'Zonder Armstrong had ik hier niet meer gezeten'

Als de kanker definitief terug is in het leven van Huib Kloosterhuis, directeur van de Wielrenunie, vraagt hij Armstrong op de koffie. Bij een cocktail ontmoet hij zijn held om te praten over kankeronderzoek en dopingvrij wielrennen.

Tweet van Lance Armstrong


Vraag Huib Kloosterhuis hoe het met hem gaat en hij zegt dit: 'Nou, ik ga dus dood, mijn vrouw en kinderen vinden dat vreselijk, we huilen vaak, ik heb pijn in mijn flikker, ik ben misselijk en aan de diarree, ik heb geen gevoel meer in mijn handen en mijn voeten, ik zie mijn dochter niet trouwen, ik leer mijn kleinkinderen nooit kennen en ik heb alvast een afspraak gemaakt voor euthanasie. Maar verder gaat het prima.'


Wrange humor was altijd al het handelsmerk van de 53-jarige Kloosterhuis, maar sinds negen maanden heeft hij, zoals hij zelf zegt, nog meer materiaal om harde grappen over te maken: zijn naderende einde. 'Palliatieve behandeling', zegt de oncoloog hem op een zonnige dinsdagmiddag in oktober. Wat in de directe stijl van Huib neerkomt op: over en uit. De darmkanker, die een half jaar eerder bedwongen leek, is teruggekeerd, met uitzaaiingen in lever en longen. Nog een jaar te leven als hij aan de chemo gaat. Gemiddeld dan. Peinzend: 'Daar moet je af en toe maar gekscherend over doen, want als je er te veel over nadenkt, word je gek.'


Hij is een van de ruim honderdduizend Nederlanders die jaarlijks kanker krijgt - hij weet het. En net als al die anderen staat hij sinds de diagnose anders in het leven. Maar als de mist van paniek is opgetrokken en hij de eerste chemobehandelingen achter de rug heeft, ontstaat een bijzonder plan. Misschien kan hij zijn ziekte gebruiken om de man te ontmoeten die ooit zijn grote wielerheld was: zevenvoudig Tour de France-winnaar Lance Armstrong.


Kloosterhuis weet veel over doping. Als directeur van wielrennersbond KNWU (Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie) moet hij nog steeds puinruimen na het jarenlange valsspel van de Amerikaan en zijn kompanen. Armstrong loog het hardst en viel het diepst. Hij raakte zijn zeges kwijt, zijn geld en het respect van de wereld. Het is allemaal waar, zegt Kloosterhuis, maar toch vindt hij de man uit Texas nog altijd de beste wielrenner ter wereld. Grenzeloos bezeten van trainen, subliem voorbereid op elke rit. 'Dat je jezelf vol spuit en zo een berg oprijdt, dat klopt natuurlijk niet. Wielrennen is echt een van de zwaarste sporten.'


Sinds een jaar is zijn bewondering verschoven naar die andere baan van Armstrong, het werk waarbij hij nooit vals speelde en dat iedereen nu lijkt te zijn vergeten. Achttien jaar geleden herstelde de wielrenner na loodzware behandelingen van uitgezaaide kanker, terwijl de artsen aan zijn ziekbed de hoop al hadden opgegeven. In de jaren die volgden haalde hij met zijn kankerorganisatie een half miljard euro op en werd hij een baken voor kankerpatiënten in de hele wereld. Nu Kloosterhuis is getroffen door dezelfde ziekte die Armstrong bijna velde, realiseert hij zich pas goed hoeveel de wielrenner voor het kankeronderzoek heeft betekend. 'Zonder hem had ik hier niet meer gezeten, denk ik.'


En dus stuurt hij Armstrong begin mei een mail. Als directeur van de KNWU maakt hij geen enkele kans, vermoedt hij, maar als 'terminale kankerpatiënt' heeft hij misschien een streepje voor. 'Fietsen is mijn leven', schrijft hij, 'en ik denk dat dat ook nog steeds voor jou geldt'. Hij stelt een kop koffie voor, om te praten over kankeronderzoek én over dopingvrij wielrennen.


Hij denkt: daar hoor ik niks meer op. Maar tot zijn verbazing komt er al snel een e-mail terug. Kloosterhuis is welkom in Aspen, in het buitenhuis van Armstrong, waar hij de hele zomer verblijft. De dag voor vertrek, thuis op de bank in Hilversum, gelooft hij nog altijd niet dat het gaat gebeuren. Hij heeft toch maar wat vragen voorbereid. Eén springt eruit: als je de dood in de ogen hebt gekeken, hoe haal je het dan in je hersens om doping te gaan gebruiken? Van zijn artsen heeft hij gehoord dat het dopingmiddel epo de groei van tumoren kan bevorderen. 'Waarom zou je dat risico opzoeken?'


Als Kloosterhuis begin juli met zijn vrouw Jolanda in Aspen neerstrijkt, stuurt Armstrong hem een uitnodiging: '5 uur cocktails bij mij thuis'. Daar rijdt de KNWU-directeur eerst de brievenbus van het landhuis omver. 'Toen merkte ik wel dat ik wat gespannen was.' Hij kan vreemd genoeg zo doorlopen: de toegangshekken staan open, de tuindeuren ook. Het is een voorbode van de joviale ontvangst die hem ten deel valt. Armstrong, net terug van een fietstocht met de buurman, schenkt op de veranda ruimhartig witte wijn, gaat tussendoor even douchen, terwijl Kloosterhuis met zoon Max van 7 het nabijgelegen bos afspeurt naar beren en dochter Olivia van 3 zich verrukt buigt over de meegebrachte WK-hamster van Albert Heijn.


Er wipt een vriendin langs en Armstrong stelt zijn gast voor: 'This is Huib from the Netherlands, Huib is also a cancer survivor.' Waarop Kloosterhuis hem droogjes corrigeert: 'Hoho, spreek voor jezelf.' Terugblikkend: 'Nou ja, dat snap ik ook wel weer, hij kan kwalijk zeggen: Dit is Huib en hij gaat binnenkort dood aan kanker.'


Na een uur lukt het hem om het gesprek wat de diepte in te sturen. Dan vertelt Armstrong hoe moeilijk zijn oudste zoon het heeft gehad met zijn bekentenissen. En schetst hij het moment waarop hij, lang geleden alweer, de grens passeerde: toen hij na zijn ziekte terugkeerde in het peloton en merkte dat iedereen om hem heen doping gebruikte. 'Hij zei dat hij niet meer kon meekomen, dat hij voor de keus stond: gebruiken of stoppen met zijn werk. Maar wielrennen was het enige wat hij kon.'


Hij vertelt ook dat hij zich schuldig voelt, omdat hij het wielrennen kapot heeft gemaakt. Oprecht berouw? Geen idee, zegt Kloosterhuis, maar wel opmerkelijk: 'Hij neemt de schuld op zich van een hele generatie wielrenners, omdat hij de beste van die generatie was. Dat is niet terecht en dat heb ik hem gezegd. Hij was de beste in het verdoezelen van de leugens en meedogenloos voor zijn tegenstanders en daarom is alle woede aan hem opgehangen.'


De KNWU-directeur legt hem uit hoe hard hij nu moet werken om de sport weer schoon te krijgen. Armstrong antwoordt: 'Heel goed, de wielrenunie moet altijd tegen doping zijn.' Waarna hij er een ontnuchterend vervolg aan geeft: 'Heb niet de illusie dat het stopt. Het gebruik van prestatiebevorderende middelen zal altijd vooruit blijven lopen op de controles.'


De volgende dag nodigt Armstrong hem uit voor de lunch. Het is 4 juli, Amerika gedenkt de onafhankelijkheid en Kloosterhuis schuift aan in het restaurant waar de oud-wielrenner een tafel heeft gereserveerd. Na een uur vindt hij het mooi geweest. Hij heeft gevraagd wat hij wilde. Hij stapt op zijn gehuurde racefiets en gaat de bergen in, naar Maroon Creek, op 3 kilometer hoogte. Alleen. 'Iedereen vraagt me waarom ik niet met hem ben gaan fietsen. Dat had hij zeker gedaan, maar dat is alleen leuk als je aan elkaar gewaagd bent. Een zevenvoudig winnaar van de Tour de France naast een wielrenner die midden in een chemokuur zit, ik denk niet dat het een goede combinatie was geweest.'


Twee dagen na thuiskomst, op dezelfde bank, denkt Kloosterhuis terug aan het antwoord op die ene vraag, die hem als kankerpatiënt zo intrigeert. Armstrong vertelt hem dat hij zich na zijn genezing onoverwinnelijk voelde. Hij had de gruwelijke chemo's doorstaan en het leven dat hem bijna was ontglipt vast weten te grijpen. Daarna maakte die doping niks meer uit. 'Fuck you all, nu doe ik wat ik wil.' Kloosterhuis begrijpt het, zegt hij: 'Sinds ik ziek ben, ben ik nergens meer bang voor. Erger dan dit kan het toch niet worden.'


Hij legt hem voor wat hij heeft gehoord over de gevolgen van epo. Armstrong reageert afhoudend, zegt dat het gebruik niet zo gevaarlijk kan zijn geweest, omdat het onder doktersbegeleiding gebeurde. 'Merkwaardig antwoord. Ik denk dat hij het allemaal niet wil weten.'


Op de terugweg leest hij in het vliegtuig het omslagartikel in de Amerikaanse Esquire, over Armstrong en zijn leven na de val. Woorden die bevestigen wat hij de dagen ervoor heeft meegemaakt. Hij leest dat de door hem opgerichte kankerorganisatie, die hem uitkotste en zelfs van naam veranderde, hem nu wel weer terug wil. Dat de oud-wielrenner nog altijd een Hercules is voor kankerpatiënten in de hele wereld, dat hij persoonlijk betrokken is, e-mails stuurt, videoboodschappen opneemt en langskomt. Hij leest hoezeer patiënten daardoor geraakt zijn en hoop putten uit de Armstrong-mantra: 'I'm a fearless warrior and you can be, too.'


Vecht en wees niet bang: is dat de levensles die Kloosterhuis uit Colorado heeft meegenomen? Aanvankelijk moest hij niets hebben van die Amerikaanse survivor-cultuur, bekent hij. Hij was vooral een aanhanger van de filosofie van Olympisch zwemkampioen Maarten van der Weijden, die van leukemie genas en daarna verkondigde dat hij gewoon geluk had gehad. Maar eenmaal terug uit Aspen beseft hij dat hij er toch iets van heeft meegekregen: 'Met een vechtersmentaliteit kun je de mazzel misschien een klein beetje beter afdwingen.'


En dus legt hij zich niet neer bij het vonnis dat negen maanden geleden is geveld. Hij maakt een afspraak in het Memorial Sloan Kettering Cancer Centre in New York, een van de beste kankerziekenhuizen ter wereld, waar oncoloog Diane Reidy zijn scans en bloeduitslagen bekijkt en overlegt met haar collega in Hilversum. De chemokuren doen hun werk nog, hij kan het er nog een poosje op volhouden. Als ze zijn uitgewerkt, is er een volgende strohalm: dan mag hij meedoen aan een experimentele studie in het Antoni van Leeuwenhoek, met medicijnen die de mutatie in zijn kankercellen aanpakken.


'We moeten jouw kanker leren kennen en tijd kopen', zegt oncoloog Reidy hem opgewekt. Of dat gaat lukken? Kloosterhuis haalt zijn schouders op. 'Ik besef heus dat mijn kansen klein zijn. Niemand weet wat zich precies in mijn lichaam afspeelt.'


En dan moet hij weg, naar het ziekenhuis, voor een nieuwe chemokuur. Hij gaat op de fiets. Kan hij onderweg nog even vijf Albert Heijn-hamsters op de bus doen naar Aspen. Zijn Amerikaanse oncoloog wilde weten wat hij van Armstrong vond. Hij zei haar: 'Als je je gedraagt als een klootzak wil dat niet zeggen dat je ook een klootzak bent.' Een hufter op de fiets, maar daarbuiten een aimabel mens. 'Iedereen mag denken dat zijn aandacht voor kankerpatiënten fake is, maar dat weiger ik te geloven.'


Het jaar dat Kloosterhuis er in oktober bij kreeg, is bijna om. Zijn zongebruinde hoofd zet soms zelfs zijn oncoloog op het verkeerde been. Grijnzend: 'Wist je dat een terminale patiënt een houdbaarheid heeft? Je ziet mensen denken: ga je nou nog een keer dood, of hoe zit het?'


Hij is opeens kortademig, merkt hij. Hoe zorgelijk dat is, zal hij de week erna testen in Spanje. Vlak bij zijn vakantiehuis in Nerja ligt een berg die hij graag beklimt. Doet hij altijd een uur over. 'Als het nu een uur en tien minuten is, ja, dan is de zwaarste afdaling begonnen.'


Een week later mailt hij vanuit Spanje: berg bedwongen, in een uur.


De wending


Een serie over mensen bij wie het leven op de kop staat. Derde aflevering: De terminale wielerbaas die cocktails dronk met Lance Armstrong


Binnenkort in deze serie:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.