130 arrestaties na bloedbad Odessa met meer dan 40 doden

De politie in de Oekraïense stad Odessa heeft meer dan 130 mensen gearresteerd na de rampzalig verlopen gevechten van gisteravond. Dat is vandaag door de politie bekendgemaakt.

Mensen proberen een gewonde pro-Russische man te helpen. Foto epa

In Odessa werd vgisteravond tijdens gevechten tussen Oekraïense en pro-Russische demonstranten een vakbondsgebouw in brand gestoken. Bij de brand zijn naar schatting veertig personen omgekomen. Sommigen stikten in de rook, anderen kwamen om toen ze in paniek uit het gebouw sprongen.

Het was gisteravond laat onduidelijk wie de brand heeft aangestoken en tot welk kamp de slachtoffers behoren. Eerder op de dag kwamen in Odessa ook al vier personen om bij onlusten. Veertien anderen raakten gewond. De twee rivaliserende groepen bekogelden elkaar met stenen en brandbommen en gingen elkaar met knuppels en ijzeren staven te lijf.

De aanklachten tegen de aangehouden personen variëren van het meedoen aan rellen tot moord met voorbedachten rade.

Volgens de Russische regerering is de 'tragedie van Odessa' de schuld van de regering in Kiev, die onverantwoordelijk regeert en intimiderend zou zijn. De Verenigde Staten hebben er bij zowel Rusland als Oekraïne op aangedrongen om de orde in Oekraïne te herstellen

Militaire operatie

Het Oekraïense leger is vandaag begonnen met een militaire operatie tegen pro-Russische separatisten, ditmaal in de stad Kramatorsk.
Dat heeft de Oekraïense minister van Binnenlandse Zaken Arsen Avakov gezegd. Volgens hem heeft het leger al een televisiestation bezet. 'We zullen niet stoppen', schreef hij op zijn Facebookpagina.

Het Oekraïense leger is sinds gisteren in het oosten van het land bezig met een offensief om gebouwen te heroveren op pro-Russische activisten. Kramatorsk ligt in de regio Donetsk, ongeveer 20 kilometer ten zuiden van de stad Slovjansk.

Brandweermannen evacueren een gewonde man. Foto ap
Foto ap
Een vrouw op de fiets probeert bij Kramatorsk langs pro-Russische rebellen te komen Foto reuters
Meer over