100

Bij de beste 100 spelers van de wereld horen, dat telt in de sport. Het lukte Britt Eerland vlak voor de WK. In Tokio maakt de tafeltennisster nu furore.

'Hé, ik kan tafeltennissen', dacht Britt Eerland. Toetreden tot de top-100 voelt als een brevet van bekwaamheid. Wie een positie lager staat, voelt niets; stijg een plekje en erkenning en zelfvertrouwen komen aanwaaien. In het geval van Eerland betaalt het zich meteen uit, bij het WK voor landenteams in Tokio speelt ze deze week een cruciale rol, als enige Nederlandse won ze maandag en dinsdag al haar wedstrijden.


Er zijn veel sporten waar de wereldranglijst er nauwelijks toe doet, zoals in het schaatsen of roeien; in andere sporten wordt het toetreden tot de top-100 gezien als een mijlpaal. Dat laatste geldt ook voor tafeltennis. Sinds een paar weken bezet de 20-jarige Eerland plaats 100 van de wereldranglijst. En ja, dat is een groot verschil met een plaats 101. 'Want', zegt Eerland, 'ik krijg meer respect van mensen en meer aanbiedingen voor hulp van collega's. Ik kan nu zeggen: ik sta hier en kijk wat ik heb bereikt!'


De waarde van het halen van de top-100 in het tafeltennis is vergelijkbaar met de status van de ranglijst in het tennis, zegt tafeltennisbondscoach Elena Timina. De voormalig international kan het weten. Toen het haar zelf lukte, werd ze uitgebreid gefeliciteerd. 'Maar twintig jaar geleden was het makkelijker, tegenwoordig bestaat zo'n tweederde van de ranglijst uit Aziaten omdat de sport daar in de breedte is gegroeid, wat de concurrentie groter maakt. Daardoor is de prestatie van Britt echt knap.'


Het bereiken van die top-100: het was al jaren een doel. Maar denk niet dat Eerland elke week fanatiek de ranglijsten bekeek. Ze durfde nooit. 'Als ik er te vaak mee bezig was ging ik stressen', vertelt Eerland. Tot haar wedstrijden beter gingen en ze merkte dat de magische grens steeds dichterbij kwam. 'Dan zie je plotseling dat je precies honderdste staat. Toen vroeg ik me wel af: hoort dat dan bij de top-100, of niet?', aldus Eerland.


Buiten de tafeltenniswereld is niet altijd iedereen even enthousiast over het bereiken van de mijlpaal. Kenners uit de sport zijn louter positief.


De nieuwe status van Eerland geeft kans op een betere loting. Het komt haar prestaties ten goede omdat ze minder wedstrijden speelt en de vermoeidheid dus pas later toeslaat. Een plaats bij de top-100 van de wereld betekent dat ze voor sommige toernooien automatisch is geplaatst voor het hoofdtoernooi.


Voor Eerland veranderde het ook haar positie in het Nederlands team, vertelt ze. 'Eerst was het: trainen, mond houden, doorgaan. Sinds ik een basisspeler ben is er meer overleg.'


Die erkenning is veel waard voor de atlete die in het verleden worstelde met de mentale druk. Eerland is de jongste speelster van het Nederlands team en staat al sinds ze in 2010 op haar zestiende Europees jeugdkampioen werd te boek als het grote talent, de opvolgster van Bettine Vriesekoop. Eerland: 'Ik heb moeite gehad met de overstap van de jeugd naar de senioren. Eerst ben je een van de besten van Europa, dan ineens nummer 200.'


Een jaar geleden leerde Eerland op pijnlijke wijze dat ze nog stappen moest maken. Bij een woedeaanval na een verloren wedstrijd brak ze het middenhandsbeentje in haar rechterhand en miste daardoor het WK. 'Emotionele uitbarstingen' noemde ze het. Ze heeft zichzelf tegenwoordig beter in bedwang. Maandag versloeg Eerland bij het WK voor landenteams de nummer 15 van de wereld. Na drie partijen is ze in Tokio nog ongeslagen.


Pas als het WK voorbij is, zal Eerland haar nieuwe positie op de wereldranglijst vieren. Maar als het aan Timina ligt wordt er niet al te lang bij stilgestaan. De coach kijkt liever vooruit dan dat ze stil blijft staan bij wat al bereikt is.


Timina vergelijkt Eerland met Li Jie, de Nederlandse van Chinese afkomst die op het hoogtepunt van haar carrière de 21ste plaats op de ranglijst bezette. Timina: 'Als Britt hard blijft werken en nog beter haar emoties in bedwang houdt, zou het mij niets verbazen als ze net zo goed wordt.'

Taco Remkes

Het was in 2009, vroeg in het seizoen. Voor golfer Taco Remkes (29) pas zijn tweede jaar als 'pro'. 'Ik zag die wereldranglijst en dacht: o, dit wordt serieus. Nu kunnen we stappen maken.' Dat is wat toetreden tot de top-100 doet. Het geeft bevestiging en maakt gretig.


Stappen maakte hij niet. Remkes ging slechter spelen, raakte flink geblesseerd en 'zakte als een baksteen'. Twee jaar later stond zijn naam nog net bij de eerste duizend van de wereld. 'Ja, dan hou je je niet meer bezig met een wereldranglijst. Dat doe je alleen als het goed gaat.'


Het is niet zo dat hij dat daarvoor wel fanatiek deed. Die top-100 halen is leuk. Er volgen in de golfwereld geen felicitaties van collega's, maar er verandert wel wat. Remkes kreeg de kans om andere toernooien te spelen en plotseling stelt iedereen zich voor. Bovendien: kunnen zeggen dat je bij de beste 100 van de wereld hoort, in een sport als golf, dat is wel wat. 'Maar uiteindelijk is de top-50 de echte grens die je wilt passeren.'


De elitespelers mogen automatisch de vier majorwedstrijden spelen. 'Zij hebben niet te maken met een cut, dus haal je sowieso het weekeinde en zelfs als je laatste wordt in zo'n toernooi pak je nog 30 duizend euro aan prijzengeld', aldus Remkes. Dat is belangrijk in het golf, waar wordt gewerkt met speelrechten, die weer zijn gebaseerd op het totale prijzengeld.

Jesse Huta Galung

'Als je er eenmaal staat, verandert er niks. Je krijgt geen miljoen op je bankrekening. Het is gewoon een nummertje, dat besef je. Maar het is ook het begin van wie weet wat meer.' En dus noemt Jesse Huta Galung (28) het bereiken van de top-100 iets magisch, een mijlpaal. Zoals al zijn collega-tennissers.


Robin Haase ging destijds stappen, anderen trakteren zichzelf op een cadeau en Huta Galung nam zijn dierbaren mee uit eten naar zijn favoriete Bourgondische restaurant. 'Dat stappen is niet voor mij weggelegd.' Maar het toetreden tot de top-100 moet gevierd worden. Het is namelijk iets waar Huta Galung jaren over deed, al vanaf het begin van zijn carrière. Het duurde relatief lang, vindt de tennisser. Het lukte hem een seizoen geleden, op zijn 27ste. 'Al zijn de meeste tennissers in de top-100 van mijn leeftijd.'


Wie de eerste honderd van de wereld bereikt, hoort bij 'the big boys', aldus Huta Galung. En voor deze grote jongens is het tennissen net even makkelijker. Dan word je rechtstreeks toegelaten tot grandslamtoernooien en ATP-toernooien. 'Aan de ene kant is het handig je niet te veel met de lijst bezig te houden, een hoge ranking is het gevolg van het winnen van wedstrijden, dus kun je je beter daarop richten. Aan de andere kant word je erop afgerekend voor het deelnemen aan wedstrijden.'


In februari viel de tennisser weer uit de top-100. Het maakt voor Huta Galung zijn oude doel weer tot nieuw doel. 'Ik wil zo snel mogelijk terug.'

Janneke Ensing

Het valt even stil aan de andere kant van de telefoonlijn, gevolgd door wat gestamel. Nee, Janneke Ensing wist niet dat ze de top-100 nadert. Sterker nog, de 27-jarige wielrenster die momenteel plaats 110 bezet op de wereldranglijst weet niet eens of ze er ooit in heeft gestaan.


In het wielrennen wordt er niet gepraat over ranglijsten. Respect dwing je af met een goed wedstrijdresultaat. Win een mooie klassieker, fiets naar het podium bij een wereldbekerwedstrijd, dan tel je mee. Als er in de sport van Ensing naar ranglijsten wordt gekeken, gebeurt dat door ploegen en wedstrijdorganisaties.


De eerste acht ploegen met het hoogste puntentotaal in de gelederen zijn verzekerd van een uitnodiging voor de belangrijkste internationale wedstrijden. 'Daarvoor worden vaak ook alle kosten rondom een wedstrijd betaald', aldus Ensing. Daarom stelt ze zichzelf alleen als doel goede klasseringen te behalen. 'Dan krijg je UCI-punten en kun je vervolgens meer geld vragen bij een ploeg.'


Maar dat deze punten een direct verband hebben met de stand van de wereldranglijst, dat wist Ensing dan weer niet. En of ze de ranglijst vanaf nu wel in de gaten houdt? Nee, ook dat niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden