1. Techniek maakt ons bang

Google Glass, stofzuigrobots, zelfsturende auto's - soms gaat de techniek zo snel vooruit dat het gevoel je bekruipt dat ze ons overneemt. Maar waarom schieten we eigenlijk zo in de stress? Is techniek niet ook iets natuurlijks? Is ons lichaam niet allang vertechniekt? En is dat niet gewoon geweldig nieuws? Onze bepaald roerige verhouding tot het technologische, in vijf diepgravende delen.

Op pagina 241 van De Cirkel stuurt de Amerikaanse schrijver Dave Eggers zijn jonge protagonist Mae Holland in haar dooie uppie het water op. Het is nacht en Mae zit in een kajak; kajakken is haar hobby, maar sinds ze bij de Cirkel werkt, het machtigste internetbedrijf ter wereld, heeft ze er nauwelijks meer tijd voor. De wind is zwak, het water kalm. Mae voelt zich deze nacht sterker en krachtiger dan ooit. Ze is één met de natuur. De maan, bijna vol, hult alles in stralend zilver: het water, de boot, de zeehond die opeens opduikt.


Mae vaart naar een eilandje, beklimt een rots en gaat zitten, met haar gezicht naar het zuiden waar ze de lichtjes, de bruggen en de lege, zwarte heuvels kan zien die de baai van de Stille Oceaan scheiden. 'Aan de overkant van de zilverkleurige baai zag ze een paar vogels, blauwe of zilverreigers, laag naar het noorden glijden en zo zat ze een tijdje voor zich uit te dromen. Ze kon er alleen maar naar raden, naar wat zoal leefde in het diepe water om haar heen, doelbewust voortbewegend of doelloos ronddrijvend, maar ze dacht nergens erg lang over na.'


Het zullen de laatste uren van haar leven zijn die ze alleen en onbespied in de natuur doorbrengt.


Mae wordt betrapt door de camera's die de Cirkel overal heeft laten ophangen en wordt bij de hoogste baas op het matje geroepen, een joviaal, Steve Jobs-achtig type dat Eamon Bailey heet en er altijd uitziet alsof hij net onder de douche vandaan komt. Ze moet zich verantwoorden, niet zozeer omdat ze midden in de nacht zonder toestemming een kajak het water in heeft gesleept, maar vooral omdat ze dat IN HET GEHEIM deed. Omdat het niet haar bedoeling was iemand over haar heerlijke, nachtelijke tochtje te vertellen. Omdat ze haar ervaringen in de boot voor zichzelf hield en er niets over op internet heeft gezet, geen foto's of filmpjes, geen verslagje; niks.


Het kost Eamon Bailey weinig moeite Mae ervan te overtuigen hoe egoïstisch dat was, en hoe fout het überhaupt is om geheimen te hebben. Hij legt haar uit dat geheimen liefdes ontwrichten en asociaal, immoreel en destructief gedrag mogelijk maken. Hij vraagt haar of ze ook niet denkt dat het beter zou zijn als iedereen altijd door iedereen kon worden bekeken. 'We zouden een nobeler leven leiden. Wie zou iets onethisch, immoreels of onwettigs doen als hij wist dat hij werd bekeken? Als zijn illegale overboeking getraceerd werd? Mae, op die manier zouden wij eindelijk worden gedwongen ons beste ik te zijn. Over de hele wereld zou een fenomenale zucht van opluchting worden geslaakt: eindelijk, eindelijk kunnen we goed zijn. In een wereld waarin slechte keuzes niet meer bestaan, kúnnen we niet anders dan goed zijn. Kun je je dat voorstellen?'


Mae kan het zich heel goed voorstellen. Uiteindelijk formuleert ze, met Eamon Bailey, drie slogans die als drie 'waarheden' het bedrijf in zullen gaan: 1. Geheimen zijn leugens; 2. Delen is mee-leven; 3. Privacy is diefstal.


De Cirkel verscheen eind vorig jaar en vormt het voorlopige sluitstuk van een reeks dystopische romans; romans die een gruwelijke samenleving schetsen waarin geen normaal mens zou willen leven. Wij van Jevgeni Zamjatin, De dag der dagen van Ira Levin; 1984 van George Orwell; Brave New World van Aldous Huxley: allemaal schetsen ze werelden waarin privacy niet meer bestaat, waarin de techniek de regie heeft overgenomen van de mens en waarin die mens zich gereduceerd ziet tot passief en willoos radertje dat volgzaam meedraait in de grote wereldmachine.


Vaak is die wereldmachine afschrikwekkend, zoals in 1984 van George Orwell, waar Winston Smith vanuit zijn flatgebouw Victorie uitzicht heeft op gebombardeerde buurten met houten hutjes waar stof van pleisterkalk door de lucht dwarrelt, die scherp contrasteren met het glanzend witte Ministerie van Waarheid. Ook in 1984 zetten drie slogans, aangebracht op de muur van het Ministerie, de toon: 1. Oorlog is vrede; 2. Vrijheid is slavernij; 3. Onwetendheid is kracht.


Maar soms valt het met die afschrikwekkendheid reuze mee - wat de dystopie alleen maar griezeliger maakt.


'Mijn god, dacht Mae. Dit is het paradijs', luidt de eerste zin van De Cirkel, en bij de beschrijvingen die erop volgen, loopt het water je inderdaad in de mond. De hemel is altijd strakblauw, de zon schijnt stralend, overal is lekker eten, alle gebouwen zien er prachtig uit en iedereen die bij de Cirkel werkt is jong, knap en gezond. Alle mensen hebben voor al hun transacties één account, met één gebruikersnaam en één wachtwoord, en niemand ter wereld kan op internet meer anoniem zijn gluiperig gestook kwijt.


Kom maar op met dat bedrijf, denk je soms tijdens het lezen, of je wilt of niet; en heeft Eamon Bailey niet gewoon gelijk als hij zegt dat geheimen in intieme relaties behoorlijk ontwrichtend werken?


In de inleiding van zijn vorige week verschenen bloemlezing Een stok om mee te denken haalt filosoof Coen Simon een fijn zinnetje aan van zijn Duitse collega Helmuth Plessner (1892-1985). De mens is van nature kunstmatig, luidt het zinnetje. 'De mens is nooit zonder technische middelen in de wereld geweest', schrijft Coen Simon. 'We zijn niet pas sinds de supercomputers, de pacemaker, de kunstheup of de bril een cyborg: half mens, half machine. Vanaf de eerste stok die werd opgeraapt om mee te slaan werd techniek onze tweede natuur. En met zijn kunstmatige natuur wordt de mens bij iedere nieuwe techniek ook een ander mens, in een andere wereld.'


Zolang mensen bestaan, bestaat techniek; zolang techniek bestaat, hebben mensen zich tegen die techniek verzet.


Vandaag de dag gaat het debat vooral over te vergaande inbreuken op de privacy. Die specifieke discussie is tamelijk nieuw, wat logisch is, aangezien het hele concept 'privacy' nog niet zo lang bestaat. Maar achter het debat zit een eeuwenoud mechanisme, dat van het verzet tegen de vooruitgang. Verzet dat soms wel en soms niet terecht blijkt en dat deels te maken heeft met angst voor het onbekende; vooruitgang betekent immers een enkeltje onbekend terrein. De Canadese mediawetenschapper Marshall McLuhan bedacht in de jaren zestig de metafoor van het 'achteruitkijkspiegeldenken': de mensheid scheurt weliswaar naar voren, over de snelweg, maar kijkt daarbij voortdurend in de achteruitkijkspiegel - die hem laat zien waar hij vandaan komt, en niet waar hij naartoe gaat.


In de Oudheid was de vernieuwingsdrift niet erg groot en het verzet ertegen dus evenmin. De Middeleeuwen werden gedomineerd door de wetten van de Bijbel, die leerde dat de mens vóór de zondeval in de prettigst denkbare omstandigheden had geleefd, namelijk in de tuin van Eden waar de aanlokkelijkste bomen stonden, volgeladen met heerlijke vruchten. Had de mens nooit van de boom van de kennis van goed en kwaad gegeten, dan was technische vernieuwing, op wat voor gebied ook, volslagen overbodig geweest.


Begin 16de eeuw werd in Dantzig de ontwerper van een primitieve weefmachine gedood door een horde woeste arbeiders. In Engeland probeerde Lord Byron drie eeuwen later een wetsvoorstel tegen te houden dat het invoeren van de doodstraf mogelijk maakte voor textielarbeiders die zich tegen de voortschrijdende techniek keerden en fabrieksmachines kapotmaakten, de zogeheten Luddites. 'Luddite' zou uitgroeien tot soortnaam voor types die zich afzetten tegen technologische vernieuwingen.


Dergelijk verzet tegen de gevolgen van de industriële revolutie was gedreven door puur praktische overwegingen: als machines het werk overnamen van mensen, wat moesten die mensen dan nog?


Maar naast praktisch verzet laat de geschiedenis ook zoiets als 'gevoelsverzet' zien. Waar de praktische verzetter spinmachines in het water smijt of de uitvinder van alweer een nieuw, verderfelijk apparaat lyncht, zet de gevoelsverzetter zijn onbehagen nog wel eens om in iets moois: een schilderij, een symfonie, een film - of een dystopisch boek.


Kunst is het soms indrukwekkende, maar altijd machteloze antwoord van de alfa op de kalmpjes dooruitvindende, machtige bèta.


In Je moet je leven veranderen (2009) beschrijft Peter Sloterdijk, Duits filosoof, de eeuwige spanning tussen de 'neofiele' instelling van het individu - dat 'omhoog' wil, verder wil, zich wil verbeteren - en de 'neofobe' reactie daarop van de samenleving, de groep. De evolutie brengt, in de woorden van Sloterdijk, een 'continuüm van levensvormexperimenten op steeds hogere niveaus van gestabiliseerde onwaarschijnlijkheid' tot stand; en de standaardreactie op het zichtbaar worden van die extra onwaarschijnlijkheid is er een van onvoorwaardelijke afwijzing.


'Aan hun gebruikelijke oppervlakte zijn alle oude culturen, vanaf de vroege vormen van het paleolithicum, conservatiever dan conservatief', schrijft Sloterdijk. 'Ze lijken doordrongen van een viscerale vernieuwingsvijandigheid, waarschijnlijk omdat ze al tot aan de grens van hun vermogens in beslag worden genomen door de taak hun bewuste inhouden, hun symbolische en technische conventies op een constant peil over te dragen op de volgende generaties.'


Schrijfster Margaret Atwood verwoordde het tijdens de Nexusconferentie van 2012 net even wat lekkerder, toen ze vertelde dat ze was opgegroeid in de bossen, waar mensen hun eigen auto konden repareren. Nu slaagde ze er zelfs niet meer in een kapot broodrooster weer aan de praat te krijgen, zei ze; met dank aan de onnavolgbare digitale onderdelen.


Controle is het sleutelwoord. Nieuwe ontwikkelingen: leuk! Maar graag wel met behoud van het oude en vertrouwde. Daarom eindigen revoluties meestal in een situatie die verdacht veel leek op de eerdere, en krijgen nieuwe uitvindingen in eerste instantie een uiterlijk mee dat lijkt op iets bestaands: de eerste auto's leken op koetsen, de eerste formica die begin vorige eeuw werd geproduceerd, was bedrukt met een houtnerfmotief.


Wie het gevoel heeft dat hij niet langer de controle heeft over de dingen, kan gemakkelijk in paniek raken. Producenten weten dat heel goed en bouwen elementen in die de consument op zijn gemak moeten stellen. Wie op zijn smartphone een appje downloadt, ziet een balkje in beeld verschijnen dat langzaam blauw wordt. De laptop, de dvd, de magnetron: ze zenden voortdurend geruststellende signalen uit.


Stil maar, wacht maar, alles wordt wel nieuw, maar het komt heus goed.


De aartsvader van alle gevoelsverzetters is de in Zwitserland geboren Franse schrijver/componist/filosoof Jean-Jacques Rousseau, geboren en gestorven in de periode waarin wetenschap en techniek hun belangrijkste ontwikkelingen doormaakten: de 18de eeuw, het tijdperk van de Verlichting.


In 1750 loofde de Academie van Dijon een prijs uit voor het beste antwoord op de vraag hoe heilzaam de kunsten en wetenschappen waren voor de mensheid. Rousseau, zelf kunstenaar en wetenschapper en nauw betrokken bij de totstandkoming van de Encyclopédie van zijn toenmalige beste vriend Denis Diderot, een omvangrijk project waarin alle kennis van alle tijden een plek moest krijgen, bedacht een antwoord dat opvallend indruiste tegen de rationele geest van die tijd: hij schreef dat wetenschap en kunst de mensheid niet hadden bevrijd van de gevaren van het leven in de vrije natuur, maar de mens daarentegen in zijn vrijheid verstikten; hij stelde dat mensen beter af waren toen ze nog niet waren bedorven door de perverse en decadente genietingen van de beschaving.


Met zijn Discours sur les sciences et les arts won Rousseau de prijs. Hij zou in zijn werk vanaf dat moment voortborduren op de gedachte dat de mens van nature goed is, en dat nog steeds zou zijn, als hij het niet in zijn arrogante hoofd had gehaald dat hij metalen moest bewerken, landbouw moest bedrijven, kortom: zichzelf en zijn omgeving op alle mogelijke manieren moest civiliseren.


Rousseau luidde met zijn opvattingen de Romantiek in en zijn 'terug naar de natuur'-credo geldt ook tweeënhalve eeuw later nog altijd als passende reactie op de alleen maar complexer wordende technologische vernieuwingen. De behoefte aan rust en natuur klinkt door in de stiltemuziek van de Duitse pianist Nils Frahm, in de populariteit van de boerenmarkt en biologisch eten, in de enorme vraag, op alle denkbare terreinen, naar 'echt' en 'authentiek'.


Er loopt een rechtstreeks lijntje van de 18de-eeuwse Rousseau via de Amerikaanse 19de-eeuwse essayist Henry David Thoreau naar de 20ste-eeuwse film Into the Wild van Sean Penn. Hoofdpersoon John 'De Wilde' uit Huxleys Brave New World (1932), strijder tegen de geciviliseerde wereld, is een achterachterachterkleinkind van Rousseaus 'nobele wilde'. En in De Cirkel hoor je Rousseaus echo in de woorden van de vriend die Mae probeert duidelijk te maken hoe onecht haar omgeving is: 'Jullie bij De Cirkel scheppen een wereld waarin er altijd daglicht is en ik denk dat we daar levend door zullen verbranden. Er blijft geen tijd over voor reflectie, voor slaap, voor afkoeling. Als je dit leest ben ik uit beeld en ik verwacht dat meer mensen mijn voorbeeld zullen volgen. We duiken onder, we wonen ondergronds, in de woestijn en in de bossen.'


De lijst films en boeken waarin de ware mens in de natuur tegenover de nepmens in een nepomgeving wordt geplaatst, is eindeloos. Maar wat er zou gebeuren als de mens echt terug zou moeten naar de natuur, naakt en weerloos en met niet eens een stok om een wild dier mee dood te slaan: geen zout, peper of een lekker sausje om dat wilde dier een beetje mee op smaak te brengen; geen wijn om het vlees in te stoven en geen warm dekbed om zich daarna behaaglijk in te rollen: daarover zou je best wat vaker een fraaie dystopie willen lezen.


MENS EN TECHNIEK

'Mens & Techniek' is het thema van de Maand van de Filosofie. In Nederland en Vlaanderen wordt de hele maand april op allerlei plaatsen aandacht besteed aan ontwikkelingen op het gebied van de robotica, neurowetenschappen en biotechnologie en vooral: aan wat die ontwikkelingen doen met de mens en zijn moraal. Meer informatie en de volledige agenda zijn te vinden op het nieuwe filosofieplatform filosofie.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden