1. Het Lego-voorbeeld

Bert Wagendorps roman Ventoux deed iets inslaan dat al langer in de lucht hing: de herwaardering van de man, met zijn echte-mannendingetjes. Wieteke van Zeil en Mirjam Schöttelndreier tekenen in twee delen licht protest aan.

'En Bavink was niet zoals we hem graag zagen, wanneer Lien er bij was en had een neiging om haar voortdurend te knijpen. Dat was hinderlijk. Gelukkig liet hij haar al heel gauw weer thuis, omdat-i dacht, dat Lien mij oogjes gaf. Bekker zei: 'meiden, da's niks' en rookte met bizonder welbehagen zijn steenen pijpje toen ze er voor het eerst niet bij was.'


Het kon niet anders: Ventoux lezen. Met nogal grof geschut werd de roman van Bert Wagendorp geprezen, door recensenten, door hoofdredacteuren van concurrerende kranten, door boekhandelaren op televisie. Minstens twee keer viel daarbij De Vergelijking. Ventoux, dat is de Titaantjes van vandaag. Dat is een regelrechte uitdaging om te lezen. Het boek der boeken over vriendschap. O nee, over mannenvriendschap. Ineens viel dat woord.


Het was mij nog nooit, alle keren dat ik Nescio las, opgevallen. Mannenvriendschap. Geen gewone vriendschap, ben je gek. Maar inderdaad, voor wie het wil zien staat het er: 'Bekker zei: 'meiden, da's niks'. Ik voelde me met terugwerkende kracht buitengesloten.


Zelfs met de openingszin 'Jongens waren we, maar aardige jongens' was nooit iets gaan dagen. Het hadden net zo goed meisjes kunnen zijn. Titaantjes, dat is het leven voordat de verantwoordelijkheden aankloppen, de vrijheid, het wijde leven, samen niks doen. Er zat helemaal geen mannelijkheid in dat woord 'jongens'. Een kleine, ongewenste copernicaanse wending kwam op gang. Waarom was dat verschil nooit belangrijk geweest? En nu ineens wel? Kwam dat door Ventoux?


Het kwam in elk geval door de reacties erop. Zo enthousiast, opgelucht bijna. Mannenvriendschap! Wij praten niet, wij doen! Alsof ze met z'n allen voor het eerst in tijden kunnen uitademen. Al die jaren tiptoe-en om de vrouw en haar eisen, begrip tonen, adem inhouden. En ja, dan komt 't er natuurlijk met gebrul uit.


Vorige week kwam er nog een toegift. Wagendorp stak de mannen in een artikel in Volkskrant Magazine luidkeels een hart onder de riem: het mag weer hoor, man zijn. 'De grote ronde bak met klei was voor de jongens', herinnert de auteur zich. 'Ik geloof niet dat er ooit een meisje de klei stond te kneden. Er werd rond de kleibak niet veel gesproken, er werd iets gedaan.'


Nu begon het toch echt op geschiedvervalsing te lijken. Ik heb de halve jaren zeventig kleiend doorgebracht. Met een ribbroek met kniestukken. Landje veroveren, hinkelen, rolschaatsen, belletje trekken, schieten met de luchtbuks; ik kan me niet één spel herinneren dat exclusief voor meisjes was. Of voor jongens. We hadden allemaal een BMX.


'Mannenvriendschap is in principe niet toegankelijk voor vrouwen', stelt Wagendorp. En haalt vervolgens Epicurus, Aristoteles, Peter Sloterdijk en Michel de Montaigne aan om de kracht van vriendschap te onderstrepen. Mannen immers, die hierover uitgebreid hebben geschreven. Opnieuw: die odes gingen, voor zo ver ik ze kende, wat mij betreft over vriendschap. Niet mannenvriendschap. En nu is hier die goede collega, wiens columns ik zo graag lees, en die hackt even de vriendschap. Kaapt het zo maar het mannendomein in. In elk maatschappelijk verschijnsel kan hij de absurditeit aanwijzen. Maar hier zit ik toch vol onbegrip naar te staren. Is it because I'm a woman?


Nee. Er ís echt iets veranderd. En dat was me even ontgaan. Je kunt het zien aan de kinderen nu en het sluit aan bij de nostalgie van Wagendorp. Jongens zijn weer jongens. Meisjes zijn weer meisjes. Heel Erg Meisjes. Met prinsessenlepels en prinsessenfietsjes en prinsessenautostoeltjes en lego-poppetjes met korte rokjes en naveltruitjes.


In de serie Lego Friends (speciaal voor meisjes) is de keuze voornamelijk tussen een hondentrimsalon, een ijswinkel, een buitenkeuken en een roze slaapkamer, al zit er ook een soort Charlie's Angels-achtige karateset bij en zelfs een roze vliegtuig.


