'Wie zoiets doet heeft geen hart in zijn flikker'

Voetbalteam van geliquideerde Reduan B. haalt langs de lijn herinneringen op.

Zo’n vijftig mannen verzamelen zich zaterdagmiddag om 12 uur op de middencirkel van een Utrechts voetbalveld om Reduan ‘Red’ B. te herdenken - de man die donderdag in Amsterdam werd doodgeschoten als vergelding voor de getuigenis van zijn criminele broertje Nabil. Hij werd 41 jaar. 

Oud-spelers van Domstad Majella drinken een biertje in de pauze, ze zijn bij elkaar om Reduan B. te herdenken. B. is de doodgeschoten broer van een kroongetuige, die jaren voor deze club heeft gespeeld en bovendien een aantal jaren sponsor is geweest. Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

De scheidsrechter blaast op zijn fluit en met de armen over elkaars schouders kijken de (oud-)voetballers een minuut lang zwijgend naar de bal op de middenstip. Dan klinkt de fluit weer en volgt een kort applaus. De volslanke spelers van Domstad Majella Zaterdag 5 doen vervolgens met hun rouwbanden om hun uiterste best kostbare punten te veroveren op koploper Maarssen. Met het roken van diverse sigaretten en het drinken van energiedrankjes hebben ze zich geprepareerd.

Langs de kant gaat het herdenken verder. Een groep oud-teamgenoten is speciaal gekomen om herinneringen op te halen - allen veertigers en vijftigers die fysiek niet meer in staat zijn twee keer drie kwartier op het veld te overleven. Hun namen willen ze niet geven. ‘Je weet niet waar die gasten verder toe in staat zijn.’ Maar praten over Reduan, dat doen ze graag. ‘Want iedereen moet weten dat Red een goede gozer was. Hij had juist een grafhekel aan criminelen.’

Terwijl Reduan onder zware beveiliging, inclusief boven de stad cirkelende politiehelikopters, op Westgaarde in Amsterdam wordt begraven, memoreren zijn makkers dat 'Red' nooit sprak over zijn criminele broer, die betrokken zou zijn bij een mislukte liquidatie in Utrecht. ‘We wisten niet eens dat die er was, daar wilde hij blijkbaar verre van blijven.’

Dat Reduan zich niet door de politie liet beveiligen, vinden de mannen ‘typisch Reduan'. ‘Niet bang. Al die gekkigheid hoefde van hem niet.’

Na een stilte: ‘Maar ja, die politie had dus wel moeten doordrukken.’

In 2001 kwam de in Utrecht opgegroeide B. naar Domstad Majella, nadat zijn eerste club failliet ging. Hij was een uitzonderlijke verschijning op de velden vlak naast de Galgenwaard. De enige Marokkaan in een team waar witte mannen met kortgeschoren koppen elkaar in plat Utrechts aanspreken met ‘pik’. ‘Hij was gewoon een echte Hollander’, prijzen de mannen hun oud-ploeggenoot. ‘Zo zouden er meer moeten zijn.’ Liefkozend noemden ze hem vaak ‘Wim’.

Hij had humor, was slim en een keiharde werker, zeggen zijn ploeggenoten terwijl ze een sjekkie rollen. Ze vertellen hoe B. zich ook binnen enkele jaren opwerkte bij het Amsterdamse beletteringsbedrijf Knibbe: van dtp’er tot de eigenaar van de tent. ‘We hebben hem zien groeien, hij was heel bijdehand, wilde alles doen en leren, de directeur had steeds minder werk.’ Een van zijn ploeggenoten heeft Red nog geholpen bij de overname. ‘Een mooi bedrijf, Red werkte er 60 uur in de week.’

Op het veld was B. aanmerkelijk luier. Meer een eerzuchtige spits die graag ‘even pingelde’ en hem vervolgens hard op de slof nam. ‘Als er een penalty genomen moest worden riep Red altijd: die is voor mij’. Het team werd er vier keer kampioen mee.

B.’s bedrijf Knibbe was jarenlang de shirtsponsor van Zaterdag 5. Ook nadat hij een paar jaar geleden naar Amsterdam verhuisde ging hij nog een tijdje door met sponsoren. Hij betaalde de kleding en het jaarlijkse diner bij ‘De Griek’ in Valkenburg. ‘Noem het een trainingskamp, of een studiereis’, zegt een van de mannen. De andere lachen hard. ‘Wij dronken allemaal bier, Red een baco.’ 

Tijdens de rust, als Domstad 1-2 achter staat, drinken de oud-spelers uit respect een bacootje. ‘Niet te zuipen.’ 

Van het privéleven van Reduan weten de mannen langs de lijn niet veel. Twee van hen bezochten zijn bruiloft in Tanger. ‘We waren eregasten, mochten toekijken hoe een koe werd geslacht.’ Daar moeten ze dat tien jaar jongere broertje ook hebben gezien, maar daar herinneren ze zich niets van. ‘Ik had de naam van die jongen nog nooit gehoord.’ Ook Reduans vrouw hebben de voetballers nooit echt gezien. ‘Ze had daar de hele tijd een sluier om, en hier in Nederland zagen we haar ook niet. Wat dat betreft was het wel heel traditioneel.’

Dat die vrouw achter de sluiter en haar twee dochters nu door ‘deze maffiapraktijk’ zonder Reduan verder moeten, vinden de mannen onvoorstelbaar. Een van hen moet steeds denken aan de ‘sollicitant’ die de huurmoordenaar bleek te zijn die Reduan doodschoot. ‘Dat je gewoon kalm meeloopt totdat je samen op een kamer bent en dan gewoon gaat schieten op iemand die niets gedaan heeft. Dan heb je toch geen hart in je flikker.’

Nadat het thuisteam met een 1-3 nederlaag achter de kiezen de kleedkamer in is verdwenen, bekijken de oud-gedienden aan de bar van de kantine het verwassen shirt waarin Reduan jarenlang speelde. Nummer 20 op de rug, Knibbe op de borst. 'Dat moet ingelijst op de muur. Met een foto van hem erbij.’

Spelers van Domstad Majella 5 praten met de scheidsrechter is de pauze van de wedstrijd tegen Maarssen 5, de voetballers van Majella spelen met een rouwband. Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant
Oud-Spelers van Domstad Majella houden het shirt omhoog van Reduan B. Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.