'Zuid-Europa: eruit of onder curatele'

De echte oorzaak van de eurocrisis is dat de Zuid-Europese probleemlanden veel meer importeren dan exporteren. Dat zeggen Henk Brouwer en Henk Folmer, economen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Man bedelt op de stoep voor een bank in Milaan. Foto ap

De Europese top van 27 oktober beloofde de definitieve oplossing te bieden voor de eurocrisis. Het is echter de vraag of dat zo is, want volgens veel experts is het noodfonds te klein, is de afschrijving van de Griekse schulden onvoldoende, is het onzeker of Italië alle toezeggingen na zal komen en is het twijfelachtig of de herkapitalisatie van een aantal grote banken zal slagen. Een volgende top lijkt daarom onvermijdelijk.

Symptoombestrijding
Maar zelfs als de genoemde maatregelen wel voldoende zouden zijn om de financiële markten tot rust te brengen en alle afspraken nagekomen zouden worden, is de euro nog niet gered. De reden is dat het huidige beleid voornamelijk symptoombestrijding is en de werkelijke oorzaken van de crisis ongemoeid laat.

De invoering van de euro was vooral een politiek project, geïnitieerd door Frankrijk, met de bedoeling om het grote Duitsland na de hereniging onlosmakelijk aan de Europese Unie te binden. Het project had echter ook zeer vergaande economische gevolgen.

Criterium
Weliswaar werden diverse convergentiecriteria opgesteld waaraan de toekomstige eurolanden moesten voldoen, zoals prijsstabiliteit, renteconvergentie, evenwichtige overheidsfinanciën (financieringstekort maximaal 3 procent en staatsschuld niet hoger dan 60 procent van het nationaal inkomen) en wisselkoersstabiliteit. (Dit laatste criterium was van belang voor de vaststelling van de koersen van de oude valuta ten opzichte van de euro, maar daarna niet meer.)

Maar aan het belangrijkste criterium voor een muntunie, evenwicht tussen import en export van de individuele landen, werd onvoldoende aandacht besteed. Desondanks heeft de euro uiterlijk ruim tien jaar lang redelijk gefunctioneerd, maar tegelijkertijd hoopte de munitie voor een explosie zich op.

Wanneer er in een land structurele onevenwichtigheid ontstaat tussen import en export, dan kan deze weggewerkt worden door vermindering van de import en vergroting van de export. Wanneer het niet lukt de structurele onevenwichtigheid te verminderen, komt de wisselkoers van dat land onder druk te staan, wat bij voortduring van de situatie leidt tot devaluatie.

Maar voor de landen binnen een muntunie als de eurozone bestaat de mogelijkheid van devaluatie niet meer, omdat zij geen eigen munt meer hebben. Daarom moeten binnen een houdbare muntunie de deelnemende landen ongeveer dezelfde verhouding tussen import en export hebben.

Importoverschot
Voor de invoering van de euro hadden de huidige probleemlanden regelmatig een importoverschot, dat weggewerkt werd via devaluaties, zoals van de Griekse drachme en Italiaanse lire. Na invoering van de euro werden de importoverschotten van de probleemlanden niet kleiner, maar juist groter vanwege de afwezigheid van devaluaties van hun munten. Zo is het tekort op de lopende rekening (het verschil tussen import en export) van Griekenland toegenomen van 10 miljard dollar in 2002 tot 51 miljard in 2008 en van Italië van 10 miljard in 2002 tot 67 miljard in 2008.
Aldus groeide de bom onder euro. De financiële crisis van 2008 zet het ontstekingsmechanisme in werking, maar ook zonder de crisis was de bom op den duur ontploft.

Het huidige beleid richt zich teveel op overheidstekorten. Deze zijn echter slechts een afgeleide van de werkelijke oorzaak, namelijk de tekorten op de lopende rekening. Het akkoord van 27 oktober dwingt de probleemlanden weliswaar tot bezuinigingen die hun importen zullen doen dalen, maar dit zal niet voldoende zijn voor evenwicht op de lopende rekening.

Uit de grond gestampt
Tegelijkertijd bemoeilijken de opgelegde hervormingsmaatregelen hun groei en vertragen zij de vereiste structurele hervormingen, die in ieder geval een kwestie van de lange termijn zijn. Nieuwe bedrijfstakken of producten worden niet in een paar jaar uit de grond gestampt, zeker niet in een land in crisis.

Met andere woorden, de oorzaak van de crisis zal blijven voortwoekeren, wat zal leiden tot vele nieuwe toppen om een acute crisis te bestrijden. Zelfs wanneer de Grieken hun totale schuld zou worden kwijtgescholden, dan nog blijft de kern van het probleem voortbestaan. Met de euro zullen de probleemlanden voorlopig geen evenwicht tussen import en export bereiken en zal de vereiste convergentie van de eurolanden niet tot stand komen.
Om de kern van de eurocrisis fundamenteel aan te pakken, zijn er twee mogelijkheden. Op de eerste plaats uittreding van de probleemlanden uit de eurozone en invoering van eigen valuta met wisselkoersen waarbij ze weer concurrerend worden. Veel van de gevolgen van een dergelijke operatie zijn moeilijk in te schatten.

Grote klap

Wel zal het vertrek van bijvoorbeeld Griekenland de druk op andere probleemlanden, vooral Italië, om ook uit treden, vergroten. Ook zal het leiden tot kapitaalvlucht uit de probleemlanden en tot grote verliezen van banken en pensioenfondsen in de noordelijke landen. Hierdoor zullen meer landen, vooral Frankrijk, in de problemen komen. Kortom, de welvaart in alle EU-landen zal een grote klap krijgen.

De tweede mogelijkheid is dat de noordelijke landen zich garant stellen voor de probleemlanden en deze ondersteunen bij de noodzakelijke hervormingen, bijvoorbeeld via de invoering van euro-obligaties. Deze oplossing betekent ook een forse aderlating voor de noordelijke landen, vooral doordat de rentetarieven voor de euro-obligaties in eerste instantie aanzienlijk hoger zullen zijn dan de tarieven die ze nu voor hun nationale staatsobligaties betalen. Deze zijn momenteel uitzonderlijk laag omdat de staatsobligaties van de noordelijke landen een veilig alternatief vormen voor belegging in de probleemlanden.

Opties

Een ander bezwaar van deze optie is dat de probleemlanden een ontsnappingsmogelijkheid wordt geboden om de noodzakelijke hervormingsmaatregelen te omzeilen of te vertragen. Daarom zal er ook meer macht naar Brussel overgeheveld moeten worden, met als gevolg een aantasting van de soevereiniteit van alle lidstaten en een ontwikkeling in de richting van een federaal Europa.

De keuze tussen bovengenoemde opties is geen gemakkelijke, vooral ook vanwege de politieke weerstand tegen inkomensoverdrachten van de noordelijke naar de probleemlanden en de dreigende economische crisis die een snelle verbetering van de situatie in de probleemlanden bemoeilijkt. Toch zal er spoedig een keuze gemaakt moeten worden, als men wil voorkomen dat de financiële markten weer voldongen feiten gaan creëren.

Henk Brouwer en Hen Folmer zijn als econoom verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

 Ook zonder de crisis was de bom onder de euro op den duur ontploft  
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.