'Xi's China koerst af op nationaal-socialisme'

Interview Leidse hoogleraar Modern China Studies Frank Pieke.

'In China ontstaat een ideologische mix van een kapitalistische economie met een communistische partij, die wordt gebruikt om een expansie- en controlestrategie uit te voeren', zegt de Leidse hoogleraar Modern China Studies, Frank Pieke.

Xi Jinping (vooraan 10de van links) houdt toespraak op de 95ste verjaardag van de Chinese Communistische Partij, 1 juli. Beeld ap

'Het moderne China wordt het best begrepen door degenen die tegenstrijdigheden kunnen omarmen', stelde de Amerikaanse China-kenner Orville Schell eens. Die uitspraak is onverminderd actueel, afgaand op een van de grootste China-kenners van ons land, de Leidse hoogleraar Modern China Studies, Frank Pieke. Een optimistische kijk op de welvaart en het zelfvertrouwen van China combineert hij met een sombere visie op de politieke ontwikkelingen.

De enorme welvaartsgroei heeft het Chinese zelfvertrouwen goed gedaan, zo luidt het blijmoedige deel van zijn verhaal. De jaren van extreme groei mogen dan voorbij zijn, ook dit jaar neemt de economie met zo'n 7 procent toe. Zowel de gemiddelde burger als de Chinese Communistische Partij (CCP) heeft geprofiteerd. Het land telt een steeds grotere middenklasse - circa 70 miljoen burgers beschikken over een koopkracht op Europees niveau.

Die burger is niet alleen vrij om te reizen, maar ook, in de woorden van Pieke, 'veel vrijer dan velen van ons in het Westen geneigd zijn te denken. Hij is vrij zich te uiten, zolang hij maar weg blijft bij vrij duidelijk omschreven grenzen, namelijk kritiek op de CCP en de leiders'.

Dat de CCP baat heeft gehad bij de welvaartsgroei staat vast: 'Het zelfvertrouwen, de omvang en de kracht van de partij zijn gegroeid. Van een ongemakkelijk compromis tussen vrije markt en partij is geen sprake. Er is veel eerder een symbiose tot wat ik neosocialisme noem.'

Maar Pieke, wiens boek China, een gids voor de 21ste eeuw binnenkort verschijnt, vertelt ook een ander verhaal. Onder Xi is de koers van China nationalistischer, agressiever en autoritairder geworden.

Hoe valt dat te verklaren: meer zelfvertrouwen, maar toch autoritairder?

'Dat het regime autoritairder wordt, geldt voor specifieke delen van de maatschappij - het slimme is dat nog heel veel mensen gewoon kunnen doen wat ze willen. Maar voor media, intellectuelen en de academische wereld is de censuur toegenomen. Er is veel minder ruimte voor afwijkende meningen dan onder Xi's voorganger Hu.'

De verklaring gaat terug naar 2007, toen voormalig toppoliticus Bo Xilai een mislukte gooi deed naar het partijleiderschap. Hij werd 'verbannen' naar de provinciestad Chongqing, waar hij aan zijn eigen politieke agenda werkte die op gespannen voet stond met de partijlijn. Daarbij kreeg hij steun van linkse intellectuelen, academici en journalisten. Dat blijkt nu heel gevaarlijke gevolgen te hebben gehad. Want door die openlijke steun raakte de interne partijstrijd weer verbonden met de maatschappij.

'Van de opstand op het Tiananmenplein in 1989 tot 2007 was er een harde scheidslijn geweest: intellectuelen en academici waren niet betrokken bij partijpolitiek zoals in de jaren tachtig en dus niet betrokken bij strijd tussen facties. Maar dat veranderde door de aanhangers van Bo. Aan die episode heeft Xi een aan paranoïa grenzende argwaan tegenover de publieke sfeer overgehouden. Hij is zeer kopschuw voor andersdenkenden. Dat verklaart zijn harde onderdrukking.'

Inmiddels heeft Xi toch wel afgerekend met zijn politieke tegenstanders? De voornaamsten, Bo Xilai en Zhou Yongkang, zitten in de gevangenis.

'Jawel, maar wanneer je je tegenstanders aanpakt, krijg je te maken met anderen die zich aan hen verwant voelen en tegen je gaan samenspannen. In die zin houdt deze strijd nooit op. Xi heeft gezegd dat 'factionalisme' (de strijd tussen stromingen binnen de partij) een acuut gevaar voor de partij vormt. Dus moet hij wel door met zijn anticorruptiecampagne. Die maakt deel uit van de partijdiscipline, waarvan de partij zegt dat die een permanent onderdeel van het politieke proces is. Daaronder vallen ook de nieuwe aandacht voor ideologie en het loyaal uitvoeren van opdrachten - je moet doen wat de partijtop opdraagt, punt. En het omvat de voorstelling van de partij als een haast religieus instituut dat het altijd bij het rechte eind heeft en de juiste beslissingen neemt.'

Was de CCP niet altijd al onfeilbaar?

'Dat was gekoppeld aan individuele partijleiders, niet aan de organisatie. Dat wordt nu veel meer uitgedragen.'

Wat kenmerkt het tijdperk-Xi?

'Het fundamentele idee van een markteconomie in combinatie met heerschappij van de partij is onder hem niet ter discussie gesteld. Maar wat wel sterk is toegenomen, is het nationalisme en daaraan gekoppeld de afkeer van westerse landen, vooral van de Verenigde Staten. Chinezen die uit westerse landen terugkeren, praten met steeds meer dedain over het Westen en omarmen een antidemocratische ideologie. Het internet heeft dat ook gevoed - tegenwoordig vindt iedere Chinese student in het buitenland dat hij de natie moet verdedigen tegen kritische buitenlanders.

'Er hoort ook een pregnante, revanchistische attitude bij - het gevoel dat het Westen ons altijd kort gehouden heeft, ons honderd jaar vernederd heeft en nu is de tijd daar iets aan te doen. Die attitude is onder Xi deel van de mainstream geworden. Hij is een populistische leider, die veel rabiater is dan Hu. Wie niet in zijn nationalis-me meegaat en nuance aan wil brengen, is een vijand van de hele natie.'

Maar er is toch ook een interna-tionalistische stroming, die samenwerking met westerse landen bepleit?

'Zeker, godzijdank bestaat die nog steeds. De meeste diplomaten vinden dat, maar met Xi is die andere houding aan de macht gekomen. Natuurlijk wijdt hij in zijn internationale toespraken mooie woorden aan internationale samenwerking, maar hij wijst ook op het rechtzetten van honderd jaar vernedering. Achter zijn slogan 'verjonging van de natie' gaat de gedachte van revanche op die periode schuil.'

Een van de lessen van de Culturele Revolutie was dat leiderschap in China collectief moet zijn om te voorkomen dat een leider zijn macht misbruikt zoals Mao deed. Maar is dat collectieve leiderschap er nog wel?

'Steeds minder. Xi wordt meer en meer de enige echte leider. Ook wordt het land intoleranter, militairder en agressiever tegen anderen. Het Zuid-Chinese Zee-verhaal sleept al decennia, maar wordt nu enorm op de spits gedreven. En de Nieuwe Zijderoute die Xi propageert, wordt gepresenteerd als een economisch project, maar heeft ook een expansionistische en militaire component, met name in Afrika. Ik zie een militarisering van het buitenlands beleid, met als doel expansie. De territoriale claims op de Zuid-Chinese Zee worden gebruikt voor militaire activiteiten. En Xi heeft zichzelf in april opperbevelhebber gemaakt, terwijl hij hiervoor alleen voorzitter van de Militaire Commissie was. De partijleider die militaire operaties gaat leiden, in de Chinese context is dat heel uitzonderlijk.

'Dus we zien nationalisme en militarisering; een agressief expansionistische attitude tegenover het buitenland; de onderdrukking van andere meningen; en de sterke verbinding tussen de partij en grote industriële complexen. Als ik dat allemaal bij elkaar optel, begint dit toch wel heel erg op het nationaal-socialisme in de jaren dertig te lijken. Er ontstaat een absurde ideologische mix van neosocialisme, dat wil zeggen een kapitalistische economie met een communistische partij, die wordt gebruikt om een expansie- en controlestrategie uit te voeren. Kapitalisme, communisme en nationaal-socialisme bijeen in één pakket, dat is in mijn ogen een explosief mengsel.'

Hoe moeten wij in het Westen ons daartoe verhouden?

'We moeten oppassen niet terecht te komen in de positie van Chamberlain (de Britse premier die in 1938 een pact met Hitler sloot, red.). We moeten onderkennen dat er goede ontwikkelingen zijn, in de richting van een meer welvarend land dat meedoet aan de mondialisering, een land met mondige en slimme burgers. Maar we moeten ook grenzen stellen aan een regime dat een nationaal-socialistische strategie omarmt.'

Wat kunnen we concreet doen?

'We moeten optrekken met de VS, Japan en buurlanden van China. Die bevinden zich in een andere positie dan Europa, omdat zij direct belanghebbenden zijn bij de territoriale geschillen. Europa is dat niet en kan zich opwerpen als onafhankelijk bemiddelaar: duidelijk maken wat de spelregels van het internationaal recht zijn en meehelpen bij de handhaving. China kan geen uitzonderingspositie claimen omdat het soevereiniteitsaanspraken heeft en denkt recht te hebben op revanche.'

China trekt zich van die regels toch niks aan? Het VN-tribunaal dat hierover uitspraak doet, wordt niet erkend.

'Het is dan ook van het grootste belang dat China dat wel gaat erkennen. We moeten ze ervan overtuigen dat zo'n procedure geen westerse samenzwering is. Dat zal moeilijk zijn en veel conflicten opleveren. Maar we zullen dit regime met nationaal-socialistische trekken duidelijk moeten maken: er zijn grenzen.'

Moeten we ons ook op andere terreinen anders gaan opstellen, bijvoorbeeld inzake mensenrechten?

'Landen verschillen op dat vlak en we moeten niet voortdurend met het opgeheven vingertje klaar staan. Maar er zijn wel andere terreinen waarop we ons moeten bezinnen. We weten dat China steeds meer diplomatieke invloed krijgt. In sommige Afrikaanse landen gaat dat al over de grenzen van het betamelijke heen. Politieke partijen moeten daar de oren laten hangen naar wat Peking wil. Voor dat soort invloed moeten we in Europa ook oppassen. Ik krijg signalen dat er nu al Europese landen zijn die niet meer voor zichzelf kunnen spreken vanwege hun economische afhankelijkheid van China. Daar moeten we echt snoeihard tegen optreden. We kunnen ons daarover geen compromissen permitteren.'

Wat is voor u het zwarte scenario?

'Nu is de Chinese invloed nog beperkt en het niveau van investeringen betrekkelijk laag. Maar je wilt toch niet in de situatie terechtkomen dat we eerst in Peking te rade moeten gaan, voordat we in Europa bepaalde projecten starten. Je wilt niet dat de interne besluitvorming van de EU op die manier wordt beïnvloed. Wij moeten bepalen wat onze essentiële belangen zijn. We moeten niet de confrontatie zoeken met China door handelssancties te treffen, dat zou het domste zijn wat we kunnen doen. Europa moet niet proberen China de les te lezen of te willen veranderen, want dat is tot mislukken gedoemd. Maar we moeten wel heel duidelijk vanuit onze eigen belangen grenzen aan het Chinese regime stellen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.