'Zijn jullie nou yuppen?'

Schrijver Rutger Lemm over zijn Amsterdamse Vogelbuurt

Meestal blijft hij veilig in zijn bubbel, maar dankzij de serie Schuldig heeft schrijver Rutger Lemm zijn Vogelbuurt beter leren kennen. Zo anders dan zijn buren is hij eigenlijk niet.

Foto Renate Beense

Mijn generatie wordt vaak verweten dat we te navelstaarderig zijn. In mijn geval klopt dat volledig: de grootste fysieke afstand die ik voor mijn dagelijkse werk afleg, is die naar de boekenkast tegenover mijn bureau. Meestal ga ik alleen naar buiten als ik naar de winkel moet of als ik een sociale verplichting heb. Natuurlijk voel ik me hier vaak schuldig over, zeker sinds de verkiezing van Donald Trump en de opgelaaide discussie over 'de bubbel'. Zou ik als schrijver niet vaker eropuit moeten om de sfeer in het land te peilen? Maar onlangs viel het geluk me in de schoot: dankzij de serie Schuldig is de buurt waar ik woon op de voorgrond van de actualiteit getreden. Dierenwinkeleigenaar Dennis, de jongen bij wie ik altijd ons konijnenvoer koop, is opeens een nationale held. Carmelita en haar scootmobiel kom ik dagelijks tegen bij de Dirk. Ik ken deze mensen al.

'Hé buurman'

Toen mijn vriendin, ons konijn en ik anderhalf jaar geleden naar de Vogelbuurt in Amsterdam-Noord verhuisden, werd al snel duidelijk dat ik mijn nieuwe buren onmogelijk kon vermijden. Het was midden in de zomer, en toen ik met de eerste spullen het straatje van deze voormalige scheepsarbeiderswijk binnenreed, werd ik vanuit verschillende voortuinen nieuwsgierig nagekeken. Het drukste terras bevond zich pal tegenover onze woning. Zodra ik uitstapte, begon het commentaar. 'Hé buurman, ik had ook nog wel een oventje staan hoor', zei een man met een gouden ketting op zijn blote bast, die met een beugelflesje onderuitgezakt in zijn tuinstoel zat. 'Hé buurman, heb je kinderen?', vroeg een ander. Ik schudde mijn hoofd, waarop hij zijn sigaret tussen zijn lippen stak, een voorbijlopend meisje oppakte en omhooghield: 'Je mag er één van mij uitzoeken.' Iedereen lachte, ik door de zenuwen.

De derde vraag ging over onze financiën. 'Hé buurman, hoeveel huur betalen jullie?' De man met de ketting wist het antwoord. Ze waren er stil van. 'Ja, die hebben geld', werd er gemompeld. De meesten van hen zijn al tientallen jaren niet verhuisd, waardoor ze aan al te grote huurverhogen zijn ontsnapt. 'Zijn jullie nou yuppen?', vroeg een blondgrijze mevrouw met een blikje baco in de hand. 'Zo voelt het niet', zei ik aarzelend, en ik probeerde uit te leggen dat onze huurprijs meeviel in vergelijking met de binnenstad, waar we vandaan kwamen. Om nog eens extra te benadrukken dat ik niet arrogant was, stak ik mijn hand naar de baco-vrouw uit. 'Hoe heet u?' 'Annie', zei ze, nu opeens bedeesd. 'Rutger', antwoordde ik, blij met deze kleine overwinning. Maar direct daarop volgde vanaf het terras de echo waarin mijn Gooise r werd geïmiteerd: 'Rutgehhhrrr'.

Dennis' vriendelijke praatje vult weer een gaatje

Met zijn optreden in de veelgeprezen documentaireserie Schuldig heeft Dennis van de dierenwinkel duizenden harten gestolen. De steunbetuigen stromen binnen. Betekent dit de redding van zijn zaak?

Benauwde straatjes

In Nederland is iedereen bang dat de ander zich beter voelt. Dat komt doordat ons land net zo benauwd is als de straatjes van de Vogelbuurt. Misschien dat mijn buurtgenoten daarom in de schulden komen: ze willen zich beter voordoen, dan ze eigenlijk kunnen betalen. De ontkenning van de realiteit is een terugkerend thema in Schuldig, naast de botte pech. Ramona verzwijgt een maandenlange huurachterstand voor haar familie, Carmelita heeft een enorme achterstallige betaling bij Wehkamp. Maar ik moet niet doen alsof ik daarboven sta: ik heb een grote studieschuld, die gedeeltelijk is opgebouwd door uitgaan en reizen.

Aanvankelijk had ik ook veel moeite met de sociale zichtbaarheid van de Vogelbuurt. Onze overbuurman Patrick, een tengere zestiger met grijze krullen en een galmende basstem, was letterlijk het middelpunt van de straat. Vanuit zijn tuinstoel hield hij alles in de gaten. 'Jullie hebben van die sixtieslampen hangen. Tien jaar geleden moest niemand die troep hebben.' Niet veel later hingen we houten jaloezieën voor de ramen. Zijn dochter woonde drie huizen naast ons, zijn neef woonde op de hoek. Hij beheerde de algemene fietsenstalling, terwijl hij nog nooit van zijn leven op een fiets heeft gezeten. In zijn voortuin kwamen 's zomers vele buren samen voor een biertje en hun tuinstoelen stonden als een bioscoopzaal naar de straat gericht. Naar mijn deur.

Zoals gezegd stap ik niet graag uit mijn bubbel. Zodra ik mijn computer heb uitgezet, ben ik niet goed meer in snelle praatjes. Ik kies zelf de momenten waarop ik sociaal wil zijn, verder wil ik met rust gelaten worden. Maar nu had ik altijd aanspraak, altijd was het: 'Hé buurman!' Bovendien was er natuurlijk wel degelijk sprake van verschillende sociaal-economische achtergronden: de buren communiceerden met een plagerige directheid waarop ik nooit snel genoeg reageerde, terwijl zij mijn geïnteresseerde vragen niet verstonden omdat ik altijd te zacht praatte. Op een dag zei Patrick: 'Ik snap jouw werk niet. Ik zie je nooit naar buiten gaan.' Dat kwam niet alleen doordat ik alles via internet doe. Soms wachtte ik tot het regende voordat ik naar de supermarkt durfde. Als ik naar huis fietste, oefende ik in mijn hoofd de dialoog met de buren, die dan wel soepel verliep: 'Zo, veel boodschappen buurman!' 'Ja, ik moet nog groeien hè!' 'Haha, die buurman.' Meestal boden ze een biertje aan, dat ik vriendelijk afsloeg.

Foto Renate Beense

Leonard Cohen vs André Hazes

Mijn vriendin vierde haar verjaardag. Van tevoren vertelde ik Patrick hierover, die meteen zei: 'Maak er wat moois van, jongen.' Ik lachte: 'Jij bent zeker een van die buren die de politie belt als de muziek te zacht staat?' Dat vond hij zo'n goede grap, dat hij hem meteen claimde. 'Ik zei net tegen hem: als ik geen muziek hoor, bel ik 1-1-2!' Maar later die dag, toen het feestje in volle gang was en we vergeten waren een Leonard Cohenplaat om te draaien, hoorde ik opeens André Hazes door de straat schallen. Ik keek naar buiten en zag dat Patrick zijn boxen op zijn vensterbank had gezet, naar ons toe gericht, het volume op 10. Hij rookte een peuk en stak zijn duim op.

Tegelijkertijd is het geen toeval dat mijn vriendin en ik in de Vogelbuurt zijn komen wonen. Het verschil tussen arm en rijk in Amsterdam en de rest van Nederland is toegenomen , waardoor wij als zzp'ers (mijn vriendin is dichter) de huurprijzen aan de andere kant van het IJ niet meer kunnen betalen. De buren en wij zijn in elkaars armen gedreven door de economische omstandigheden. Natuurlijk zijn wij jonger, hebben we een andere smaak en een andere achtergrond, maar er zijn veel overeenkomsten. Mijn buurman Ahmed werkte ook zelfstandig als loodgieter, maar sinds de crisis nam het aantal klanten af en koos hij voor de zekerheid van een baas.

Daarom juichen wij en vele anderen voor dierenwinkel-Dennis: we herkennen ons in het najagen van zijn droom, waarbij hij zich niets aantrekt van de economische realiteit. In Schuldig bekent de vader van Dennis dat hij elke maand een deel van zijn AOW in de zaak steekt; mijn 'schrijfwinkel' is ook een paar keer gered door mijn ouders. Dennis hoopte op een subsidie van het stadsdeel, zoals mijn vriendin ook steun van een fonds krijgt. Onze liberale regering propageert graag dat iedereen afhankelijk is van de wetten vraag en aanbod, maar de liefde die Dennis voor zijn winkel koestert, is niet meetbaar.

Foto Renate Beense

Teleurstelling

Toch vermoed ik dat de buren en ik politiek gezien mijlenver uit elkaar liggen. De teleurstelling over het systeem dat mensen steeds dieper in de schulden stort, kan zich uiten in een proteststem zoals tijdens de Amerikaanse verkiezingen: de PVV wint al jaren terrein in Noord. Terwijl we veel ontevredenheid delen, over de welvaartverdeling, de macht van grote bedrijven, toerisme, de eeuwige groei. Volgens mij zijn we niet alleen buurtgenoten, maar ook bondgenoten. Dat heeft niets met opleidingsniveau te maken: het studentenprotest van de jaren zestig werd ook pas een succes toen de arbeidersbeweging zich aansloot. En ja, wij zijn de gentrifiers, de yuppen. In The Guardian werden hipsters en kunstenaars onlangs 'de voetsoldaten van het kapitalisme' genoemd. Maar voetsoldaten kunnen muiten.

Op een avond kwamen mijn vriendin en ik thuis van een feest. Het terras van Patrick zat vol. Ze riepen: 'Biertje?' Mijn vriendin, die veel beter is in dit soort situaties, glimlachte en riep: 'Nee dank je, we zijn moe.' 'Moe?', riep Patrick terug, 'Neem gewoon een biertje, ouwe kut.' Hij is de enige persoon ter wereld die dat liefdevol kan zeggen. Even later namen we dan eindelijk plaats tussen onze buurtgenoten. Ik paste snel mijn accent aan, maar ik merkte ook dat onze onderbuurvrouw plotseling moeilijkere woorden ging gebruiken: 'Die nieuwe huurverhoging, vinden jullie dat niet frappant?' Het was een beetje ongemakkelijk, maar iedereen deed zijn best.

Foto Renate Beense

Iedereen bij elkaar

Patrick zat tevreden achterover gezakt in zijn tuinstoel, gebruind van al die dagen in de zon. Zo heeft hij het het liefst: iedereen bij elkaar. Hij keek naar ons. 'Ik ben echt blij dat jullie hier wonen, weet je dat? Jullie zijn goede mensen.' De anderen lachten. Patrick was dronken. 'Hoe was jullie vakantie? Ik zag jullie gaan met die rolkoffers.' 'We gingen wandelen in Ierland', zei mijn vriendin. Iemand veranderde snel van onderwerp; hierover konden geen grappen worden gemaakt. Maar Patrick bleef zwijgend voor zich uit staren. Minuten later onderbrak hij opeens met luide stem het gesprek: 'Dat vind ik nou zo mooi hè, dat jullie dat doen. Lekker lopen door de natuur. Dat had ik ook wel gewild. Maar nu ben ik te oud. Het is jullie gegund.' Hij maakte een proostgebaar.

Eigenlijk is Patrick de reden dat er nooit echte problemen zijn in onze straat, omdat hij alles in de gaten houdt en iedereen erbij betrekt. Ik hoor hem vaak zijn levensmotto verkondigen tegen zijn kleinkinderen: 'Iedereen is lief.'

Sinds we een biertje met Patrick en de anderen dronken, is de financiële afgunst ook verdwenen. Toen ik hem vertelde dat mijn vriendin een belangrijke beurs voor haar dichtbundel had gekregen, noemde hij ons geen 'subsidieslurpers' maar was hij trots, omdat we een onderdeel van zijn team zijn.

Schulden

Als je eenmaal schulden hebt, kom je er heel moeilijk vanaf. De Human-documentaireserie Schuldig laat zien dat mensen in de Amsterdamse Vogelbuurt in steeds diepere problemen komen. Ook omdat de aanpak faalt. Bekijk hier de Volkskrantspecial over het programma.

In debat over schulden

De zesdelige documentaireserie Schuldig, waarvan vorige week maandag de laatste uitzending werd uitgezonden, werd door tv-critici unaniem lovend besproken. Makers Sarah Sylbing en Ester Gould wisten luchtig en gelaagd inzicht te geven in het enorme schuldenprobleem in Nederland, was het oordeel. Gemiddeld keken er zo'n een miljoen mensen naar. Omroep Human organiseert naar aanleiding van de serie vijf debatten: 'Schuldig on tour'. De hoofdpersonen uit de serie, prominenten uit de wereld van schulden, de politiek, opinie- en beleidsmakers én het publiek gaan met elkaar in debat over boete, schaamte, schuld en schaarste.

De eerste aflevering in Amsterdam is al geweest. In januari zijn er nog bijeenkomsten in Rotterdam, Helmond, Zwolle en Arnhem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.