Dat was me nog niet zo opgevallen, tot ik onlangs een advertentie voor Lego uit de jaren zeventig tegenkwam: een guitig meisje laat haar fantasiebouwsel zien. 'What it is, is beautiful'. Dát was mijn basis. In die vanzelfsprekendheid kwam ik in de wereld. Wagendorp niet - die werd 16 jaar eerder geboren en werd in zijn coming-of -age vermoedelijk vrij plotseling geconfronteerd met een Nieuwe Gelijkheid, waarbij een deel van zijn mannelijk gedrag ongewenst werd. Te ongenuanceerd, te dominant. Dat ze best grappig en prettig helder zijn, die mannen, werd misschien over het hoofd gezien, toen. Door volwassenen.


Je bent wat je speelt, dus. Spel bepaalt wat je je hele leven vanzelfsprekend blijft vinden, legde Johan Huizinga al uit in Homo Ludens (1938). Het legt de basis voor de verwachtingen voor de toekomst. In het spel worden de regels gelegd, de verhoudingen, de normen en de waarden. Voor mij stonden die open als een snoepwinkel. Maar nu is het anders; de tijd van De Verschillen is weer aangebroken. Aan mijn zoon (5) moet ik herhaaldelijk uitleggen dat zijn zusje ook piloot kan worden of bij de politie, als ze wil. Nee hoor!, zegt hij, dat is voor jongens! Kijk maar naar de Lego! Ik zit de verwachtingen die het speelgoed van nu wekt bij kinderen actief te corrigeren. Het werkt matig: dochter (3) wil nu 'meisjestandarts' worden. Daar stelt ze zich vermoedelijk een roze stoel en glitterboor bij voor. Maar 't is wat.


Wagendorp heeft nostalgie naar zijn jeugd - en ik naar de mijne. Maar ook die is een schijnwaarheid. Die gelijkwaardigheid, de illusie dat alle kansen open liggen, dat we hetzelfde zijn. Het tegendeel is al lang bewezen. Door breinonderzoek, door glazen plafonds, en gewoon doordat je nooit een jongen zal zijn. Omdat ze anders praten wanneer je d'r bij bent. Anders doen. Mannenvriendschap ís ook leuk. Mannen samen zijn grappig, zoals Wagendorp ons onder de neus wrijft. En makkelijk. Dat is aantrekkelijk. En ja, daar kun je als meisje verliefd op worden. Zoals de mannen in Ventoux met z'n allen verliefd op één vrouw worden, zo kan een vrouw met gemak haar verliefdheid verdelen over vier mannen. Omdat hun onderlinge karakters elkaar aanvullen en omdat hun vriendschap samen een nieuwe energie losmaakt. Heel verwarrend en niet handig om in praktijk te brengen, maar om daaruit te concluderen dat gemengde vriendschappen minder leuk zijn en er een lijst van kenmerken van mannenvriendschap aan toe te voegen waaruit de vrouw, by deduction, alleen maar kan concluderen dat vrouwenvriendschap dan wel zoiets moet zijn als eindeloos, humorloos en vol overbodige nuances kakelen, lijkt me wat ver gaan.


Al het gebrul over mannelijkheid maakt het nu tot een wedstrijdje. Dat voelt voor wie na 1970 geboren is nogal onnodig en het doet de roman Ventoux ook geen recht. Je hoeft geen man te zijn en ook helemaal niets te hebben met fietsen naar de top van 'Midlife Mountain', om Ventoux mooi te vinden. En je hoeft Real Men van Joe Jackson - de soundtrack van het boek - helemaal niet in je playlist te hebben.


Je hoeft alleen maar vrienden, of de herinnering aan vrienden te hebben. De synergie die kan ontstaan, de taalloze liefde, het één zijn als je samen op pad bent. Ventoux gaat over de magie van vriendschap - een magie waarin ook veel vrouwen zich zullen herkennen. Met een clubje (m/v) op de dansvloer staan, kan precies dat doen openbarsten wat Wagendorp het hele boek oproept: dat je meer bent dan jezelf, dat je niet alleen bent, dat de kern van geluk in de lucht hangt en dat elk woord van bevestiging overbodig is. Hechte vriendschap is een regenboog, schrijft Wagendorp. Het geheel is mooier dan de som der delen.


Misschien moeten er meer boeken worden geschreven over echte leuke vrouwenvriendschappen. En misschien moeten we samen niet minder, maar juist wat meer biertjes drinken. Of kleien. Net zo lang tot het ongemak voorbij is en de verschillen gewoon omarmd. Zodat de mannen zich niet bedreigd, maar bewonderd voelen. En de meisjes in de speeltuin en de vrouwen in de raden van bestuur niet het gevoel hoeven hebben dat ze eigenlijk niet mogen meedoen. Jullie zijn leuk, en wij zijn leuk en soms leidt dat tot seks, inderdaad. Maar soms ook gewoon tot heel veel lol.


Titaantjes


Jan Hendrik Frederik Grönloh (Amsterdam, 1882 - Hilversum, 1961) bediende zich van het pseudoniem Nescio. Zijn novelle Titaantjes werd in 1918 gepubliceerd, gezamenlijk met de verhalen Dichtertje en De uitvreter. Hoofdpersoon Koekebakker blikt in Titaantjes terug op de tijd dat hij en zijn vrienden nog idealen hadden.


Lees verder op pagina V4


Hoezo is er ineens zoiets als een vriendschap speciaal voor mannen?




Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.