Essay

11 september is nu pas geschiedenis

Op 11 september 2001 ontwaakte het Westen uit zijn zelfgenoegzame sluimer: ineens bleek dat lang niet iedereen wil worden zoals wij. Met de val van Kabul, twintig jaar later, is pas echt doorgedrongen wat dat betekent.

Het tweede vliegtuig staat op het punt de zuidelijke toren van het World Trade Center te rammen.  Beeld AFP
Het tweede vliegtuig staat op het punt de zuidelijke toren van het World Trade Center te rammen.Beeld AFP

De dreiging van een atoomoorlog was voorbij, Nelson Mandela werd vrijgelaten en zelfs Rusland leek een democratie te worden. De gewone man braste mee in een vrolijk volkskapitalisme dat niet alleen welvaart, maar ook permanente vrede leek te brengen. Wie geld wil verdienen, voert geen oorlog. ‘Nog nooit hebben twee landen met een McDonald’s-vestiging oorlog met elkaar gevoerd’, schreef de befaamde columnist Thomas Friedman in 1996 in The New York Times.

De laatste dag van het optimistische tijdperk begon schitterend. De hemelsblauwe lucht boven Manhattan droeg in niet geringe mate bij aan het iconische karakter van de beelden van de vliegtuigen die zich in de Twin Towers boorden.

‘Westen ontwaakt uit droom van eeuwige vrede’, kopte de Volkskrant in de dagen daarna. ‘De vakantie van de geschiedenis is voorbij’, schreef de conservatieve commentator George Will. Van de weeromstuit riep Thomas Friedman meteen de Derde Wereldoorlog uit.

In Nederland was historicus Maarten van Rossem een eenzame, relativerende stem. Het was helemaal geen oorlog, zei hij, en 11 september was geen breuk in de geschiedenis. Hoe afschuwelijk de gebeurtenissen ook mochten zijn, er waren eerder aanslagen gepleegd en die ‘hebben de maatschappelijke orde of de westelijke beschaving geen enkele blijvende schade berokkend’, schreef hij in de Volkskrant.

Van Rossems woorden werden hem destijds niet in dank afgenomen. Ze werden pijnlijk laconiek gevonden, na een terreurdaad die de wereld schokte en bijna drieduizend levens eiste. Toch heeft hij in zekere zin gelijk gekregen. 11 september bleek alleen het begin van een oorlog omdat de VS andere landen binnenvielen. Er volgden geen nieuwe grote aanslagen op de schaal van 11 september. De grootste terreurdaden vonden daarna in Europa plaats: Madrid (2004), Londen (2005) en Parijs (2015). Maar hoeveel leed ze ook veroorzaakten, het leven in de grote stad werd er niet wezenlijk door veranderd. Het terrorisme zal blijven bestaan, als een deprimerende confrontatie met de menselijke laagheid, maar vormt geen strategisch gevaar voor het Westen.

Bij St. Patrick’s Cathedral aan Fifth Avenue kijken mensen geschokt naar het World Trade Center, nadat twee	vliegtuigen zich in de gebouwen hebben geboord.  Beeld AP
Bij St. Patrick’s Cathedral aan Fifth Avenue kijken mensen geschokt naar het World Trade Center, nadat twee vliegtuigen zich in de gebouwen hebben geboord.Beeld AP

Grote klappen

Toch is de wereld na 11 september onherkenbaar veranderd. Voor 11 september geloofde het Westen dat zijn manier van leven zich langzaam maar zeker over de hele wereld zou verspreiden. ‘Onze beschaving wordt mondiaal’, zei de Amerikaanse vicepresident Al Gore in 1994 tegen zijn baas Bill Clinton. ‘Er is een universeel gevoel dat de democratie de uitverkoren vorm van politieke organisatie is en de vrije markt de uitverkoren vorm van economische organisatie.’

Het was een comfortabel gevoel. Uiteindelijk wil iedereen zo worden als wij, Amerikanen en Europeanen. Liberaal, democratisch, kapitalistisch. 11 september was de eerste grote klap waarmee het Westen uit zijn zelfgenoegzame sluimer werd gewekt: een heleboel moslims wilden helemaal niet worden als wij.

In dat opzicht vormden de terreurdaden wel degelijk een breuk in de geschiedenis, maar dat drong in eerste instantie niet tot de Amerikanen door. Na 11 september blaakten ze nog steeds van het zelfvertrouwen. De neoconservatieven onder president George W. Bush geloofden evenzeer in het westerse universalisme als Bill Clinton en Al Gore. Ze deden er zelfs een schepje bovenop. Als de moslimwereld ons model niet wilde accepteren, dan moest het maar gewapenderhand worden opgelegd. Met zijn economische macht, technologische voorsprong en superieure bewapening had Amerika er de mogelijkheden voor, geloofden zij.

‘We zijn nu een rijk. Als we handelen, scheppen we onze eigen werkelijkheid’, zei een hoge ambtenaar in 2002 tegen The New York Times. ‘Met een flinke dosis angst en geweld, en een heleboel geld voor projecten, geloof ik dat we deze mensen kunnen overtuigen dat we hier zijn om ze te helpen’, zei een Amerikaanse luitenant in Irak tegen journalist Dexter Filkins. In de woestijn van Irak en de bergen van Afghanistan spatte deze cocktail van machismo, belangenpolitiek en naïef idealisme uit elkaar.

Daarna kreeg het westers universalisme nieuwe klappen. Precies drie maanden na 11 september, op 11 december 2001, werd China lid van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De stap was voorbereid door president Clinton. ‘Hoe meer China zijn economie liberaliseert, hoe meer het potentieel van zijn bevolking bevrijd zal worden. Als individuen meer macht hebben, niet alleen om te dromen, maar ook om hun dromen te realiseren, zullen ze meer zeggenschap eisen’, zei Clinton. Zijn opvolger Bush formuleerde het bondiger: ‘Wie handel opent, opent ook de geesten.’

Helaas wil ook China maar niet worden als wij. Het handelde en werd rijker, maar ontwikkelde zich onder partijleider Xi Jinping tot een autoritair land waarin burgers geen zeggenschap eisen, maar zich ogenschijnlijk zonder veel morren onderwerpen aan een systeem van ‘sociaal krediet’, waarin de staat punten uitdeelt voor goed gedrag.

Het is zelfs de vraag of wijzelf nog wel willen zijn als wij. De belangrijkste bedreiging van de liberale democratie komt niet van terreurnetwerken van buitenaf, maar van het populistische nationalisme van binnenuit. In Europa wordt de liberale democratie ondergraven door Polen en Hongarije, in Amerika werd het Capitool bestormd door een uitzinnige meute, opgehitst door een president die een democratische verkiezingsnederlaag niet wilde accepteren. De discussies die na 11 september werden gevoerd over de ‘oorlog tegen terrorisme’ doen inmiddels merkwaardig gedateerd aan: 11 september is allang overschaduwd door 6 januari, Osama Bin Laden door de QAnon-sjamaan.

11 september was het begin van het einde van de illusie dat het Westen zijn model aan de rest van de wereld kon opleggen. De dramatische val van Kabul was het einde van het einde. Nu de cyclus voltooid is, resteren de moeilijke vragen.

Afscheid van het universalisme?

Moet het Westen afscheid nemen van zijn universalisme? In Frankrijk verzette de extreemrechtse journalist Éric Zemmour zich tegen de komst van Afghaanse vluchtelingen. ‘De eeuwige bewonderaars van de Ander zetten ons al onder druk om nieuwe bootvluchtelingen te laten komen. We moeten ons niet laten beetnemen door de hersenschimmen van een vals humanisme. Wij hebben niks te zoeken bij de Afghanen en de Afghanen hebben niks te zoeken bij ons’, zei hij in Le Monde. Het is een antwoord op het echec van het universalisme: baas in eigen land en de rest zoekt het maar uit.

Maar universalisme ligt diep verankerd in ‘onze’ cultuur, gevormd door christendom en Verlichting. Als we ons niet meer druk maken over mensenrechten, ons niet meer verbonden voelen met mensen die het minder goed getroffen hebben, dan geven wij een deel van onszelf op. Niettemin dwingt de geschiedenis van 11 september tot bescheidenheid. Liberale democratieën opereren in een chaotische wereld, omgeven door vijandige machten waarop zij slechts een beperkte invloed hebben. Ze kunnen ijveren voor mensenrechten, druk uitoefenen met hun economische macht, een ruim quotum aan vluchtelingen opnemen, maar uiteindelijk stuiten ze op de grenzen van Russische, Chinese en andere invloedssferen waar ze weinig te vertellen hebben.

In dat licht moet de Amerikaanse politiek tegenover China met wantrouwen worden bezien. De VS hebben hun belangstelling voor de oorlog tegen terrorisme al geruime tijd verloren en zijn alweer verder getrokken, naar de rivaliteit met China. De rest van de wereld wordt aangemoedigd zijn aandacht te verleggen van de oorlog tegen terrorisme naar de oorlog tegen de Chinese hegemonie, schreef de Pakistaanse romancier Mohsin Hamid in de Financial Times. ‘Ik zou suggereren dat we gepast sceptisch blijven, terwijl we nauwlettend volgen hoe het rampzalige debacle in Afghanistan zich ontvouwt’, schreef Hamid.

De opmars van het autoritaire China is zorgwekkend, maar het is onduidelijk wat de Amerikanen eraan denken te doen. Gaan ze weer zelf hun iPhones solderen? Zullen ze Taiwan verdedigen, terwijl ze Afghanistan zo achteloos hebben verlaten? Bovenal: zullen ze een verstandig Chinabeleid voeren, nadat ze zich twintig jaar lang door de oorlog tegen terrorisme hebben geblunderd? De inzet is vele malen hoger: de Chinezen hebben geen bermbommen, maar kernbommen. Ook Europa moet zijn Chinabeleid doordenken en zich niet alleen laten leiden door de wens zo veel mogelijk Duitse auto’s en andere producten te verkopen. Maar het moet zich niet laten meesleuren in een nieuw heilloos avontuur van de VS.

Veiligheid bieden

Nu de illusies van het universalisme zo ondubbelzinnig aan het licht zijn gekomen, zal het Westen zich defensiever moeten opstellen en zijn eigen manier van leven moeten verdedigen, alvorens het kan denken aan de export daarvan naar andere landen. Dat begint bij orde op zaken stellen in eigen huis, schrijft de Amerikaanse hoogleraar internationale betrekkingen G. John Ikenberry in zijn recente boek A World Safe for Democracy.

Het Westen was op zijn sterkst tijdens de Koude Oorlog, toen het een ‘veiligheidsgemeenschap’ vormde die haar burgers niet alleen beschermde tegen het communisme, maar ook tegen de grillen van de markt. Dat veranderde na de val van de Muur, aldus Ikenberry. ‘Het liberale internationalisme werd grotendeels een neoliberaal project gericht op het uitbreiden van het marktkapitalisme’, schrijft hij. ‘Als het in de 21ste eeuw relevant wil blijven, moet het terugkeren naar zijn wortels.’

Het Westen zal zijn burgers veiligheid moeten bieden door immigratie te reguleren, ongelijkheid te verkleinen en het gevoel van miskenning bij veel lager opgeleide burgers weg te nemen. Dat is geen gemakkelijke opgave, maar nog altijd een stuk gemakkelijker dan de export van westerse waarden naar Irak of Afghanistan.

11 september maakte een einde aan het optimistische tijdperk, maar westerse leiders ploeterden nog lange tijd voort in het spoor van de universalistische hoogmoed. Pas na de val van Kabul kan de wereld na 11 september echt beginnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden