13. Er bestaat misschien wel echt zoiets als een showbizzhomo

Entertainmentexpert Jan Uriot zet het nurture-naturedebat op zijn kop.

Jan Uriot, roddelreporter van Privé, was al langer showbizzkenner op televisie, maar pas dit jaar daalde hij echt in. Dat kwam door de opgeschroefde frequentie van optredens bij Vandaag de Dag en het tragische Half 8 Live!. Ineens wist je: oh crap, Jan Uriot, hij bestaat.


Dat is niet per se een blije ontdekking. Uriot brengt entertainmentbabbels met een urgente tone-of-voice die detoneert met de lichtheid ervan. Dat irriteert een beetje. Maar de echt onaangenaam ruikende waarheid van het bestaan van Jan Uriot: hij is een archetype. De roddelnicht. Hij bestaat dus toch.


Als goedbedoelende heteroseksueel denkt u: dat wisten we toch allang? Maar de homo-emancipatie had ons nou net zo'n lekker eind voorbij de gedachte gebracht dat bij homoseksualiteit een vast, beperkt aantal stereotiepe eigenschappen hoort. Natuurlijk, homo's zijn nog steeds oververtegenwoordigd op de bühne en in het magere meisjes in te strakke jurken wurmen, maar intussen heb je ook, bijvoorbeeld, staatsfinanciële macho Jan Kees de Jager of actiefilmer Tim Oliehoek. Het aantal niet-stereotiepe homo's nam de laatste decennia exponentieel toe. Werp een blik in een homokroeg en je ontwaart weliswaar nog steeds uniform kleedgedrag, maar je ziet eerder een groep brave bergwandelaars dan de aftershavebrigade van vacuümgetrokken T-shirts die twintig jaar geleden domineerde. Opbeurend idee: met toenemende tolerantie zijn homo's minder noodgewongen bijeengedreven in een subcultuur, en daardoor vertonen ze minder eenvormig gedrag. Nog even en homo's zijn net zo divers, onherkenbaar en totaal onopmerkelijk als hetero's. Emancipatie voltooid, hatsekidee.


Maar dan is er Jan Uriot, en lijk je weer terug bij af. Het confronterendste in dit verband is dat Uriot zo ontzettend lijkt op Albert Verlinde - alsof hij als albertverlindekiller op de markt is gebracht door het ontwerpteam van het Telegraaf-huismerk. Die zalvende basstem, dat bijeengedrukte haar, de gelijkmatigheid van de onzinteksten, dat prominent gladde wangoppervlak, die verbaal incontinente tussenwerpsels ('fantastisch, heerlijk') en lichtvoetig bedoelde sneren ('heeft Paul eindelijk weer een miljoen kijkers, knap hoor.'). De overeenkomsten zijn zo talrijk, dat je het gevoel bekruipt dat dit niet eens meer alleen subculturele nurture is, maar deels keiharde nature. Helemaal omdat Uriots dictie andere prominente homo's uit de eeuwige wandelgangen van het DeLaMar Theater channelt: die prominent pruttelende r voor op de tong, die ouderwets horizontale klinkers ('shooobizz', zonder w), die stuivende sh-klank ('shhhooo', tanden nauwelijks gesloten): honderd procent Jos Brink en Wim Sonneveld.


Is Jan Uriot aangeboren? Ongerust sla je de wetenschap erop na. Er is de laatste jaren (waar je dat vroeger nog op 'fascist!!!' kwam te staan) voorzichtig begonnen aan onderzoek naar aangeboren en aangeleerde kenmerken van homoseksuelen. Een bloemlezing uit de voorlopige resultaten: 1) Proefpersonen kunnen vaker dan toeval kan zijn de homoseksuelen aanwijzen in een reeks portretfoto's, 2) ook als aanwijzingen als haardacht uit de foto's verwijderd zijn en 3) zelfs als de proefpersonen alleen ogen of monden te zien krijgen. 4) Ook kunnen mensen relatief vaak correct de homoseksuele stemmen aanwijzen. 5) Dat hoeft allemaal nog niet te duiden op aangeboren homoseksuele eigenschappen, maar 6) Die zijn er wel: 7) Homoseksuele mannen hebben vaker dan heteromannen een even lange of langere wijsvinger dan middelvinger, 8) Er lijkt patroonmatig verschil in vingerafdrukken, 9) Homomannen hebben vaker dan heteromannen een kruin die tegen de klok indraait en 10) Homo's en lesbiennes hebben 50 procent meer kans op links- of dubbelhandigheid.


Laten we vooral geen gehaaste conclusies trekken, IN GODSNAAM!!!1!1!, maar de gedachte dat je al Jan Uriot bent bij geboorte lijkt bepaald niet minder aannemelijk geworden. En ik als homoseksueel zou weleens nauwer aan Uriot verwant kunnen zijn dan mij lief is. Misschien probeer ik wel een inner Uriot te onderdrukken.


En misschien moet ik me daarbij niet zo aanstellen. Dat de mens nauw verwant is aan de bonobo, maakt een mens nog geen bonobo. En bovendien: wat dan nog, als Jan Uriot in mijn kamp zit? Verwantschap is geen reden tot trots, dus ook niet van zelfhaat, want geen prestatie of wanprestatie. En bovendien: jullie hebben Winston Gerschtanowitz.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden