zien? 'Alles! Laat ik het zo zeggen: ik heb vrijwel nooit iets weggegooid, vanaf dat ik vijf jaar was, zeg maar. Het museum laat een overzicht zien, van een brief van weekblad Sjors & Sjimmie uit 1955 tot een pagina die ik een maand terug tekende voor het tijdschrift Brabant Strip.'

Behalve aan beeldverhalen gaat Strips! ook aandacht besteden aan gamedesign en animatie, op een laagdrempelig niveau.

Agent 327. Foto Martin Lodewijk

Strips!

Museum, Wijnhaven 32, Rotterdam. Vanaf 3/9 open voor het publiek. Martin Lodewijk Stripmaker en reclametekenaar, t/m 20/11.

De initiatiefnemers zijn Mark Kleijnen, conservator van het voormalige PTT-museum, dat nu het Museum voor Communicatie heet, en Maartje de Haan, die directeur was van Museum Meermanno in Den Haag, bijgenaamd Het Huis van het Boek. Zij gebruiken hun netwerk om Strips! op een efficiënte manier aan te pakken en hebben deskundige relaties ingeschakeld als adviseur. Zo was Gerrit Zalm niet te beroerd om naar hun begroting te kijken. Kleijnen: 'We willen de basisprogrammering doen zonder structurele subsidie. Onze inkomsten komen uit entreegelden, horeca, evenementen en de museumwinkel.' De Haan vult aan: 'En vergeet de kinderfeestjes niet!'

Om het laatste gaatje in de begroting te dichten is via het platform Crowdaboutnow een bedrag ruim boven het streefbedrag opgehaald, dus met de goodwill zit het wel goed. Je kunt schenken, maar je kunt ook investeren: je krijgt 4 procent rente en hebt je geld binnen vijf jaar terug. Aan de investeringen zijn stripfiguren gekoppeld: Superman is het uithangbordje voor een investering van tien mille.

Kleijnen en De Haan zijn ook vindingrijk waar het gaat om de inrichting. Ze hebben vitrines, consoles, kapstokken, lockers en tafels bij elkaar gesprokkeld en zijn lid geworden van Museumgoed, waar je meubilair kunt lenen of ruilen. Vroeger gooiden veel musea hun spullen weg nadat een tentoonstelling was afgelopen, nu worden die opgeslagen in een grote loods in Amsterdam-Noord.

Een duidelijk verhaal

Striphistoricus Rob van Eijck heeft de catalogus bij de tentoonstelling geschreven. Daarin vertelt Martin Lodewijk: ‘Ik ben ervan overtuigd dat alles in mijn strips goed acteert: mijn tekeningen, mijn lijnvoering, al die dingen... Ik ben geen knappe technicus, ik ben redelijk in mijn lay-outs, ook al is dat niet van de bovenste plank, maar ik vertel op een heel duidelijke manier een verhaal aan het lezerspubliek. Zoiets heb je of je hebt het niet.’

Mark Kleijnen gaat voorzichtig uit van 75 duizend bezoekers per jaar: de havenstad wordt bezocht door 18 miljoen toeristen en de vlakbij gelegen Markthal is een enorme publiekstrekker. Station Blaak is om de hoek, dus aan de bereikbaarheid zal het ook niet liggen.

Maar er is toch al een stripmuseum, in Groningen? Klopt, maar de directeur aldaar, Victor Boswijk, is niet bang voor de komst van een rivaliserend instituut. 'Van Groningen naar Rotterdam is het per openbaar vervoer al gauw drie uur reizen en dat is voor veel mensen een bezwaar. Een tweede stripmuseum zal ons niet veel bijten wat bezoekersaantallen betreft.' Overigens verhuist het Nederlands Stripmuseum in het voorjaar van 2019 naar het Groninger Forum aan de Grote Markt en gaat dan van 1.500 naar 700 vierkante meter. Ter vergelijking: Rotterdam heeft er 2.000 tot zijn beschikking.

Wat is volgens Rotterdammer Martin Lodewijk het belang van Strips! voor zijn stad? 'De omgeving van het museum zit heel erg in de lift. De Wijnhaven wordt bij de binnenstad getrokken en wordt autoluw. Aan de overkant ligt de Willem de Kooning Academie. De Markthal, waar iedere toerist is te vinden, ligt op 200 meter afstand. En laten we niet vergeten: de belangrijkste striptekenaar van Nederland, Marten Toonder, komt uit Rotterdam. Ik eet bijna wekelijks in het Italiaanse restaurantje La Gaetano aan de Prins Hendrikkade; daar om de hoek is Toonder is geboren!'

Door: Joost Pollmann

14. Klassieke muziek: offer van liefde

4 keer het beste van Musica Sacra, het festival voor (semi-)religieuze muziek, theater en dans.

'Offer van Liefde' is het thema van Musica Sacra, het festival voor (semi-)religieuze muziek, theater en dans in Maastricht. Je kunt van alles vastplakken aan zo'n thema, van Jezus' kruisdood tot het 'offer' van de hoeren in de steegjes van Maastricht. Het leuke van Musica Sacra is dat ze die uitersten daadwerkelijk opzoeken. Tussen de hoogmis in de Onze Lieve Vrouwebasiliek en theaterstuk Schaduwliefde, in een voormalig bordeel, zitten allerlei soorten klassieke liefdesoffers. Een keuze.

Tristan en Isolde
Tragisch koppel dat bekend werd in de donkere Middeleeuwen. Het verhaal is vermoedelijk afkomstig uit Keltische contreien. De legende kent honderden varianten, waarvan de meest gangbare is dat Tristan de aanstaande bruid van zijn oom, Isolde, moet ophalen. Onderweg worden de twee smoorverliefd, in sommige versies door een liefdesdrankje. Daar komt natuurlijk gedonder van. De bekendste muzikale variant is de opera Tristan en Isolde van Richard Wagner. De Zwitserse componist Frank Martin schreef Le vin herbé (de kruidenwijn) aan het begin van de Tweede Wereldoorlog als een lichte, anti-Wagneriaanse versie. Dit stuk voor een twaalfstemmig koor, zeven strijkers en een piano wordt in Maastricht uitgevoerd door Studium Chorale en Philharmonie Zuidnederland.

De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Maastricht. Foto Co Zeylemaker

Musica Sacra

Klassieke muziek, 15 t/m 18/9, Maastricht.

Salomé
De centrale figuur in een bijbels gevalletje van Shame and Scandal in the Family. De dochter van Herodes Filippus verleidt haar vader met een dans en vraagt als beloning het hoofd van Johannes de Doper. Haar moeder zou de boze genius zijn achter dit scenario. Al eeuwenlang maken kunstenaars hun eigen Salomé, van Titiaan tot Klimt. Oscar Wilde voorziet Salomé van een perverse belangstelling voor Johannes de Doper. Drs P. zong over Herodes: 'Op zijn verjaardag danste Salomé met zwoele tangopas/En in meer en meer ontklede toestand rond op het terras.' Richard Strauss vereeuwigde haar in een opera. Tijdens Musica Sacra wordt Terry Riley's werk Salomé dances for peace uit 1989 uitgevoerd door het Ruysdael Kwartet. Daarin komt Salomé terug op aarde als vredesengel.

Penelope
Nog zo'n historische femme fatale, maar dan van het brave type. Penelope is de vrouw van koning Odysseus, die oorlog gaat voeren in Troje. Intussen houdt Penelope thuis, op het eiland Ithaka, de wacht. Als haar man lang wegblijft - hij is een jaar of twintig van huis - en het gerucht gaat dat hij dood is, heeft ze de minnaars voor het uitzoeken. Ze houdt hen aan het lijntje door te zeggen dat ze pas zal kiezen als het weefwerkje waaraan ze gestaag werkt, af is. Maar elke nacht haalt ze het weefsel stiekem uit. Claudio Monteverdi en Gabriel Fauré maakten over haar opera's in respectievelijk 1640 en 1913. De hedendaagse componist Roger Carmel schreef in 1981 een werk voor kinderkoor, solisten en ensemble over Penelopes liefdesoffer. Dat beleeft zijn Nederlandse première in Maastricht.

Laila en Majnun
De islamitische Romeo en Julia, oorspronkelijk Arabisch. Hun verhaal werd in de 12de eeuw vastgelegd in een epos door de Perzische dichter Nizami. De vader van Laila ziet Majnun niet zitten als schoonzoon en de twee verliefden kunnen elkaar dus niet krijgen. Tragiek alom. Eric Clapton verplaatste zich in Majnun toen hij zong: 'Layla, you got me on my knees.' Het Mehmet Polat Trio speelt een versie met de ney (oosterse rietfluit), de ud (oosters snaarinstrument) en de kora (Afrikaans snaarinstrument). De Marokkaanse zanger Anass Habib vertolkt het verhaal in de Sint-Servaasbasiliek.

Door: Nell Westerlaken

De Perzische dichter Nizami, die het verhaal van Laila en Majnun vastlegde.

15. Cabaret: het absurdisme wint terrein

Ronald Snijders loopt met zijn nieuwe voorstelling Welke Show opnieuw voorop in het absurdistische cabaret.

Terwijl het geëngageerde cabaret verder in de hoek wordt gedreven, wint het absurdisme terrein op de Nederlandse podia. De waanzin wordt gepresenteerd als logica. Ronald Snijders loopt hierin voorop. Alleen of samen met Fedor van Eldijk maakt hij theaterprogramma's, schrijft hij boeken en vult hij kalenders met maffe kronkels waar meestal geen speld tussen te krijgen is. In Het Parool doet hij het omgekeerde. Daar maakt hij van krantenkoppen (werkelijkheid) poëzie (fantasie). Moeder Natuur, verknipte politici of religieuze fanaten zijn soms in staat om het onmogelijk geachte in werkelijke nieuwsitems te veranderen.

Is het Snijders ook wel overkomen dat zijn fantasie werkelijkheid werd?

'Het is niet mijn ambitie iets absurds te verzinnen dat de werkelijkheid vervolgens kopieert. Ik wil eerder werelden oproepen van een andere logica, waarin het onmogelijke even mogelijk wordt. Ik wil mensen op de kleine schaal van een grapje of op de iets grotere schaal van geloofwaardige radiofictie, tv, kunst of theater op het verkeerde been zetten.

Cabaretier Ronald Snijders. Foto Valentina Vos

Welke Show

Ronald Snijders, première 10/11, De Kleine Komedie, Amsterdam.

'Fedor van Eldijk en ik bedachten ooit de in onze ogen absurde quiz Homo of geen homo, waarbij kandidaten foto's (steeds buiten beeld) van een persoon kregen te zien, en op basis daarvan de vraag kregen: homo of geen homo?

Kandidaat: Homo.

Quizmaster: Inderdaad. Volgende foto. Homo of geen homo?

Kandidaat: Geen homo.

Quizmaster: Fout, wel een homo, kijk we laten de foto even helemaal zien...

Kandidaat: Oooh, ja!'

Jaren later heeft RTL een dergelijk programma gewoon uitgezonden: Herken de Homo.'In mijn vorige theaterprogramma One Man Show (2013) deed ik een reclamespot voor Kaas & Gympen: 'Op zoek naar kaas? Op zoek naar gympen? Kom naar Kaas & Gympen. Met een grote collectie kaas, en gympen.' Bedachte onzin natuurlijk, maar ik kreeg laatst een foto opgestuurd van een dorpje waar langs de kant van de weg zowel jam als gympen werden verkocht.

'Nog voor de hysterie om van ieder denkbaar weertype een alarmerend nieuwsitem te maken, liet ik in mijn voorleesperformance Verkeerde Benen het journaal 'een slachtoffer van de regen vanmiddag' opvoeren: Tjerko Luttikhuizen. 'Tjerko, jij was op straat op het moment dat het begon te regenen daar, het is inmiddels droog, hoe is het nu met je?'

'Nou ja, ik ben nog steeds nat, mijn haar is nat, maar voor de rest gaat het goed, ik heb geluk gehad.'

'Hoe erg was het?'

'Nou ja ik liep op straat, ik had lunchpauze, was even een broodje halen, op dat moment voel ik een paar druppels en voor ik het wist zat ik midden in de bui. Mensen begonnen te rennen, op zoek naar afdakjes, veel mensen heb ik echt nat zien worden, en ook kinderen, en dat is het erge, je ziet ze nat worden en kan er op zo'n moment eigenlijk gewoon niets aan doen.'

'Inmiddels lijkt dit een vrij gangbaar nieuwsitem, maar in 2010 werd hier in het theater nog hard om gelachen vanwege het volstrekt fictieve absurdisme.

'Maar je kunt het zo gek niet verzinnen, de werkelijkheid is natuurlijk veel absurder. In mijn show Nooit Gemaakt uit 2000 liet ik een vliegtuig in een wolkenkrabber vliegen. Wie schetst mijn verbazing?'

Door: Patrick van den Hanenberg

10 jaar VK Beeldende Kunst Prijs

Tien jaar Volkskrant Beeldende Kunst Prijs dat moet worden gevierd! Komend najaar zijn in het Stedelijk Museum Schiedam niet alleen de vijf genomineerden van dit jaar te zien, maar ook werk van de winnaars en publieksfavorieten van de afgelopen negen jaar. Hier alvast een keuze van enkele smaakmakers.

Oogst. Stedelijk Museum Schiedam, 8/10 t/m 22/1.

1. Nathalie Bruys, de winnaar van 2006

Ze was de eerste winnaar van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs, in 2006: Nathalie Bruys. En direct werd duidelijk waarom de prijs überhaupt in het leven was geroepen: om aanstormend talent, met een nog bescheiden oeuvre, een hart onder de riem te steken. Opdat ze nieuwe, ongekende projecten en werk kunnen blijven realiseren. Dat Bruys met nota bene geluidskunst kon winnen, was dus een mooie intentieverklaring. Voor de kunstenaar, archivaris en dj die Bruys is, is geluid sinds 2006 in al zijn verscheidenheid haar onderwerp gebleven, als meditatie, collage of wandeling.

2. Guido van der Werve, winnaar van 2007

Bekijk op YouTube zijn video Nummer acht nog eens een keer en je begrijpt meteen waarom Guido van der Werve winnaar werd van de tweede editie van de VKBK Prijs. Wat je ziet: hoe de kunstenaar als een nietig figuurtje over een oneindige sneeuwvlakte voor een overweldigende opstomende ijsbreker uit loopt. Inderdaad: ijzingwekkend. Van der Werve lijkt met zijn leven te spelen, in het belang van de kunst. Of om de nietigheid van de mens aan te geven, ook goed.

Leuk daarom dat de ondertitel van het werk luidt: Everything is going to be alright. Met zijn werk is dat in ieder geval gelukt: het werd door het Museum of Modern Art in New York aangekocht.

3. Ahmet Ögüt, winnaar van 2011

Je moet het maar durven: om de 'iconische' zeiltocht van de Nederlandse kunstenaar Bas Jan Ader, met een piepklein bootje over de Atlantische Oceaan in 1975 (hij kwam nooit aan), als uitgangspunt voor je eigen werk te nemen.

Ahmet Ögüt deed het en werd zowaar de winnaar van de VKBK Prijs 2011.

Sindsdien trekt de Turks-Nederlandse kunstenaar de hele wereld over. Een mooi, idealistisch voortvloeisel uit zijn reislust is The Silent Academy die Ögüt heeft op-gericht, waar asielzoekers en vluchtelingen hun meegenomen vakkennis etaleren. De academie heeft inmiddels onderdak gevonden in onder meer Londen, Stockholm en Hamburg.

4. Floris Kaayk, winnaar en publieksfavoriet 2014

2014 was een uitzonderlijk jaar voor de VKBK Prijs: voor het eerst was één kunstenaar zowel winnaar als publieksfavoriet: Floris Kaayk. Achteraf begrijpelijk. Kaayk laat zijn verrassende videowerk over medische wonderen en vliegende mensen zowel in het museum zien als op tv en internet en als muziekclip: 'Ik heb toegang tot alle lagen van de bevolking.' Vliegen laat Kaayk niemand meer, maar medische wonderen verricht hij nog steeds. Zoals in zijn project The Modular Body, over door hemzelf gecreëerd leven: Do It Yourself - piepkuiken Oscar.

5. Levi van Veluw, publieksfavoriet 2015

Het was een mooi vervolg: publiekslieveling van 2015, Levi van Veluw, kreeg in hetzelfde jaar een solotentoonstelling in Marres. En wat voor een: met hulp van vrienden en familie verbouwde hij het hele Maastrichtse kunstcentrum aan de Capucijnenstraat tot een spookhuis. Vanaf de voordeur tot aan de achteruitgang doolde je door verduisterde gangen en zaaltjes, verrast en opgeschrikt door rekken vol honderden antracietkleurige, geometrische vormpjes, een gigantische illusionistische toeter en donker water waarin een bureau met stoel dreigden te kapseizen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.