100 miljoen pitten van porselein

Londen Waarom de inmiddels honderden, misschien wel duizenden bezoekers daar zitten en liggen? Alsof het een picknick is op een gigantisch overdekt kiezelstrand, in een buitenformaat grote bak met schelpen. In de Turbine Hall van Londense Tate Modern is elk jaar weer een kunstwerk te zien dat verbazing oproept.

Waar karrenvrachten mensen heen gaan vanwege het spektakel. Een paar roestvrij stalen glijbanen; een ondergaande zon van kunstlicht; een kunststof toeter van meer dan honderd meter lengte. In dat rijtje is het 'kiezelstrand' van de Chinese kunstenaar Ai Weiwei eerst een lichte teleurstelling. Totdat je dichterbij komt en met je schoenen op het 10 centimeter dikke tapijt van steentjes staat.


Het zijn namelijk geen steentjes, maar porseleinen zonnebloempitjes. Welgeteld 100 miljoen. En ze blijken allemaal, een voor een, met de hand te zijn beschilderd. Drie donkere streepjes op beide kanten. Uitgevoerd door een heel dorp Chinezen, ongeveer 1.600 man, onder wie ook familie van de kunstenaar. Ze zijn er maanden mee bezig geweest. Gekkenwerk natuurlijk. Je snapt er geen fluit van. Dat je zoveel mensen zo lang iets zo arbeidsintensiefs kan laten doen.


Maar Ai Weiwei houdt van dit soort mammoetprojecten, en van traditie. De regio waar hij de zonnebloempitten liet maken kent een lange geschiedenis van porseleinproductie. Al sinds het oude keizerrijk. Daarbij heeft ook de zonnebloempit een verleden: de grote roerganger Mao liet zich er graag mee afbeelden. Het maakte hem tot de Zon.


Komt bij dat Ai zich als kunstenaar graag inzet voor werkverschaffing. 'Iedereen was hier bankroet', legt hij uit in een begeleidende videoboodschap. 'Dit project brengt alle inwoners weer werk en inkomen.' Het maakt van het kunstwerk, buiten zijn artistieke waarde, ook tot een project van economische betekenis.


Het dagloon werd uitgekeerd per kilo beschilderde pitten.


De economische en sociale motieven van Ai zijn niet verwonderlijk. Als zoon van de kritische dichter Ai Qing, begon hij in de vroege jaren negentig met het maken van provocatieve kunst. Zoals foto's waarop te zien is dat hij zijn middenvinger opstak op het Plein van de Hemelse Vrede, of voor het Witte Huis. Hij richtte alternatieve expositieruimten op in China. En gaf kritiek op de uitverkoop van Chinees erfgoed ten gunst van de import van westerse consumptieartikelen. Omstreden of niet, Ai ontwierp wel, samen met het Zwitserse architectenbureau Herzog & de Meuron, het Olympisch Stadion, het 'vogelnest', voor de Spelen in Beijing.


Culturele uitwisseling met behoud van de eigen geschiedenis is de slogan van zijn werk. Het werk in Londen is daarvan een overtuigend bewijs.


Porseleinen zonnepitten, je zou er haast je tanden inzetten. Goed dat Ai Weiwei dat ontraadt. En meenemen mag ook niet, zegt hij. Straks worden ze weer allemaal ingepakt, om ergens anders te worden uitgestrooid.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden