'14 kilometer vlak, dat is wel iets voor mij'

Geen Nederlander heeft de gele trui gedragen sinds Erik Breukink, in 1989. Lukt het Jos van Emden? In de proloog over 14 kilometer is de tijdrijder vandaag een kanshebber.

Jos van Emden tijdens het NK tijdrijden. Beeld null
Jos van Emden tijdens het NK tijdrijden.

Voor de tijdrit

'Ik wil niet alleen maar tijdrijder zijn, ik wil een wielrenner zijn die ook goed kan tijdrijden. Ik hou te veel van competitie, het spel onderweg. Maar ik ben altijd wel liefhebber geweest. Het ziet er fraai uit. Zo'n dicht wiel, dat kleine stuur, die liggende houding. Ik heb er ook het lichaam voor, een beetje het postuur van een zwemmer, 1,86 lang en redelijk breed, dat geeft net wat meer stabiliteit. Dat is ideaal op een vlak parcours, als het hard moet gaan.

'Ik ben atypisch voor het vak. Ik ben niet zo iemand die erop kickt in zichzelf opgesloten te fietsen. Ik ben extravert, ik rij graag met anderen. Ik stap ook liever op de gewone racefiets om te trainen. Op een tijdritfiets moet je eerder remmen, de bochten zijn lastig en voor je zaakje is het ook niet lekker. Voor de Giro heb ik er misschien drie keer opgezeten.

'Ik ben geen materiaalfreak. Net zijn de schelpen op mijn stuur, waar mijn armen op liggen, iets naar achteren geplaatst, meer in de buurt van de ellenbogen. Dat ligt net wat makkelijker. We testen wel eens in de windtunnel. In welke positie kun je lang blijven zitten? Hoe hoog moet je je schouders houden? Veel verder dan dat gaat het niet. De wetenschap laat ik graag aan anderen over. Ik ben geen onderzoeker.

'Je hoort van alles over hoe anderen het doen. Er zijn tijdrijders die een week geen koffie drinken, om dan op het laatst echt een cafeïneshot te krijgen. Ze nemen hun eigen blikjes rijst of tonijn mee en eten voor de wedstrijd precies afgemeten hoeveelheden. Ze volgen een schema voor de warming-up tot op de seconde.

Jos van Emden. Beeld null
Jos van Emden.

'Ik heb moeten ontdekken dat die obsessieve toewijding voor mij niet werkt. In 2010 werd ik Nederlands kampioen en dat lag niet helemaal in de lijn van de verwachting. Ik dacht toen dat ik ook een rol kon gaan spelen in klassementen. Ik ging ook koffie mijden, ik ging afvallen om ook bergop mee te kunnen, ik trainde me suf. Ik werd er doodongelukkig van. In de Dauphiné van 2012 zou ik laten zien wat ik allemaal kon. Ik reed net voor de bezemwagen. Vel over been, krachteloos. Ik was bijna renner af. De ploeg wilde niet verder met me. Ik heb nog net op tijd de knop kunnen omzetten. Gewoon weer doen waar ik me lekker bij voel.

'Voor de wedstrijd verken ik altijd het parcours. Het liefst op de fiets en dan meerdere keren. Na een bocht keer ik vaak om. Ik wil weten met welke snelheid ik die kan nemen en of ik in dezelfde houding kan blijven liggen. Mijn enige ritueel voor de start is muziek. Queens of the Stone Age, Marilyn Manson, dat werk. Harde rock. Je moet op scherp komen te staan.'

Giro d'Italia, 28 mei

Monza. Hij verkent tijdrit van 29,3 kilometer tussen Milaan en Monza vooraf één keer. Hij voelt zich goed na drie weken Giro, hij is wel eens brakker uit een grote ronde gekomen. Even was het schrikken: tijdens het infietsen op de rollen, heeft hij het idee dat hij hard aan te duwen is, totdat hij een blik op de meter werpt: 250 watt slechts. Hij zet zich er snel overheen. Loslaten, zoiets. Het is dag 21 van de Giro, dan moet je het gewoon maar doen met de vorm die je hebt. Om 14.26 uur verlaat hij het podium.

Tijdens de tijdrit

'Hoe moet je de pijn omschrijven? Poeh. Alsof je benen in de fik staan, daar komt het wel op neer. In die zin ben je een masochist. Pijn is fijn. Hoe meer pijn je kunt verdragen, hoe harder je gaat. Je moet het niet negeren. Dan kunnen de benen ontploffen en sta je ineens geparkeerd. Als ik zo hard ga als ik kan, is het na 30 seconden klaar. Eigenlijk moet je nét onder je maximum blijven. Een heel klein gebiedje overlaten. Maar intussen blijven leveren. De pijn mag niet in je hoofd gaan zitten - het idee dat je het niet meer kunt opbrengen, dat je denkt: dit doet te veel zeer. Dan verlies je je focus en is het klaar.

'Als het vlak is, deel ik de race niet in. Ik wil niet nadenken. Ik vertrek gewoon. Boeff! Zodra je je inhoudt, geef je toe. Ik moet het idee hebben dat ik nergens wat laat liggen.

