1 november 1969: Barre stelt zich al snel op als gewone clanleider

Twee Somaliërs komen elkaar tegen. Zegt de een: ‘Wie ben je?’ Zegt de ander: ‘Ik ben Soba, van de familie van Ahmad Abdullah, die behoort tot de Mussa Arraye groep, die valt onder de clan van Hasean Said, die deel uitmaakt van de grotere Isaaq clan.’

Het is geen mop, maar een standaardbegroeting in Somalië. Of het klikt tussen de twee landgenoten, is niet relevant, schrijft de Poolse journalist Ryszard Kapuscinski in Ebbenhout, waarin dit voorbeeld staat. ‘Hun relatie – vriendschappelijk of vijandig – hangt af van de dan geldende verhouding tussen hun clans.’

De rivaliteit tussen clans, die geldt als belangrijkste oorzaak van de chaos en het geweld in Somalië, was in 1969 al een bron van zorg, negen jaar nadat het land was ontstaan uit Italiaans Somalië en Brits Somaliland. Aan de verkiezingen in maart van dat jaar doen zeventig partijen mee – strikt verdeeld langs clanlijnen.

Ook corruptie en armoede tiert dan welig. Als op 15 oktober een lijfwacht van president Shermarke zijn baas vermoordt, ziet een groep jonge militairen dan ook de kans schoon. Op 21 oktober plegen ze een geweldloze coup, onder leiding van Mohamed Siad Barre (1919), opperbevelhebber van het leger. ‘We zullen nepotisme, omkoping en tribalisme afschaffen’, zegt hij in zijn eerste rede. ‘Tribalisme was de enige manier waarop buitenlanders de kans kregen ons volk te verdelen.’

Op 1 november 1969 worden de 25 leden bekendgemaakt van de Revolutionaire Raad, die de bevoegdheden van president, parlement, regering en hooggerechtshof heeft overgenomen. De leiderspositie van ‘voorzitter’ Barre is dan voor iedereen duidelijk.

Barre is in het begin heel populair, ook als hij in 1970 Somalië uitroept tot socialistische republiek. De economie wordt deels genationaliseerd en er komen landbouwcoöperaties zoals in de Sovjet-Unie, dat het land economisch en militair steunt. Ook leren de Somaliërs, dankzij een leger vrijwilligers dat zelfs de meest afgelegen nomadendorpen bezoekt, op grote schaal lezen en schrijven.

Daartoe kiest de regering-Barre het Latijnse alfabet om het Somali, tot dan slechts een gesproken taal, in vast te leggen. Ook voert ze het Somali in als de taal waarin onderwezen wordt, in plaats van Italiaans en Engels. Vriend en vijand zijn het er over eens dat dit Barres grootste verdienste is.

Zijn strijd tegen tribalisme blijkt echter al snel vergeefs. De raad verbiedt, vanuit de hoop een meritocratie te vestigen, identificatie met de clan: Somaliërs moeten niet meer vragen ‘Wie ben je?’, maar ‘Wat ben je?’ Al snel vragen mensen: ‘Wat is je ex-clan?’

Barre valt zelf ook terug op zijn clan. In de jaren tachtig bestaat de helft van de legertop uit Marehan van de Darod, de subclan van Barre. Hij heeft dan al een andere broodheer: Moskou laat Barre vallen als die in 1977 Ethiopië binnenvalt en de door etnische Somaliërs bewoonde Ogaden inlijft. Ethiopië, waar de ‘socialistische’ leider Mengistu Sovjet-steun krijgt, bezorgt Barre een smadelijke nederlaag. Daarop stapt Barre over naar de VS, die hem voorziet van honderden miljoenen dollar. Dat het land een politiestaat is met martelingen, verdwijningen en politieke gevangenen, is niet van belang, zo midden in de Koude Oorlog.

De clans in Noord-Somalië voelen zich intussen gemarginaliseerd en komen in opstand. Barre vecht hard terug en laat in 1988 Hargeisa bombarderen. ‘In al die jaren dat ik met Barre te maken had, heb ik hem nog nooit zo ontspannen en gelukkig meegemaakt’, schrijft vertrouweling Hussein Al Dualeh later. ‘Hij zag er niet uit als een president die zijn tweede hoofdstad had vernietigd, daarbij leed en angst veroorzakend. Hij zag zich simpelweg als een Darod-leider die een vijandelijke clan had weggevaagd.’

In 1991, na ruim 21 jaar te hebben geregeerd, wordt Barre verdreven. Sindsdien heeft Somalië slechts geweld gekend. Het is dan ook begrijpelijk dat sommigen naar hem terugverlangen. Zo heeft de in 1995 in Nigeria overleden dictator sinds vorig jaar een eigen ‘fansite’ (jaallesiyaad.com), waar je ook een foto kunt vinden van Barres ontvangst in 1978 door koningin Juliana. Ook in Mogadishu wordt Barre gemist. Zo verzucht een eigenaar van een zwaar bewaakt hotel in de National Geographic van september: ‘Zoals Barre is er geen tweede, en die komt er ook niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden