'Wilde spinazie kan best eng zijn'

Mede dankzij haar vier pagina's tellende fobieënlijst is Maria Barnas genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, die woensdag wordt uitgereikt. 'Gelukkig heb ik ook heel veel níet.'

'Op internet zocht ik een tijdje geleden naar een angst die ik wel eens heb, en waarvan ik niet wist of er een naam voor bestond. Toen vond ik een waslijst aan heel andere, erkende Europese fobieën. De meest uiteenlopende. Die heb ik vervolgens allemaal achter elkaar gezet. Dat is het gedicht 'Waar men bang voor is' geworden.'


Die opsomming van vier pagina's staat aan het begin van Jaja de oerknal, de derde dichtbundel van Maria Barnas (40), die is genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, die woensdag wordt uitgereikt. Er is maar weinig waar niemand bang voor is, als we die lijst mogen geloven, die loopt van mensen met amputaties, de tandarts en kogels tot immigranten, eetstokjes, wilde spinazie en nieuwe ideeën.


De dichteres, net gearriveerd in de lobby van een Amsterdams hotel, op doorreis naar een optreden in Nijmegen, neemt een slokje rode wijn, knikt goedkeurend bij het horen van de voorbeelden, en schiet in de lach bij de wilde spinazie.


'Om heel eerlijk te zijn weet ik niet meer zeker of ik die heb gevonden als bestaande angst, of dat ik die heb verzonnen, omdat het me voorstelbaar leek. Vanwege de wildheid.


'Heel droog som ik een groot aantal concrete fobieën op. Daar heb ik er ook een paar van mezelf en van vrienden tussen gezet. Nadat ze mijn gedicht had gelezen, durfde de kunstenaar Dina Danish me toe te vertrouwen dat ze ook een fobie had, een onbekende: ze durft niet achter billboards langs te lopen. Achter een boodschap langs lopen die je niet kunt lezen, vindt ze eng. Dat vind ik nou een heel mooie angst. Als er een herdruk van mijn bundel komt, dan ga ik die in 'Waar men bang voor is' toevoegen.


'Nieuwe ideeën', staat er ook tussen. Ja, ik denk dat conservatieve mensen daar bang voor zijn. Hoewel er ook nieuwe conservatieve ideeën bestaan. Als daar nou weer andere mensen bang van zijn, kan ik die er ook bij zetten. Zo kan het gedicht steeds verder doorgroeien.'


Deze staan er ook op: mooie vrouwen en geluk. 'Bizar genoeg is deze lijst van angsten te vergelijken met een lijst van verlangens. Waar de een bang voor is, daar verlangt de ander naar. Het gedicht is uiteindelijk een beschrijving van de wereld.'


Tevens vermeld op de lijst: Duitsland, Duitsers en de Duitse cultuur. Dat zal met de oorlog te maken hebben. Zelf heeft Barnas, die sinds anderhalf jaar met haar Duitse man, de grafisch vormgever Felix Weigand, en hun twee zoontjes (5 en 6 jaar) in Berlijn woont, geen last van die aandoening. De helft van haar boeken mocht mee naar haar nieuwe woonplaats, maar ze zijn nog niet uitgepakt.


'Ik heb een muur van dozen. Het leven in Berlijn is fantastisch, al merk ik wel dat ik meer gehecht ben aan Nederland dan ik dacht. Ik betrap mezelf erop dat ik voortdurend oplet of het Nederlands van mijn tweetalige kinderen wel net zo vooruit gaat als hun Duits. Hun Duits klinkt nu al echt goed. Van hen mag ik geen Duitse kinderboeken voorlezen. Daarvoor is mijn uitspraak onvoldoende.


'Verblijven in Berlijn voelt aan als een hele lange vakantie. We weten ook nog niet zeker of we daar willen blijven. Alles hangt een beetje in de lucht - voor het schrijven is dat overigens geen verkeerde situatie. En ik heb veel meer tijd dan toen we in Amsterdam woonden, doordat ik bijna geen optredens meer heb.'


De kinderen uit 'De kinderen' zouden wel eens op haar kinderen kunnen lijken. En die psychiater, die het woord voert in het komische 'Bericht van een afgewezen psychiater', en die alles aanwendt om haar aandacht te krijgen ('Ik kan uit je stilte alleen maar afleiden dat jij het niet eenvoudig hebt/ met jezelf en dat vind ik rot voor je'), dat is gewoon een brief van de psychiater die zij inderdaad heeft afgewezen.


Die man met zijn suggestieve en manipulatieve taal ('Het is zeker wel erg misgegaan in het verleden') moet zich lelijk te kijk gezet voelen, wanneer hem deze monoloog van een psychiater met verlatingsangst onder ogen komt. Barnas: 'Ik denk dat hij hier onderhand wel weet van heeft. Mocht deze psychiater mij ooit confronteren met de vraag: waarom heb je een persoonlijke brief van mij gebruikt in een gedicht, dan zou ik antwoorden dat het niet om hem gaat. Het is me te doen om de onderlinge verhouding.' Ongeremde lach. 'Hij zal me daar vast hele series therapieën voor willen aanraden. En ik realiseer me goed dat als iemand hoort: dit gedicht is weliswaar jouw tekst, maar mij gaat het helemaal niet om jou, hij dat vermoedelijk des te erger vindt.'


In de denkpauze verdwijnt haar lach. Bedachtzaam formulerend: 'Al meen ik dat wel. Ik kan niet veel verzinnen. Dat hoeft ook niet. Het is geweldig wat de werkelijkheid aanreikt als materiaal.'


Hoe ziet dat er voor een ander uit, dichter zijn? Het is in elk geval niet te filmen, zo laat het gedicht 'Dichter in actie' zien: ze heeft camera- en geluidsmensen over de vloer, en dan? 'Wat willen ze van mij? Ik tik en ik tik./ Nu moet ik bij de piano staan omdat ik heb gezegd/ dat ik vaak bij de piano sta en schrijf./ Maar nu sta ik hier met een dovende ster/ aan een hengel boven mijn hoofd.'


Barnas: 'Meestal ben ik géén dichter. Het komt in vlagen, kortstondige meestal. En ja, dan komt er iemand om de dichter te filmen. Maar er valt niks te filmen. Het mooie vond ik dan weer, en daar gaat het gedicht ook over, dat er dan toch iets ontstaat. Alsof het een afspraak is: ik ben de dichter en zij filmen mij, zij geloven daarin, en dat is prettig en duidelijk. Terwijl er voor mij de meeste tijd niets duidelijk is. 'Misschien kan ik ze eens inhuren', besluit ik dan dat gedicht, 'We kunnen doen/ alsof we er niet zijn en vormen van geluk nastreven.'


Nog een slokje, alsof ze wat tijd wil winnen. Even terzijde: 'Het is lastig, over gedichten praten. Ik heb wel eens tegenover een journaliste van De Groene Amsterdammer gezeten die over engagement wilde praten. Ik voelde me verplicht duidelijke meningen te hebben, en had die ingestudeerd voordat ze kwam. Maar toen ze tegenover me zat en me vol verwachting aankeek, raakte ik de draad kwijt en bleek ineens geen voorkeur mee te hebben.


'Ik viel in een put. Ben je geëngageerd als je in een gedicht op een nieuwsbericht reageert? Of ben je per definitie geëngageerd, omdat je schrijft vanuit betrokkenheid met alles wat je omringt? De journaliste noteerde steeds minder, en ze was weer gauw vertrokken. Dat kon ik goed begrijpen.


'Hou je vast. Hier komt een nieuwe poging. In poëzie gaat het om de vorm, die iets onduidelijks ineens contouren geeft, waardoor het toch zinnig wordt. Misschien dat de meeste gedichten daar wezenlijk over gaan. Vorm geven aan iets wat geen vorm heeft en anders wazig zou blijven; aan het absurde geploeter van mensen, zonder dat je hoeft te zeggen dat het absurd is; aan de verhoudingen tussen mensen en dingen.


'Dat boeit mij meer dan dat ik mijn particuliere gevoelens wil uitdrukken. In mijn gedicht 'Moeders' zwaaien een dochter en een moeder na een bezoek om het hardst. Reiken ze nu naar elkaar of werken ze elkaar uit het zicht? De ruimte die ik vind in taal is dat zowel het toenaderen als het wegwerken mogelijk is.'


Die ontdekking van de vorm is een gevolg van de ontdekking van de taal, die ze deed als 6-jarige op de lagere St. Josephschool in Lochem. 'Bij juffrouw Mol leerde ik lezen. Of ik een toverstaf in handen kreeg. Dat ik de dingen kon opschrijven die ik zag. Voor mij was juffrouw Mol daardoor heel belangrijk. Andersom was dat natuurlijk niet zo, want ik was een van de 35 leerlingen in die klas. Een jaar later verhuisden we naar Engeland.


'Toen ik jaren later in Amsterdam woonde, besloot ik juffrouw Mol een bedankbrief te schrijven, en dat ik haar zou missen. Ik wacht nog steeds op een brief. Misschien had ik het woord verschrikkelijk niet moeten doorstrepen.'


De dichtregel 'Ik droomde weer van Vasalis', wijst die op een invloed van de vermaarde dichteres die in 1998 is gestorven? Barnas: 'Het gebeurt regelmatig dat ik van haar droom, terwijl ik haar nooit heb ontmoet. In haar gedicht 'Drank, de onberekenbare' schrijft Vasalis dat ze in gezelschap een keurig gesprek voert, maar ondertussen denkt aan hoe ze wild met los haar loopt te rennen en spiernaakt in een meer duikt.


'Dat heeft altijd grote indruk op me gemaakt: die twee realiteiten, van de beschaafd pratende dame die aan iets heel anders denkt. Die gespletenheid, het besef dat er nog een heel andere wereld is, en dat met maar een paar woorden weergegeven.


'Daarmee heeft Vasalis me zeker beïnvloed. Al zie ik de Canadese Anne Carson als een veel groter voorbeeld. Of de Engelse Jeanette Winterson, die in mijn ogen een dichter is vermomd als romanschrijver.'


Ze bladert door Jaja de oerknal en bekijkt de fobieënlijst nog een keer. 'Om nog even terug te komen bij waar we begonnen. De angst waar ik op internet aanvankelijk naar zocht, toen ik al die andere vond, heb ik nergens aangetroffen. Mijn eigen angst bleek niet te bestaan: die voor solide objecten.


'Wat ik bedoel? De tafel die tussen ons in staat, bijvoorbeeld. Die is compleet áf. Daar kan niets meer aan veranderen. Zo'n solide ding laat niets toe.


'Dat kan mij bang maken. Maar als ik dan die lijst in 'Waar men bang voor is' doorneem, word ik op slag weer gerust. Gelukkig heb ik ook heel veel níet. Het gaat best goed met mij.'


Maria Barnas: Jaja de oerknal

De Arbeiderspers; 48 pagina's; euro 18,95.


MARIA BARNAS

1997 Engelen van ijs (roman)


2000 De baadster (roman)


2003 Twee zonnen (poëzie, Buddingh'-prijs 2004)


2007 Er staat een stad op (poëzie, J.C. Bloemprijs 2009)


2010 Fantastisch (columns) 2013 Jaja de oerknal (poëzie)


De kinderen

Nog dertien minuten


nee twaalf.


Ik had de hele dag om te werken


maar ik ging lezen en sorteren en kijken


hoe ik de dag het best kon indelen en nu


heb ik er nog maar elf.


Dan moet ik de kinderen halen. Luiers omdoen


neuzen afvegen en roepen dat ze niet op hoofden


mogen slaan met pannen en dieren


schoppen en deuren en niet op het kleed poepen


en er met een trein doorheen rijden


en niet je neus aan je broer afvegen


en nu moet je echt slapen slapen slaap nu toch eens


in je eigen bed en niet schreeuwen niet schreeuwen schreeuw niet zo!


Het hikken in mij


als de ochtend die ik


in schok schokken voorbij zie gaan.


Nog acht minuten voor een meesterwerk


of laat het een begin zijn.


Iets wat zo kan klinken.


PRIJSUITREIKING EN DE POëZIEWEEK

Voor de VSB Poëzieprijs (25 duizend euro) zijn behalve Maria Barnas ook Miriam Van hee, Antoine de Kom, Micha Hamel en F. van Dixhoorn genomineerd. De bekendmaking is woensdagavond 29 januari om acht uur in het Stadhuis te Rotterdam. De juryvoorzitter, burgemeester Ahmed Aboutaleb, is bij poëzieliefhebbers ook bekend als vertaler van de Syrische Nobelprijskandidaat Adonis.


Een dag later is het Gedichtendag, het startschot voor de Poëzieweek met als thema Verwondering. K. Schippers schreef het Poëziegeschenk getiteld Buiten beeld (CPNB), gratis bij aanschaf van euro 12,50 aan poëziebundels. Op 5 februari eindigt de Poëzieweek met het Gedichtenbal en de bekendmaking van de winnaar van de Turing Gedichtenwedstrijd, in de Zuiderkerk te Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.