'Ik heb een metertje op het stuur, maar ik kijk er maar af en toe op. Het is meer voor de registratie van de rit, niet voor het moment zelf. Snelheid zegt me niet zo veel, hartslag nog veel minder. Wat kun je ermee? In het rood rijden moet je toch. Ik hoor de tussentijden uit de volgauto. maar voor mij zijn ze niet zo relevant. Vaak rijden de grootste concurrenten toch na mij, in Milaan vertrok ik al als 42ste. Als je hoort dat je 6 seconden achter ligt, denk je echt niet: dat ga ik wel even goedmaken. Zoveel kun je niet versnellen. De kans dat een tussentijd demoraliseert is veel groter dan dat de mededeling je motiveert.'

null Beeld null

Giro d'Italia, 28 mei

Monza - Milaan. Ploegleider Addy Engels klinkt na het eerste meetpunt in zijn oor. 'Je gaat supergoed.' Hij hoort aanwijzingen vanuit de auto. Snelle bocht rechts. Rotonde links nemen. Let op: zo meteen tramrails. Hij denkt nergens anders aan. Kijk uit voor die putten. Blijven zitten. Na de bocht achter een tandje terug: van de 11 naar de 13 of zelfs de 15. Eén keer dwalen zijn gedachten af. Het overkomt hem in de laatste kilometers: hij denkt aan zijn zoontje, hij ziet hem trappelen in zijn bedje. Twee weken voor de Giro is hij geboren, ruim drie weken lang mist hij hem al. Trap maar met mij mee, schiet het door hem heen. Geef mij die kracht maar. 33.08 minuten na het vertrek komt hij over de finish.

Door de lens van Klaas Jan van der Weij

Dit jaar is Klaas Jan van der Weij voor de 28e keer bij de Tour. Hij selecteerde de bijzonderste foto's uit zijn archief.

Na de tijdrit

'In de grote koersen komt degene die de snelste tijd heeft gereden tegenwoordig in de hot seat te zitten. Daar moet je wachten of er nog iemand overheen komt. Voor de tv is het prachtig, maar ik kijk er niet naar uit. Het is meestal letterlijk een hot seat. Je zit in een bloedhete tent. De zon staat erop, binnen branden ook nog de spotlights. Het is niet aangenaam, met zo'n camera direct op je gezicht. Je kunt niet zomaar even in je neus gaan pulken.

'Ik probeer zo veel mogelijk de andere tijden te negeren. Bloednerveus ben ik. Iedereen is nu ineens een potentiële bedreiging. Je weet niet wie er nog komt, je hebt geen 160 man of zelfs meer in je hoofd. Ik acteer nog niet lang genoeg op dit niveau om meteen na de rit te weten of ik op het podium zal staan. Iemand als Tony Martin weet dat misschien, of Rohan Dennis. Ik weet alleen: dit was goed.

'Dat ik dan voor de camera een keer hartgrondig vloek als iemand me toch klopt, daar zit ik echt niet mee. Iedereen snapt dat. Je moet het ook niet opkroppen. Het zou toch wat vreemd zijn als je rustig wegloopt en dan een uur later tegen de bus begint te schoppen. Teleurstellingen moet je kunnen uiten, anders ben je ook niet in staat euforisch te zijn.'

Giro d'Italia, 28 mei

Milaan. De tranen bleven komen, ja. Mooi toch? Echte mannen mogen huilen. Het was ultieme blijdschap, dit was een droom die uitkwam. Het was ook pure frustratie. Zoveel keer was het net niet geweest. Weer tweede, verdomme. En het was de Giro, hè. Zijn koers. Hij heeft er in 2014 zijn vriendin ten huwelijk gevraagd door tijdens een klimtijdrit af te stappen. Een jaar eerder was de ploeg zo dichtbij de eindzege geweest met Steven Kruijswijk. Dat Dumoulin er won, heeft het voor hem alleen maar waardevoller gemaakt. Nee, het heeft zijn eigen prestatie niet overschaduwd. Heel Nederland zat voor de tv, hij heeft veel meer aandacht gekregen door de overwinning van Tom, zo ziet hij het. Weet je wat het allermooiste moment was? Toen Tom over de finish kwam, stuurde hij eerst Van Emdens kant op, om hem te feliciteren. Dan ben je een groot kampioen.

Vandaag, de proloog

'Natuurlijk denk ik al een tijdje aan Düsseldorf, zaterdag. Maar ik ga er ontspannen mee om. Ik heb al een prachtige zege op zak. Ik heb geleerd van de proloog van de Giro vorig jaar in Apeldoorn, die me een beetje naar de keel greep. Ik ben er gevallen, een band liep leeg, maar ik had er niet de snelste tijd gereden, dat weet ik zeker. Maar ik dit weekeinde in het geel? Ik kan me het niet voorstellen, de benen voelen nog niet super. Ik zie Tony Martin of Primoz Roglic, mijn ploeggenoot, meer als favorieten. Maar ik weet ook: 14 kilometer vlak, ja, dat is ook wel iets voor mij.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden